Woensdag 12/05/2021

standpunt

Gemiddeld 5 procent, dat is geen kaasschaaf meer, dat is een scalpel

null Beeld © Ericde Mildt
Beeld © Ericde Mildt

Zowat de eerste keer dat de Vlaamse identiteit werd opgemerkt door het buitenland, was in de vijftiende eeuw. Het was de betreurde Gerard Mortier die dat in herinnering bracht tijdens zijn laatste Hugo Clauslezing. Jan van Eyck in Gent, Hans Memling in Brugge en Rogier van der Weyden in Brussel waren kunstenaars die het Europa van toen verbaasden, imponeerden en veroverden.

De zingende engelen en de heilige Cecilia in het Lam Gods leggen de band met de Vlaamse polyfonisten die tussen 1450 en 1580 de hele Europese scène veroverden. Van het Franse hof in Parijs tot de San Marco in Venetië, van de familie D'Este in Ferrara tot het Vaticaan. Er was Jeroen Bosch, wiens Tuin der lusten door Filips II naar Spanje werd gebracht, Breughel die zijn volk schilderde, en Rubens als de meest artistieke ambassadeur die Vlaanderen ooit heeft gekend.

Wanneer men het tussen het midden van de vijftiende en het einde van de zeventiende eeuw over I Fiamminghi heeft, dan bedoelt men daarmee deze schilders en polyfonisten - en niet Jan Breydel en Pieter de Coninck.

Vandaag is het niet anders: Tuymans, Borremans, Platel, Vandekeybus, De Keersmaeker, Fabre, Cassiers, Cherkaoui en nog zovele anderen zijn in het buitenland referenties, trekken volle zalen in de grote speelhuizen, en - zo zeggen jaloerse buitenlandse collega's ons - vormen een generatie die in creativiteit en kwaliteit al generaties niet meer is opgestaan. Zij zijn de eredivisie van een kunstenwereld die van de kleinste zaaltjes en projectjes via de gevestigde huizen en kunstencentra de voedingsbodem vormt waarop Vlaams talent zich kan ontwikkelen en groeien. Zij creëren met hun taal en vorm de hedendaagse invulling van I Fiamminghi. Ambassadeurs van de Vlaamse identiteit en creativiteit.

Gemiddeld 5 procent. Dat is de besparing die minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld) de sector nu oplegt. Dat is geen kaasschaaf meer, dat is een scalpel. De zwaarste klap valt bij de instellingen en kunstenaars die structureel of projectmatig subsidies ontvangen. Zij moeten 7,5 procent inleveren. De zogenaamde 'Instellingen van de Vlaamse Gemeenschap' - een klein aantal 'permanent' erkende grote culturele organisaties zoals de Vlaamse Opera, deFilharmonie, het Ballet van Vlaanderen of deSingel - komen er nog het best van af: zij krijgen 'slechts' 2 procent minder.

Want iedereen moet inleveren, heet het. Na de gezinnen, nu de culturo's. Want dat, zo lees je in juichende commentaren op de elektronische cafétogen van het internet, zijn toch maar parasitaire subsidieslurpers die op hun kont zitten en hun portemonnee openhouden. Net zoals het hoog tijd wordt dat sociale huurders die vier appartementen hebben geen sociale woning meer krijgen, dat gepensioneerden met een pensioen van 3.000 euro niet meer gratis op de bus mogen - we citeren de excellenties Homans en Crevits - wordt het nu blijkbaar ook tijd om het culturele profitariaat aan te pakken. Maak een karikatuur van een exces en breek daarmee maatschappelijke solidariteit en creativiteit af.

