Dinsdag 20/10/2020

Gele kaart voor de Tour

Zelden zijn de eerste vijf vlakke ritten van een Tour de France zo repetitief verlopen als dit jaar. Telkens massasprint, op één halve uitzondering na: Matthias Kessler in Valkenburg. Telkens werden vluchters pas in de allerlaatste kilometer(s) gevat, op die ene uitzondering na. En telkens moest Tom Boonen uitleggen waarom hij niet gewonnen had.

Door Walter Pauli

"Een mislukte start van de Tour? Pardon: ik draag nu al drie dagen de gele trui. Ik vind dat helemaal niet mislukt." Tom Boonen keek de vraagsteller frank in de ogen. Net zoals hij al meer dan een halfuur aan het doen was: interviews geven aan tv-stations, radio's, krantenjournalisten, weer tv's en radio's, en dan nog eens naar de algemene persconferentie na de rit. Rustig uitleggen wat er fout was gelopen.

Het verschil tussen de Tom Boonen in Caen, gisteren, en Saint-Quentin, eergisteren, kon niet groter zijn.

In Saint-Quentin kon hij voor de vierde opeenvolgende keer niet winnen. Toen was hij ontgoocheld, en boos. Zijn manager Patrick Lefevere ook. Er was hoorbare onvrede over grote en kleine zaken bij QuickStep. In zijn column in de Gazet van Antwerpen, die de ochtend na de rit verscheen, toonde Tom Boonen zich defensief, ondergewaardeerd, miskend. De jonge Boonen dreigde zowaar stellingen van de oude Museeuw te verkopen.

In Caen won Boonen weer niet. Hij werd tweede na Oscar Freire. Een mens zou zeggen: Boonen gaat dadelijk helemaal door het lint nu het wéér niet gelukt is en de kansen om nog een vlakke rit te winnen met nog een eenheid afgenomen zijn.

Niets van. Ja, zei Boonen, hij had weer verloren, "mijn eigen fout, want ik was te nerveus". In Caen wordt niet gezocht naar het falen van een ploegmaat, naar unfaire concurrenten, zoals hij in zijn column deed. In die column klaagde hij zelfs: "Als ik het wiel van Robbie McEwen wil pakken komt René Hasselbacher me sandwichen." Funny, want Hasselbacher rijdt dit jaar niet mee. In Saint-Quentin gaf Boonen iederéén de schuld, zelfs de spoken in zijn hoofd.

In Caen was dat hoofd opgeklaard. Hij reed in "het beste team" waarmee hij ooit naar de Tour kwam. Zijn verlies was een samenloop van omstandigheden, in de hand gewerkt door een slechte beoordeling van hemzelf. Boonen legt gedetailleerd uit dat het weer een chaotische sprint was. Hoe hij even ingesloten dreigde te raken, een fractie van een seconde panikeerde en naar links uitweek. Hoe hij daardoor zijn gangmaker Steven de Jongh verloor, hoe hij toch al begon te sprinten, ook al was De Jongh niet op zijn positie. Hoe hij ineens zag dat De Jongh naast hem kwam sprinten, hij dus even inhield om zijn ploegmakker zijn werk te laten doen, en hij dan toch zelf sprintte, maar nu te laat was om Oscar Freire bij te halen. En omdat alle ogen op Tom Boonen gericht zijn - hij is de wereldkampioen, hij draagt de gele trui - wordt Boonen ter verantwoording geroepen.

Want dat was het wel: Boonen moet zich verantwoorden. McEwen moet vragen beantwoorden, en dat is iets heel anders. Nochtans had McEwen, na een spectaculaire zege in Saint-Quentin, ook spectaculair geflaterd in Caen. Net zoals in Saint-Quentin ging Gert Steegmans aan kop sleuren, hard en indrukwekkend, met McEwen in zijn wiel. Maar toen McEwen uit dat wiel moest komen, aarzelde hij: de hele bende zat nog in zijn wiel. Ineens leek McEwen die koppositie, waarvoor Steegmans zo gewerkt had, snel-snel te willen afgeven, om weer in iemands wiel te kruipen, om er dan weer uit te kunnen komen. Het is zijn favoriete tactiek. Maar in de praktijk te gek, natuurlijk, en McEwen kwam er niet aan te pas. Maar niemand die de groene trui de les kwam lezen: "En nu? Kostbare punten prijsgegeven." Want dat was wel zo. Groene trui McEwen, die vijfde werd, heeft nog maar één punt voorsprong op Boonen.

Ach, natuurlijk verdient McEwen geen berisping: hij won immers al twee ritten.

Maar ook Boonen claimt begrip. Hij draagt al drie dagen de gele trui. Dat is meer dan het typische sprintersgeel van één paradedag in het geel, dan de beurt aan een ander. Bovendien stipte Boonen zelf aan dat het al bepaald lang geleden was dat er nog eens een renner in de regenboogtrui ook een gele trui om de schouders kreeg. Boonen gaf geschiedenisles: "Men vertelde mij dat mijn laatste voorgangers Greg LeMond (in 1990, WP) en Bernard Hinault (in 1981, WP) zijn. Toch geen kleine jongens?"

Je kunt op twee manieren naar zo'n uitspraak kijken. Als grootspraak, of als een renner die ook voor een palmares rijdt. En op schaarse momenten op de persconferentie in Caen zag je de echte wedstrijd die Tom Boonen aangaat: hij moet natuurlijk winnen van Robbie McEwen, Thor Hushovd of Oscar Freire, maar tegelijk meet hij zich met LeMond en co. Met de mooie galerij van grote kampioenen.

