Zondag 05/12/2021

Geluk in het land van God

Ongewild en onaangenaam. Want toen enkele jaren geleden een tumor werd gevonden in haar borst werd ze, alsof de behandeling, de pijn en de onzekerheid niet zwaar genoeg waren, ook nog geconfronteerd met het opgefokt vrolijke sfeertje dat rond borstkanker bleek te hangen. Ehrenreich ergerde zich blauw aan alle roze symbooltjes maar vooral aan de druk om positief te denken. Aan het feit dat je kanker eigenlijk moest zien als een ‘gift’ om dankbaar voor te zijn. Als iets waar je vrouwelijker van wordt. Als een mogelijkheid om een beter mens te worden - of zelfs een beter wielrenner, zoals in het geval van Lance Armstrong, die zijn teelbalkanker beschreef als “het beste wat me ooit is overkomen”. In wat ze schamper ‘Kankerland’ noemt, zijn de littekens van een mastectomie ‘sexy’, is de kaalheid door chemo ‘een opportuniteit’, zijn er geen patiënten, laat staan slachtoffers, alleen overlevers - die zelfs de arrogante eretitel ‘overwinnaars’ meekrijgen.Haar terechte woede daarover werd het begin van een bredere zoektocht naar de hype van het positief denken. Lang moest ze niet zoeken want, zo schrijft ze, “er is geen enkel probleem, geen enkel obstakel waarvoor een positieve houding niet als remedie wordt aanbevolen”. Kijk maar naar het aantal zelfhulpboeken waarin positieve oplossingen worden aangeboden. Van Dale Carnegies How to Win Friends and Influence People in de jaren ’30, over The Power of Positive Thinking van Norman Vincent Peale in de jaren ’50, tot The Secret, waarvan drie jaar geleden meer dan vier miljoen exemplaren over de toonbank vlogen. En wie de woorden ‘positive thinking’ googelt, krijgt zo’n 44.000.000 ‘results’ voorgeschoteld.

De wil van God

Barbara Ehrenreich leidt ons door die lucratieve waanwereld met de mengeling van verontwaardiging en humor die we van haar gewend zijn. We ontmoeten positieve psychologen, zelfhulpgoeroes, newagedenkers en ‘motiverende sprekers’. Wij worden meegenomen naar megakerken en congressen. We lezen dat God wil dat we rijk worden, dat je beter niet naar het nieuws kunt kijken als je een positieve instelling wilt behouden en dat non-conformisme je je baan kan kosten. En bovenal dat je moet geloven dat een mens, door positief te denken, zijn wensen en dromen tot werkelijkheid kan maken - of het nu gaat om het genezen van een ziekte, om het vinden van de ware of om miljonair te worden. Waar een positieve wil is, zo luidt de boodschap, daar is een weg.Voor de oorsprong van al dat positivisme gaat Ehrenreich terug naar de 19de eeuw, toen er een reactie op gang kwam tegen het door de eerste settlers geïmporteerde, wat sombere calvinisme. Dat ging van de transcendentale filosoof Ralph Waldo Emerson en de Christian Science tot de New Thought-beweging, die populair werd als ‘remedie’ voor de toen veel voorkomende neurotische kwaal neurasthenie. Soms gaat de auteur hier zelf even wat uit de bocht, waardoor dit hoofdstuk over de ‘donkere wortels’ het enige deel van dit boek is dat niet helemaal overtuigt. Temeer omdat Ehrenreich in haar historiek verrassend genoeg vergeet te verwijzen naar de onafhankelijkheidsverklaring die in 1776 naast ‘leven’ en ‘vrijheid’ ook het ‘streven naar geluk’ vastlegde als een ‘onvervreemdbaar recht’ voor de inwoners van ‘God’s own country’. En nu Zijn naam toch is gevallen: wanneer ze het heeft over de rol van God in het positivismeverhaal, is Ehrenreich dan weer op haar best. Ze legt uit hoe de traditionele hel-en-verdoemenis-predikanten met hun tirades over zonde en hel tegenwoordig worden beconcurreerd door mensen die een veel zachtere boodschap verkondigen. Die met hun ‘rijkdomsevangelie’ hun vaak van té deprimerende kruisbeelden ontdane megakerken probleemloos vullen, omdat 61 procent van de Amerikanen blijkt te geloven dat het Gods wil is dat ze welvarend worden. De populaire ‘televangeliste’ Joyce Meyer houdt haar fans zelfs voor dat “niet onze vroomheid of ons geloof bepaalt wat voor soort leven we hebben, maar wel onze houding”. En die moet positief zijn, of wat dacht u.Ehrenreich ging ook langs bij een andere nieuwe stroming: de ‘positieve psychologen’, die zichzelf beschouwen als wetenschappers en ons “zelfhulpboeken beloven die écht werken”. Zij kijken neer op de populistische coaches en motiverende sprekers, al maken ze wel gebruik van de technieken van die minder hooggeschoolde geestverwanten. Groot verschil: de psychologen-met-diploma beloven hun patiënten geen rijkdom, zij benadrukken vooral de niet-materiële voordelen van positief zijn, zoals gezondheid.

