Zondag 27/09/2020

AchtergrondRoy Cohn

Gemeen, gevaarlijk en gewetenloos: Trumps leermeester Cohn was schaamteloos én beschaamd

Beeld /

Twee documentaires besteden aandacht aan de briljante jurist Roy Cohn, die in de Koude Oorlog communistenjager McCarthy opstookte en geldt als de leermeester van Donald Trump. Hij was een wandelende paradox: duivels en kwetsbaar.

Lang voordat Donald Trump Donald Trump werd, waren de kiemen van het Trumpisme al zichtbaar in Amerika. Het kwam in een andere gedaante, het droeg een andere naam, en het was natuurlijk niet helemaal identiek. Maar de manier waarop de huidige president van de Verenigde Staten politiek bedrijft – zijn agressieve tactiek en botte stijl van debatteren – manifesteerde zich al begin jaren vijftig; toen Trump zelf nog niet eens een tiener was.

De uitvoerder van dat vroege Trumpisme was de Republikeinse senator Joe McCarthy, die met zijn paranoïde jacht op communisten het politieke debat eigenhandig polariseerde en doordrenkte met vijanddenken. “McCarthyisme”, zo definieerde president Truman het destijds, “is de corruptie van de waarheid, het opgeven van onze historische toewijding aan eerlijk spel. (…) Het is het gebruik van een grote leugen en de ongegronde beschuldiging tegen elke burger in naam van het Amerikanisme en veiligheid. Het is de opkomst van de demagoog die van onwaarheid leeft.”

Het brein daarachter was Roy Cohn, de man die McCarthy tijdens de communistenverhoren letterlijk influisterde wat te doen en wat te vragen. Een briljant jurist, die al jong bekend stond als gemeen, gevaarlijk en gewetenloos. En die, twintig jaar na McCarthy, ook vastgoedmagnaat Donald Trump onder zijn vleugels zou nemen. Met Roy Cohn begint een lijn door de rechtervleugel van de Amerikaanse politiek, die zijn voorlopige hoogtepunt bij Trump heeft gevonden.

Roy Cohn (links) en Joseph McCarthy, 1954.Beeld Getty

Aan Roy Cohn (1927-1986) zijn in korte tijd twee documentaires gewijd. Vorig jaar kwam Where is My Roy Cohn? uit, van regisseur Matt Tyrnauer, dat aan de hand van oude film- en tv-beelden en interviews met hoofdrolspelers (onder wie Cohn-discipel en Trump-getrouwe Roger Stone) een ontluisterend beeld schetst van zijn machtspolitieke spelletjes.

En sinds vorige week is op HBO de documentaire Bully. Coward. Victim. The Story of Roy Cohn te zien, gemaakt door Ivy Meeropol, de kleindochter van Ethel en Julius Rosenberg. In 1951, toen Cohn slechts 24 jaar oud was maar al wel officier van justitie, speelde hij een centrale rol in het geruchtmakende spionageproces tegen het communistische echtpaar. Julius werd ervan beschuldigd informatie over de atoombom te hebben doorgespeeld aan de Sovjet-Unie. Hoewel daar geen overtuigend bewijs voor was (ofschoon Julius inderdaad een spion was), of dat Ethel überhaupt van spionage op de hoogte was,  werden de twee geëxecuteerd op de elektrische stoel.

Julius en Ethel Rosenberg.Beeld Getty

Slachtoffer

Een van de opmerkelijke dingen aan de documentaire Bully. Coward. Victim over de meedogenloze en hypocriete advocaat Roy Cohn, is de titel. Een pester en een lafaard, oké. Maar waarom beschouwt regisseur Ivy Meeropol, nota bene de kleindochter van het communistische echtpaar Rosenberg, mede door Cohn onterecht veroordeeld tot de doodstraf, hem als slachtoffer? “Iedereen die zoals hij niet kan uitkomen voor zijn homoseksualiteit is een slachtoffer”, zei Meeropol in The New York Times. “Hij is een slachtoffer omdat hij aan aids overleed. En ik denk dat hij een slachtoffer was van zijn eigen ideeën van wat het betekende een man te zijn, en wat het betekende om hard te zijn.”

Cohn manipuleerde een getuige en lobbyde in (illegale) privégesprekken met de rechter onophoudelijk voor de executie van de Rosenbergs. Hij hield zijn hele leven vol niet de minste spijt te hebben van hun doodstraf, dat hun twee zoontjes van 10 en 6 als wezen achterliet. Het opmerkelijke van Bully. Coward. Victim is dat Meeropol (een dochter van die oudste zoon) in die documentaire ook de menselijke kant van Cohn wil laten zien.

