Vrijdag 30/10/2020

Gelukt als schrijver, mislukt als mens

Geautoriseerde biografie van V.S. Naipaul

Met The World Is What It Is heeft Patrick French een samenhangende, bijwijlen onthutsende en choquerende, maar uiteindelijk menselijke biografie geschreven van de grimmige Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul.

Door Rudi Rotthier

De biografie is geautoriseerd, wat wil zeggen dat Naipaul zijn medewerking verleende, uitgebreid en veelvuldig geïnterviewd werd, zijn vrienden en familie, zijn archieven, notitieboeken en briefwisseling voor de biograaf openstelde (zelfs de ongeopende, dus ongelezen brieven die Naipauls minnares Margaret stuurde). Naipaul heeft, volgens French, geen woord in het boek laten veranderen, heeft evenmin pogingen ondernomen om het beeld dat van hem wordt geschetst op te smukken. In die zin is de biografie zoals de boeken van Naipaul zelf: onverbloemd, schrijnend eerlijk, illusieloos.

Het levensverhaal is eenvoudig genoeg. Naipaul, in 1932 op Trinidad geboren in een verpauperde familie van brahmanen, was de zoon van een briljante autodidact, en via zijn eigen schrijverscarrière deed V.S. de droom van zijn jonggestorven vader in vervulling gaan. Dat hij uit een familie van ongelovige hindoes afkomstig was, deel uitmaakte van een grote minderheid in een gekoloniseerd gebied (waar de meerderheid van de bevolking zwart was), zou ook zijn werk en zijn levenshouding bepalen. Hij schreef even indringend over de gruwelen van kolonisatie en kerstening (zowel kolonisatie als bekering introduceren zelfhaat bij de getroffen bevolking) als over de incompetentie, het racisme, de corruptie en de leegte van de nieuw onafhankelijke regimes. Hij werd het tegenbeeld van de schrijver die uit de derde wereld afkomstig was. Of hij op Trinidad geboren was, vroeg een interviewer hem in 1983. "Daar werd ik geboren, ja", luidde het antwoord, "Dat was, dacht ik, een grote vergissing."

Hij ging met een beurs in Oxford studeren, zocht de Britse nationaliteit, trouwde met een Britse vrouw, keek neer op de Cariben, keek neer op de bloedende harten van westerse intellectuelen die zich keer op keer lieten inpakken door de revolutionaire retoriek van halfwassen leiders, keek in het algemeen neer op anderen, ook op zijn eigen vrouw en op andere schrijvers.

En dat is dan wat men de paradox van Naipaul zou kunnen noemen. Een aangenaam mens was en is hij duidelijk niet, men kan hem met veel argumenten een racist en zeker een vrouwenhater noemen. Hij is in het algemeen niet in staat een reservering te maken, en weigert zijn bed op te maken (zelfs voor een ongelovige brahmaan is handenarbeid uit den boze, al hadden zijn voorouders om den brode op het land moeten werken), hij zoekt ruzie en misbruikt iedereen die ook maar de neiging vertoont hem te willen helpen. Zelfs nadat hij, na lange perioden van armoede, met zijn boeken en met vele prijzen een fortuintje bijeen heeft gesprokkeld, blijft hij het vertikken mensen te vergoeden voor geleverde prestaties, of op restaurant zijn part te betalen. Hij laat zijn minnares voor allerlei kosten opdraaien, al kan dat in haar geval deel hebben uitgemaakt van hun sm-spel.

Tegelijk spreekt uit zijn werk een gevoeligheid die zijn eigen vooroordelen overstijgt. Als schrijver van zowel fictie als non-fictie heeft hij antennes die hem leiden naar radicale, soms profetische conclusies: twintig jaar voor 11 september maakte Naipaul zich zorgen over de radicalisering in de moslimwereld; en nog eerder uitte hij zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Als reisschrijver, als een ander voor hem gereserveerd heeft en hij een gratis auto los heeft kunnen peuteren, blijkt hij in staat heel open te luisteren en vooral snel op te pikken wat voor hem belangrijk is (af en toe wil dat niet lukken, zoals met zijn boek over de VS, A Turn in the South, waarvoor hij niet echt een thema vindt).

