Dinsdag 17/09/2019

Achtergrond

Geluk kun je niet kopen. Of wel?

Beeld Shutterstock

Geld maakt niet gelukkig, zeggen ze. Maar gelooft ú het? Waarom steken we dan zo veel tijd in het vergaren van geld? De wetenschap begint een klein beetje greep op het vraagstuk te krijgen. Verduidelijking aan de hand van acht stellingen.

Geld maakt niet gelukkig, zeggen ze. Maar rijke mensen zijn gemiddeld gelukkiger dan arme. Hoe zit dat dan?

In rijke landen zijn mensen gemiddeld gelukkiger dan in arme landen. En binnen rijke landen zijn rijke mensen door de bank genomen iets gelukkiger dan arme. Maar uit alle studies blijkt ook hoe verrassend klein het effect is van een gevulde bankrekening op ons welbevinden, met name in het rijke Westen. Zodra je eerste levensbehoeften grondig zijn vervuld maakt extra geld niet extra blij, zo concludeerde de Israëlische psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniël Kahneman op basis van telefonische interviews met 450.000 Amerikanen tijdens de crisisjaren 2008-2009. Het verzadigingspunt ligt net boven het gemiddelde gezinsinkomen. Bij ons ligt het plafond aan geluk dat geld kan brengen op pakweg 60.000 euro per jaar. Dat verklaart meteen waarom het humeur in rijke landen vrij stabiel is, ongeacht crises of perioden van snelle inkomensgroei.

Wie in een tv-quiz een massa geld wint, ziet er nochtans nooit echt ongelukkig uit.

Extra geld maakt wel blij, maar zeer tijdelijk. Van een leuke loonsverhoging genieten we ongeveer een jaar, schat de Tilburgse econoom en geluksonderzoeker Ruud Muffels op basis van het bestaande onderzoek. De kick van een miljoenenklapper duurt ongeveer een jaar of twee. "Dan treedt er gewenning op. Meestal is dan ook het uitgavenpatroon aangepast aan de nieuwe inkomsten."

Dat de mens zijn levenshouding aanpast heet 'hedonistische adaptatie'. Een biologisch gegeven, benadrukt de Amsterdamse hoogleraar psychologie Meike Bartels. "Veranderingen, vooral als ze ingrijpend zijn, brengen ons uit balans. De mens probeert altijd het evenwicht te herstellen door terug te keren naar het basisgevoel van voorheen. Of het nu om positieve ervaringen gaat of om nare gebeurtenissen, zoals het verlies van een partner of een kind. Dat streven naar het herstellen van de balans is een biologisch gegeven. Ook al lukt het de een beter dan de ander."

Maakt het nog uit voor het geluksgevoel wat je met het geld doet?

Ja. Weggeven werkt het best. Lees het boek Gelukkig Geld. De nieuwe wetenschap over slimmer spenderen van de Amerikaanse psychologe Elizabeth Dunn. Ze analyseerde de uitgaven van een representatieve groep van ruim zeshonderd Amerikanen. De mensen die het meeste geld aan anderen uitgeven (van cadeautjes tot en met goede doelen) bleken zich op een schaal van 1 tot 5 gelukkiger te voelen dan de deelnemers die het geld vooral aan zichzelf spenderen.

Dat is geen spijkerhard bewijs dat geld weggeven gelukkig maakt, want het is bekend dat blije mensen eerder hun portemonnee trekken voor anderen. Waarschijnlijk werkt het in twee richtingen, volgens Dunn. In een van haar experimenten vroeg ze vijftig studenten 's morgens op de campus hoe gelukkig ze zich voelden, op een schaal van 1 tot 10. Daarna kregen ze een envelop met 5 tot 20 dollar. De ene helft moest het geld aan zichzelf besteden, de andere helft aan een cadeau voor iemand anders of een goed doel. Aan het eind van de middag rapporteerden de studenten die het geld weggaven veel vaker een verhoogd geluksgevoel dan de jongeren die zichzelf mochten trakteren. Dat weggeefeffect vond Dunn ook bij werknemers die een bonus van 5.000 euro kregen. Na zes tot acht weken bleek het gelukseffect van de bonus het grootst als het geld was aangewend voor anderen.

