Zaterdag 08/08/2020

‘Gelukkig zijn bestaat niet. Geluk komt met momenten’

Toen vorig jaar Le désespoir des singes... et autres bagatelles verscheen, waarvan al meer dan 300.000 exemplaren zijn verkocht, reageerde Frankrijk verrast op de literair hoogstaande autobiografie van Françoise Hardy. Niemand kon vermoeden hoe onzeker en kwetsbaar een van de succesvolste en mooiste chansonnières soms was en nog minder hoe hardvochtig haar huwelijk met zanger en acteur Jacques Dutronc was.Hij woont tegenwoordig met of zonder vriendin op Corsica, in het huis dat voor Françoise Hardy werd gebouwd in 1967. Zij verblijft in een ruim appartement in het chique zestiende arrondissement in Parijs. Een portier verwijst me door naar een deur wat verderop in de gang. Geen naam op de bel, anonimiteit verzekerd. Het idool van miljoenen jongeren uit de jaren zestig doet zelf de deur open en laat me binnen in een klein salon, in het gezelschap van een levensgroot boeddhabeeld. Ze excuseert zich voor het lawaai van de wasmachine op de achtergrond. Het is zaterdagmiddag. Ook in Parijs wordt dan een was gedraaid.Ze ziet ze er beter uit dan toen ik haar bijna drie jaar geleden opzocht. Ze is hersteld van het MALT-lymfoom waarvoor ze in 2004 chemotherapie kreeg.“Dat is gelukkig voorbij en ik hoop dat ik het niet meer hoef mee te maken. Maar voor wie kanker heeft gehad, blijft die als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangen. Het gaat goed met mij, maar af en toe voel ik me fysiek echt slecht en krijg ik totaal onverwacht een flauwte. Dan maak ik me zorgen dat het lymfoom terug is. Het is moeilijk om met die voortdurende angst te leven. Maar hoewel ik altijd heb gedacht dat ik een pessimiste was, verbaast het me nu dat ik er alle vertrouwen in heb dat het wel goed komt.”

Heeft uw ziekte een rol gespeeld bij het schrijven van dit boek?

“Eigenlijk niet. Het boek is een idee van mijn uitgever, die er drie jaar over gedaan heeft om mij te overtuigen. Ik ben een introverte mens. Ik heb meer tijd in mijn eentje doorgebracht tussen boeken, films en muziek dan dat ik spannende ervaringen heb opgedaan. Wat viel er te beschrijven? Maar er waren over mij al een aantal biografieën verschenen waarin veel leugens en onwaarheden staan die me diep hebben geraakt. Ik wilde uiteindelijk toch dat Thomas (de zoon uit haar huwelijk met Jacques Dutronc, JR) en mijn vrienden mijn waarheid kenden.”

Hoe bent u te werk gegaan? Had u archieven bijgehouden, of een dagboek?

“De laatste tien jaar heb ik wat correspondentie bewaard en dat heeft me zeker geholpen. Maar voor de tijd daarvoor heb ik research moeten doen naar mezelf, veelal op het internet. Daarnaast heb ik veel gehad aan een ernstige en geautoriseerde biografie over Jacques Dutronc en aan mijn platen, waarop ik data terugvond die in mijn hoofd door elkaar waren geraakt.”

Hebt u hulp gehad bij het schrijven?

“Oorspronkelijk zou ik het samen met een journaliste schrijven, maar ik ontdekte al snel dat dat niet werkt. Schrijven is een uitermate solitaire bezigheid en ik wilde heel precies formuleren. Het heeft me iets meer dan een jaar gekost. Ik schrijf moeizaam, met veel schrappen en schaven. De woorden vinden mij niet makkelijk. Soms zat ik een week vast op een zin die niet wilde vlotten.”

Had u behalve uw zoon en vrienden ook een bepaald lezerspubliek voor ogen?