Onmenselijkheid is juist de reden waarom Roy Cohn ook decennia na zijn dood bleef intrigeren. ‘Zijn minachting voor mensen, zijn minachting voor de wet, straalde zo duidelijk van zijn gezicht af, dat wanneer je in zijn nabijheid was, je wist dat je in de nabijheid van het kwaad was’, zegt een van de geïnterviewden in Where is my Roy Cohn? Zijn geloken, fletsblauwe ogen, zijn met de jaren levenloos wordende gezicht (wegens een te strakke facelift, die Cohn bleef ontkennen, ook al waren de hechtingen bij zijn oren zichtbaar), en een groot litteken over de lengte van zijn neus (gevolg van een schoonheidsoperatie die zijn moeder hem als kind opdrong): ook Cohns voorkomen droeg eraan bij dat hij werd beschouwd als de belichaming van het kwaad.

Ook toneelschrijver Tony Kushner wordt aangetrokken door “de Poolster van het slechte”, zoals hij een van zijn personages Cohn laat omschrijven in zijn toneelstuk Angels in America (1993), over de begintijd van de aidscrisis in New York, maar Kushner benadrukt vooral Cohns ongerijmdheden. “Als ik iets kan schrijven dat maar half zo dialectisch is als hij, zou het een geweldig personage zijn”, zei hij eens.

In Angels in America is Cohn (in Nederland gespeeld door onder anderen Hans Kesting en Jacob Derwig, in de gelijknamige tv-serie door Al Pacino) een duivelse, maar ook kwetsbare figuur. Een rechtse pitbull-advocaat die fulmineert en uithaalt naar alles wat links en homoseksueel is, terwijl hij zelf een homo-in-de-kast is, die besmet raakt met hiv, en eenzaam sterft. Verteerd door aids en door zelfhaat.

Roy Cohn, 1964.Beeld Getty

Ook in werkelijkheid was Cohn een wandelende paradox. Zijn hele leven stond hij geregistreerd als Democraat, maar hij werkte voor de meest rechtse vleugel van de Republikeinen. Hij was een Jood die andere Joden vervolgde tijdens de anti-communistische heksenjacht van de jaren vijftig. Hij was een homoseksuele man die publiekelijk tegen homorechten ageerde; tot op zijn sterfbed bleef hij ontkennen dat hij homo was en aids had. Hij was schaamteloos, en beschaamd.

In 1954 viel het doek voor Cohn in Washington, toen duidelijk werd dat hij betrokken was bij een schandaal. McCarthy had het Amerikaanse leger beschuldigd communisten in eigen gelederen te beschermen. Het leger beweerde dat deze beschuldigingen dienden als chantagemiddel voor een speciale behandeling voor soldaat G. David Shrine. Tijdens de Army-McCarthy-verhoren in de senaat, die gedurende 36 dagen op televisie werden uitgezonden, werd voor de ogen van twintig miljoen Amerikanen duidelijk dat Cohn het leger onder druk had proberen te zetten om lichtere taken, extra verlof en een beter onderkomen (“een penthouse in het Waldorf Astoria hotel”) te regelen voor Shine, op wie hij verliefd was.

Cohn keerde daarop terug naar zijn geboortegrond: New York, op dat moment een van de meest corrupte steden ter wereld. Hij werd er advocaat bij een prestigieus kantoor, oud-collega’s herinneren hem als “superslim” en “met een steengoed geheugen”. Maar allengs werd duidelijk dat Cohn het juridisch spel niet volgens de regels speelde. “Het kan me niet schelen wat de wet voorschrijft, vertel me wie de rechter is”,  pleegde Cohn te zeggen (die op zijn 15de voor het eerst iemand omkocht: via de contacten van zijn vader, een rechter, wist hij een verkeersboete voor een leraar in te trekken).

De eigenaren van Studio 54, Steve Rubell en Ian Schrager, met in hun midden Roy Cohn.Beeld Getty

Herhaaldelijk werd hij beschuldigd van omkoping, afpersing, samenzwering, diefstal en jarenlange belastingontwijking (en zelfs van brandstichting, met een dodelijk slachtoffer tot gevolg), maar Cohn wist steeds te ontkomen. Het verhoogde alleen maar zijn status als Mister Manipulator: vanaf de jaren zestig vertegenwoordigde Cohn niet alleen de topstukken van de New Yorkse maffia (toen een maffialid in een restaurant vol getuigen iemand overhoop schoot, kreeg Cohn het voor elkaar dat de dader twee jaar voor doodslag kreeg in plaats van levenslang voor moord), maar ook leden van de oude en nieuwe elite: de aartsbisschop van New York, de scheepsmiljardair Aristoteles Onassis, de eigenaren van de legendarische nachtclub Studio 54, de eigenaar van de New York Yankees.

Cohn werd steeds meer een societyfiguur, die Rolls-Royces op kosten van de zaak kocht en zich omringde met rijke en beroemde figuren: van kunstenaar Andy Warhol tot schrijver Norman Mailer, van Democratisch senator Chuck Schumer tot mediamagnaat Rupert Murdoch. Burgemeesters, politiechefs, journalisten; ze kwamen allemaal naar zijn feestjes, waar Cohn mensen met elkaar verbond, onderlinge deals smeedde (ook tussen de onder- en de bovenwereld), en waar zijn invloed toenam.

