Maandag 16/05/2022

Geknecht door Joseph Kony

Het is niet in het Oeganda van Idi Amin, in de jaren zeventig, maar wel in dat van Museveni en van Kony, in 2003, dat zich het fenomeen voordoet van de nachtpendelaars: kinderen die in de stad gaan slapen uit vrees voor kidnapping. Bovendien is in de hele noordelijke Acholi-regio niet minder dan 70 procent van de bevolking intern op de vlucht. Human Rights Watch publiceerde met Abducted and abused, renewed conflict in Northern Uganda een schrijnend rapport over de situatie.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Elke avond weer komen de kinderen. Ze komen 'veilig overnachten' in de hospitalen, busstations en fabrieksterreinen van Gulu en Kitgum in Noord-Oeganda. Bijna veertienduizend waren het er tegen juni al, meisjes en jongens die elke ochtend en avond kilometers lopen om uit de handen te blijven van het Verzetsleger van de Heer, het LRA van Joseph Kony (40). Prettig is het niet: velen raakten hun deken aan dieven kwijt, worden afgeranseld door oudere jongens en meisjes of benaderd door militairen van het overheidsleger, die enige centen veil hebben voor seks met een tiener.

Oeganda's nachtpendelaars worden ze genoemd, en ondanks herhaaldelijke verzoeken van de katholieke kerk kunnen ze tot dusver op weinig bescherming rekenen. Het enige wat ze zeker weten is dat het busstation of het terrein van het hospitaal al jaren niet meer zijn aangevallen door rebellen, en dus als relatief veilig bekend staan. Zo hopen deze kinderen het lot te ontvluchten dat tussen juni 2002 en mei 2003 niet minder dan 8.400 van hun broers en zussen te beurt viel: te worden ingelijfd in een rebellenbeweging die voor meer dan 80 procent uit ontvoerde kinderen bestaat. Uit jongens en meisjes zoals James T. De dertienjarige werd samen met zijn vier broers ontvoerd. Al te veel leden uit één gezin maakt loyauteit moeilijk, zo oordeelde de rebellencommandant. En dus moest James toekijken hoe zijn twee jongere broertjes werden vastgebonden en door andere kindsoldaten doodgeslagen. Ze hadden geen keuze, zegt de later ontsnapte jongen, als ze zouden weigeren, werden ze zelf vermoord.

Behalve duizenden jongens als James zijn er ook talloze zoals de dertienjarige Godfrey, die priester Carlos Rodriguez in juni in een ziekenhuis in Kitgum aantrof. "Hij lijdt zichtbaar, ik zie de horror in zijn ogen. Op de avond van 30 mei kwamen ze naar zijn huis in Mucwini en onderwierpen hem aan de vreselijkste verminkingen, die hem zonder oren, lippen en vingers achterlieten. Het is de vierde jongen in een maand tijd die ik in een dergelijke toestand zie. Zijn beulen wikkelden zijn oren in een brief en staken die in zijn zak. Het bloederige papier was een waarschuwing voor al wie zich bij de lokale militie LDU wil aansluiten. 'We zullen met je doen wat we met hem deden.'"

Het noorden van Oeganda, en dan meer bepaald de districten Gulu, Kitgum en Pader worden al zeventien jaar lang met oorlog geconfronteerd. Het kwam eigenlijk zo: het hele gebied werd door de Britse kolonisator behoorlijk verwaarloosd, en voor de etnische Acholi was een militaire carrière in het net onafhankelijke Oeganda een van de weinige economische mogelijkheden. Zo raakten de Acholi gelieerd met dictator Milton Obote, die Idi Amin (1971-'79) zowel voorafging als opvolgde. En tegen de tijd dat een Acholi-commandant Obote afzette, was de al jaren strijd voerende Museveni (sinds 1986 aan de macht) te dicht bij de overwinning om het tij nog te keren: uiteindelijk kwam Museveni tegenover de Acholi te staan. Hoewel de ex-strijdkrachten van Obote in 1988 een bestand sloten, legden niet alle Acholi de wapens neer .

De wortels van het Verzetsleger van de Heer van Joseph Kony liggen bij zijn tante - sommigen zeggen nicht - Alice Lakwena, die een Leger van de Heilige Geest oprichtte en beweerde te beschikken over geheime krachten. Alice Lakwena delfde behoorlijk snel het onderspit en verdween met haar overblijvende aanhangers naar Kenia. Maar haar erfenis leefde voort in Joseph Kony, die prompt het Bevrijdingsleger van de Heer oprichtte, dat vanaf 1994 zijn huidige naam zou krijgen.