“Ik dacht inderdaad eerder aan vrouwelijke lezers omdat ik over de moeilijkheden in mijn huwelijksleven wilde schrijven en over de gevoelens die ik daarbij had. Ik heb alles wat me overkwam altijd grondig geanalyseerd omdat ik wilde begrijpen waarom de dingen gebeurden. Wie problemen heeft, heeft de neiging de andere te beschuldigen. Ik wilde benadrukken dat een koppel functioneert als een neurotisch raderwerk waarbij je elkaars problemen als het ware voedt en ze zelfs onbewust uitlokt.”Françoise Hardy begint aan de relatie met Jacques Dutronc in 1967, vijf jaar na de hit ‘Tous les garçons et les filles’, die haar in één klap wereldberoemd maakt. Hij is een zanger, muzikant en liedjesschrijver met wie ze af en toe werkt. Ze schrijft - in de soms wat stroeve Nederlandse vertaling - hoe ze “langzaam maar zeker (valt) voor de charmes van niet alleen zijn blauwe ogen, maar ook zijn o zo verwarrende manier van doen - uitdagend, af en toe cynisch, altijd raadselachtig - waarachter (ze) een enorme gevoeligheid en kwetsbaarheid vermoedde”. Een jaar later al gaat hun relatie bergaf. Dutronc heeft een alcoholprobleem, is bij tijden ronduit grof en wreed met haar en hij bedriegt haar bijna vanaf de eerste dag. “Extreem aantrekkelijke en beroemde mannen trekken andere vrouwen aan als honing bijen. Toen ik de jaloezie voorbij was, besefte ik dat ik veel tijd had verloren met mezelf pijn te doen. Jarenlang heb ik alle kattenbelletjes die Jacques mij schreef zorgvuldig bewaard, maar toen ik voor het laatst verhuisd ben, heb ik ze allemaal vernietigd. Als je die briefjes las, kreeg je de indruk dat we een idyllische relatie hadden, een prachtige wederkerige liefde. Hij zal wel van mij hebben gehouden, maar ik heb me in die relatie zeker niet kunnen ontplooien. Jacques was er nooit voor mij en altijd weer was er zijn behoefte aan andere vrouwen om aan zijn sterke libido te voldoen. Ik neem hem dat niet kwalijk, maar als je dat ontdekt terwijl je zelf nog verliefd bent, doet dat verschrikkelijk veel pijn. Dat wens ik niemand toe, al moeten te veel vrouwen dat nog altijd meemaken. Het is ook een psychologisch spel. Het masochistische trekje in mij lokte misschien niet meteen sadisme uit, maar liet toch veel frustratie toe.”Toch trouwen ze, in 1981. Er is bij Françoise een knobbeltje gevonden in de rechterborst dat operatief moet worden verwijderd. Ze is bang dat ze niet uit de narcose zal ontwaken. Zij is de eigenaar van de appartementen en huizen in Parijs en op Corsica, en ze wil niet dat Jacques op straat komt te staan. Maar eerder heeft ze ook al vriendschap gesloten met escortgirl Susi Wyss. “Jacques heeft me aan haar voorgesteld. Ze is een Duitstalige Zwitserse en je spreekt haar naam uit als ‘vice’. Is het niet ongelooflijk dat dat in het Frans ontucht betekent? Nu, totaal onverwacht zijn zij en ik vriendinnen geworden. Daar werd Jacques zeer zenuwachtig van! Ik vond het interessant om iemand te leren kennen die zo totaal anders in elkaar zat dan ik. Susi heeft me dan voorgesteld aan de flamboyante zangeres Armande Altaï, die weggelopen leek uit de achttiende eeuw met haar vlammende bos krulhaar en barokke zwarte jurken. We gingen veel met zijn drieën uit en ik mis dat wel. Het was een vrolijke tijd. We kwamen samen een restaurant binnen en waren de sensatie van de avond. Susi was nogal doof aan één oor, ze sprak heel luid. Ze had volle, ronde vormen die met moeite in haar zelfgemaakte felgekleurde kleren pasten. Het contrast met mij kon niet groter zijn. Aan mij is niets spectaculairs, ik beweeg me meer in de schaduw dan in het licht. Onlangs zei Jacques voor de zoveelste keer in een interview dat ik een midinette ben en hij een minuitnette. Hij heeft gelijk. Ik ben op een ongelooflijke manier sentimenteel en het wordt er met ouder worden niet beter op. Ik ben nog altijd gek op melodramatische feuilletons op tv en sentimentele liedjes. Eén van mijn favoriete schrijvers is Henry James. Van hem is geen echt liefdesleven bekend, maar hij weet de gevoelens van zijn personages op een buitengewone manier te exploreren. Dat boeit mij. Ik ben niet iemand die de strijd aangaat. Als ik merk dat iemand geen belangstelling voor mij heeft, doe ik geen moeite. Susi zal er alles voor doen om zo iemand absoluut voor zich te winnen.”Ondanks de moeizame relatie met Jacques Dutronc wil Françoise toch een kind met hem. Ze wonen niet samen en de dag waarop ze het goede nieuws verneemt dat ze zwanger is, durft ze het hem niet eens te vertellen. “Ik wist”, zo schrijft ze, “dat hij thuis was, maar de leden van zijn band zouden er ook zijn; hij was niet op een andere manier te bereiken en ik was bang dat ik ongelegen kwam. Ik kon beter braaf naar huis gaan dan een wanklank riskeren. Pas toen hij me een paar dagen later belde uit Nouméa kon ik het hem vertellen. (...) Waarom was ik zo geremd en onzeker, waarom had ik zo weinig vertrouwen in de man van wie ik hield dat ik te bang was om bij hem aan te kloppen, terwijl ik er toch zoveel behoefte aan had mijn geluk met hem te delen en voor even, heel even maar, zijn armen om me heen te voelen?”Haar zwangerschap verloopt in grote eenzaamheid en daar lijdt ze onder, maar ze is mooier dan ooit. Het is geen toeval dat de foto op de cover van haar autobiografie uit die periode dateert. Ze is dolgelukkig met de geboorte van haar zoon Thomas, op 16 juni 1973. Ook nu nog draait haar leven geheel rond hem en het boek is aan hem opgedragen. Toch heeft hij het nog niet gelezen.“Thomas is erg gevoelig. Hij weet natuurlijk al veel over mij, maar ik vermoed dat hij bang is om toch overstuur te geraken door wat ik schrijf. Ik probeerde me bij het schrijven wel voortdurend zijn reactie voor te stellen als hij het boek zou lezen als ik er niet meer ben. Er zijn echt paragrafen waarbij ik dacht: hier vloeit vast een traan. Van Jacques dacht ik ook dat hij het niet zou lezen. Maar hij heeft het uiteindelijk vorig jaar in november toch gedaan, toen hij in het ziekenhuis lag voor een heupoperatie.”