Met die stelling is trouwens aantoonbaar veel mis. Marc Ruyters van het kunsttijdschrift H Art legde gisteren in de krant nog zijn boekhouding op tafel, waaruit bleek dat in ruil voor 70.000 euro subsidies er 200.000 euro terug naar de overheid vloeide. Een studie van het Vlaams Theater Instituut becijferde dat tegenover een totale subsidie van 90 miljoen euro een totale opbrengst voor de overheid van 230 miljoen euro stond.

null Beeld Yann Bertrand
Beeld Yann Bertrand

Is het overigens niet gek dat we spreken van 'steun' aan bedrijven bij hun onderzoek en ontwikkeling, dat we het hebben over 'investeringen' in autosnelwegen en schoolgebouwen, maar dat alleen de kunsten blijkbaar 'subsidies' krijgen.

Maar kunst bereikt slechts een fractie van de bevolking, dat klopt. En dan in meerderheid nog die fractie die niet echt hoog oploopt met de Zweedse coalities op Vlaams en federaal niveau. Die zich in het verleden al dikwijls kritisch heeft uitgelaten over het beleid en de ideologie van de huidige regeringspartners. Dan is de verlokking van een portie rancune en payback time, zeker als het je geen stemmen kost, niet te weerstaan.

Het is geen uniek Vlaams fenomeen, overal in het besparingsdriftige Europa deelt cultuur in de klappen. In Engeland sterven de bibliotheken. In Denemarken zijn 250 bibliotheken gesloten. Duitsland schrapt een op de vijf orkesten, hoewel sinds de val van de Berlijnse Muur al 37 van de 168 orkesten zijn verdwenen. In Spanje verloren het Prado, het Museo Reina Sofía en het Teatro Real in Madrid twee derden van hun werkingskosten. In Dublin blijven de musea van James Joyce en George Bernard Shaw vaak gesloten wegens geen betaald personeel. Het Italiaans theaterinstituut is gesloten. Dansgroep Amsterdam en tien andere Nederlandse podiuminstellingen haakten als gevolg van de bezuinigingen af. De enige overblijvende opera in Griekenland brengt alleen nog lichtvoetige operette. Overal krijgt wat van waarde maar weerloos is zware klappen.

En zelfs gesteld dat cultuur inderdaad alleen maar zou kosten, en niets geldelijk zou opbrengen, wat dus manifest onjuist is, wat dan nog?

Wat zegt het over een samenleving wanneer die cultuur niet langer als de basis van een beschaving ziet, maar enkel als een leuk extraatje, een speeltje? Die op eigen krachten maar moet zien te overleven of anders moet uitsterven, naar de wetten van de vrije markt?

Is er in deze samenleving nog plaats voor het immateriële, voor twijfel, voor zelfreflectie, voor de spiegel die de kunstenaar ons aanreikt, tegen de grote waarheden, dogma's en zekerheden die sommigen maar al te graag omarmen?

Is er in deze samenleving nog plaats voor iets anders dan winst, economische groei, concurrentievermogen, begrotingsevenwicht, en de hele retoriek van de zegevierende en niet langer erg gecorrigeerde vrije markt?

Kunst zou niet eens hoeven te bewijzen dat ze een daadwerkelijke economische return oplevert. Net zoals die andere nutteloze noodzaken, bijvoorbeeld de behoefte om niet-economische kennis te vergaren of om andere mensen te helpen. Kunst, kennis en solidariteit maken ons nochtans veel meer tot mens dan het vermogen het boekjaar van ons bedrijf en onze overheid met winst af te sluiten.

"Grote bezuinigingen in cultuurbudgetten creëren een klimaat van wanhoop bij kunstenaars en in de culturele wereld", zei Europees commissaris Androulla Vassiliou. Het gaat niet alleen om wanhoop maar ook om angst. Zij die werken in de sector zijn bang hun baan te verliezen. Zij die niet werken, zijn bang nooit een baan te zullen vinden. In Europa leeft de meerderheid van de kunstenaars vlak bij of onder de armoedegrens, zo becijferde de Europese Commissie.

Ook deze 5 procent besparingen treft niet de 5 procent rijksten in dit land, integendeel.

En zo plegen we een aanslag op de I Fiamminghi van de toekomst.

Yves Desmet
Opiniërend hoofdredacteur

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234