Woensdag 19/06/2019

Gek worden: een moeilijke oefening

Wie zich aan de teksten van theatergod Georg Büchner waagt, komt in woelig water terecht. Of loopt op de klippen. Het is een lastige opgave om Lenz uit te zitten. De uitstekende acteerprestaties bieden soelaas.

Büchners kleine oeuvre behoort integraal tot de canon van de toneelliteratuur. Het bedrieglijk eenvoudige Leonce en Lena is een voorbode van het absurdistisch theater, pièce de résistance Woyzeck is een mythisch stuk waarvan verschillende tekstinterpretaties bestaan. De personages Woyzeck en Lenz zijn allebei noodlotsfiguren. Beiden takelen lichamelijk en geestelijk af, stemmen brengen hen buiten zichzelf, tot ze door de vijandige buitenwereld worden vermalen.

Lenz is een onafgewerkte novelle uit 1835, gebaseerd op het tragische leven van de laat-achttiende-eeuwse hoogromantische auteur Jacob Michael Reinhold Lenz. De jonge schrijver-theoloog heeft het gehad met de kunst en het woeden van de wereld om hem heen. Wanderlust drijft hem naar de bergen, op zoek naar zuiverheid en harmonie met de natuur. Eenzaamheid en angsten achtervolgen hem. Ontredderd komt hij in de pastorie van Waldbach aan, waar de plattelandsprediker Oberlin zich over hem ontfermt. Het ongecompliceerde leven in het bergdorp heeft een weldadig kalmerende invloed op hem. Tijdens het prediken ervaart hij een onbegrensd geluksgevoel. Zijn hypersensitieve natuur houdt het echter niet. Hij hoort stemmen, ziet geestesverschijningen, denkt obsessief aan de dood. Als Oberlin hem aanmaant om gehoor te geven aan zijn vaders wens om terug naar huis te keren, slaan zijn stoppen door. Uiteindelijk geeft hij toe aan "een in zichzelf besloten woelen en krioelen in de richting van de afgrond, waar een onverbiddelijke kracht hem naartoe sleurde".

Het doel voorbij

Büchners novelle is geen aanrader. De moderne lezer zal weinig plezier beleven aan de gezwollen taal en zich al helemaal niet kunnen inleven in het neurotische personage. De manier waarop regisseur Piet Arfeuille de tekst bewerkte en vormgaf, is al even weinig uitnodigend.

Lenz opent met een oorverdovende elektronische soundscape. Een bloemlezing van onheilstijdingen uit nieuwsbulletins en zalvende promopraatjes klinkt als een state of the union van de wereld van vandaag. Waarmee die te lang volgehouden aanloop inhoudelijk met de rest van het stuk te maken heeft, daar hebben we het raden naar. Dezelfde vraag staelt zich wanneer het abrupt over de opwarming van de aarde, biogenetica en stervende bijen gaat. Wie heeft een boodschap aan de zalvende woorden van Oberlin, die vroomheid en religiositeit als ultieme zingeving ervaart?

Arfeuille profileert zich als een regisseur die beslist wat te zeggen heeft. Hij tackelt in zijn werk de vanzelfsprekendheid waarmee de wereld zich aan ons opdringt en schotelt zijn publiek existentiële vragen voor. Jammer dat net als De zaak (2011) ook deze voorstelling haar doel voorbijschiet. Alles blijft in een waas van hermetisme steken en het publiek verlaat beduusd de zaal.

Moet Lenz verketterd worden? Nee, daarvoor zijn de acteerprestaties veel te sterk. Pet af voor Thomas Janssens, die ook al schitterde in Recht zal zijn wat ik zeg. Hij leeft zich helemaal in in de man met "een ziel zonder opperhuid": aanvankelijk loopt hij over van kinderlijk enthousiasme en naïviteit, dan weer is hij een druk gesticulerende hyperkinetische neuroot, en een andere keer de minzame verteller. Jorre Vandenbussche (Oberlin) brengt, als een zenmeester, wat rust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden