Dinsdag 11/08/2020

'Geluk is de opium van onze tijd'

Will Ferguson neemt in zijn nieuwe roman Geluk de zelfhulpindustrie op de korrel. 'We moeten er geen doekjes om winden. Waarom verkoopt porno zo goed? Omdat mannen nu eenmaal graag masturberen. Zelfhulpboeken voldoen aan het emotionele equivalent daarvan.' Gesprek met het enfant terrible van de Canadese letteren.

Will Ferguson

Geluk

Oorspronkelijke titel: Happiness

Vertaald door Irene Ketman

Atlas, Amsterdam, 352 p., 14,50 euro.

'Ik heb ooit maar één zelfhulpboek gekocht", herinnert Will Ferguson zich. "Ik was negentien en verschrikkelijk verlegen, dus schafte ik me een boek aan dat me zou leren hoe ik meisjes kon versieren. Er was duidelijk iets mis met dat boek. Binnen de kortste keren stond ik bekend als de weirdo die alle lokale schoonheden de stuipen op het lijf jaagde." Ferguson is het enfant terrible van de Canadese letteren. Met titels als Why I Hate Canadians en Bastards and Boneheads: Canada's Glorious Leaders Past and Present heeft hij zich immers een al dan niet benijdenswaardige, maar zeker een eigen plaats in het schrijverswereldje bedongen. Geen reputatie is hem te hoog om aan te pakken, geen man te respectabel om met rust te laten. Zijn wapen is de satire en zijn bondgenoot. "Mijn vader was een hoogleraar filosofie die van zowat iedere universiteit is weggestuurd", verduidelijkt hij zijn opstelling. "Je onderwerpen aan een ideologie was voor hem de grootste vernedering die een mens kon ondergaan. Hij zag het als een vorm van mentale luiheid. Het probleem van een open geest, zo luidde zijn lijfspreuk, is dat de anderen er steeds iets willen insteken. Hij wou steeds onafhankelijk en kritisch blijven en eindigde in een caravan op een verlopen camping."

In Geluk neemt Ferguson de zelfhulpindustrie op de korrel. Edwin de Valu is een tweederangs redacteur die op de afdeling zelfhulp van een grote Amerikaanse uitgeverij werkt. Hij is getrouwd met Jennie, door hem liefdevol Eng genoemd, wat een afkorting is voor het koosnaampje Engel. Het is een vrouw die gelooft, maakt niet uit in wat, en het hele huis vol opbeurende post-its hangt. Edwin wordt er horendol van. Ooit had hij een scharrel met collega May, maar hoe meer hij ervan overtuigd raakt dat zij de ware is, hoe koeler ze hem benadert. Op een dag vindt Edwin tussen de stapel bagger die iedere ochtend weer in de brievenbus valt een wel heel lijvig en bijzonder manuscript: Wat op de berg tot mij kwam geschreven door ene Tupak Soiree. Het blijkt het ultieme zelfhulpboek te zijn dat voor iedere kwaal wel een remedie heeft: te dik, te schuchter of nog steeds roken ook al wil je er al jaren vanaf? Soiree heeft voor alles een panacee.

Het boek wordt uitgegeven en blijkt een immens succes, meer zelfs, het werkt, wat ervoor zorgt dat binnen een maand de tabaks- en alcoholindustrie op hun gat liggen. Edwin krijgt daarop de drugsmaffia achter zijn vodden, die wil dat het boek van de markt verdwijnt, moet op de loop en ziet met lede ogen aan hoe de hele wereld naar de knoppen gaat, want opeens is iedereen volmaakt gelukkig, wat voor de industrie en de economie niet meer of minder dan de doodsteek betekent. Dus trekt onze held zijn stoute schoenen aan, schaft zich een geweer aan en gaat op zoek naar Soiree. Hoe anders zou hij immers de wereld kunnen redden?

