Woensdag 15/07/2020

Geluk komt te paard

Black Beauty is al lang dood, maar 200.000 paarden can't be wrong: de verpaarding van Vlaanderen is een feit. Maar terwijl sommigen zich daar zorgen over maken, klinkt in Vlaamse stallen een ander geluid. 'Zonder paarden kon ik niet meer boeren.'

Geen enkele keer roept Dirk Inghels 'Ju' als hij in zijn weide in Hansbeke z'n Mano voor de foto aan het rennen zet. 'Ja', roept hij en 'rrrrr' en 'ho' en 'braaf'. Maar 'ju'? Het is een teken des tijds: paarden zijn voor de hobby, ze wérken niet meer. Tenzij voor de voortplanting. "Gisteren heb ik Capri laten scannen om de eisprong na te gaan", zegt hij. "Morgen zal ideaal zijn om haar te laten dekken. Straks ga ik sperma bestellen."

Alweer een paardje erbij, op PaardenPunt Vlaanderen zal er over elf maanden een zoon of dochter van Capri geregistreerd worden. De laatste cijfers van manager Jan De Boitselier zeggen dat België 265.000 paarden telt, waarvan meer dan 200.000 in Vlaanderen. Dat zijn er 50.000 meer dan de 150.000 die vermeld werden bij het verhaal over minister Joke Schauvlieges (CD&V) plannen voor de ruimtelijke ordening. Die plannen stonden maandag in deze krant en daarin viel dan dat woordje op: verpaarding.

Prachtig woord, al in 2007 in Van Dale opgenomen: 'Vervanging van de traditionele veeteelt in een oorspronkelijk agrarisch gebied door recreatieve paardenhouderij.' In het Vlaams parlement maakt zich daar zorgen over. Want verpaarding zorgt er niet alleen voor dat in 10 jaar tijd ruim 35.000 hectare landbouwgrond verdween, het zorgt er ook voor dat boerderijen verkocht worden aan rijkere gezinnen en boeren zelf daarvoor achter het net vissen. In De Morgen van maandag: 'Voor 'pseudoboeren' moet het lastiger worden om te ontsnappen in het groen, om hun droomhoeve op het platteland te kopen.'

'Landbouw is een flop'

Op zijn veld in Neerijse zegt Alain Moreels drie dagen later: "Zonder paarden zou ik niet eens meer kunnen boeren." Hij legt dat zo uit: "Het is heel simpel. Mijn vader had een groot gemengd bedrijf van varkens en vleeskoeien. In de jaren 70 kreeg hij voor een big 2.000 frank. Weet je wat je vandaag voor een big krijgt? 50 euro." De knipoog die volgt, is die van het boerenverstand dat zegt dat dat niet rendabel is. Alains vrouw Sandra had het daarnet al gezegd. "De landbouw is een flop", zei ze. "De melk is een flop, het graan gaat slecht en straks worden de quota van de suikerbieten afgeschaft. Wat gaat er gebeuren? Hetzelfde als toen de melkquota werden opgegeven: de prijs zal in elkaar stuiken. Gelukkig hebben we de paardjes nog."

We rijden straks terug naar Neerijse, maar eerst moeten we naar Hansbeke. De straat heet toevallig Boerestraat, mooi omzoomd door bomen; enorme witte onderbroeken drogen aan de draad. Het is dit soort dorp waar vroeger paarden het land bewerkten. "Voor een hectare hadden ze acht dagen nodig", zegt Dirk Inghels. "Dat heeft de boer mij verteld. Nu doen ze met een tractor vier hectare in een halfuur." Ooit passeerde hij hier op zoek naar een huis op het einde van de straat. Over het hek leunden twee oude boeren. Neen, de notaris zou die oude lege hoeve niet verkopen, hij moest er niet op rekenen. Maar Dirk, nu 65 en sinds 1 mei op pensioen na veel levens bij de vakbond, als cafébaas op de Gentse Vrijdagmarkt, in het Trefpunt en ten slotte op de dienst Economie van de stad Gent, liet zich niet doen. "Hij wilde niet zomaar verkopen aan een socialist. Maar kijk."

