Zondag 25/10/2020

Geestelijke vader Thomas Pips op 91-jarige leeftijd overleden

Striptekenaar Buth (°1919) wordt als een pionier van het Vlaamse beeldverhaal beschouwd, maar bleef altijd in de schaduw staan van Vandersteen, Morris, Nys, Sleen en Bob De Moor. Zelfs een heruitgave van zijn bekendste reeks bracht daar geen verandering in. Miskend tot in de kist.

Het minste wat je van Buth (Leo De Budt) kunt zeggen, is dat hij uit een artistiek nest kwam en dat die invloed van blijvend belang was op zijn latere stripwerk. Zijn vader, Victor De Budt, was kunstschilder en docent aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Hij bereidde zijn zoon goed voor op het schilderschap, maar het was uiteindelijk een vriend des huizes, de bekende expressionistische schilder Frits van den Berghe, die de jonge Leo nog meer in de richting van de strip duwde. Van den Berghe geloofde immers reeds in de jaren dertig in de Negende Kunst. Toen hij op zoek ging naar een assistent voor zijn eigen schilder- en stripwerk (ondermeer voor De Vooruit), kwam hij terecht bij Buth. De zin voor strips kwam er bij hem vrijwel meteen toen hij Van den Berghes werk in De Vooruit mocht voortzetten, en nam toe toen hij voor scenario’s een beroep mocht doen op niemand minder dan John Flanders.

Buth tekende met relatief succes illustraties, strips en cartoons, maar moest tot februari 1947 op een doorbraak wachten. Bart Lottigiers, toenmalig hoofdredacteur van Het Volk, zocht een dagstrip en accepteerde Buths voorstel om een strip te maken rond Thomas Pips en zijn vrouwtje Tineke. Was Pips eerst nog een familiestrip, dan werden de verhalen op aansturen van John Flanders steeds avontuurlijker.

Thomas Pips was een tijdje succesvol, maar kon de concurrentie met ronkende namen als Vandersteen, die zowat het monopolie had op de Vlaamse krantenstrip, niet het hoofd bieden. In die zin bleef hij, net als die andere pioniers als Bob Mau (Kari Lente), Pom (Piet Pienter en Bert Bibber) en Rik (Dees Dubbel), al die tijd in diens schaduw staan. Ook zijn andere stripwerk als Tijl Uylenspiegel, Reynaert de Vos of De leeuw van Vlaanderen, dat ondermeer verscheen in Zonneland of ’t Kapoentje, was dat lot beschoren, of John Flanders nu de scenario’s leverde of niet.

Kritiek als zou hij meer dan eens geplagieerd hebben, zou hem lange tijd achtervolgen. De stijl van Thomas Pips was overduidelijk geïnspireerd op die van de Amerikaan Chic Young (Blondie) die hij zo bewonderde, maar erger werd het toen hij voor een Pips-verhaal schaamteloos een verhaallijn overnam van de klassieke reeks Guus Slim van Tillieux. Buth zag dat echter anders. In een interview uit 1981 maakte hij duidelijk dat er in zijn geval geen sprake kon zijn van plagiaat, hoogstens van “beïnvloeding”.

Naast de reeks Thomas Pips werd Buth vooral bekend door zijn bijdragen over de Ronde van Frankrijk in Het Volk. Daarin verwerkte hij iets wat zijn handelsmerk zou worden: een muisje. Voor de lezers was het steevast zoeken op de pagina’s naar dat knaagdier. Buths zwierige handtekening zou ook vaak uitmonden in een muisje, en wie goed zoekt komt het diertje ook tegen op de covers van de heruitgaven van Thomas Pips sinds 1997. In totaal verschenen er 44 Pips-verhalen. (GDW)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234