Het is in datzelfde jaar dat Kony steun krijgt van de Soedanese regering, in ruil voor hulp in de strijd tegen de christenen van de SPLA in het zuiden van het land. Khartoem zou die alliantie later noodzakelijk noemen, aangezien Museveni de SPLA steunde. Kony kreeg trainingskampen in het zuiden van Soedan, en maakte vanaf het begin gebruik van kidnappingen van kinderen om zijn troepen te versterken. Tegelijk liet hij de oren, neus en lippen afhakken van zogenaamde collaborateurs.

Een van de grootste kampen bevond zich in Lubanga-tek, East Equatoria (Zuid-Soedan), van waaruit vaak aanvallen in Noord-Oeganda werden gelanceerd. Het kamp werd door het Soedanese leger bevoorraad, was jarenlang de woonplaats van Kony zelf en telde destijds meer dan 4.500 strijders, die maandenlang waren opgeleid.

In december 1999 ondertekenden Khartoem en Kampala in Nairobi een verdrag dat de beide regeringen ertoe verbond geen steun meer te verlenen aan hun respectieve verzetsbewegingen. Geen van beide naties hield zich evenwel aan de afspraken.

Als het Noord-Oegandese Gulu in 2000 door een ebola-epidemie wordt getroffen, trekt Kony zich geheel in Zuid-Soedan terug. Eind 2001 wordt zijn LRA door de VS als terroristische organisatie verketterd en aangezien Khartoem het op dat moment wijselijk acht betere relaties met Washington na te streven, wordt de steun aan Kony op een laag pitje gezet. Dat laat zich in verschillende opzichten voelen: het LRA valt steeds meer Zuid-Soedanese dorpen aan, en ook locaties die door Khartoem worden gecontroleerd, worden niet geschuwd. Tegelijk ontruimt Kony zijn kampen: de bevolking van een afgelegen bergregio wordt op de vlucht gejaagd, waarna het LRA er zich vestigt.

Ondertussen gooit Museveni het op een akkoordje met Khartoem: het Oegandese leger mag de Soedanese grens over om het zuiden uit te mesten. Of officieel: Operatie IJzeren Vuist wordt gelanceerd.

Het is sindsdien veel erger geworden voor de Acholi. Alle aspecten van het leven, de misère, het geweld, de ontheemding. In 2001 had een katholieke koepelorganisatie vredesbesprekingen tussen Kony en Museveni op gang proberen te brengen, maar die behoorden na het begin van de nieuwe militaire operatie prompt tot het verleden.

En tot overmaat van ramp werd de strijd ook militair niet gewonnen: Kony's kinderen wisten uit de handen van het Oegandese leger te blijven - een kwestie van grote corruptie, slecht moreel en 'overstretching' van de troepenmacht. Vergeet immers niet: Oeganda 'verdedigt' het vaderland tot in Kongo en Rwanda.

Om uit de klauwen van het leger te blijven, komt het LRA vanaf juni 2002 naar Oeganda terug, naar Kitgum, Gulu en Pader, maar ook steeds vaker naar plaatsen in het oosten, dat voorheen van de oorlog gespaard bleef. Tegen het einde van het jaar heeft de rebellenorganisatie er al 456 aanvallen op zitten, waarbij vijf keer zoveel burgers worden vermoord als soldaten en ook het aantal kidnappingen stijgt andermaal spectaculair.

In oktober wordt het nog erger: de overheid geeft de bevolking van de drie districten die samen Acholiland vormen welgeteld 48 uur de tijd om zich in 'beschermde kampen' te vestigen. De geboden protectie is een lachertje: in een van de grootste kampen hokken 43.500 mensen in miserabele omstandigheden samen, en ze worden door amper 80 militairen 'beschermd'. Ondertussen toont de overheid dat het ze menens is met de ontruiming: de gebieden buiten de kampen worden gebombardeerd - wie zich daar bevindt, bekent zich immers tot de vijand. En zo is deze geheel van de landbouw afhankelijke bevolking totaal afgesneden van haar akkerland. Woonden er tot voor Operatie IJzeren Vuist zo'n half miljoen Acholi in kampen, tegen november waren dat er al 800.000, of 70 procent van het totaal. Allemaal mensen die voor hun overleven van het Wereldvoedselprogramma afhankelijk werden, en dat terwijl er regelmatig aanvallen zijn op de voedselkonvooien en -opslagplaatsen, en deze VN-organisatie met grote onderfinanciering kampt. Neem maart van dit jaar: slechts een derde van de nodige fondsen werd gevonden, terwijl werd vastgesteld dat de ondervoeding bij kleine kinderen al boven de 15 procent was gestegen, een kritieke drempel voor grootschalige hongersnood.