We kijken. De oude boerderij, waar ooit een stuk of vijftien melkkoeien stonden, is een nieuwe boerderij. Een pijltje wijst naar 'De Furiosohoeve', zo heeft hij ze genoemd. Naar een paard natuurlijk, een hengst die zelf "meer dan honderd gekeurde dekhengsten" voortbracht en waar hij ooit een dochter van kocht. En achter dat hoevetje staan nu stallen voor paarden. Ooit had hij er zestien, vandaag zijn dat er acht: "Die paarden bepalen je leven. Als we straks even weg willen, moeten we zien dat we om 17 uur zeker terug zijn. Ze moeten eten. En nu al maken we hun stallen schoon en leggen we stro. Hun bedje voor vanavond is al gemaakt."

Olympische Spelen

Chardonnay en Capri en Corso lezen we op die staldeuren, alledrie staan ze buiten. "Eigenlijk is het ongelooflijk", zegt Dirk. "Ik ben geboren in een sociale wijk in Gent en ik heb het meegemaakt dat tegen de helft van de maand het geld op was om eten te kopen. Maar ik heb heel hard gewerkt. En van kindsaf was ik zot van paarden. Ik vond dat prachtig. Alles deden ze ermee: in de koolmijn werkten ze met paarden, ze bewerkten het land en de garnaalvissers gebruikten ze. Later zag ik Black Beauty op tv en nog later kocht ik een pony. En dan een duur veulen. 80.000 frank! Comtessa d'Evergem heette ze, maar we noemden haar Flika, en ze is 32 jaar geworden. Ik heb er wat mee gefokt en twee zoons van haar zijn gekeurde hengsten geworden."

Dirk Inghels moest nooit van zijn paarden leven en volgens Jan De Boitselier, manager van PaardenPunt Vlaanderen en voorzitter van de Koninklijke Maatschappij het Belgisch Trekpaard, is dat bekend. "Ken je dat spreekwoord: 'Mensen met paarden hebben de hemel op aarde, maar als ze sterven valt er niks te erven.' Voor veel mensen is het meer een hobby en een hobby die geld kost."

Toch stuurde hij vorig jaar een persbericht uit: 'Minstens 800 miljoen euro omzet en 2.700 voltijds tewerkgestelden in de Vlaamse paardensector', was de titel. "De traditie was er altijd al", zegt De Boitselier. "Tussen de twee wereldoorlogen waren Belgische trekpaarden onsbelangrijkste exportproduct. Belangrijker dan kolen en staal! Tot de Tweede Wereldoorlog hadden we er ook 200.000."

Wat hij bedoelt, is dat als sommigen de verpaarding een probleem vinden, er ook cijfers zijn die aantonen dat paarden economisch wel belangrijk zijn. "Van alle jumpingpaarden in de wereld is 20 procent in België gefokt. Daar zitten paardjes van 1 miljoen euro bij, maar ook van 10 miljoen. Op de Olympische Spelen in Londen haalden de Belgische paarden meer medailles dan de Belgische atleten. Niemand weet het, maar na voetbal en wielrennen is paardensport de belangrijkste sport van het land."

Waar zitten al die 200.000 paarden in Vlaanderen? "Overal", zegt De Boitselier. "Natuurlijk het minst in steden. Maar verder zijn de verspreiding en de densiteit gelijkmatig. Al zijn er een paar plekken die eruit springen. Oost-Vlaanderen is de provincie met de meeste paarden. Hoeilaart is de gemeente met de meeste maneges. En Meeuwen-Gruitrode is het mekka van de paardensport. Daar heb je de stallen van gasten als Jos Lansink en Ludo Philippaerts. (lacht) Er wordt weleens gezegd dat het dorpsteam van Meeuwen-Gruitrode makkelijk zou kunnen concurreren in een landenwedstrijd jumping."

Later mailt De Boitselier een cijfer: 'Voor Meeuwen-Gruitrode postcode 3670 staan er in de centrale gegevensbank 1.100 paardachtigen, definitief, niet als dood gemeld.' Het dorp telt zo'n 13.000 inwoners. En de cijfers van PaardenPunt Vlaanderen zijn correct: élk paard in België en Vlaanderen staat geregistreerd. "Daarmee lopen we ver voor op de rest van Europa. We zijn het enige land dat die regelgeving, omwille van de traceerbaarheid van het voedsel, zo consequent heeft doorgevoerd."

