Zondag 05/12/2021

Geld is God

Thrillers uit het Hoge Noorden

Åke Beckérus

Uit het Zweeds vertaald door Ina Sassen De Geus, Breda, 286 p., 798 frank.

Liza Marklund

Uit het Zweeds vertaald door Ina Sassen De Geus, Breda, 416 p., 998 frank.

Leif Davidsen

Uit het Deens vertaald door Edith Koenders De Geus, Breda, 413 p., 998 frank.

Matti Yrjänä Joensuu

Uit het Fins vertaald door Marja-Leena Hellings en Annemarie Haas Signature, Baarn, 415 p., 750 frank.

Kim Småge

Uit het Noors vertaald door Maaike Lahaise Signature, Baarn, 216 p., 598 frank.

Jo Nesbø

Uit het Noors vertaald door Annelies de Vroom en Paula Stevens Signature, Baarn, 399 p., 698 frank.

Scandinavië is meer dan de broedstoof van de boerentrilogie (Het geslacht Bjørndal, etc., etc.), meer ook dan het walhalla van de wellustige pen (wie herinnert zich niet de Zweedse en Deense literaire porno uit Het land Coitha?). Ook de thriller heeft er al langer stevig wortel geschoten.

Het Zweedse duo Maj Sjöwall en Per Wahlöö is daarvan nog steeds de bekendste Scandinavische vertegenwoordiger, maar zij zijn in eigen land ondertussen afgelost, en overigens overtroffen, door de even maatschappijkritische Henning Mankell, wiens thrillers rondom inspecteur Kurt Wallander ook bij ons goed aanslaan. Zozeer zelfs dat Mankell zo langzamerhand als een gevestigde naam mag worden beschouwd - zie de top-20 elders in dit nummer.

Mankells engagement is kenmerkend voor een bepaalde soort moderne thrillers, en zeker voor de Scandinavische. In dit verband is het wel aardig om enkele van zijn vooralsnog minder bekende collega's voor het voetlicht te brengen. Al leiden goede bedoelingen ook hier niet altijd tot goede romans.

Neem de nieuwe van de (weliswaar niet meer zó onbekende) Noorse Kim Småge, Nachtduik, in feite haar debuut. Småge, in eigen land samen met Unni Lindell (zie ook de top-20) tot 'krimikoningin' uitgegroeid, won er in 1983 de prijs voor de beste Noorse thriller mee. Waarom is een raadsel - wie Sub rosa (1997) en Containervrouwen (1998, over vrouwen- handel) heeft gelezen, haar vorige, veel terechter geprezen thrillers, moet de Noorse uitgever die Nachtduik destijds afwees gelijk geven.

De spanningsboog stort namelijk iets voorbij de helft van het boek reddeloos in, waarna het zich voortsleept tot de obligate slotconfrontatie tussen goeien en slechten - zodat de lezer er ook achter kan komen waar de plot eigenlijk om draaide (diamanten, zo blijkt). Maar voor die plot, gedragen door de duikster Hilke Thorhus, die tijdens een nachtduik twee van haar vrienden voor haar ogen vermoord ziet worden maar zelf op het nippertje kan ontkomen, waarna de klopjacht op haar begint, hoef je Nachtduik niet te lezen.

Veel interessanter is wat Småge doet met het clichémotief van de belaagde maagd (dat laatste uiteraard bij wijze van spreken). Dat een geïsoleerde vrouw, hoe assertief en zelfbewust ook, wel degelijk kwetsbaarder is dan een man in een vergelijkbare positie laat ze je op velerlei wijze ervaren (dus niet: van buitenaf observeren, zoals vaak het geval is in dit soort verhalen) - niet alleen in de onbarmhartige scène waarin Hilke tijdelijk in handen van haar achtervolgers valt, die zichzelf, voor ze haar uit de weg gaan ruimen, het plezier gunnen haar te verkrachten. Helaas bederft Småge tegelijk veel van de voor zichzelf sprekende situaties waarin Hilke verzeilt door haar macha-toontje (en, van de weeromstuit, door vaak in hoger gewauwel ontaardende 'poëtische' passages).

In Duivelstranen van de Zweed Åke Beckérus blijken diamonds evenmin a girl's best friends, maar verder zijn de overeenkomsten met Nachtduik beperkt. Hoewel, ook hier is sprake van een belaagde vrouw, die van Göran Esser, een Zweedse journalist.