Tegelijk voeren Kony's handlangers geregeld aanvallen uit op de slecht verdedigde kampen, waarbij ze verschillende burgers prompt vermoorden en briefjes achterlaten met de waarschuwing dat wie in het kamp blijft, als collaborateur, hetzelfde lot wacht. Maar ondertussen spaart het LRA ook de dorpen niet: er werden er in het voorbije jaar meer dan 120 aangevallen, waarbij uiteraard geplunderd, verkracht en gemoord werd.

Terwijl de Oegandese regering Operatie IJzeren Vuist lanceert, ziet Kony een kans om de relatie met Khartoem te verbeteren: zijn troepen helpen bij de herinname van de stad Torit. Ze verslaan de Zuid-Soedanese SPLA en worden prompt weer door het noorden bevoorraad. In september, zo vertelt een priester, deden de eerste geruchten de ronde over de nieuwe uniformen en wapens van het LRA. Sommigen zeiden dat ze van het overheidsleger waren gekocht, maar dat viel moeilijk te geloven, aangezien het betere apparatuur betrof dan wat zij hadden, en ook veel modernere wapens.

Tegelijk neemt het aantal ontvoeringen, plunderingen, moorden en verkrachtingen snel toe. Zo werden in december 42 studenten uit de Palenga-school ontvoerd, op 27 februari ondergingen 30 anderen in Abung hetzelfde lot en in juni verdwenen 41 kinderen uit een katholieke seminarieschool. Onderhand zijn 116 van de 234 scholen in de regio 'ontheemd' en zijn 55 procent van de leerlingen 'afwezig'. Ontvoerd of thuis uit vrees voor een dergelijk lot.

"We stellen evenwel een verandering vast in de aard van de kidnappingen", zo schrijft Human Rights Watch. "Er werden meer volwassenen gekidnapt, die vervolgens als dragers werden ingezet voor de buitgemaakte goederen. Doorgaans werden ze nadien vrijgelaten. Tegelijk valt op dat er meer kinderen dan vroeger na hun ontvoering ontsnappen. De noodgedwongen mobiliteit van het LRA maakt het onmogelijk om de jongens en meisjes naar Zuid-Soedan over te brengen voor training. Ze worden dus in Noord-Oeganda gehouden, wat voor hen 'bekend' terrein is, wat vluchten vergemakkelijkt."

Hoewel, dat laatste is toch relatief: wie ontsnapt en wordt gevat, wordt doorgaans vermoord. Op commandantenbevel vertrappeld door andere kinderen of met stokken doodgeslagen. Bovendien zijn veel kinderen bang om de wijk te nemen: na hun ontvoering worden ze immers door het LRA geregistreerd. Vluchten ze later, dan begeven de rebellen zich naar hun dorp. Blijken ze afwezig, dan worden veelal familieleden vermoord.

"Tegelijk", zo vertelt een priester in het rapport, "worden de kinderen op steeds jongere leeftijd ontvoerd. Had men vroeger de voorkeur voor dertien-, veertienjarigen, dan zijn negen- à tienjarigen nu duidelijk verkieslijk. Ze zijn immers makkelijker te manipuleren."

Hoe het ontvoerde kinderen bij het LRA vergaat, blijkt uit de verhalen van de ontsnapten. De meesten worden korte tijd na hun kidnapping aan een flinke afrossing onderworpen, om hen te 'harden'. Twee dagen later volgt het initatieritueel, waarbij ze met een bepaalde olie worden ingesmeerd. Voortaan, zo heet het, behoren ze alleen nog het LRA toe. De olie, zo wil de legende, maakt het commandanten makkelijk om weglopers terug te vinden.

Niet alleen deserteurs worden afgemaakt, ook kinderen die wegens gezwollen voeten nog maar traag vooruitkomen en daardoor de groep hinderen, worden veelal vermoord. Zo vertelt een tienjarig kind hoe de doorns in zijn voeten ontstoken raakten, waardoor lopen haast onmogelijk werd. De jongen werd afgeranseld en voor dood achtergelaten. De volgende dag werd hij door een voorbijganger gevonden en gered.