Katten aanpakken

Toen Flika na 32 jaar haar laatste adem had uitgeblazen, belde Dirk Inghels het vilbeluik. "Het was raar", zegt hij. "Ik had een deken op haar gelegd, maar 's morgens in de stal voelde ik dat ze het nog koud had. 'Dat is niet goed hè', zei ik haar. Ze keek naar mij en ik legde er nog een deken bij. Ik zag dat ze me begreep. Maar 's avonds lag Flika dood. Onder haar twee dekens. Ik spreek tegen mijn paarden en ik heb het gevoel dat ze mij begrijpen. Dat zijn levende wezens. En als zo'n paard dan na 32 jaar sterft, dan is dat zoals familie."

In de voedselketen kwam Flika niet terecht, al at Dirk ooit wel al paardenvlees. Toch: "Als klein manneke was paardenvlees eten voor arme mensen. In Vilvoorde heb je restaurant De Kuiper waar ze paardenbiefstuk serveren en dat is lekker. Maar toch. Ik ben nu veertien dagen op pensioen, plots viel ik van 400 mails per dag op nul en nu ben ik al bezig met iets nieuws.Ik moet iets doén. In een oude Volkswagen ga ik een foodtruck installeren en ik twijfel nog tussen een cava- en wijnbar of iets met koffie en gebak. Maar paardenvlees? Neen, dat niet."

Dirk is dus zo iemand die een hoevetje opkocht en er zijn Furiosohoeve maakte. Iemand die, volgens het rapport van Joke Schauvliege, 'pseudoboer' zou kunnen worden genoemd. "Tja, maar de Boerenbond heeft er ooit voor gezorgd dat als je als particulier grond verhuurt aan boeren, dat je die dan door pachtwet eigenlijk je hele leven kwijt bent. Mensen willen daardoor niet meer aan boeren verhuren. En ik vind die negatieve connotatie van de verpaarding toch raar. 200.000 paarden, ja, maar weet je hoeveel katten hier rondlopen? Vier miljoen. Ze zou beter de 'verkatting' van Vlaanderen eens aanpakken. Gek is dat de paarden niet zo'n probleem waren onder Kris Peeters. Ah ja: hij reed zelf paard, al viel hij er ook een paar keer van af. Hij zou zelfs paardenwegen aanleggen in Vlaanderen. Daar hoor ik nu wel niks meer van."

Wat hij wil zeggen, is waar die oude vervallen boerderij stond, verloren voor de economische activiteit, net zo goed een mooi opgekalefaterd huis kon staan. Met zijn verzameling beelden van beeldhouwer Domien Ingels die mooie bronzen paarden maakte. En met échte paarden. "Mensen kijken daar helaas soms vreemd van op. We hadden hier iemand op bezoek uit de stad. Ze kwam op ons hof en zei: 'Het is hier precies Dallas.' Maar dat is hier helemaal niet Dallas. Ik leg elk jaar bij aan die paarden. Reken maar: 22 ton stro per jaar, 300 pakken hooi, per paard elke dag 6 kilo voer, elke acht weken beslaan en kappen. En élke drie maand ontwormen."

Kwaliteitslabel

Comtessa d'Evergem: het was een prachtige naam. En googelend vind je andere heerlijke namen. Buffalo van 't Zwaluwnest, Rosalie van Hoogbeemd, Rina van 't Bloemenhof en Agri-Laure Van Luchteren. En rijdend door al die kleine Oost-Vlaamse dorpen zie je nog altijd veel koeien, maar ook veel pony's, paarden, Arabieren, trekpaarden, Holsteiners, noem maar op. We rijden de provinciegrens over en komen in Duisburg, bij Overijse. Daar staat de pensionstal van Alain Moreels en zijn vrouw Sandra. Erachter glooiende weilanden en daarin dan al die paarden. "Een stuk of zeventig", zegt Sandra. Die zijn niet van Sandra en Alain, daarom dat woord 'pensionstal'. "Er is er geen één van ons", zegt Sandra.

"Maar toen we in '94 het bedrijf van Alains vader overnamen, hadden we naast de stallen voor het melkvee nog vijftien boxen. We zijn die beginnen verhuren aan mensen die wel een paard hebben, maar geen plaats. Alle nationaliteiten zien we hier, het zijn mensen die voor de NAVO werken of voor de Europese Gemeenschap. Hun paarden konden bij ons komen en wij zorgen voor kost en inwoon. Dat is uitgegroeid tot zeventig. Elke ochtend laten we die op de weide en elke avond brengen we die terug naar de stal. Ik ken ze allemaal bij naam. Allemaal." Niet toevallig heeft hun pensionstal het 'equilabel' gekregen. Dat is een kwaliteitslabel, uitgereikt door de Vlaamse overheid.

