Donderdag 01/10/2020

Gemeenschapskunst

Als iemand de woorden 'kunst' en 'gemeenschap' in ��n zin vernoemt, is het heibel in de artistieke barak

De tijden veranderen razendsnel, er gaat van alles om in de wereld, en de kunstenaars vermeien zich in huis- en keukenvlijt en egocentrisch gezwijmel. Er zit geen polsslag meer in hun versjes en tafereeltjes, geen leven. Het is steriel, doods. Er kome daarom: gemeenschapskunst!

Dat was zo ongeveer de geest waarin August Vermeylen en vrienden in 1893 Van Nu en Straks (VNS) opzetten: "Een vrij voorhoede-orgaan gewijd aan de kunst van Nu, nieuwsgierig naar de kunst-nog-in-wording - die van Straks". We leven in een verbrokkelde tijd ("wij hebben ontleed tot wanhopens toe", ieder "heeft zich afgezonderd, één zijde beschouwend van wat is") die snakt naar synthese en gemeenschap. Het is de kunst die dat varkentje moet wassen, de rol van voorhoede op zich moet nemen.

Nog altijd, ruim een eeuw later, als iemand de woorden 'kunst' en 'gemeenschap' in één zin vernoemt, is het heibel in de artistieke barak. Iedere keer als minister van Cultuur Bert Anciaux in dat potje roert, is het prijs. Want als het daarover gaat, wordt er véél op een hoopje gegooid: cultuurparticipatie, de roep om engagement, nut of nutteloosheid van de kunst, noem het. In zijn meestal extatische geschriften geeft August Vermeylen in één zinnetje te kennen dat ook in zijn tijd spraak- en begripsverwarring op de loer lagen: "gemeenschapskunst?", schrijft hij in De kunst in de vrije gemeenschap, "De betekenis van deze uitdrukking heeft men tamelijk verminkt, maar een passender woord vind ik niet."

Je zou hopen dat we inmiddels toch een beetje geleerd zijn. Maar dat valt dik tegen, zoals bleek uit het gesprek tussen Bert Anciaux en schrijver Erwin Mortier dat deze krant onlangs optekende. De schrijver praat vanuit de vrees dat de minister de waarde van kunst wil gaan afmeten aan sociale criteria; de minister herhaalt dat zijn enige missie en doel erin bestaat om kunst zo wijd mogelijk te verspreiden ten bate van de gemeenschap. Heeft de een het over cultuur, de ander heeft het over cultuurverspreiding. Dit alles in dezelfde mixer.

Als 'kunst' en 'gemeenschap' in één zin vallen, zijn er drie mogelijke betekenissen. Er wordt bedoeld: 1) kunst uit de gemeenschap. Natuurlijk komt álle kunst voort uit de gemeenschap, want wij hebben geen weet van kunstwerken vervaardigd door buitenaardse wezens. Maar bedoeld wordt vanzelfsprekend dat kunst zijn wortels moet hebben in de gemeenschap ofte het volk. Het moet zich daaraan laven, stof en taal uit puren. Dat is een poëticale betekenis. Ook bedoeld kan zijn: 2) kunst voor de gemeenschap. Dan gaat het erom dat de kunstenaar tijdens het scheppen rekening moet houden met het liefst zo ruim mogelijke bereik van zijn kunst. Hij lette daarom op toegankelijkheid van vorm en inhoud. Ook dat is poëtica. En dan is er: 3) kunst naar de gemeenschap. Dat is het terrein van het cultuurfabriekje dat kunst aan de man en vrouw moet proberen te brengen. Of er bij de creatie nu al dan niet uit of voor de gemeenschap is gewerkt, doet er in dit geval niet toe.

Bij VNS speelt 3) geen enkele rol. Dat de tweede reeks van het tijdschrift (1896-1901) voor slechts 8 of 5 frank werd aangeboden, tegenover de 30/15 frank van de eerste reeks (1893-1901), heeft niets van doen met enige marktstudie als wel met de platte beurs van Vermeylen en consorten. Ook de bekommernis om kunst aan te bieden die bij voorbaat rekening zou houden met de massa (2), is ver te zoeken. VNS wilde de gemeenschap voor gaan, het hoopte eerst en vooral aan andere kunstenaars de juiste weg te tonen, en deed dat ook met verve.

Nee, als VNS het over 'kunst' en 'gemeenschap' had, ging het exclusief over de eerste, poëticale betekenis. De kunst van die dagen miste de polsslag van de tijd, zo klonk het. Artiesten heetten vervreemd van de samenleving, het Leven. Vermeylen klaagt in De kunst in de vrije gemeenschap over "artiesten van nu, waarvan de meesten te veel artiest zijn en niet genoeg mens". In zijn brieven aan De Bom oppert Vermeylen het idee dat de kunstenaar zich moet redden van "al de 'literatuur' & artisterij waaronder we nu bezwijken, ik geloof dat men dan terugkeert naar de zuivere, oorsprongreine, algemene &... gezonde kunst". Hij zet zich af tegen "de 'isolementskunst' die nu heerst".