Het einde van een gedwongen LRA-carrière betekent voor de meeste kinderen evenwel niet het einde van de misère. Vooreerst is er het feit dat vooral jongens die jaren in het rebellenleger hebben doorgebracht, vaak niet echt welkom zijn bij hun familie wegens de vele moorden die ze onderhand hebben begaan. Meisjes hebben het in dat opzicht makkelijker, maar als ze als 'vrouw van de commandant' hebben gefungeerd en ook kinderen baarden, liggen de zaken veel moeilijker. Voor de Acholi behoren de kinderen de man toe, ze zijn bij de familie van de vrouw dus niet echt welkom. De weinige vrouwen die al uitgehuwelijkt waren voor hun kidnapping, zijn bovendien doorgaans thuis niet meer welkom, wegens hun hoge kans op soa's en hiv-besmetting.

Hulporganisaties vinden voorts dat de Oegandese overheid zelf vreemd met ex-strijders omspringt. "Als ze gedood geworden, dan betreft het altijd terroristen en moordenaars, overleven ze, dan zijn het gekidnapte kinderen." Die kinderen, zo wijst onderzoek uit, kampen bovendien met tal van problemen: velen zijn bang voor herontvoering, een op de drie kinderen heeft nog broertjes of zusjes bij het LRA en vreest dat zij gestraft zullen worden voor zijn/haar desertie. De meesten zijn er ook fysiek en psychisch slecht aan toe. Vijftien procent heeft schotwonden, velen kampen met huidaandoeningen en soa's. Het gros heeft daarenboven last van nachtmerries en flashbacks.

De LRA-gruwel, de ontheemding, het voedselgebrek. En daar komen nog de mensenrechtenschendingen van Museveni's leger bij: standrechtelijke executies, martelingen van gevangenen, onbestrafte verkrachtingen. Neem het verhaal van twee zusjes, van dertien en negentien. Op de weg naar het kamp waar ze met hun familie verblijven, worden ze door twee militairen tegengehouden en verkracht. En wat blijkt enige tijd later: de twee, maagd voordien, zijn nu seropositief. "Er heerst een enorm sociaal stigma op verkrachting", zeggen hulpverleners. "De Acholi geloven in zekere zin dat de verkrachter verleid wordt. Zo worden getrouwde verkrachte vrouwen vaak door hun echtgenoten verlaten en doet haast geen kat ooit aangifte van zo'n misdrijf." Het waren er, volgens hulporganisaties, in Kitgum en Pader in de laatste maanden van vorig jaar alleen al minstens 27. De schuldigen waren militairen die niet werden vervolgd, hoogstens overgeplaatst.

Een andere laakbare praktijk is de ronseling. Verschillende jongens vertellen hoe ze, net uit het LRA ontsnapt, eerst dagenlang worden ondervraagd en vervolgens onder druk gezet om zich bij het leger van Museveni te voegen. Een nieuw uniform, een beetje geld en het dreigement 'maanden in dit kamp te zullen doorbrengen' als ze niet instemmen.

Sommige van deze jongens komen uiteindelijk in de zogenoemde lokale defensie-eenheden terecht, een soort van slecht opgeleide milities. "Je hebt nog nooit zo'n rekbare interpretatie van het woord lokaal gehoord", zegt een burger in het HRW-rapport. "Deze jongens worden zelfs in Kongo ingezet."

Zijn er, tot slot, vooruitzichten op beter, op vrede, op heropbouw? Nauwelijks. Als er eindelijk vrede zou komen in Soedan, en er wordt momenteel onderhandeld, zou dat uiteraard al een pak schelen. Zo zou Kony geïsoleerd kunnen raken, afgesneden van zijn bevoorrading. Dat zou zijn arrestatie wellicht vergemakkelijken en als die klus is geklaard, is een desintegratie van het Verzetsleger van de Heer, gezien de aard van zijn strijders, zeer waarschijnlijk.

Jongens en meisjes van nauwelijks tien jaar worden ingelijfd in een rebellenbeweging die voor meer dan 80 procent uit ontvoerde kinderen bestaat

'Kinderen worden op steeds jongere leeftijd ontvoerd. Had men vroeger de voorkeur voor 13- à 14-jarigen, dan zijn 9- à 10-jarigen nu verkieslijk. Ze zijn makkelijker te manipuleren'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234