Donderdag 21/10/2021

Generale Bank: het spel is gespeeld

Onder zijn leiding verhoogde de Generale Bank de groepswinst van 9,6 miljard tot 17 miljard frank en vond de G-Bank in Nederland een tweede thuismarkt. De Antwerpenaar Fred Chaffart, afkomstig uit een middenstandsgezin, had zich tot doel gesteld de G-Bank te laten verdergroeien tot een onafhankelijke Europese speler en leek goed op weg dat te halen. Zijn mandaat als hoogste man bij de bank wordt straks met drie jaar verlengd. Zijn Europese doelstelling kan hij wel vergeten. De G-Bank is een vogel voor het Fortis van Maurice Lippens. Een te blind vertrouwen in het referentiekapitalisme stond de ambitie van de 62-jarige bankier in de weg.

Pascal Dendooven

Afgelopen week viel er binnen de groep van 's lands grootste holding, de Generale Maatschappij van België, twee keer een historische gebeurtenis te noteren. De viering van het 175-jarig bestaan was niet te missen, om de simpele reden dat er voor de Generale Maatschappij niet veel dergelijke feestelijkheden meer in het verschiet liggen. De academische viering was voor de Franse hoofdaandeelhouder van de Generale Maatschappij een moment om te tonen wie het voor het zeggen heeft bij de Belgische bedrijven die verbonden zijn met de Generale: Parijs (Suez Lyonnaise des Eaux).

Op de dag dat 'Parijs' in Brussel glorieuze momenten beleefde, stond de G-Bank de pers te woord. De sfeer was onwezenlijk. De persbelangstelling was erg groot, maar de bank besefte dat die interesse maar weinig te maken had met de jaarresultaten die zouden worden voorgesteld. De vraag die op ieders lippen brandde was: aan wie gaat Parijs de G-Bank uithuwelijken?

Fred Chaffart, directievoorzitter van de G-Bank, probeerde het even met een kwinkslag: "U ziet dat als je goede resultaten hebt, dat veel belangstelling wekt", zei hij grijnzend. Nog niet zo lang geleden zou Chaffart zelfs niet in een nare droom hebben kunnen vermoeden dat zíjn instelling in plaats van de BBL op de schopstoel zou zitten. Aan wie verkopen de aandeelhouders de instelling? En dat dan nog in het feestjaar van 175 jaar G-Bank.

Chaffart, die in 1991 de leiding over de cementgroep CBR ruilde voor het voorzitterschap van de G-Bank, poogde de jongste zes jaar het Europees karakter van de G-Bank uit te bouwen. De man die opgegroeid was in de sales (Procter & Gamble) en industriële bedrijven had geleid zoals Tiense Suiker en CBR, was toen nog niet thuis in de 'haute finance'. Hij was de laatste om te ontkennen dat het handvol jaren bij de kleine agentenbank Ippa geen bankier van hem had gemaakt.

Chaffart was bij de G-Bank geplaatst door de Generale Maatschappij, de holding die de cementgroep CBR verkocht had aan de Duitse Heidelberger-groep. De Antwerpenaar, wiens ouders destijds een verfhandel hadden, vertrouwde erop dat de Generale Maatschappij de G-Bank zou blijven koesteren. Dat in 1991 holdings zoals de Generale en GBL een pure machtsgreep deden door de Bankcommissie zover te krijgen om het protocol op de autonomie van de banken af te zwakken ten voordele van de aandeelhouderholdings, stootte niet op protest van Chaffart.

Dat de hoofdaandeelhouder van de Generale Maatschappij - toen nog de Franse holding Suez - eiste dat de G-Bank in grote delen van het buitenland haar ambities zou matigen ten voordele van Indosuez, dat toen nog een dochter was van Suez, lokte bij Chaffart evenmin groot protest uit. Zo werd de G-Bank gedwongen haar afdeling in Singapore en Tokio op te geven. De bank verkocht haar halfdochter in Latijns-Amerika op een ogenblik dat Latijns-Amerika net het dieptepunt van de crisis achter zich had. En ook de Aziatische dochter, de winstgevende Belgian Bank in Hongkong, stond op de verkooplijst. Onder meer ABN Amro heeft een zaakje geroken.