Het zijn stuk voor stuk frasen waarvan de betekenis, lang na Vermeylen, nog gruwelijker 'verminkt' zou worden. De nazi's propageerden gemeenschapskunst, de communisten dicteerden de kunstenaars het sociaal-realisme. Het is wellicht vreselijk fout, maar ook een beetje onontkoombaar om in sommige passages van De kunst in de vrije gemeenschap de 'toekomst' van de eeuw na VNS te lezen. De ideale dichter heet een "priester" te zijn, "opgewassen uit het lijf van het gehele volk". En: "wij hopen alles van het volk, wanneer het niet meer vervalst door een kunstmatige cultuur, maar een normaal voortbrengsel is van de menselijke aard". Vermeylen heeft het verder over "de eenheid der maatschappij" en orakelt hoe "alle kunsten" zullen (moeten dus) "de handen in de handen gestrengeld, samen streven naar één grootse verwezenlijking van 't bewustworden der gemeenschap".

Het klinkt, zo uit zijn tijd en context gerukt, griezelig naar Kulturkampf. Omdat de vrees voor de cocktail 'kunst + gemeenschap' ook vandaag weer in Vlaanderen de kop opsteekt, is het misschien tijd om de discussie te beslechten. Bert Anciaux zegt zwart op wit dat kunst voor hem niets móét, maar dat hij wel zo veel mogelijk kunst naar de gemeenschap wil brengen. De kunstenaar mag naar eigen goeddunken zijn broodje bakken, maar de overheid moet cultuurverspreiders maximaal prikkelen (met subsidies) om zoveel mogelijk mensen warm te krijgen voor die broodjes. We kunnen moeilijk anders dan de minister op zijn woord geloven. Alarm moet er pas worden geslagen als zou blijken dat de cultuurverspreiders, omdat de minister achter hún vodden zit, op hun beurt kunstenaars gaan opjagen om hun broodjes aan te passen in de richting van betekenissen 1) en 2).

Tot bewijs van het tegendeel dus, wordt de discussie over 'kunst + gemeenschap' als volgt uitgeklaard. Ten eerste: já, in elk kunstwerk moet de pols trillen. Kunst moet de mens aanspreken, heel zeker. Dat is niet hetzelfde als: strelen of vleien. Een mens wordt ook aangesproken indien het kunstwerk hem of haar met weerbarstige vragen tot nadenken stemt en tot nieuwe inzichten brengt. Slaagt hij of zij erin om de mens aan te spreken, dan volstaat dat, dan staat die kunst in de gemeenschap. Twee, met alle mogelijke middelen moet worden geprobeerd om zoveel mogelijk geledingen in de maatschappij te doen proeven van die kunst. Het zou fijn zijn als één en twee niet zo voortdurend door elkaar werden gehaspeld. Ik ken culturo's wier neusvleugels licht begonnen te trillen als je hun vertelde dat je, zoals zoveel gezinnen met kinderen, naar Panamarenko was gaan kijken. Ook zo bij Kurt Van Eeghem: "Iedereen kent de naam Panamarenko, maar (...) hoeveel mensen zullen de content van Panamarenko kennen, hoeveel mensen zullen er ook van genieten?" So what? Als er van die duizenden bezoekers maar tien extra van het paard gebliksemd werden, is dat al de moeite waard toch? Al zag er maar één het licht.

Ook Gerard Walschap hield 1), 2) en 3) vrij goed uit elkaar. Over 3) schreef hij in De kunstenaar en zijn volk (Davidsfonds 1967) een hulde aan Ernest Claes: "Misschien is voor kunst en kunstenaar meer heil dan van het staatsmecenaat te verwachten van de nieuwe mogelijkheden geboden door radio en televisie, gecombineerd met boekenclubs en organisaties voor culturele ontspanning en vrijetijdsbesteding. Het is allemaal niet onmogelijk, velen verwachten zelfs, dat de nieuwe synthese waarop wij hopen, nu reeds onbewust wordt voorbereid door de onbekende vaklui, die voor radio en televisie werk leveren, waarvoor befaamde letterkundigen zich te goed achten en zich inspannen om dagelijks honderdduizenden, te boeien, te overtuigen en te ontroeren zoals ze nu eenmaal zijn."

Kunnen we het daarop houden als kunst en gemeenschap nog eens in één zin worden vernoemd? Dank u.

Filip Rogiers

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234