Wat ook uitmaakt, is of je spullen van het geld koopt of ervaringen. "Het geluksgevoel na de aanschaf van nieuwe spullen duurt maar kort", aldus de Nederlandse econoom Muffels. "Het plezier dat een reis oplevert, ebt veel minder snel weg. Vooral als je met anderen op stap gaat."

Misschien is de relatie geld en geluk wel omgekeerd en hebben opgewekte types domweg meer kans om later rijk te worden.

Twee dwarse onderzoekers, de Belg Jan-Emmanuel De Neve en de Amerikaan Andrew Oswald, denken inderdaad het laatste. Hoe gelukkiger Amerikanen zich als tiener of jonge twintiger voelen, des te hoger hun inkomen tien jaar later. Diep ongelukkige tieners verdienen zeven jaar later 30 procent onder het gemiddelde, terwijl de gelukkigste teenagers 10 procent boven het gemiddelde zaten. De Neve en Oswald - die de gegevens van 15.000 Amerikanen bestudeerden - controleerden of dit geen kwestie was van genen of wellicht de invloed van een rijk gezin. Dat was niet het geval. Ook als broers en zussen met elkaar vergeleken worden, weet de blijmoedigste broer of zus later de meeste centen te vangen. Een verklaring hebben De Neve en Oswald ook, denken ze. Opgewekte mensen vinden sneller een baan, maken eerder promotie, hebben meer energie en doorzettingsvermogen enzovoort.

Hoe serieus is al dat onderzoek naar zoiets vaags als geluk?

Een grote beperking is dat het vrijwel altijd gaat om groepen mensen die met elkaar vergeleken worden. Het zijn altijd gemiddelden. Rijke mensen zijn gemiddeld blijer dan arme, maar de verschillen bínnen die groepen zijn enorm. Dat komt doordat externe factoren zoals geld, materiële zaken en de dingen die je allemaal meemaakt relatief weinig effect hebben op het humeur. Veel belangrijker zijn genen en persoonlijkheid. Die bepalen hoe je de omvang van je portemonnee waardeert. En hoe je grote gebeurtenissen in het leven ervaart. De Amsterdamse geluksprofessor Meike Bartels is juist geïnteresseerd in het individu. Waarom is de ene mens wel gelukkig met een kleine beurs en de andere niet. Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen.

Ook valt er te twisten over de definitie van geluk. Het ene onderzoek legt de nadruk op levensvoldoening: wat voor cijfer geeft u uw leven als geheel, heeft u uw doelen bereikt? Andere onderzoeken kijken vooral naar hoe mensen zich op dat moment voelen: emotioneel welbevinden. Verschillende definities leiden tot andere uitkomsten. Rijke mensen geven hun leven een hoger cijfer, maar ze scoren niet hoger op emotioneel welbevinden.

Geluk is een subjectieve maatstaf. Maar volgens de peetvader van het geluksonderzoek, de Amerikaan Ed Diener, zijn de mensen zelf het beste in staat te beoordelen of ze gelukkig zijn. Vooral als gevraagd wordt naar de actuele gemoedstoestand.

Dus een mooi inkomen geeft het prettige gevoel geslaagd te zijn, maar maakt niet echt blij?

Daar lijkt het op. Rijke mensen hebben niet meer positieve emoties dan armere mensen - ook al doen ze doorgaans meer leuke dingen. Dat blijkt uit een studie van begin dit jaar van de Canadese psycholoog Kostadin Kushlev, die 13.000 mensen in verschillende inkomenscategorieën van uur tot uur liet opschrijven wat ze deden en hoe ze zich daarbij voelden. Kushlev concludeerde dat rijke mensen niet meer positieve emoties doormaken, maar wel minder droevige, pijnlijke en stressvolle emoties rapporteren. Geld fungeert blijkbaar als een buffer tegen negatieve sentimenten. Dat lijkt een open deur. Het is allang bekend dat geldgebrek tot stress leidt, maar ook in de inkomenscategorieën waar geldgebrek geen rol speelt, lijkt geld te beschermen tegen negatieve emoties.

