Donderdag 17/10/2019

appterreur

Gegijzeld door WhatsApp: en plots ziet heel het bedrijf een penis

Beeld Sven Franzen

Ze zijn bedoeld om ons leven makkelijker te maken, maar groepchats eisen zo veel van onze aandacht en energie dat ze eigenlijk alleen nog maar leuk zijn wanneer iemand per ongeluk een naaktfoto verstuurt.

Het is angstaanjagend hoeveel creativiteit de mens aan de dag kan leggen bij het ontwikkelen van martelmethoden. In het jaar 100 had keizer Hadrianus een bronzen ketel in de vorm van een stier waarin hij dissidenten langzaam kookte. In de 19de eeuw vermorzelden Japanners bij middel van ishidaki de bovenbenen van gevangenen. En in 2011 maakte WhatsApp group chat mogelijk.

Wie denkt dat ik overdrijf, heeft vast nog nooit een afspraak proberen vast te leggen via de messenger-app. Je vuurt een doelgerichte vraag af – ‘Zondag brunchen bij mij?’ – en nadat je je gsm even hebt neergelegd om de kat te strelen, loop je plots 76 berichten achter en ben je verwikkeld in een hevige discussie over de komst van Primark naar Antwerpen en ‘ja, maar Armani zit ook in sweatshops’ en ‘whatever, Femke, je typt dit toch ook op een iPhone, lekker hypocriet’ voor iemand vraagt ‘of we nu om twaalf of om kwart voor elf hebben afgesproken?’.

Op zich lijkt het een handige tool, een plek waar je gericht een groep mensen kunt bereiken met eenzelfde bericht, zonder dat iedereen apart naar elkaar moet sturen. Multitasking! In realiteit is de WhatsApp-groep vaak een zenuwslopende kwelling. Omdat het er helemaal niet zo gericht aan toe gaat. Omdat deze conversaties net ­tijdrovend in plaats van tijdbesparend zijn.
Om een groepchat vlot te laten werken, is het belangrijk dat je die groepen goed cureert, per onderwerp of per kring. Daarom zijn de meeste mensen lid van verschillende groepen. Eentje voor de familie, eentje voor de mensen van je zeefdrukles, eentje voor je naaste vriendengroep, eentje voor je naaste vriendengroep zonder de ex van die ene vriend, eentje voor je naaste vriendengroep zonder de ex van die ene vriend én die andere vriend van wie bleek dat-ie aanpapte met die ene ex… Al die verschillende groepen zorgen ervoor dat je smartphone overspoeld wordt door een niet-aflatende stroom van berichten, foto’s, meningen, emoji en gifs.

Loodzware last

De Oekraïens-Amerikaanse bedenker Jan Koum wilde nochtans gewoon een service ontwikkelen waarmee mensen status­updates naar elkaar konden sturen, korte standaardberichten zoals ‘Aan het werk’, ‘In de auto’ of ‘Even naar de fitness’. Toen zijn WhatsApp in 2009 in de App Store belandde, bleek al snel dat gebruikers de gratis dienst voornamelijk gebruikten om te converseren, waarna de chatfunctie werd toegevoegd. Met succes. Op dit moment telt WhatsApp 1,5 miljard actieve gebruikers. Elke dag worden er 60 miljard berichtjes uitgewisseld en 4,5 miljard foto’s verstuurd.

Volgens het meest recente Digimeter-onderzoek van de UGent en Imec, uitgevoerd bij meer dan 2.700 Vlamingen, blijkt dat WhatsApp de enige messaging app is die het voorbije jaar over alle leeftijdscategorieën heen een groei kon optekenen. Bij tieners – die Facebook steeds minder als communicatiemiddel gebruiken – maar dus ook bij 55-plussers. “We zien zelfs dat WhatsApp een van de eerste apps is die mensen uit deze leeftijdscategorie op hun smartphone installeren”, aldus professor Lieven De Marez van UGent en Imec.
Net als alle andere sociale media wil WhatsApp mensen verbinden en het makkelijker maken om met elkaar in contact te blijven. Dat klopt ook wel. Als uw nichtje geen zeven foto’s van haar nieuwe Fiat Ibiza in de ‘Famiglia’-groep zou posten, had u waarschijnlijk niet eens geweten dat ze een rijbewijs had. Opa vindt het ongetwijfeld fijn om het tikken van de klok af en toe te vervangen door een opbeurende ping die laat weten dat zijn kleinzoon goed geland is in Melbourne. Ook voor mij is het handig dat ik up-to-date kan blijven van de kroost van mijn vriendinnen zonder dat mijn lamswollen trui onder het spuug hangt. Het is de omvang en het gebruik van de app die het een loodzware last om te dragen maken.