In deze roman weeft Ferguson de highbrow humor voortvloeiend uit Edwins wanhopige liefde voor May en het echt werken van het zelfhulpboek door de lowbrow humor van het detectiveverhaal die soms op de rand van het wansmakelijke laveert. Dat Tupak Soirees vinger afgeschoten wordt terwijl hij rustig uit zijn neus zit te vreten is daar maar een voorbeeldje van. Had hij maar niet moeten beweren dat "dezelfde vinger die naar de maan wijst, ook die is die in onze neus pulkt" wellicht. Ferguson: "Highbrow humor gaat vlug vervelen en lowbrow is heel grappig maar je mag er niet in overdrijven. Samen vormen ze een ideale, maar ook delicate cocktail. Ik wou de grote clichés over Amerika aan bod laten komen: geld en wapens. Nu weet ik over geen van beide veel, dus kon ik alles verzinnen en daarbij de Amerikaanse literaire conventies over de hardboiled detective door de mangel halen. Het lag dus voor de hand dat er maffialeden en Vietnam-veteranen door het boek zouden lopen. Ik heb Geluk nooit als een realistisch boek opgezet, ook al zijn er wel een aantal recensenten die me daarop proberen pakken hebben. Zij verkijken zich op het sentimentele verhaal over Edwin en May en denken dat dit het hele boek is. Ik kan dus niet ophouden te zeggen dat mijn boek helemaal niet over de liefde gaat, maar wel over het einde van de wereld. Het is satire, geen ernst. Wanneer May zich bijvoorbeeld teruggetrokken heeft in een klooster, schrijft Edwin haar een brief waarin hij belooft de wereld voor haar te zullen redden en dan terug te komen om haar mee te nemen. Dit was pure satire, verwijzend naar Conan the Barbarian, maar toch waren er lezers die dit de mooiste, emotioneel meest geladen passage uit het boek vonden.

"Zo zie je maar, satire is niet makkelijk. Niet de ideeën natuurlijk. Zodra je de premissen uitgezet hebt, schrijven die zichzelf. De juiste toon vinden, dat is de moeilijkheid, het evenwicht vinden tussen het vergezochte en het geloofwaardige. Stel dat er opeens een troep vliegende apen door het beeld schiet op het einde van het boek, dan ben je verkeerd bezig. Dat gelooft niemand. Om die reden hebben we de Arnold Schwarzenegger-scène geschrapt. Onder invloed van Tupak Soirees boek maakte die zijn grote, met een Oscar bekroonde konijnenfilm, waarin hij de hele tijd die beesten liep te aaien en 'Konijntjes zijn mijn vriendjes' meesmuilde. Volgens mijn redacteur ging dat te ver."

Een satire schrijven over het wereldje van de zelfhulp valt wellicht niet mee. Het is al een satire op zich toch?

"Ik was verbaasd dat dit nog niet eerder gebeurd was, maar nee, niemand, waaruit blijkt dat de beste ideeën soms zo dicht liggen dat je ze niet ziet. Maar het was inderdaad moeilijk. Ik geef een voorbeeld. Edwin geeft Tupak Soirees geredigeerde boek de titel Chocolaatjes voor de ziel, wat ik best een knappe, satirische titel vond. Eens mijn boek uit, word ik gevraagd voor een tv-show. Ik zit in Toronto in de studio te wachten op de presentator van het programma wanneer ik merk dat de vrouw die naast me zit een boek in de handen heeft. Ik begin dus een babbel, vraag of zij ook schrijfster is en ja hoor, ze toont me het boek: Warme chocolade voor de mystieke vrouwenziel. Dat was verdorie stukken beter dan waar ik mee op de proppen gekomen was. Leg mijn en haar titel naast elkaar en vraag wie dan ook welke van de twee de satire dekt, en iedereen zegt de tweede. Ook die vrouw zag dat en het resultaat is dat ze gloeiend kwaad is omdat ze denkt dat ik de spot drijf met haar."

Waarom hebben die boeken zo'n succes?