Ver-van-mijn-bedshow

Tot daar kunnen we dit allemaal nog bekijken als een typisch Amerikaanse ver-van-mijn-bedshow. Maar dat het positief denken juist in dat land uitgroeide tot zo’n gigantische business komt niet in de laatste plaats doordat big business er zo driftig gebruik van maakte om personeelsleden te motiveren of te intimideren. De 10 miljoen exemplaren bijvoorbeeld van het boek Who Moved My Cheese (want titels verzinnen kunnen ze, de positieve denkers) gingen grotendeels naar grote bedrijven die hun personeelsleden ermee aanzetten tot lezen en leren. En toen de CEO’s zelf begonnen te geloven in de motivatieboeken die ze uitdeelden, begonnen ze zichzelf onder het motto ‘God wil dat je rijk wordt’ gigantische bonussen toe te kennen. Ook al moesten daarvoor even reusachtige risico’s worden genomen. En de gevolgen kennen we.De zeldzame verlichte geesten die vraagtekens plaatsten bij de boom van de jongste jaren werden weggehoond of zelfs weggestuurd wegens ‘te negatief’. En intussen verschenen er nog altijd boeken als Why the Real Estate Boom Will Not Bust, en dat ter geruststelling van de Amerikaan-in-de-straat die de gulzigheid van de topmanagers en bankiers op eigen schaal navolgde en plots onbeperkt krediet en rommelhypotheken kreeg aangeboden. Een neveneffect van het positief denken, want zoals Robert Reich al schreef: “Het Amerikaanse optimisme verklaart waarom we zoveel uitgeven en zo weinig sparen, waarom we bereid zijn schulden te maken.” Ook voor Ehrenreich is dat onstuitbare “marktfundamentalisme” dat leidde tot de huidige crisis “niets anders dan uit de hand gelopen positivisme”. En ze trekt die stelling door naar andere voorbeelden van “positieve oogkleppen” die voor trauma’s zorgden. Zoals de verkeerd ingeschatte oorlog in Irak, de niet-onderkende dreiging die tot 9/11 leidde (en zopas bijna tot een nieuwe, door een passagier verijdelde aanslag op een vliegtuig boven Detroit) of de veelvuldig voorspelde orkaanramp in New Orleans.Allemaal Amerikaanse drama’s, op het eerste gezicht, maar toch toont Ehrenreich zich jammerlijk navelstaarderig door haar boek de ondertitel Hoe de meedogenloze promotie van positief denken Amerika ondermijnde mee te geven. Want de wereldwijde economische crisis en de weerslag van Irak en de oorlog tegen het terrorisme mogen dan gevolgen zijn van een in Amerika uit de hand gelopen mentaliteit, de rest van de wereld zit tegen wil en dank op de blaren en mag zich dus ‘ondermijnd’ voelen. Voor alle duidelijkheid: Ehrenreich heeft niks tegen optimisme of tegen een positieve instelling op zich en geeft grif toe dat daaraan heel wat pluspunten zitten. “Want op het individuele en het sociale vlak”, zo schrijft ze, “is het goed om positief te zijn, beter in elk geval dan teruggetrokken of chronisch bedroefd.” Maar probeer haar niet wijs te maken dat positief denken automatisch leidt tot geluk. Want als in het universum van de positieve denkers alles inderdaad perfect is, of, nog erger, zo perfect als je het zelf wilt maken, hoe komt het dan dat in de bakermat van dat positivisme het geluksgehalte zo laag en het gebruik van antidepressiva zo hoog liggen? En het diepgewortelde geloof in de Amerikaanse droom mag dan verklaren waarom veel Amerikanen geen probleem hebben met de ongelijkheid in hun land, ook daar botst hun positivisme met de realiteit. Want die bejubelde sociale mobiliteit is in veel landen groter dan in de States. Haar bedenkingen over risico’s van positief denken werden trouwens onlangs bevestigd door Canadees onderzoek waaruit blijkt dat het herhalen van slogans als ‘ik zal slagen’ wel helpt bij mensen met een hoog zelfbeeld, maar voor wie minder goed in zijn vel zit (en dus de grootste behoefte heeft aan iets opbeurends) juist contraproductief werkt. In feite zijn positivisme en negativisme voor Barbara Ehrenreich elkaars spiegelbeeld omdat in beide gevallen emotie en perceptie vermengd worden, met schadelijke illusies als gevolg. Daarom pleit ze ervoor de zaken te zien zoals ze echt zijn, wat de meesten van ons in het dagelijks leven toch al doen. Want dat ‘defensief pessimisme’ zorgt ervoor dat we, bij het oversteken of bij het opvoeden van de kinderen bijvoorbeeld, rekening houden met een worstcasescenario. Gelukkig maar. Die houding past naadloos in het ‘waakzaam realisme’ dat Ehrenreich als alternatief aanbiedt en lijkt, zeker in deze sombere tijden, heel verstandig. Maar in werkelijkheid blijkt opnieuw dat de druk om positief te denken juist groter wordt als het slechter gaat. Want volgens het blad Psychology Today werden vorig jaar toch zo’n 4.000 boeken uitgegeven die de lezer een gelukkig(er) leven beloven. Dus terwijl banken wankelden, huizen in beslag werden genomen en de werkloosheidscijfers stegen, blijft één sector bloeien: die van de positieve denkers.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234