De Belgian Bank bleef wel bij de G-Bank, net zoals de afdeling in New York. Suez dacht er destijds ernstig over na om te eisen dat de G-Bank die laatste zou verkopen om ook in de VS de weg te effenen voor de Franse belangen. Chaffart heeft het allemaal zien gebeuren.

Het kapitale punt voor hem was dat de G-Bank in Europa zou kunnen groeien en haar inkomen diversifiëren en dat de 'referentie-aandeelhouder' die strategie zou steunen. In 1994 zou Chaffart de buitenwereld tonen dat alle sceptisisme tegen 'holding- en referentiekapitalisme' naast de kwestie was. Zijn G-Bank haalde in Nederland de door verschillende partijen fel begeerde bank Crédit Lyonnais Nederland (CLBN) binnen.

Niet dat CLBN zo'n juweeltje was - iets wat Chaffarts voorganger Janssen nog beweerd had over het weinig rendabele BPC dat Suez in 1990 veel te duur in de strot van de G-Bank duwde - maar CLBN was het laatste ticket tot de Nederlandse bankenmarkt waar ABN Amro, ING en Rabo de koek verdeeld hadden. Chaffart gaf toen Maurice Lippens, co-voorzitter van Fortis, het nakijken en Fortis kijkt vandaag nog steeds 'onbevredigd' aan tegen haar bancaire positie in Nederland.

De G-Bank nam even later fondsenbeheerder Fimagest over en deed in die sector nog enkele aankopen, waardoor de bank nu naar Belgische normen een belangrijke fondsenbeheerder is geworden. De journalisten vonden dinsdag in hun persmap zelfs een internationale publicatie die aangaf dat de G-Bank inzake 'Offshore fund management' bij de allerbesten is.

Dat kan echter niet verhullen dat op de Belgische thuismarkt geen dergelijk succes te bespeuren valt. Kredietbank, die de markt van 'klikfondsen' ontwikkelde, groeit verschillende keren sneller dan de G-Bank en na de fusie van KB met CERA is de G-Bank naar de tweede plaats verdrongen.

De G-Bank heeft weinig gedaan in aandelen. In 'aandelenresearch' is de Belgische bank van Europese oorsprong nauwelijks zichtbaar; niet in de top-20 en in elk geval lengtes achter een onafhankelijk beursvennootschap zoals het Brusselse Petercam. Hetzelfde beeld is er inzake aandelentrading. De bank heeft haar lot verbonden met vastrentend papier: de marges op obligatiehandel zijn laag en de toegevoegde waarde gering. In jaren van rentedalingen vallen er belangrijke meerwaarden te rapen op obligaties en dat heeft de bank afgelopen jaren geen windeieren gelegd. Ook inzake afgeleide producten is de G-Bank vrij onzichtbaar en gaat het leiderschap naar KB en Petercam.

Voor Chaffart, voor wie de uitbouw van een 'equitypoot' minder belangrijk is, bleef de hoofdboodschap de expansie van de bank in Europa. Een 'Grande Banque Belge' - eerst met het Gemeentekrediet, BBL en G-Bank, maar later enkel tussen G-Bank en BBL - kon in 1996 maar op weinig enthousiasme van de Antwerpenaar rekenen. Het Gemeentekrediet was 'te politiek' terwijl een alliantie tussen de G-Bank en BBL betekende dat de Nederlandse groep ING - toen nog een minderheidsaandeelhouder van BBL waarrond een cordon sanitair getrokken was - ook greep zou krijgen op de G-Bank. Voor Chaffart onaanvaardbaar.