U bent erg open en oprecht in uw boek. Toch moeten er ook voor u grenzen zijn geweest aan wat u wel of niet wilde schrijven. Fotograaf Jean-Marie Périer, uw eerste grote liefde, vertelde me onlangs nog dat hij u adviseerde om niet te ver te gaan in wat u over Jacques Dutronc schreef, omdat hij toch de vader blijft van uw kind.

“Dat klopt, maar ik heb geen rekening gehouden met zijn advies. Ik heb hem gezegd dat hij moest wachten met zijn mening tot ik het boek geschreven had. Wat negatief kan lijken voor Jacques lag deels ook aan mij. Ik beschrijf ook hoe belangrijk zijn jeugd is geweest voor zijn latere gedrag. Zijn ouders waren veel te tolerant, waardoor hij geen structuur kreeg in zijn leven. Ik zou het u niet moeten vertellen, maar ik weet dingen over Jacques Dutronc die nog tien keer erger zijn dan wat ik beschrijf. Mijn doel was om een evenwichtig beeld van hem te schetsen. Waar ik Jean-Marie wel in ben gevolgd is om passages te schrappen waar ik zelf al twijfels bij had. Zo had ik een uitvoerig verslag gegeven van een miskraam en van mijn ziekte. Dat vond ik zelf too much.”

Dus toch zelfcensuur?

“Ik wilde vooral verhalen kwijt die tot beschouwingen kunnen leiden, niet de ongezonde nieuwsgierigheid van sommige mensen bevredigen.”

U verbergt de namen van mensen van wie je de identiteit makkelijk terug kunt vinden achter initialen. Waarom?

“Dat heeft met juridische implicaties te maken. Ik spreek bijvoorbeeld over een vriendin, een bekende persoon, die na mijn eerste optreden in de Olympia bloedend mijn kleedkamer binnenkwam met hoedenspelden in haar aders. Ik kreeg het advies om haar toestemming te vragen om daarover te schrijven. Ik neem contact met haar op en wat blijkt? Ze herinnert zich daar hoegenaamd niets meer van. Voor mij behoren die momenten tot de meest dramatische in mijn leven en zij heeft ze verdrongen. Dus heb ik haar naam moeten schrappen om geen proces te riskeren.”