Boonen weet nog niet half hoe goed de club is waartoe hij behoort. Het vergde enig opzoekwerk, want de namen van de wereldkampioenen in het geel zijn uiterst schaars. Op bovenstaande twee na gaat het alleen om Gerrie Knetemann (in 1979), Eddy Merckx (in 1972 en in 1975), en dan moeten we terug tot Louison Bobet, in 1955. Dat is het voor de naoorlogse periode. Tom Boonen nam plaats op een héél beperkte, zéér exclusieve erelijst.

Toch keek iedereen in Caen met verwondering naar de snelle metamorfose van de jonge wereldkampioen. Heeft Boonen de knop helemaal zelf omgedraaid? Spraken een Lefevere of een Peeters verstandige woorden? Begreep QuickStep dat elkaar dingen verwijten pas een destructieve tactiek is? Want heet maar eens Steven de Jongh, die zich nog twee weken moet afbeulen voor Tom Boonen, als je iedere dag moet horen (en vervolgens lezen) dat je toch niet snel genoeg bent, dat Gert Steegmans het zoveel beter doet dan jij? Dat is de beste manier om het zelfvertrouwen van De Jongh tot ver beneden zeeniveau te brengen. Dan heeft Boonen helemaal geen gangmaker meer.

Het klinkt paradoxaal, maar door zijn verlies rustiger op te nemen, door er volwassener mee om te gaan, toonde Tom Boonen zich sterker dan de dag voordien, toen hij en zijn ploeg nukkig en bokkig oogden, verongelijkt. Wellicht verhoogt dat zijn kans voor de drie ritten die nog binnen zijn bereik liggen voor de Pyreneeën eraan komen. Vandaag naar Vitré, hartje Normandië, zondag naar Lorient, aan de Zuid-Bretoense kust, en dinsdag naar Dax, eindpunt van een tocht door Les Landes.

Alleen: God beware de Tour dat er nog eens drie massasprinten komen. Geeuw, geeuw. Niets tegen een massasprint: de spanning, de snelle adrenaline, de kick, het is peper en zout van de vlakke ritten. En de Belgen - of de renners van de Belgische ploegen (McEwen) - doen tenminste mee.

Maar een mens zou haast snakken naar een deftige ontsnapping. En dan geen met uitsluitend onbekende renners en kleine namen, maar met jongens die het tot de streep volhouden. We hebben eenmaal Jens Voigt vooraan zien fietsen, en ook van Egoi Martinez (Discovery) wordt veel goeds verteld.

Maar verder schoven redelijk anonieme renners mee in ontsnappingen die nooit slaagden. Er was natuurlijk Matthias Kessler, winnaar in Valkenburg, maar die waagt zich aan late uitvallen, niet aan echte ontsnappingen.

Mag het eens? We spreken dan niet van de Moeder aller Ontsnappingen, de rit naar Pontarlier in 2001, toen én Marc Wauters én Stuart O'Grady én Erik Dekker, én Jacky Durand én Servais Knaven én Ludo Dierckxsens én Aitor Gonzalez én wijlen Andrej Kivilev én nog wat hardtrappers samen de vlucht namen.

Als er nu eens één Dekker of één Dierckxsens zou opstaan, zelfs - we durven het haast niet zeggen - één Jacky Durand of één renner als Thierry Marie: sterke benen, grote longinhoud, veel lef, en genoeg verstand om te kunnen rekenen en de inspanning te doseren.

De Tour mag best aantrekkelijker worden dan dit jaar. Vandaag komt de Tour niet op de kniehoogte van les Bleus. Nu is het niet abnormaal dat een WK voetbal de aandacht naar zich zuigt. Maar dat de Tour de France na een week nog niet één keer echt de voorpagina haalde van thuiskrant L'Equipe, op af en toe een klein promoboxje na, is veelzeggend. Eén uitzondering: de dagen voor de Tour begon, toen Jan Ullrich en Ivan Basso uit de Tour werden gezet en de namen van dokter Fuentes uitlekten. Dat haalde wel de cover van L'Equipe.

Ach, dat de Tour de France geen voorpaginanieuws is op de dagen dat les Bleus zich kwalificeren, of op de dag van de wedstrijd zelf, dat is heel begrijpelijk. Maar dat de Tour zelfs geen schijn van concurrentie kan bieden op dagen dat les Bleus alleen maar trainen, zou verstandige mensen moeten doen nadenken. In 2002 (met een superieure Armstrong) en in 1998 (de vreselijke Festina-Tour met een spectaculair einde van Pantani bleef de Tour veel meer overeind. Men moest de passie niet alleen uit het voetbal halen.

Vandaag niet. Zelfs in de perszaal van de Tour is de interesse en de aandacht voor les Bleus spontaner en oprechter dan die voor Boonen en McEwen.

Dat uit zich in de kleinste details. Als de renners zijn aangekomen, heeft de technische ploeg van de Tour de lichtjes vervelende gewoonte om onze perszaal zo snel mogelijk te ontmantelen, terwijl we net dan hard moeten werken. Maar neen, dan slepen ze monitoren en tv-toestellen weg. Behalve woensdagavond. Toen werd er speciaal een reuzescherm geïnstalleerd in de perszaal. Ná de wedstrijd - de rit zelf moesten we op de gewone, kleine tv-tjes volgen. Voor het voetbal. En ineens stonden de overblijvende Fransen op een rij, arm in arm, net als Zidane, Vieira en Thuram op het veld. En in de perszaal zongen ze mee de Marseillaise. Ze zongen vals, maar het klonk echt, en dus ook wel mooi. Als er één sport de passies en emoties hoog doet oplaaien tijdens deze Tour de France is het het voetbal.

En dat zou niet anders zijn als Tom Boonen wél gewonnen had in Saint-Quentin of in Caen. In deze jours de gloire voor les Bleus is geel voor de Fransen niet de kleur van een trui maar van een karton.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234