"We moeten er geen doekjes om winden. Waarom verkoopt porno zo goed? Omdat mannen nu eenmaal graag masturberen. Zelfhulpboeken voldoen aan het emotionele equivalent daarvan, ze zetten aan tot psychische masturbatie met hun verheerlijking van de lezer. Bovendien beloven ze een oplossing, en dat is typisch Amerikaans. Dat er zaken zijn die nu eenmaal zijn zoals ze zijn omdat ze zijn zoals ze zijn, gaat er bij hen niet in. Problemen in het Midden-Oosten? Los ze toch gewoon op. Opvallend daarbij is de beeldspraak die ze gebruiken: heel materialistisch, constructivistisch. Ze spreken niet over het harmoniseren van de strijdende partijen of over de noodzaak van vergiffenis, maar ze willen bruggen bouwen, een weg aanleggen naar de toekomst, alsof de toekomst een plaats is waar je naartoe kunt rijden in je Oldsmobile. Ze willen een oplossing en als je er maar genoeg beton en dynamiet tegenaan gooit komt die er ook.

"Op het persoonlijke vlak zijn ze net hetzelfde. Wij weten allemaal dat er periodes zijn dat we ons wat minder voelen en dat die niet toe te schrijven zijn aan een bepaalde reden. Voor een Amerikaan komt het daarentegen allemaal neer op die ene hindernis uit de weg ruimen. Kon ik maar vijf kilo vermageren, dan waren alle problemen van de baan, of als ik stopte met roken zag ik de wereld anders. Amerikanen zijn optimist tot in de kist, terwijl Canadezen dat helemaal niet kennen. Wij zijn meer Amerikanen zonder geloof of missie. Het succes van de zelfhulpboeken is dus zeker geen teken dat Amerika afglijdt naar het pessimisme of de depressie. Het is eerder een symptoom van het optimisme, van nooit te willen opgeven. En daar appelleren zelfhulpboeken aan, aan het idee dat je alles kunt veranderen. De oorspronkelijke titel van mijn boek drukte die inhoud trouwens perfect uit: Great Sex! Loose Weight! Make Money! Be Happy! Ik zag het al in koeien van letters op de cover staan, maar mijn redacteur vond dat te lang. "Zelfhulpboeken zijn ook bijzonder verleidelijk geschreven. Na een tijdje word je erdoor gehypnotiseerd en denk je ja, het is waar, ik moet meer in mezelf geloven om mijn kind gelukkig te maken, natuurlijk, waarom heb ik daar zelf niet aan gedacht? En dan sla je het boek dicht, probeer je wat je gelezen hebt in de echte wereld en ontdek je dat het slechts woorden op papier waren. Het probleem met zelfhulp is dat het in feite een verheerlijking is van het zelf: ik, ik, ik, ik, ik, ik, dat is wat zo'n boek zegt. We gaan een betere wereld creëren door ik, ik, ik, ik, ik, ik te zijn. Het ironische is nu dat de VS de thuishaven van de zelfhulp zijn. Het is hun grootste industrie. Hun verderfelijkste exportproduct is niet Britney Spears of McDonald's, maar wel geluk. Dat verkopen ze de wereld: een beeld van geluk. En het is ook daarom dat ze zo succesrijk zijn: iedereen wil wel zo gelukkig worden. En het komt in ieder product terug, kijk maar naar de film: de Hollywood happy ending is toch het schoolvoorbeeld?"

Is geluk in feite niet de essentie van de American Dream?

"Het is het logische eindpunt van de American Dream: het geloof in oplossingen en de overtuiging dat er niets de autonomie van het individu mag aantasten. Het probleem is dat niet iedereen speciaal kan zijn natuurlijk, anders verlies je het perspectief op de realiteit. Stel dat je terminale kanker hebt en ik stoot mijn teen aan je ziekenhuisbed, dan is er toch geen verschil meer tussen ons? Het doet toch allebei verdomde pijn, niet? Als iedereen speciaal is, wordt alles getrivialiseerd. Opeens is er geen verschil meer tussen mijn zere teen en de verovering van Irak. En daar is wel degelijk een verschil tussen. Veel Amerikanen hebben geen idee meer van de relatieve waarde van een persoonlijke problematiek. Hun ego is zo groot geworden dat het de wereld omspant. Luister een half uur naar een Amerikaan en hij zal tien keer het woordje 'trots' horen. Je moet trotser zijn op jezelf en beseffen dat je je problemen zelf kunt oplossen. Het probleem is juist dat ze veel te trots zijn en daardoor de realiteit uit het oog verliezen. In Confessions of an Opium Eater beschrijft Thomas de Quincey welke sensaties deze drug bij hem teweegbrengt. Ik las het en kon het maar onder één woord samenvatten: geluk. Geluk is de opium van onze tijd."