Op dit moment ben ik verwikkeld in zo’n acht actieve WhatsApp-groepen, sommige met een duidelijke functie, andere al wat vager. Zo is het leeuwendeel van de mensen in de ‘WORSTEN’-groep – aangemaakt om in 2010 hotdogs te gaan eten op de kerstmarkt – ondertussen vegetariër geworden, maar zolang we de groep ook af en toe gebruiken om onze Tinder-dates te bespreken, blijft de titel relevant. Heel wat anders dan ‘Firenze 2015!!’, waar het sinds twee jaar voornamelijk over de grote B’s van het leven gaat: baby’s, bouwen en “barbecue zaterdag??”.

Synchroon karakter

Mochten WhatsApp-groepen constructief gebruikt worden, was het in ieder geval heel wat overzichtelijker, meent ook L. Zij zit met alle ouders van de vriendinnetjes van haar achtjarige dochter in een appgroep die eigenlijk gebruikt zou moeten worden om af te spreken wie de meisjes naar de turnles brengt of om playdates te regelen. Toch gaat er geen dag voorbij of er ­worden pedagogische discussies gevoerd, van veganistische verjaardagstraktaties tot de leeftijd waarop ze hun dochters alleen met de fiets naar school zullen laten gaan. “Jullie hebben vorige week een artikel gebracht over hormoonverstoorders in bad­eenden. Ik heb daar een half uur van mijn Netflix-avond voor moeten opgeven”, zucht ze.

Je zou kunnen stellen dat je makkelijk even je smartphone aan de kant kunt leggen en niet hoeft te reageren, maar dat wordt eigenlijk niet meer aanvaard. “In principe is een WhatsApp-gesprek een asynchrone conversatie, maar ze heeft een synchroon karakter gekregen”, zegt technologiesocioloog en professor aan de Erasmus­hoge­school Brussel Ben Caudron. “Het zijn geen face-to-face­gesprekken, maar we verwachten haast van elkaar dat we die wel zo gaan behandelen. Dat we meteen reageren. En de meesten houden dat verwachtingspatroon mee in stand, door daadwerkelijk meteen te reageren. Voor mensen die niet zo gedisciplineerd zijn in hun sociale­mediagebruik kunnen groepsgesprekken echt tot stress leiden.”

Net omdat we verwachten dat iedereen alles toch wel zal lezen, zit er in de berichtenbrij vaak vitale informatie verborgen. Een doorsnee groepsgesprek ziet er als volgt uit:

‘Kan er iemand de kinderen om 19 uur oppikken bij het zwembad? Ik weet dat het mijn beurt was, maar ik zit vast in een crisismeeting op het werk.’
‘Gaat me niet lukken, sorry, ik heb marathontraining vanavond.’
‘Nope, zit zelf vast.’
‘Oké, doe ik wel!’
‘Budgetbespreking die zeker tot middernacht gaat uitlopen, sorry!’
‘Tandartsafspraak, anders ging ik wel.’
‘O, ga je toch bleachen?’
‘Jep, Matteo Simoni gaat daar ook en die heeft wel natuurlijk witte tanden, vind ik.’
‘Hmmm, ja, kan wel, nooit op gelet.’
‘Hoe irritant was dat accent in Patser trouwens???’
‘Sorry, ik was vergeten dat onze Hello Fresh-box geleverd wordt, dus ik kan TOCH niet, iemand anders tijd?’
‘Je weet dat je dan tijdelijk geen rode wijn mag drinken, hè? Ga je dat aankunnen? :p’
‘Ik ben op dit moment sowieso suiker aan het schrappen, dus gaat wel meevallen.’
‘Naar het schijnt is rode wijn wel oké? Wacht, hier is een artikel.’

Dat is de grootste valkuil van de groepchat. Hij simuleert een live conversatie, maar is eigenlijk geënt op de praktische realiteit van het dagelijks leven: het gesprek wordt gevoerd door de mensen die op dat moment hun telefoon bij de hand hebben. De connectie met anderen hangt dus letterlijk af van elkaars werkschema, sociaal leven en spijsvertering. Er zijn nog geen studies naar verricht, maar sinds de groepchat worden er vermoedelijk minder etiketten van luchtverversers gelezen. Ook ik sluit mezelf soms op in een toilethokje om een paar ‘huilend van het lachen’-emoji af te vuren in verschillende groepchats. Om dan te hopen dat niemand iets over een zieke grootmoeder heeft gepost 342 berichten geleden.

Naaktfoto’s

Eigenlijk gelden er maar drie algemene waarheden voor de WhatsApp-groep: iedereen zit er in minstens eentje, iedereen wordt er gek van en iedereen heeft er wel al een gênante blunder meegemaakt. Verhalen gaan van roddelen over een persoon in de groep van wie die persoon ook lid is, tot het sturen van stomdronken berichten naar de raad van beheer van je appartementsgebouw. Opvallend vaak komen er naaktfoto’s aan te pas.