French geeft elementen die de paradox aannemelijker maken. Volgens hem heeft Naipaul van jongsaf van zich af moeten bijten, vond hij vreugde of toch vrolijkheid in confrontatie. Later hanteerde hij een scheiding tussen de persoon en de schrijver, waarbij hij alleen maar schrijver was, "de literatuur diende", en onverschillig stond tegenover wat mensen van zijn persoon konden vinden. Dat begon misschien als pose, aldus French, maar het was een masker geworden dat zijn gezicht had aangevreten.

En zo komen we bij het meer sensationele deel van de biografie: de monsterachtige aspecten (de term monster is afkomstig van Paul Theroux, een van zijn vele afgewezen vrienden, die eerder memoires aan Naipaul heeft gewijd, Sir Vidia's Shadow).

Naipaul maakte in de loop van zijn leven duidelijk slachtoffers, in de eerste plaats zijn echtgenote Pat. Pat, een intelligente, getalenteerde, misschien zelfs ooit ambitieuze vrouw, voorstander van gelijkberechtiging, en een geïnspireerd klankbord voor Naipauls ideeën en werk, werd door de grote schrijver onder handen genomen tot zij alleen maar meer zijn hulpje was, iemand die zijn praktische noden vervulde. Hij waardeerde dat hulpje maar matig, en bij momenten, waarschijnlijk zelfs vaak, ergerde ze hem. Hij zei haar, en ze schreef die uitspraken in haar notitieboeken neer, dat ze geen talent had, dat hij haar niet aantrekkelijk vond.

Dat vreugdeloze, kinderloze huwelijk werd er niet beter op toen Naipaul, naar eigen zeggen 'a great prostitute man', tijdens een verblijf in Argentinië een getrouwde Brits-Argentijnse vrouw ontmoette, Margaret, met wie hij een stormachtige, wellicht hardhandige, affaire begon waarvan hij uiteindelijk zijn echtgenote op de hoogte bracht.

Het verschil tussen de passie met de minnares en de staat van het huwelijk was onmiskenbaar, en Pat, die ervoor koos de minnares, die ze in haar dagboeken nooit bij naam noemt, te accepteren, was daar het hart van in. Ruim twintig jaar bestonden huwelijk en minnares naast elkaar. Commentaar van haar echtgenoot op Pats leed: "Ik was bevrijd. Zij was vernietigd. Het was onvermijdelijk."

Naipaul had voor het eerst in zijn leven een bevredigende sensuele verhouding. Zijn boeken werden er (nog) beter van. De sensualiteit voedde zijn ultieme meesterwerk, A Bend in the River. Maar Pat schrompelde letterlijk weg, ze werd ziekelijk mager, voelde zich nog lelijker.

Pat is gestorven aan borstkanker, een ziekte die ze, zoals minnares Margaret, nooit in haar dagboeken benoemde. Toen bleek dat de ziekte was uitgezaaid en Pats dagen waren geteld, trok V.S. voor lange tijd op reis, overigens vergezeld van Margaret. Pat maakte geen bezwaar tegen zijn afwezigheid. Tot het laatst stond ze in zijn dienst, ging zijn werk voor op haar beslommeringen. Hij toonde niet veel sympathie. Hij was kwaad op haar, aldus het boek, kwaad omdat ze kanker had, maar ook kwaad omdat ze niet snel genoeg doodging aan die kanker. Het is een patroon in Naipauls reacties op tragische gebeurtenissen. Ook al gaat een ander dood, hij is het slachtoffer van de situatie.

Tijdens die reis gingen Margaret en V.S. niet voor het eerst ruziënd uit elkaar, en in Pakistan ontmoette de schrijver een gescheiden vrouw met wie hij vrij snel huwelijksplannen smeedde (in de realistische veronderstelling dat Pat weldra zou sterven).

Naipaul keerde terug naar Engeland, waar hij aan haar sterfbed zijn echtgenote op de hoogte bracht van de nieuwe vrouw (zij het zonder te specificeren dat hij al was verloofd). Pats reactie was karakteristiek: zodra ze dood was, zou het makkelijker voor hen zijn. "Het kon gezegd worden dat ik haar had gedood", aldus Naipaul.