In 1973 ontmoette Cohn Donald Trump; in een chic restaurant stonden hun tafels naast elkaar, en de vastgoedontwikkelaar gaf te kennen wel een gehaaid advocaat te kunnen gebruiken: vader en zoon Trump werden door justitie voor racisme aangeklaagd omdat ze geen huizen aan Afro-Amerikanen wilden verhuren. Cohn adviseert Trump zijn beproefde methode: nooit schikken, nooit schuld bekennen of excuses aanbieden. Maar aanvallen. Het resulteerde in een tegeneis van 100 miljoen dollar tegen de overheid wegens smaad – een eis die weliswaar werd ingetrokken, maar die justitie uit haar evenwicht bracht. Cohn en Trump schikten uiteindelijk, maar wisten dat publiekelijk te verkopen als een overwinning.

Cohn beschouwde Trump als zijn protegé (“Ik heb in mijn leven geen man ontmoet die zo dicht in de buurt van een genie komt als hij”), en leert hem zijn recept voor winst: wees dominant, geef nooit je fouten of verlies toe. Claim altijd de overwinning. Betaal nooit je rekeningen. Cohn adviseerde Trump ook hoe om te gaan met de pers, vertelt Roger Stone: vertel leugens of halve waarheden en verspreid lasterlijke verhalen over je tegenstanders (Cohn dicteerde hele kolommen aan New York Post en Daily News). Veel journalisten, wist Cohn, nemen dat klakkeloos over in hun eerste alinea’s, het weerwoord verderop leest toch bijna niemand.

1983: Roy Cohn (links) en Donald Trump bij de opening van de Trump Tower in New York.Beeld Getty

Cohn was ook degene die Trump in contact bracht met Rupert Murdoch, eigenaar onder meer van Fox News. “Je kunt zien wat Cohn in beweging zette”, zegt advocaat James Zirin in Where’s My Roy Cohn? “Het resultaat is de politieke arena van vandaag de dag.”

In 1986 – nadat Roy Cohn adviseur was geweest van president Nixon en Ronald Reagan had geholpen in het Witte Huis te komen – hield zijn directe invloed op. Het Hooggerechtshof onthief Cohn uit de Orde van Advocaten, wegens onethisch gedrag, diefstal en fraude bij eigen cliënten, en een poging een stervende man te dwingen zijn erfenis aan hem te schenken. Ook bleek hij voor 7 miljoen dollar belasting te hebben ontdoken. Cohn zou vijf weken later sterven.

Wat maakte dat Roy Cohn Roy Cohn werd? Anders dan de documentaire Where’s my Roy Cohn? (die het antwoord onder meer zoekt bij zijn moeder, die Cohn zowel met een minderwaardigheidscomplex als met een gebrek aan ethiek opzadelde), wil Ivy Meeropol niet weten hoe Cohn zelf beschadigd raakte, maar hoe hij anderen beschadigde, en vooral: waarom niemand ingreep. Hoe is het mogelijk dat hoe amoreler Cohn zich gedroeg, des te meer machtige mensen hij wist aan te trekken?

Behalve naar de menselijke kanten van Cohn – ja, hij was inslecht, maar ook charismatisch, en uitermate loyaal aan zijn vrienden – kijkt Meeropol daarom ook naar de medeplichtigen die hem hielpen vormen, naar de op diensten en wederdiensten gebaseerde verhoudingen in de Amerikaanse maatschappij, zowel zakelijk als vriendschappelijk, naar de cultuur van voor wat hoort wat. Als we een tweede Cohn of een tweede Trump (of, net zo goed, een tweede Jeffrey Epstein of Harvey Weinstein) willen voorkomen, stelt Meeropol impliciet in haar documentaire, zullen we moeten begrijpen hoe en waarom we ons laten gijzelen door foute macht.

Hoe trouw Cohn ook aan zijn vrienden was, die eer kreeg hij niet altijd retour. Toen hij een week nadat hij van het tableau was geschrapt een etentje organiseerde, kwam er niemand opdagen. Ook de stoel van zijn “grootste vriend” Donald Trump, die loyaliteit hoger in het vaandel heeft dan integriteit, bleef leeg. Na Cohns overlijden werd in diens nalatenschap een paar met diamant ingelegde manchetknopen gevonden die Trump hem had gestuurd als bedankje voor een juridische reddingsactie ­­– Cohn vond het ongemakkelijk zijn diensten bij vrienden in rekening te brengen.

Cohns erfgenaam liet de manchetknopen jaren later taxeren: de diamanten bleken nep.

Bully. Coward. Victim. The Story of Roy Cohn (2019, 93 min.) is te zien bij HBO via Ziggo

Where’s My Roy Cohn (2019, 97 min.) is te zien by Apple en Google.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234