U hebt zelf ook een aantal affaires gehad. Die mannen figureren ook anoniem in uw boek, als ‘de jonge Engelse acteur’ (in 1966), ‘de grote Italiaanse artiest’ (in 1973) of de ‘knappe, onbereikbare vreemdeling’ (in 1988) .

“Ik vermoed dat ze nog altijd in leven zijn, mijn bekentenis zou hen in de problemen kunnen brengen, want ze waren indertijd niet vrij. Begrijpt u wat ik bedoel? Ik ontdek zelfs vandaag nog allerlei dingen over Jacques die ik me nooit had kunnen voorstellen. Dertig jaar geleden zou ik daar meer overstuur van zijn geweest dan nu, maar het is toch niet echt fijn. Op dezelfde manier zou ik anderen verdriet doen terwijl het allemaal zo lang geleden is.”Altijd rekening houden met een ander, het wordt haar tweede natuur. Voortvloeiend uit haar opvoeding door een dominante en koude moeder en een afwezige vader, twintig jaar ouder dan haar moeder, getrouwd en met een veel hogere sociale status dan zij.“Je bent een bastaard of je bent het niet: ik vind het moeilijk om mezelf een plaats te geven, mijn identiteit is wazig en mijn productie tweeslachtig.”Françoise Hardy die de naam draagt van haar moeder en die van haar vader niet onthult, ontdekt pas langzaam maar zeker wat voor een man haar verwekker is. “Op een dag stond er een man voor mijn deur. Ik weet niet hoe hij me gevonden had. Hij sloeg mea culpa omdat hij van mij afnam wat mij toekwam, zei hij. Ik begreep er niets van. Het bleek om een vriendje van mijn toen al oude vader te gaan. Mijn vader gaf hem veel geld, waardoor ik minder zou erven. Een hoogst bizar verhaal, maar daardoor ontdekte ik de homoseksualiteit van mijn vader.”

Uw vader wordt, bewusteloos geslagen, thuis aangetroffen te midden van zijn uitwerpselen. Wat heeft dat nieuws met u gedaan?

“Het heeft me niet diep geraakt, moet ik eerlijk bekennen. Weet u, mijn vader heeft zich nooit met ons beziggehouden. Als klein meisje leefde ik met mijn moeder en zus in een verstikkende omgeving. Mijn vader kwam uit een andere wereld. Ik zag hem erg weinig en ik had een ideaalbeeld van hem bij elkaar gefantaseerd dat niet overeenkwam met de realiteit. Toen ik dat begreep, voelde ik hooguit nog genegenheid voor hem. Zijn theatrale einde lokte bij mij dan ook meer mededogen uit dan iets anders. Hoewel hij geld had, leefde hij al jaren totaal vervuild als een clochard. Toen hij na de aanslag op zijn leven gehospitaliseerd werd, moest ik hem gaan bezoeken. Mijn moeder had me gewaarschuwd dat hij intussen lang haar had en in de war was. Zo had ik hem nooit gekend en ik had geen zin om naar hem toe te gaan. Bovendien kan ik hoegenaamd niet tegen fysieke aftakeling. Maar de dag waarop ik naar het ziekenhuis zou gaan, is hij gestorven. Het kan vreemd klinken, maar ik was opgelucht. En toen mijn moeder stierf, voelde ik hetzelfde. Zij heeft altijd een stevige greep op mij gehad, wij vormden in mijn jeugd echt een koppel samen. Toen ik ging samenwonen en een relatie kreeg zoals zij er nooit een had gehad, heeft ze er alles aan gedaan om die greep op mij te bewaren. Ik heb pas op mijn veertigste de navelstreng kunnen doorknippen. En op die leeftijd gebeurt dat op een gewelddadiger manier dan als je jong bent.”Haar moeder krijgt ALS, een dodelijke, progressieve verlammingsziekte. Het is volgens Françoise Hardy geen toeval dat de armen van haar moeder, die nooit tot warme omhelzingen in staat is geweest, de eerste ziekteverschijnselen vertonen. Maar ook deze tegenslag brengt moeder en dochter niet dichter bij elkaar.“Zo probeerde ze mij er verwijten over te maken dat ik haar niet wilde wassen. De gedachte haar naakt te zien en haar als een baby af te soppen was onverdraaglijk voor me, temeer daar ik aanvoelde dat het hier niet ging om een verzoek waarvoor niemand anders te vinden was - we vonden zonder enige moeite een verpleger - maar om een uitdaging, een test die ze me oplegde, waardoor ik me nog meer geblokkeerd ging voelen. De rollen omdraaien en voor je moeder zorgen alsof ze je kind is, ging mijn krachten te boven in alle betekenissen van het woord”, schrijft ze in een aangrijpende passage. “Ik zou het zelf ook niet kunnen verdragen dat mijn zoon of Jacques me zouden moeten wassen. Toen Jacques hoorde dat hij geopereerd moest worden, liet hij me verstaan dat hij zich in het begin bijna niet zou mogen bewegen en dat hij op mij rekende. Ik ben een maand niet goed geweest van het idee alleen al. Het zou me met hem minder moeilijk zijn gevallen dan met mijn moeder, maar ik zou het toch afstotelijk gevonden hebben. Toen ik in het ziekenhuis merkte dat hij de dag na zijn operatie al mocht rondlopen en dus voor zichzelf kon zorgen, was ik zo opgelucht, dat kunt u zich niet voorstellen. Ik schaam mij een beetje dat ik dat moet bekennen. Mensen die zoiets wel aankunnen, verdienen een hemel - als de hemel al bestaat. Ik heb de kracht noch het talent om op die manier lief te hebben.”