Zo is er D., wiens collega per ongeluk een foto van een penis (zijn penis?) naar de WhatsApp-groep van het bedrijf had gestuurd. Dit lokte hevige discussies uit of M. wel of niet de persoon zou zijn om zijn schaamhaar op die manier te trimmen. Dat gebeurde uiteraard in een aparte, daarvoor speciaal aangemaakte WhatsApp-groep waarvoor M. niet uitgenodigd was. De vluchtige manier van communiceren zorgt er snel voor dat er fouten verstuurd worden.

Bovendien verbergt de omvang van een groepchat soms dat je op een directe manier in contact staat met mensen van wie je eigenlijk zelfs de achternaam niet weet. “Ik werk samen met iemand die ondertussen een goede vriendin is. Soms verzeilen we in de WhatsApp-groep met de collega’s in een privéconversatie waarbij we uit het oog verliezen dat er nog anderen mee kunnen lezen”, vertelt K. “Ik vergeet nooit het moment waarop ik dacht haar te kunnen meedelen dat het ‘geen herpesblazen maar gewoon brandwondjes’ waren, en mijn chef me er plots op attent maakte dat 27 mensen nu wisten dat ik een fijne reünie had met mijn lief die twee maanden was gaan backpacken in Vietnam.”

Dwingend karakter

Op dit moment is een WhatsApp-groep begrensd tot 256 personen, maar op 4 april maakte de techreus bekend dat dit aantal opgetrokken zal worden tot 4.096. Steeds meer grote bedrijven gaan WhatsApp namelijk gebruiken om in contact te blijven met (potentiële) klanten. Gelijktijdig gaan er daarom ook steeds meer stemmen op om de app, die trouwens in handen is van Facebook, links te laten liggen. Want hoewel het voor ­sommigen ‘die niets te verbergen hebben’ niet uitmaakt dat ‘men’ aan de onscherpe vakantiefoto’s van nonkel Luc kan, is het een helemaal andere zaak wanneer je via de messenger­tool je geld­zaken bespreekt met je bankadviseur. In mijn vriendenkring zijn er een aantal vooruitstrevende zielen die ons tevergeefs proberen te doen overstappen naar apps als Telegram of Signal, die beter versleuteld zouden zijn.

Het succes van een messengerservice meet zich echter aan de hand van wie de app gebruikt. Je kunt nog zo’n goede interface en privacyvoorwaarden aanbieden, als je er slechts een handvol van je contacten mee kunt bereiken, is ze nutteloos. De populariteit van WhatsApp is een vicieuze cirkel. Het lijkt alsof iedereen en je moeder WhatsApp gebruiken. Waarschijnlijk gebrúíkt je moeder ook effectief WhatsApp. En net omdat zoveel mensen de app gebruiken, zien anderen zich genoodzaakt de tool te installeren.

Het dwingende karakter van WhatsApp werd haar eens zo duidelijk toen C., tijdens het organiseren van de vrijgezellenavond van een van haar beste vriendinnen zei dat ze liever geen WhatsApp gebruikte om dingen te bespreken. Uiteraard werd er wél een WhatsApp-groep aangemaakt, met de belofte dat C. via mail of sms op de hoogte gehouden zou worden van de verwikkelingen. Eén maand later, en C. heeft net de bruids­emoji en een gif van een ontkurkte champagnefles doorgestuurd in de groep.

Signal-to-noise

Je kunt er jammer genoeg niet voor kiezen of je wordt toegevoegd aan een WhatsApp-groep, maar je kunt wél jezelf (of anderen) uit een groep verwijderen, al is dat niet zonder gevolgen. Alle gebruikers in de groep krijgen dan namelijk het bericht dat ‘persoon X de groep verlaten heeft’. Het is alsof je tijdens een drukbevolkt feestje de deur met een luide knal achter je dichtmept en alle ramen daarbij aan diggelen gaan. Weinig subtiel.

Volgens Tim Smits, professor persuasieve communicatie aan de KU Leuven, hangt dat stigma samen met de omvang van het medium. “Op een gegeven moment krijg je een omslagpunt”, zegt Smits. “Naarmate het aantal groepen en contacten groeit in een sociaal netwerk, ken je die mensen minder persoonlijk en heb je plots ook minder schuldgevoel om niet aan ‘wederkerige’ communicatie te doen. De signal-to-noise ratio van die boodschappen wordt dan minder aantrekkelijk. Vergelijk hoe vandaag een fysieke kaart voor een verjaardag of kerst meer getuigt van echte vriendschap dan enkele jaren geleden.”

Dat blijkt ook uit onderzoek van de Universiteit van Twente, waarbij het WhatsApp-gedrag van Chinese jongeren werd vergeleken met dat van Nederlandse: de Aziatische twintigers hadden meer groepsgesprekken, maar voelden zich ­tegelijkertijd minder verplicht om eraan deel te nemen.

Het is een boosaardige catch 22, maar tot die zich voltrekt, doet u er best aan om een voorbeeld te nemen aan andere gegijzelden: afwachten, geen opvallende bewegingen maken, en niet ­vergeten om af en toe naar het toilet te gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234