Donderdag 17/10/2019

de wending

Geert van Istendael: "Vlaanderen moet minder krenten kakken"

Geert van Istendael bouwde een huis aan de rand van een natuurgebied. Zijn vrouw wilde al een hele tijd in een dorp wonen. Beeld Diego Franssens

Eeuwig Brusselaar is hij. En toch is schrijver Geert van Istendael op de valreep van het jaar naar een klein dorp verhuisd. Zelf vindt hij dat geen wending. Wel de ondergang van de sociaaldemocratie die in 2017 is ingezet. ‘Val je de sociale zekerheid aan, dan val je de beschaving aan.’

Wat voorafging. Geert van Istendael verhuisde dit jaar van Brussel naar het dorp Sint-Joris-Weert, al blijft hij de hoofdstad liefhebben, omdat ze “prachtig en lelijk tegelijk is”. De auteur, dit jaar 70 geworden, schreef dit jaar ook zijn eerste ­thriller, Het lijk in de boomgaard, ­waarvoor hij de Fred Braeckman-prijs kreeg. Duitsland-kenner Van Istendael zag intussen hoe in de Duitse verkiezingen op 25 september de extreemrechtse partij AfD 13,1 procent van de stemmen won en de sociaaldemocratische SPD met 20 procent haar slechtste resultaat uit de geschiedenis haalde. Ook de Nederlandse Partij van de Arbeid kreeg in 2017 zware ­klappen, net als de Waalse PS. Van Istendael betoogt dat de neergang van de sociaal­democratie aan de gang is over heel Europa en noemt dat een belangrijke wending. 

Er staat een kerk en een kapel. Een postkantoor en kleine supermarkt zijn er ook. Natuurlijk hangt er stilte. Liggen de voortuinen er deftig bij. En heet de buurvrouw Nancy. Dat hoort zo in een dorp. Dit lijkt geen plek om Geert van Istendael te komen zoeken. Maar je doet het wel, want sinds half december woont de eeuwige Brusselaar hier in Sint-Joris-Weert.

Natuurreservaat

Ach, had hij aan de telefoon gezegd, die verhuizing is de term wending niet echt waard. Het plan om uit de hoofdstad weg te trekken was er allang, omdat zijn vrouw ooit graag eens in een dorp wou wonen. “Kijk”, wijst hij uit het enorme raam van wat weldra zijn bureau moet worden, “mijn uitzicht is nu een natuurreservaat. De Doode Bemde heet het. Prachtig toch?”

Behalve hij en zijn echtgenote zijn er werkmannen in het huis, en ook stof, zand, boormachines en chaos. Nog iets wat bij bouwen hoort: te verhuizen spullen in kartonnen dozen. In dit geval vooral boeken. Duizenden boeken. De Engelse en Franse literatuur staan deels al in de bibliotheek, de Duitsers zijn nog ingepakt. Ook de Russen, Zuid-Amerikanen, Spanjaarden en Portugezen moeten nog wachten op een plekje op de plank. Hij lijkt het allemaal best amusant te vinden. “Het is kamperen, ja. Niet erg, het hoort erbij.”

De dag voordien was hij nog in Brussel, zegt hij. “Dat ik er een bezoeker ben nu? Zo voelt het nog niet aan. We zijn maar 25 kilometer opgeschoven, hoor. Niet meer dan een uurtje met de trein is het, en het station van Sint-Joris-Weert ligt op wandelafstand. Het spoor loopt zelfs voor ons huis. Eigenlijk wonen we hier in de achtertuin van Brussel.”

U hebt dit jaar ook een thriller geschreven, Het lijk in de boomgaard, wat een afscheidscadeau was voor uw geliefde stad. U hebt er zelfs een prijs mee gewonnen.

“Ja, de Fred Braeckman-award voor het beste thrillerdebuut. (lacht) Een debuutprijs terwijl je zeventig bent, heerlijk.

“Toen ik aan het verhaal begon in september 2015, hadden we dit perceel al gekocht. We waren trouwens al een jaar of tien aan het zoeken naar een dorp om in te wonen. Met de terreuraanslagen in Brussel heeft onze verhuizing dus niks te maken. Ook niet met het feit dat Brussel is verloederd. Ik blijf die stad liefhebben, omdat ze prachtig en lelijk tegelijk is en dat mij net zo aantrekt.

