Vrijdag 16/04/2021

'Gefeliciteerd, u bent rijk en zult nog veel rijker worden'

In september 2005 doet het woord 'plutonomie' zijn intrede in de Engelse woordenschat. De Amerikaanse zakenbank Citigroup gebruikt de term voor het eerst, in een mailing aan zijn rijkste klanten. 'De wereld verdeelt zich in twee blokken - plutonomieën, economieën die drijven op de rijken, en de rest.'

Citigroup verwijst naar cijfers die aantonen dat de inkomensongelijkheid in de Verenigde Staten, de grootste plutonomie ter wereld, sinds de jaren tachtig sterk is toegenomen. De Amerikaanse Rekenkamer presenteerde in oktober 2011 nieuwe cijfers over de groeiende inkomenskloof. Het netto besteedbaar inkomen van de 1 procent rijkste Amerikanen is tussen 1979 en 2007 met 275 procent gestegen. De 20 procent armste Amerikanen kreeg er maar 18 procent bij. Over de hele linie geldt: hoe meer men verdiende in 1979, hoe sterker het inkomen sindsdien omhoog is gegaan.

Citigroup ziet deze ontwikkeling in 2005 en 2006 niet als problematisch. Integendeel, de bank spiegelt zijn klanten, de plutonomen, een nog goudgerandere toekomst voor. "Hoewel ze al in glanzende vorm verkeren, zullen kapitalisten de komende jaren wereldwijd een nog veel groter deel van de koek in handen krijgen. Kapitalisten profiteren disproportioneel van de globalisering en de stijging van de productiviteit, ten koste van de arbeiders." Karl Marx had het niet treffender kunnen verwoorden.

Het 'gefeliciteerd, u bent rijk en zult nog veel rijker worden'-bericht van Citigroup was uiteraard niet voor buitenstaanders (lees: niet-rijken) bedoeld. Filmmaker Michael Moore wist er op de een of andere manier de hand op te leggen en wapperde er verontwaardigd mee in Capitalism - A love story, zijn documentaire over de uitwassen van het marktkapitalisme. Citigroup was ernstig in verlegenheid gebracht, maar als beleggingsanalyse (en zo was de memo bedoeld) valt er weinig tegen in te brengen. De denivellering die de bank beschrijft, zet zich - ondanks de crisis - voort. De rijken worden nog altijd rijker.

Toenemende denivellering

De inkomensverdeling is het scheefst in de Verenigde Staten, maar het gat tussen rijk en arm is sinds de jaren tachtig in bijna alle ontwikkelde landen groter geworden. Ook in Nederland, een van de meest egalitaire landen ter wereld. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) heeft berekend dat het inkomen van de rijkste 10 procent Nederlanders tussen 1985 en 2008 met gemiddeld 1,6 procent per jaar steeg, terwijl het minst welvarende tiende deel van de bevolking het moest doen met een gemiddelde stijging van 0,5 procent.

Deze toenemende denivellering in de rijke landen is volgens de meeste economen wel degelijk een probleem. Uit arbeidsmarkt- en inkomensgegevens blijkt dat steeds meer mensen het gelag betalen voor een welvaartsgroei waar steeds minder mensen van profiteren. De OESO waarschuwde begin december voor de negatieve gevolgen van inkomensongelijkheid. De Europese Commissie trok vorige maand grotendeels dezelfde conclusies.

Om te beginnen wordt de correlatie tussen opleiding en inkomen wereldwijd steeds groter. Dat is het gevolg van de technologische (computer)revolutie en de globalisering. Productiewerk in fabrieken, dat vroeger door laaggeschoolde arbeiders werd gedaan, wordt overgenomen door machines of overgeplaatst naar lagelonenlanden. Deze ontwikkeling is de afgelopen drie jaar, als gevolg van de economische crisis, zelfs versneld. De OESO legt een verband met de globalisering, die het bedrijven gemakkelijker maakt banen over te hevelen naar lagelonenlanden. De globalisering leidt ook tot migratie, waardoor laagopgeleiden in rijke landen concurrentie krijgen van immigranten die lagere looneisen stellen.

Andere factoren die de inkomenskloof hebben verbreed zijn de sterke deregulering van het bedrijfsleven, de financiële sector en de arbeidsmarkt, en de versobering van sociale voorzieningen (waar vooral lage inkomens gebruik van maken). Regeringen in het Verenigd Koninkrijk (Thatcher) en de VS (Reagan), die het marktkapitalisme een warm hart toedroegen, namen hierbij begin jaren tachtig het voortouw. Zij beperkten de rechten van werknemers en gaven ondernemers meer ruimte, en ze verlaagden de belastingen voor de rijken. Flexibilisering van de arbeidsmarkt is inmiddels in heel Europa een thema.

In het rapport van de Europese Commissie staat een grafiek (zie hiernaast) waaruit blijkt dat tussen 2008 en 2010 de werkgelegenheid in alle loonschalen daalde, behalve in de groep van de 20 procent best betaalde banen. Daar nam de werkgelegenheid ondanks de crisis juist toe. Deze nieuwe banen zitten vooral in kennisintensieve bedrijfstakken.

De Commissie concludeert dat de Europese bevolking massaal naar school moet om te kunnen voldoen aan de hoge eisen die de westerse arbeidsmarkt tegenwoordig aan werknemers stelt. Zij gaat hiermee voorbij aan het feit dat niet iedereen het in zijn mars heeft om doctorandus of ingenieur te worden.