Geeft deze zelfverheerlijking geen problemen met de maatschappelijke moraliteit?

"Dat zou je misschien denken, maar dan vergeet je dat de VS heel religieus zijn. Ook op dit vlak hebben ze dus een eenvoudige oplossing voor een complex probleem. Het is zoals met het drugsvraagstuk. Voor hen is de oorzaak te zoeken bij de producenten van de drugs, dus trekken ze naar Colombia en bombarderen daar de cocavelden. Dat de kern van het probleem weleens zou kunnen zijn waarom er in de VS zelf zoveel vraag is naar drugs, gaat er bij hen niet in. Veel te complex. Spijtig genoeg is dit het eindpunt van de American Dream, ook al hield die in feite iets heel anders in. De VS zijn gesticht op basis van een paar heel lovenswaardige grote principes als vrijheid en onafhankelijkheid: weg met de monarchie en het ancien regime, maak een samenleving waarin je kunt zijn wie je wil zijn. Wie kan daar nu tegen zijn? Maar kijk waar het ons geleid heeft, tot een wereld waarin iedereen te gast wil zijn bij Oprah, een pervertering van de idealen. De grote idealen zijn verwaterd tot persoonlijke belangen en iedereen doet maar wat, of zoals wij in Canada altijd zeggen: 'Amerika heeft geen flauw idee van waar het naartoe gaat, maar het zal er aankomen in een recordtijd.' "Canada is in feite een kolonie van de VS. Neem een kapstok, plooi hem recht en houd hem door het venster: je hoort de Amerikaanse radio. Zo erg is het. Kom dus niet af met dat Europese riedeltje over de Amerikaanse overheersing die hier te voelen zou zijn. Daar lachen wij mee. Ik kreeg daardoor vaak de vraag naar het hoofd geslingerd waarom ik het boek niet in Toronto liet spelen, en waarom alweer in dat culturele imperium dat luistert naar de naam Amerika. En het antwoord daarop is simpel: omdat het daar gebeurt. Als de wereld eindigt zal dit niet in Toronto beginnen, maar wel in New York. Canadezen zijn wat dit betreft trouwens een gek volkje. Schrijf je zes boeken over het land en denk je dat er nu ook weleens eentje over een ander land tussen kan? Nee hoor, mag niet. Ik ben zeker niet anti-Amerikaans. Ik hou van Amerikanen, vind ze het fascinerendste volkje dat er op aarde rondloopt, maar hoe zou ik in godsnaam de American Dream kunnen bekritiseren in een boek over Canada. We hebben het hier niet over de Canadian Dream, wat een zachte, sociaal-democratische versie is van de Amerikaanse."

En dus krijg je natuurlijk een stel Amerikanen over je heen die zich afvragen waar die rotCanadees zich mee bemoeit?

"Inderdaad, maar het boek is niet geschreven voor Amerikanen en het loopt er ook voor geen meter. Sinds de aanslagen van 11 september hebben die ieder gevoel voor humor verloren, zeker als ze zelf het onderwerp van de grap blijken te zijn. Het is geschreven voor een Canadees publiek, fundamenteel zelfs voor maar één enkele Canadees: ik, ik, ik, ik, ik."

Marnix Verplancke

'Het probleem met zelfhulp is dat het in feite een verheerlijking is van het zelf: ik, ik, ik, ik, ik, ik, dat is wat zo'n boek zegt''Veel Amerikanen hebben geen idee meer van de relatieve waarde van een persoonlijke problematiek. Hun ego is zo groot geworden dat het de wereld omspant'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234