De diamanten waar het om gaat zijn afkomstig uit Rusland - in het spectaculaire openingshoofdstuk worden ze door een groepje voormalige Sovjetofficieren gestolen uit een Moskouse bank. Maar geld brengt geen geluk - een cliché van jewelste, dat Beckérus, via de tragische figuur van Dimitri Ivanov, leider van de gedesillusioneerde officieren, toch nog zo weet te moduleren dat de kritiek op het meedogenloze kapitalisme in het nieuwe Rusland (en niet alleen daar) meer blijkt dan een weliswaar politiek correcte, maar verder irrelevante exercitie. Hoe de levens van Esser, zijn vrouw Monika en Ivanov door elkaar gaan lopen, via Moskou over Stockholm en Amsterdam tot in Griekenland, mag de liefhebber zelf ontdekken in deze onderhoudende actiethriller, die nog spectaculairder eindigt dan hij begint en nog het best omschreven kan worden als een niet geheel hersenloze James Bond. (Aan de verfilming wordt intussen gewerkt.) Ambitieuzer, maar daarom niet interessanter is het net verschenen De vrouw op de foto van de Deen Leif Davidsen. Deceptie is zelfs je deel als je je erop instelt dat het is bekroond als beste Scandinavische thriller van 1999. Ook hier een journalist in de hoofdrol, zij het een fotojournalist, meer nog, een paparazzo: Peter Lime (spreek uit: 'liem'), Deen die al twintig jaar in Madrid woont, vijftig, droogstaand alcoholist, alles al gezien, alles al gedaan, binnen voor de regen, macho ma non troppo, sinds enige jaren gelukkig getrouwd en trotse vader van een dochtertje. Tot op een kwade dag een bom zijn dierbaren de dood injaagt, wat te maken heeft met een foto uit het verleden, die hem ten slotte, via Kopenhagen en de voormalige DDR, tot in Rusland zal brengen.

Op zichzelf is De vrouw op de foto geen onaardig boek, wat wijdlopig misschien, maar Davidsen heeft er wel véél tegelijk in op een hoop gegooid, waardoor het allemaal nogal oppervlakkig blijft: het materialisme waarvoor de generatie van '68 uiteindelijk in meerderheid is bezweken, de sensatiemaatschappij, de debilisering van de media, corruptie, de Spaanse Burgeroorlog, de ETA, de RAF, het communisme, de verwoestende erfenis van de Stasi... De maatschappij- en mediakritiek die zijn alter ego Lime in huis heeft is weliswaar niet onzinnig (al klinkt ze uit zijn mond niet altijd even geloofwaardig), maar ligt te zeer voor hand om je echt aan het denken te zetten ("Ik leefde van het narcisme van de hedendaagse mens en van zijn onstilbare honger naar roddel", of "Tijd was geld. Geld was God." Al kan niet ontkend worden dat dat laatste ook in de hiervoor genoemde thrillers zeer waar is).

In essentie gaat De vrouw op de foto over loyaliteit en verraad - over macht, en dus ook over machteloosheid en vernedering. Een thema dat in Liza Marklunds Springstof, in Jo Nesbø's Vleermuisman en in Matti Joensuus De honger naar liefde ook wordt aangesneden. En dat deze schrijvers, ieder op eigen wijze, overigens meer recht doen dan Davidsen vermag.

Springstof speelt in Stockholm. De jonge en ambitieuze Annika Bengtzon, de nieuwe chef misdaad van de (fictieve) avondkrant Kvällspressen ('De avondpers'), bijt zich vast in twee bomaanslagen die kort na elkaar in olympische stadions zijn gepleegd, telkens met één dodelijk slachtoffer. Haar theorie dat deze aanslagen niets met de komende Olympische Spelen van Stockholm 2004 te maken hebben, dus geen blinde terreur zijn, maar doelbewuste moorden, blijkt juist. Zoals ze zelf ondervindt wanneer ze in de klauwen valt van de dolgedraaide dynamiteur, die haar als derde slachtoffer heeft uitverkoren. Dat laatste is een variatie op een beproefd thema, en krijgt een beproefde uitkomst (uiteraard weet Annika zich op het nippertje te redden), maar de ontknoping die Marklund heeft bedacht is wèl erg spannend. Bovendien moet het boek het niet alleen van de suspense hebben, ook Annika's dagelijkse leven wordt heel mooi getekend. Met de conflicten en het geziek van afgunstige collega's op de krant, en haar worsteling om behalve een competente werkende vrouw ook een goede moeder te zijn voor de twee kinderen die ze samen met haar geëmancipeerde man opvoedt, is dat een afspiegeling in het klein van de machtsstrijd en de roldwang (met name voor vrouwen) die in de buitenwereld tot moorden leiden. De buitenwereld, waar het streven naar succes een mens emotioneel kapot kan maken - zodat hij anderen kapotmaakt. Een aanrader.