De OESO noemt het zorgwekkend dat niet alleen diplomalozen uit de boot dreigen te vallen, maar ook de iets beter geschoolden. Op de arbeidsmarkt is namelijk niet alleen sprake van een toenemend verschil tussen de hoogste en de laagste salarissen, maar ook van polarisatie. Dat wil zeggen dat qua werkgelegenheid niet de onderklasse, maar de middenklasse de hardste klappen krijgt. Zowel in de VS als in Europa daalt het aantal banen voor middelmatig opgeleiden harder dan dat van laagopgeleiden. Aspergestekers, schoonmakers, hamburgerserveersters, vakkenvullers, winkelmeisjes, ... aan dat soort ongeschoolde banen blijft behoefte bestaan. Het is laaggeschoolde dienstverlening die een machine niet kan uitvoeren. Wel staan de salarissen van deze mensen onder druk, onder meer door de concurrentie van migranten uit armere landen.

Maar kantoorbedienden, metaalarbeiders, lassers, bouwvakkers en kleine winkeliers zijn steeds minder gewild. Een administratief medewerker moet gemiddeld veel meer kunnen dan vroeger om zijn of haar baan te kunnen uitoefenen. Goed met computers kunnen omgaan bijvoorbeeld, in plaats van formulieren invullen en in mappen schuiven. Technische medewerkers in een fabriek moeten steeds meer specialistische vaardigheden bezitten. Het grove, eenvoudige werk wordt tegenwoordig door machines gedaan.

Schuldenberg

Dat zo veel mensen uit de middenklasse naar de onderklasse terugvallen, is ook een gevolg van de enorme schuldenberg die de midden- en onderklasse in de VS de laatste decennia hebben opgebouwd. En die schuldenberg is weer het gevolg van de toegenomen kloof tussen arm en rijk, stellen diverse economen die de relatie tussen armen en rijken in de VS hebben onderzocht.

Sommigen, onder wie Nobelprijswinnaar Paul Krugman, menen dat de gestegen inkomensongelijkheid sinds de jaren tachtig een van de hoofdoorzaken is van de huidige economische crisis. De consumptie van de lagere inkomensgroepen is namelijk minder teruggelopen dan hun relatieve inkomen. Ze gingen boven hun stand leven. Sociaal-economen verklaren dat met het 'Keeping up with the Jones'-effect. Mensen hebben moeite een welvaartsdaling onder ogen te zien. Dat heeft te maken met statusgevoeligheid. Men wil ten minste hebben wat de buurman heeft. Om Marx te citeren: "Een huis kan klein zijn, of groot: zolang het maar even groot is als de huizen ernaast, voldoet het aan de sociale normen van een adequaat onderkomen. Maar als er naast het kleine huis een paleis verrijst, krimpt het kleine huis ineen tot een hutje. Het kleine huis maakt dan voor iedereen zichtbaar dat de bewoner ervan sociaal-maatschappelijk niet meetelt." Dat effect wordt vergroot door de moderne technologie. Via internet, televisie, magazines en andere media worden mensen veel vaker geconfronteerd met de levensstijl van the rich and famous. De commercie voedt de consumptiedrang van Jan Modaal met reclame voor dure merkkleding en accessoires, waarin beroemde sporthelden en filmsterren figureren.

De enige manier om een levensstandaard te behouden als het relatieve inkomen daalt, is schulden maken. Dat hebben Amerikaanse consumenten de afgelopen jaren dan ook massaal gedaan. De Amerikaanse economen Michael Kumhof en Romain Rancière, en ook anderen, stellen dat grote inkomensongelijkheid de kans op het ontstaan van financiële crises vergroot, omdat inkomensongelijkheid modale en ondermodale inkomens dwingt schulden te maken om hun levensstandaard te behouden. De Amerikaanse politiek zou bijvoorbeeld het kopen van huizen fors hebben gesubsidieerd om de middeninkomens (een grote kiezersgroep) te paaien. Democraten deden dat uit een soort rechtvaardigheidsgevoel en Republikeinen omdat ze dachten dat huiseigenaren eerder op de Republikeinse partij zouden stemmen dan huurders.

Inkomenskloof

De rijken hadden er ook belang bij dat de armen schulden maakten. Zij leenden hun overtollige vermogen uit aan de armen tegen een mooie rente. De financiële sector heeft zijn sterke groei mede te danken aan de groeiende inkomenskloof. Banken zijn intermediairs voor rijken die hun geld aan armen uitlenen.

De opbouw van schulden van huishoudens is sterk gecorreleerd aan groeiende inkomensongelijkheid, toonden de economen Kumhof en Rancière dit jaar aan. Zij vergeleken de ontwikkeling in de decennia voor de grote recessie van 1929 en de decennia voor 2008. Deze vertoonden een opvallende gelijkenis in hun patroon (zie grafiek). Zowel de huishoudschulden als het aandeel van het nationaal inkomen dat de rijkste 5 procent van de bevolking opeiste, steeg in de aanloop naar 1929 en 2008 naar een recordhoogte. De schuldenlast per huishouden verdubbelde in die periode en het aandeel van de rijksten in de nationale economie steeg in beide periodes met ongeveer eenderde.

Dat gaat op de lange duur verkeerd, omdat de lagere inkomens in een soort piramidespel belanden (steeds meer schulden, dus steeds meer rentelasten, terwijl het inkomen relatief gezien daalt). Op een gegeven moment kunnen de lagere inkomens hun schulden niet meer afbetalen. Dat is precies wat er gebeurde op de Amerikaanse huizenmarkt in 2007 en wat de aanzet gaf tot de kredietcrisis van 2008.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234