Hij had in datzelfde 1996 zijn pijlen al elders op gericht: op het Franse Crédit Industriel et Commercial (CIC), een bank die bestaat uit tien regionale banken en zowat de omvang heeft van de BBL. De Franse staat had zowel de moeder van CIC, verzekeraar GAN, als CIC op de privatiseringslijst gezet. De G-Bank zag in CIC de kans om verder in Europa door te breken. Sociale onrust maakte dat de Franse staat de plannen abrupt opborg, maar in 1997 kwam het dossier opnieuw op tafel.

Deze keer was het ernstig en de G-Bank zette alles op alles om CIC binnen te halen. Er was één probleempje: 70 procent kopen van CIC zou al vlug 55 miljard frank kosten en de G-Bank had dat geld niet. Chaffart vertrouwde erop dat zijn aandeelhouder, Generale Maatschappij en ondertussen Suez Lyonnaise des Eaux, met geld over de brug zou komen. Chaffart dacht ook dat de respectievelijke voorzitters Davignon en Mestrallet volledig achter zijn instelling stonden.

Ondertussen was er wel iets gewijzigd. Met name Suez, de moeder van de Generale Maatschappij, die erg geleden had onder de vastgoedcrisis, zocht onder druk van haar 'noyaux dur' een nieuwe toekomst in de fusie met de Franse holding Lyonnaise des Eaux. Deze holding, die actief is in een reeks uiteenlopende sectoren zoals bouw, media, water en afval, zag in Suez vooral kleindochter Tractebel zitten. Tractebel was destijds een holding met een reeks participaties, waaronder het strategische Electrabel, die onder leiding van Philippe Bodson een industriële visie had ontwikkeld en via Watco een belangrijke positie uitbouwde in de afvalindustrie. Door de combinatie van Suez met Lyonnaise kreeg 'de markt' wat ze vroeg: een holding die zich zou terugplooien op enkele strategische belangen en de financiële sector paste daar niet in.

In België bleef Chaffart ondertussen wijzen op zijn 'stand alone'-politiek als de kwestie van BBL en G-Bank ter sprake kwam. Dat deed hij ook nog toen vorig najaar Maurice Lippens, sterke man van het Nederlands-Belgische Fortis, zei dat in het snel wijzigende bankenlandschap een alliantie tussen G-Bank en Fortis-dochter ASLK zinvol zou zijn. De woorden van Lippens verwekten schokgolven. Fortis stond in 1988 Suez bij in haar poging de Generale Maatschappij uit handen van Carlo De Benedetti te houden en in Parijs was men dat nog niet vergeten. Bovendien bestaat er tussen Fortis en de Generale Maatschappij een kruisparticipatie.

Chaffart begreep dat Lippens lastig kon worden maar bleef in het CIC-project geloven. Lippens kon ondertussen vrij zelfverzekerd toekijken. Hij wist dat de G-Bank de oorlog bij voorbaat verloren had. Dankzij het afgezwakte bankprotocol zou de referentie-aandeelhouder beslissen en niet de top van de bank.

Ten laatste op 17 februari, goed twee weken geleden, was het duidelijk dat Chaffart het onderspit had gedolven. Het directiecomité van de G-Bank, dat unaniem achter het bod op CIC had gestaan, stelde in haar raad van bestuur vast dat de 'referentiebestuurders' (de vertegenwoordigers van Suez en de Generale) niet achter het project stonden. Vervolgens kon Chaffart enkel een unanimiteit vinden om het project te verwerpen.

De raad van bestuur voegde er nog een mooie uitsmijter aan toe: de bank kreeg de opdracht de samenwerkingsmogelijkheden die zich op de markt aandienden te onderzoeken. "Status-quo was geen optie meer." Iets wat Lippens een half jaar eerder al had aangekondigd. De opdracht was vicieus: het directiecomité van de bank mocht zelf haar verkoop aan Fortis onderhandelen. Chaffart, die slechts moeilijk door dezelfde deur kan als Lippens, mag mee de leiding over de onderhandelingen houden. Zijn functie van bankvoorzitter wordt met drie jaar verlengd.