U schrijft ook over de euthanasie waarvoor uw moeder gekozen heeft, in 1991 al.

“Dat is in Frankrijk nog altijd een onderwerp dat voor veel controverse zorgt. Maar ik herinner mij dat mijn moeder en ik samen naar debatprogramma’s op tv keken waarin ze dat onderwerp bespraken en dat wij er allebei enorme voorstanders van waren. Euthanasie is een recht. Helaas speelt het katholicisme een negatieve rol in de legalisering. Volgens de katholieken moet je de beker tot op de bodem leegdrinken. Maar als je dieren een spuitje geeft als ze liggen te zieltogen, dan is het toch niet meer dan normaal dat je ook aan de wensen van de stervende mens tegemoetkomt.”

Hebt u daar reacties op gekregen?

“Niet zoveel. Op het boek wel. Sommige vrouwen schreven me dat ze zich in mij herkenden. Dat is heel pakkend. Wat me wel overhoop heeft gehaald zijn de brieven van een aantal moeders die gechoqueerd waren door mijn opmerking over de schizofrenie van mijn jongere zus. Zij was een ‘ongelukje’. Mijn vader wilde haar absoluut niet houden, mijn moeder wel maar die kon door haar werk onmogelijk voor het kind zorgen. Mijn zus kon bovendien net zomin als ik opschieten met mijn moeder. Ik had geschreven dat die rampzalige achtergrond ertoe geleid had dat mijn zus schizofreen, paranoïde en suïcidaal werd. Dat is niet correct. Mijn moeder was niet verantwoordelijk voor de schizofrenie van mijn zus. Die passage heb ik in volgende edities aangepast.”

U hebt uw persoonlijke leven in het boek verweven met beschouwingen over maatschappelijke thema’s als euthanasie en het katholieke geloof, waarvoor u erg kritisch bent, en uw muzikale carrière. Maar u bent ook bekend voor uw werk met astrologie en uw boeken daarover. Toch hebt u daar minder over geschreven. Waarom?

“Omdat het een intellectuele en vrij technische bezigheid is die de mensen snel gaat vervelen. Toen ik schreef over wat ik voelde toen ik ontdekte dat Jacques Dutronc een verhouding had met Romy Schneider, leek het alsof ik een roman aan het schrijven was. Dat kun je over astrologie niet zeggen. Mijn liedjesteksten zijn ook autobiografisch. De problemen met het lymfoom, bijvoorbeeld, heb ik verwerkt in ‘Tant de belles choses’, een liedje waar ik veel van hou. Ik wist dat ik voor afwisseling moest zorgen. Privéverhalen naast grappige, soms ongelooflijke anekdotes uit mijn professionele leven. Zoals wat me is overkomen met Jean-Claude Vanier, aan wie ik gevraagd had om een van mijn liedjes te arrangeren. Ik had hem gezegd dat ik een hekel had aan fluiten die de violen nog aansterkten. Ik kom aan bij de opnamestudio en wie zijn de eerste muzikanten die ik zie? Zes fluitisten!”

