Dinsdag 28/06/2022

Gek, geleerd en goed gedaan

'La ville recyclée' van Luc Deleuze en Francis Metzger

Eric Min

Je moet al een dichter of een fotograaf zijn om stil te staan bij de schoonheid van een roestige badkuip in een weiland: de jongens en meisjes van de vzw Natuurreservaten die de geëmailleerde drinkbakken uit de wei weg willen, verlangen eigenlijk naar het onmogelijke landschap van voor de zondeval. En zijn het stedenbouwers die de tijd nemen om te genieten van de poëzie die opstuift uit een lap braakland en een verlaten rotonde in een stille straat, of mensen als u en ik die bij het raam staan te dromen? Mag je de stad aan een burgemeester toevertrouwen die al te hoge wolkenkrabbers wil afknotten tot ze in het nostalgische raster van een kleinschalige en dus 'leefbare' buurt passen - alsof er geen kwalitatief hoogstaande torengebouwen zijn neergezet, en geen wanstaltige rijtjeshuizen? Is bouwen te belangrijk om het aan de specialisten over te laten? Meestal wel, maar het kan ook anders. De derde aflevering van de reeks 'Les carnets d'architecture contemporaine', een Franstalig-Brussels initiatief dat goede hedendaagse architectuur een duwtje in de rug wil geven, laat twee jonge bouwmeesters uit de hoofdstad aan het woord. De ondertitel van het boekje, La ville recyclée, geeft precies aan waar het om gaat: Luc Deleuze (°1953) en Francis Metzger (°1957), vakmensen die hun architectuurpraktijk in het atelier DMA combineren met onderwijsopdrachten aan het Institut Horta en weleens een goed boek lezen, benaderen de stad met het gepaste respect voor de mensen die er wonen en de geschiedenis van de plek die ze onder handen zullen nemen. "Plus tu as de contraintes, plus c'est facile; plus il y a des éléments auxquels se raccrocher": hoe moeilijker het terrein, hoe groter de uitdaging om rekening te houden met wat voorhanden is en in de weg loopt.

De beide mannen hebben veel te veel woorden nodig (en de nodige open deuren, helaas) om hun verhaal te vertellen, maar het is de moeite waard. Tussen het obligate citaat van Descartes en wat modieus gescharrel met grote namen door, komen we erachter dat ze goed weten wat ze doen. De stad zal hun biotoop zijn: de ongerepte natuur is toch helemaal opgebruikt, en we treffen hooguit nog enkele flarden banlieue aan. De projecten van het atelier situeren zich dan ook vooral in en rond Brussel, de stad die haar naam heeft gegeven aan de overtreffende trap van kaalslag: bruxellisation.

De ondankbare jaren zestig hebben de hoofdstad niet gespaard, en het had nog zo mooi kunnen zijn. Brussel schonk dit land immers het typische smalle, diepe rijtjeshuis met de drie kamers op een rij en de hoge traphal, naast een hoop art-nouveaugebouwen (DMA heeft de vrijzinnige tempel die het Institut Solvay ooit was schitterend gerestaureerd) en het Atomium, dat het vrolijke duo met een tiende bol op en onder de grond heeft bedacht. Fotografe Marie-Françoise Plissart mocht het werk van het atelier secuur in beeld brengen: transformaties van herenhuizen voor collega-kunstenaars als François Schuiten en Benoît Peeters, efemere stands waarmee Glaverbel handelsbeurzen afdweilt, projecten voor de Heizelvlakte of het Théâtre de la Balsamine... De gehate Lotto-toren naast het Centraal Station krijgt er in hun ontwerp zowaar een verdieping bovenop, "want ook kinderen willen hun blokjes almaar hoger stapelen". Uit het Charle-Albertkasteeltje groeit een minimalistische glazen doos als verlengstuk.

Niet alle plannen zijn verwezenlijkt, en een aantal heeft het stadium van spielerei nooit verlaten. Zo zou een reusachtig projectiescherm de lelijke hoek van de Anspachlaan (bij de oude Galeries Anspach in het hartje van Brussel) tot een agora transformeren, die uitlaatgassen of de trillingen van metrostellen opvangt en combineert met filmbeelden uit andere steden. Een virtuele begraafplaats, de 'Netropolis', is een ander ideetje van Francis Metzger: als het lichaam toch kapot wordt gecremeerd, blijft de herinnering aan de afgestorvene hangen in de vorm van een 'doos' met geliefde voorwerpen, afbeeldingen, boeken en briefjes die op een plekje in een bibliotheek op het Internet wordt bijgezet. Waar hebben we dit verhaal nog gelezen? Het was enkele weken geleden een fait divers in mijn krant. Wie zei er ook weer dat architectuur te belangrijk is om aan de architecten over te laten? We hebben ook warhoofden en hofnarren nodig, geleerden en geliefden. Dichters dus.

Luc Deleuze, Francis Metzger: La ville recyclée (in de reeks 'Les carnets d'architecture contemporaine'), uitgeverij CFC-Editions, 1999, 95 p., 850 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234