Haar man Alain zei het daarnet al: "Wat we van de akkerbouw en de koeien hebben, zou niet voldoende zijn. Het is dankzij de paarden dat we de rest kunnen doen." Jan De Boitselier, zelf ook een boerenzoon, knikt. "Er moet niet zo negatief worden gedaan over die verpaarding. Voor veel klassieke landbouwbedrijven zijn die paarden net de redding. Ik heb rechten gestudeerd en in 1988 volgde ik een speciale licentie in economisch recht. Daar was al een cursus die 'La marginalisation progressive des entreprises agricoles' heette. In Nederland wordt de paardensector aanvaard binnen de landbouw. Bij ons is dat blijkbaar veel moeilijker."

5 procent rijksten

Fannie Van Tersaet heet ze en zie haar eens staan. In een enorme wei, aan een waterpoel, omringd door tientallen koeien. "Koeien en paarden kunnen goed samen staan", zegt Alain Moreels. Hij kijkt vanaf een afstand toe en we staan nu in Neerijse. De paarden namen in Duisburg stilaan alle stallen in en de koeien verhuisden ze naar hier. Het is Vlaanderen, maar het lijkt diep Frankrijk. "Schone beesten zijn het, hè. Zo'n trekpaard heeft iets."

Hij was 10 en hij hoopte dat zijn vader niet thuis zou zijn, als mensen met hun merrie naar het hof van Moreels kwamen om ze te laten dekken door hun geweldige hengst. "Als mijn pa er niet was, kon ik het zelf doen, zo graag was ik met die trekpaarden bezig." Hij heeft er nog altijd zestien. Daar wordt niet meer mee gewerkt. Maar wel gedekt, alweer. Sandra lacht: "Je moet wel goed opletten wannéér je dat wilt doen. Een merrie die niet hengstig is, stampt verschrikkelijk hard. Maar als ze samen opgegroeid zijn, wéten die hengsten van vér of het het juiste moment is. Je krijgt die van ons zelfs niet in de buurt van de wei als hij van ver ruikt dat ze niet zullen willen." Jan: "Er zijn al veel hengsten van wie de carrière afgelopen was na zo'n stamp van een merrie."

Dat ze met andere woorden weten waar ze moeten stampen. Toch worden elk jaar nog 700 veulens van trekpaarden geboren. Dankzij de veulenpremie van de Vlaamse overheid worden er nog voldoende veulens gefokt om dit ras in stand te houden. In totaal zijn er nog zo'n 5.000 trekpaarden, maar de 1.100 'paardachtigen' van Meeuwen-Gruitrode zijn van een andere soort. Wellicht zitten er daar een paar tussen die een miljoen kosten. Of tot 10 miljoen.

En in Hansbeke fokt Dirk Inghels ook weleens een paardje. Hij hoopt dat Capri - gisteren vrijdag dus gedekt - over elf maand een prachtveulentje zal voortbrengen. Misschien gaat het wel naar Italië of Argentinië. "Maar wie verdient daar het meest aan? Die makelaars die ervoor zorgen dat wie een paard wil kopen, niét weet waar een eigenaar woont. Zij moeten als tussenpersoon fungeren én de grote procenten pakken."

Zegt Jan De Boitselier: "Maar ook in de paardenwereld geldt dat de 5 procent rijksten meer verdienen aan hun paarden dan de 95 procent anderen. De dure paarden vormen een heel klein segment. Het merendeel van die 200.000 dieren is eigenlijk niks waard. Die zijn er voor het plezier en voor de hobby."

'Rrrrr'. 'Ho'. 'Braaf'. Met een touw hitst Dirk zijn Corso op. Hij is 16 jaar, een ruin. "Corso is hier geboren en ik doe die nooit weg. Het is het paard waarmee ik ga wandelen. In de winter soms eens aan de zee, de beentjes in het water, en helemaal mooi gemaakt. Maar nu in de zomer wandel ik hier. Vorige zondag nog een uur of drie. Echt, je kunt dat niet geloven, maar als ik met Corso op wandel ga, dan voel ik mij de keizer van Hansbeke."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234