U hebt wel vaker een wat moeilijke relatie gehad met de arrangeurs of de producers van uw platen. Waar komt die bijna permanente ontevredenheid over uw werk vandaan?

“Michel Berger heeft van bij het begin van onze samenwerking voor de plaat Message Personnel zijn voorwaarden opgelegd. Hij wilde zelf niet meer dan twee nummers componeren, de andere heeft hij op een drafje bij elkaar gezocht. Ik voelde me dus verplicht liedjes op te nemen waar ik niet wild van was. Dat maakte me ongelukkig. Zeker omdat mijn bijdrage aan een plaat meer zit in de keuze van mijn liedjes dan in de manier waarop ik ze interpreteer. Ik zie mezelf niet als een grote zangeres, wat ik erg jammer vind overigens. Je werkt vooraf ook niet met zo’n liedjesschrijver samen, je leert de liedjes in je eentje aan. Aangezien ik meer een tekstschrijver dan een componist ben en ik ook geen muzikale opleiding heb gehad, ontstond er bij het instuderen al eens een valse plooi. En omdat ik een Steenbok ben, door hun traagheid ook niet de soepelste mensen, kan ik me in de studio dan niet makkelijk van zo’n valse plooi ontdoen. Dat ergert de mensen met wie ik werk. Gabriel Yared heeft me prachtige liedjes bezorgd, één daarvan is zelfs het mooiste dat ik ooit heb gezongen, ‘Que tu m’enterres’, maar hij wilde ook dat ik heel ritmische en grappige liedjes zong die me hoegenaamd niet lagen. Hij dacht dat ik met opzet niet over de muzikale moeilijkheden wilde geraken, maar dat was niet zo. Ik had gewoon geen zin om zes uur lang dezelfde zin te repeteren omdat ik hem niet gezongen kreeg.”

Het verbaast mij dat u met uw reputatie en commerciële slagkracht geen grotere controle hebt over uw oeuvre.

“Met grootheden als Berger of Yared heb je dat inderdaad niet. Maar met Tuca, een Braziliaanse zangeres en liedjesschrijfster, heb ik echt kunnen samenwerken aan de plaat La question en ik ben er nu nog altijd even fier op als toen ik ze in 1971 opnam. Tuca heeft vooraf gedurende een maand met mij de nummers gerepeteerd. Het was de eerste keer dat ik in een studio kwam zonder dat ik op de tekst de maten moest noteren waarop ik moest inzetten of zwijgen. Met een producer heb je altijd conflicten. Ik kon mijn liedjes wel kiezen, maar verder had ik maar een los idee van wat de plaat moest worden. Als het eindresultaat daar dan in de verste verte niet mee overeenkomt, ben ik ongelukkig. Nu, dat overkomt niet mij alleen, elke zanger of zangeres kent die situaties. Volgende week stap ik weer in de studio en nu zal het door mijn onvoorspelbare flauwtes misschien nog ingewikkelder zijn.”

Zou u met de afstand van de jaren kunnen zeggen dat u een gelukkige vrouw bent?

“Gelukkig zijn bestaat niet, geluk komt met momenten. Ik ben wel geprivilegieerd. Ik heb een fantastische zoon. Omdat ik een angstige mens ben, zal ik tot het einde van mijn dagen bezorgd om hem zijn, maar hijzelf heeft me nooit enige reden tot bezorgdheid gegeven. Hij heeft voor de muziek gekozen en dat maakt hem gelukkig. Dat is voor een moeder een enorm privilege. Daarnaast heb ik natuurlijk altijd heel comfortabel kunnen leven van mijn vak, dat ook een roeping was. En ten slotte ben ik tot over mijn oren verliefd geweest op mannen als Jacques Dutronc of Jean-Marie Périer, die de moeite waard waren om voor te lijden. Wat ik in dit leven door al mijn tegenslagen bijgeleerd heb, was vooral van sentimentele aard. Maar ik hoop dat ik meerdere incarnaties zal beleven. Eén leven is lang niet genoeg om te leren wat er te leren valt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234