Kushlev denkt, maar dat is een beetje speculeren, dat rijke mensen het gevoel hebben dat ze meer controle hebben over hun leven. Het geld verschaft ze meer mogelijkheden om problemen op te lossen - als die zich voordoen.

Een ander spreekwoord luidt: overdaad schaadt. Hebben rijkaards daar geen last van?

Er zijn aanwijzingen dat rijkdom mensen berooft van het vermogen te genieten van alledaagse dingen. Op de conferentie Happy Money in California, vorige maand, werden studies gepresenteerd als 'De prijs van overvloed' en 'Geld geeft en geld neemt'. De experimenten in die studies laten zien dat als mensen alleen aan het eind van de week een stuk chocola mogen eten, ze daar veel meer van genieten dan mensen die de hele week net zo veel chocola mogen eten als ze willen. Bezoekers van een doorsneetoeristenattractie blijven daar een half uur minder lang rondkijken als ze het gevoel hebben dat ze ontzettend bereisd zijn dan wanneer ze menen weinig van de wereld te hebben gezien. Onderzoekers ter plekke hebben die gevoelens bij de proefpersonen opgewekt door ze bepaalde vragen te stellen.

Het zijn maar laboratoriumstudies, maar volgens econoom Muffels zeggen ze wel degelijk iets over het effect dat overvloed kan hebben. Net zoals schaarste ons handelen beïnvloedt. Proefpersonen die tijdens een schietspelletje weinig kogels krijgen, doen veel meer moeite om goed te richten dan de proefpersonen die veel meer kogels kregen.

Terug naar het echte leven. Ook daar blijkt rijkdom verborgen kosten met zich mee te dragen. Dat meent de Amerikaanse psycholoog Robert Kenny en adviseur bij het Centrum voor Rijkdom en Filantropie in Boston. Kenny ondervroeg in 2012 165 huishoudens met een nettovermogen van 25 miljoen dollar of meer. Hij wilde weten wat ze als hun grootste probleem zagen. Het antwoord was: sociaal isolement. Hoe hoger de bankrekening, hoe moeizamer het contact met de buitenwereld.

Daarnaast maakten de rijkaards zich zorgen over hun kinderen, omdat die het risico zouden lopen niet gewaardeerd te worden om wie ze zijn, maar om hun portemonnee. Niet dat die multimiljonairs zich beklaagden over hun vermogen, zo erg was het niet. Maar aan een grote berg geld kleven wel degelijk nadelen.

Waarom steken we in hemelsnaam zoveel tijd en energie in het vergaren van geld als het zo weinig invloed heeft op ons welbevinden?

Omdat we het gelukseffect van geld, vooral aan de onderkant van de inkomensladder, massaal overschatten. Dat blijkt uit een aantal enquêtes, onder meer die van de psychologen Elizabeth Dunn en Michael Norton in 2010. Ze vroegen zevenhonderd Amerikanen zichzelf een gelukscijfer te geven op een schaal van 1 tot 10. Daarna moesten ze inschatten waar ze op die geluksschaal zouden zitten als hun inkomen steeg met een x bedrag.

Van een salarisstijging aan de top, van 90.000 naar 120.000 dollar per jaar, verwachtten de deelnemers slechts een klein gelukseffect. Helemaal conform de realiteit. Maar mensen met een jaarinkomen van 25.000 dollar dénken maar liefst twee keer zo gelukkig te worden als ze 55.000 dollar gaan verdienen. In werkelijkheid zijn mensen met zo'n inkomen gemiddeld slechts 7 procent gelukkiger dan mensen die 25.000 dollar verdienen.

De onderzoekers schrokken er een beetje van. "Amerikanen associëren een inkomen dat onder het nationale gemiddelde ligt met een ernstige verslechtering van het geluksgevoel", zegt Norton. "Een vals idee." Het is díé angst die mensen volgens hem drijft om veel tijd en energie te steken in het verdienen van geld en die ertoe leidt dat Amerikanen niet naar een kortere werkweek of meer vakantie streven, maar naar promotie. Niet om er rijker en gelukkiger van te worden. Maar om te voorkomen dat men ongelukkig wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234