Aan minnares Margaret heeft hij nooit gemeld dat hun relatie voorbij was. Zij vernam het bestaan van een nieuwe mevrouw Naipaul uit de kranten.

Men zou even ontluisterend over het racisme van Naipaul kunnen schrijven, zijn houding tegenover 'negers' (in zijn inleiding citeert French een commentaar op een vrouw, die volgens Naipaul "deed wat dikke vrouwen doen, ze trouwde met een Zoeloe"). Het onthutsende aan de biografie is dat na afloop van de 500 bladzijden niet alle sympathie voor Naipaul is geweken.

French geeft genoeg elementen om de onmens, de uitbuiter en de sadist in een context te plaatsen, om hem toch enigszins verwant te maken met de onmens in ons. Hij is wat hij is, in een wereld waarin hij zich ten koste van alles staande wist te houden. En bovenal bevat deze biografie, tussen de levenslijnen door (en Naipaul zelf heeft beweerd dat de biografie van een schrijver ter zake doet), een intrigerende, verrijkende waaier van literaire citaten, die in herinnering brengen hoe goed Naipauls boeken wel zijn, en hoeveel inzichten ze bieden. Mislukt als mens misschien, gelukt als schrijver zeker. Gelukte biografie.

Patrick French

The World Is What It Is. The Authorized Biography of V.S. Naipaul

Picador, Londen, 555 p., 20 pond (hardcover), 11,99 pond (trade paperback).

De Nederlandse versie verschijnt in september bij uitgeverij Atlas.

French geeft genoeg elementen om de onmens, de uitbuiter en de sadist in een context te plaatsen, om hem toch enigszins verwant te maken met de onmens in ons

De schaduw van een briljante vader

V.S. Naipaul was er niet tuk op andere schrijvers te loven. De modernisten (Woolf, Joyce) vond hij maar niets. Ooit vermeldde hij Balzac als de beste schrijver, ooit vermeldde hij zichzelf. Tolstoi kon hem vaak bekoren. Conrad kon ermee door. En tijdens een ander interview noemde hij Seepersad Naipaul zijn favoriete schrijver.

Zijn vader, die zichzelf als autodidact had opgewerkt tot journalist en schrijver, en die, toen hij nog maar in de veertig was, aan de gevolgen van een hartkwaal zou sterven, werd het lichtende voorbeeld van de zoon, met wie hij trouwens een neiging tot depressies deelde. De zoon nam de schrijfcode van zijn vader over: schrijf korte zinnen, gebruik korte woorden. Hij nam de filosofie van zijn vader over, diens religieus scepticisme.

Het leven van de vader werd stof voor de boeken van de zoon (met name in A House for Mr. Biswas). French vermeldt een evenement dat wellicht de veer brak bij de dynamische vader. Die had, als reporter voor The Guardian (niet de Britse krant, wel een blad op Trinidad), de draak gestoken met beweringen dat de hindoegodin Kali via een epidemie bij de veestapel wraak nam op de bevolking. Mensen zetten handeltjes op om via offers de godin te paaien. Goedgelovigen werden van hun spaarcenten beroofd. Enkele dagen na zijn laatdunkende verslag werd de auteur met de dood bedreigd, tenzij hij een geit aan Kali zou offeren. Op zaterdag zou hij vergiftigd raken, op zondag sterven en op maandag begraven worden. Het lachen verging hem toen de verantwoordelijke voor de hygiëne dood werd aangetroffen, klaarblijkelijk vergiftigd, en toen zijn eigen echtgenote er, in de pers, op aandrong dat hij die geit zou offeren.

De ultraseculiere Seepersad gaf toe en maakte het ritueel door dat indruiste tegen alles waar hij in geloofde. Er werd uitvoerig over bericht. Hij kwam als een gebroken man uit de episode tevoorschijn.

I'm a lucky man. I carry the world within me. You see, Salim, in this world beggars are the only people who can be choosers. Everyone else has his side chosen for him. I can choose. The world is a rich place. It all depends on what you choose in it. (...) I'm tired of being on the losing side. I don't want to pass. I know exactly who I am and where I stand in the world. But now I want to win and win and win.

(Uit: A Bend in the River)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234