In Vleermuisman van de Noorse debutant Jo Nesbø is de hoofdfiguur nu eens geen journalist maar, heel klassiek, een politieman: inspecteur Harry Hole uit Oslo. Hij wordt naar Australië gestuurd om daar ("Mister Hoo-li, I presume?") de zaak te onderzoeken van een jonge Noorse actrice die in Sydney is vermoord.

Nesbø is op alle onderdelen goed tot uitstekend: hij schrijft soepel, met levensechte dialogen, houdt een goed ritme aan in zijn verhaal, kan zowel harde actie als echte, niet door soaps voorgekookte emotie aan, en zijn plot is ingenieus. Weliswaar draait die rondom een seriemoordenaar, hèt cliché van de moderne thriller, maar de wijze waarop hij gebruik maakt van de setting maakt dat meer dan goed: het is niet iedereen gegeven, en zeker geen buitenstaander, om de sociale en culturele problematiek van de aborigines op een authentieke manier in een misdaadroman te verwerken. Het verhaal van Vleermuisman wordt zelfs in niet onaanzienlijke mate gestuurd door enkele aborigine-mythen over Goed en Kwaad. Een verhaal waarin de liefde inderdaad "een groter mysterie dan de dood" blijkt, zoals Harry's (aborigine-)collega Andy Kensington hem op zeker ogenblik waarschuwt. Een meer dan veelbelovend debuut, dit.

Het lekkerste komt het laatst, en in dit geval komt het zelfs uit Finland. De vertaling van een Fins boek is op zich al bijzonder, maar De honger naar liefde van Matti Joensuu is, ondanks de kleffe titel, ook nog zonder meer een van de beste thrillers van 2000. De intrige is niet opzienbarend (een insluiper jaagt vrouwen in Helsinki 's nachts de stuipen op het lijf, ook al onthoudt hij zich van geweld, en verder wordt in een bank een miljoenenkraak gezet), maar wat schrijft deze oud-rechercheur goed!

Met bewonderenswaardige empathie wekt Joensuu zijn twee antagonisten tot leven: de geestelijk wat in het ongerede geraakte, licht afstotelijke maar tegelijk - en dat is een grote prestatie - aandoenlijke Asko 'Tweety' Leinonen, deze nooit gekuste, naar vrouwelijke tederheid hunkerende tovenaar der deursloten, die het liefst een vogel was geweest, en inspecteur Timo Harjunpää, die allengs heel moe is geworden van de voortdurende bezuinigingen - en (dus?) de corruptie - bij de politie, en van het gebrek aan steun van zijn superieuren. Bovendien zit hij nu ook nog met de zorg voor zijn als uit het niets opgedoemde vader opgezadeld. Die is uit Harjunpääs leven verdwenen toen de inspecteur nog een kind was, en heeft nooit meer een teken van leven gegeven. Maar nu is hij er opeens - de klootzak - en hij blijkt nog bezig dement te worden ook.

Joensuus gevoel voor sfeer is meesterlijk, en hij weet de dingen onverwacht beeldend te beschrijven ("zijn stem was als een door tientallen en tientallen auto's overreden kat die aan de weg zit vastgeplakt"). Maar wat zijn boek vooral zo goed maakt is dat het werkelijk als het leven zelf op je afkomt, met alle onduidelijkheid en rommeligheid vandien. In nogal wat thrillers gedragen de personages zich een beetje als door de plot geprogrammeerde marionetten, zodat het er soms op lijkt dat ze zelf al weten hoe die plot in elkaar zit. Niets daarvan in deze roman - Joensuu bewandelt af en toe een doodlopend zijpaadje, zonder dat dat stoort. De honger naar liefde doet veel zogenaamd literaire romans verbleken. Het is namelijk niet uit iemands navel geplozen, maar geschreven met een open oog en oor voor de wereld.

Iets wat je in de beste thrillers wel vaker ziet - Ernest Mandel, een liefhebber van het genre, had gelijk.

Ernest Mandel had gelijk: de beste thrillers zijn geschreven met een open oog en oor voor de wereld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234