Chaffart hield dinsdag de pers voor dat Fortis niet het enige scenario is, maar het is duidelijk dat het zal gebeuren met Fortis. De top van de G-Bank zal in ruil belangrijke functies krijgen binnen de bancaire poot van Fortis. De G-Bank wordt de ruggengraat van de zeer uiteenlopende banken die de ASLK/NMKN, VSB en MeesPierson zijn.

Die vaststelling is een ontgoocheling voor Chaffart. Tot voor kort geloofde hij nog in de mogelijkheid zijn bank onafhankelijk te houden. Maar de Antwerpenaar moet vaststellen dat de Franse referentie-aandeelhouder, Suez Lyonnaise des Eaux, sinds de fusie tussen Suez en Lyonnaise des Eaux niet langer bereid is de groei van de instelling te steunen.

Wat nu gebeurt, mag Chaffart nochtans niet verrassen. Eerst was de G-Bank ondergeschikt aan Indosuez. Na de fusie tussen Suez en Lyonnaise des Eaux bleken nutsbedrijven prioritair, met in België Tractebel als doelwit. Enkel de sterke persoonlijkheid van de flamboyante Philippe Bodson belet dat Tractebel (voorlopig) verknecht wordt door Suez Lyonnaise. Maar ook Bodson kon niet beletten dat Lyonnaise een van de wereldspelers in de VS opkocht en daarmee Tractebel veroordeelde tot de kruimels in de afvalindustrie.

Met de entree van de Française Christine Morin-Postel als gedelegeerd bestuurder van de Generale Maatschappij is de laatste illusie verdwenen dat dit Belgisch tussenschot er zorg kan voor dragen dat rekening gehouden wordt met de Belgische belangen van de met de Generale Maatschappij verbonden ondernemingen. Morin-Postel verkondigt luidop dat enkel het belang van de aandeelhouder telt, dat ze weet wat bankieren is en dat sommige managers na tien jaar misschien maar eens moeten uitkijken naar een andere job.

Morin-Postel lijkt daarmee het type van de Franse énarques, die Frankrijk zoveel kwaad hebben berokkend. De grote Franse banken zijn qua rentabiliteit bij de zwaksten van Europa en in de verzekeringssector (UAP, GAN, AGF) is eenzelfde beeld te zien. Dergelijke énarques hebben, ondanks hun intelligentie, 1.000 miljard frank belastinggeld bij Crédit Lyonnais erdoor gejaagd of miljarden laten verdwijnen in het zwarte gat van de vastgoedcrisis.

De conclusie voor de G-Bank en Fred Chaffart is dat de strijd gestreden is. De bank had alert moeten zijn toen ze haar lot nog in eigen handen had. Ze heeft haar lot in handen van de referentie-aandeelhouder gegeven. De G-Bank gaat dus naar Fortis-AG. De Belgische politici en verantwoordelijken vinden het een prachtige oplossing. Dat ook het aandeelhouderschap van Fortis-AG niet geregeld is, wordt vergeten. Met de Aziatische crisis zijn het niet de Japanners bij Fortis-AG die de oplossing zullen brengen en het is evenmin Asphales, dat jaren nodig had om een positie in Fortis-AG te kunnen financieren. De enige oplossing lijkt de markt te laten spelen, gekoppeld aan een verankering van de hele Fortis-groep in een Nederlandse structuurvennootschap. Het is twijfelachtig of de Franse hoofdaandeelhouder dit zal toelaten. Via de specifieke structuur tussen Nederland en België, reduceerde Lippens de invloed van de Franse hoofdaandeelhouder al in het beleid, maar de oefening werd nooit voltooid. Is het denkbaar dat Lippens dezelfde fout maakt als Chaffart toen die vijf jaar geleden er geen graten inzag dat de Generale Maatschappij haar belang in de bank verhoogde van 15 procent naar 30 procent?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234