“Die misdaadroman is het laatste wat ik in Brussel heb geschreven. De dichtbundel Negenentwintig dingen en één afscheidszang, die in mei 2018 uitkomt, schreef ik er ook nog. Blijkbaar ben ik dus wel bezig geweest met dat afscheid van de hoofdstad, ja. Kan ook niet anders, na 37 jaar. Ik ben er geboren, in Ukkel, en in 1980 ben ik er opnieuw komen wonen.

“Ik werkte toen op de binnenlandredactie van de BRT (zoals de VRT toen heette, SMU) en vond dat de hoofdstad nauwelijks aandacht kreeg. Eigenaardig, want het was de periode vlak nadat het Egmontpact gesloten werd (dat aan de basis ligt van het federale België, SMU) en waarin het FDF bijzonder sterk stond (Front démocratique des francophones, dat nu DéFI heet, SMU).

“En dus ging ik elke maandag naar het partijbureau van het FDF, samen met Guido Fonteyn, die toen voor De Standaard werkte. Tegelijk begon ik mij ook te interesseren voor andere dan politieke aspecten van Brussel. Het erfgoed, bijvoorbeeld. Langzaam zag ik de belangstelling voor de hoofdstad toenemen, en dan heb ik er een boek over geschreven, Arm Brussel.

“Maar in de literatuur is Brussel schromelijk afwezig gebleven, terwijl er wel talloze romans gemaakt zijn over pakweg Berlijn, Parijs of Londen. Daar wilde ik iets aan doen. En ik had allang zin om een misdaadroman te schrijven. Om te zien of ik het kon.”

Blijkbaar kunt u het wel.

“Dat vindt niet iedereen. Ik laat al mijn boeken vooraf lezen door een aantal mensen van wie ik het oordeel erg hoog inschat. Deze keer logen de opmerkingen er niet om. Iemand zei zelfs: ‘Gooi het weg’. (lacht) Hij heeft me achteraf wel gelukgewenst, hoor, met die prijs.”

Brussel kwam dit jaar onder andere in het nieuws door de rellen met jongeren. Hoe hebt u daarnaar gekeken?

“Kijk, ik ben een zeer bevoorrecht mens. Ik heb mogen studeren wat ik wilde, ik heb mijn werk altijd graag gedaan en ik heb boeken mogen schrijven. Ik noem het voorrechten, ja, want de enige verdienste die je zelf hebt, is dat je zoveel mogelijk gebruik maakt van die geschenken die je hebt gekregen.

“Wie dus denkt dat ik met oogkleppen rondloop in Brussel, heeft het mis. De jeugdwerkloosheid die er heerst, is walgelijk. Griekse toestanden in het hart van de Europese Unie. Er zijn talloze jongeren die van school gaan zonder diploma. Er is verkrotting, en amper 10 procent sociale woningen. En dan heb ik het nog niet over de bestuurlijke en politionele versnippering, een loodzware verantwoordelijkheid van de Franstalige politici die enkel op hun comfortabele kussens willen blijven zitten en iedere kritiek erop wegzetten als fascistoïde Vlaams geblaf.

“En ja, Brussel kent discriminatie en racisme. Onderschat dat niet. Onlangs maakte ik het zelf nog mee, dat twee jongens van Afrikaanse afkomst er zonder reden verbaal werden afgemaakt door een politieagent. Ik geloof best dat je compleet zuur wordt als je dat elke dag moet ervaren. En dat je dan denkt evengoed de beest te kunnen uithangen, omdat je er dan tenminste iets aan hebt gehad.”

Geert van Istendael tussen de verhuisdozen die vol boeken zitten. Ongeveer 6.000 in totaal. Weinig, vindt de schrijver en journalist. Beeld Diego Franssens

Aan de andere kant hoor je steeds meer dat die jongeren alle kansen krijgen – er is onderwijs, er is hulp – en dat ze die kansen moeten grijpen.

“Daar is iets van aan. Mijn kleinkinderen (de kinderen van zijn dochter Judith Vanistendael, SMU) zijn naar de kleuterschool en lagere school geweest in Molenbeek, vlak bij waar de jihadisten zaten. Ik ben ze vaak gaan afhalen en heb er ook wel een keer lesgegeven. Dan kun je alleen maar sprakeloos van bewondering zijn voor die leerkrachten. Wat die elke dag doen om hun leerlingen toch alles bij te brengen van taal, rekenen, geschiedenis en aardrijkskunde. Ik word kwaad als ik hoor dat Vlaamse scholen discriminatie bestendigen. Begin er maar eens aan als je in een klas staat waar geen of hoogstens één kind van de tien thuis Nederlands spreekt.

“Daarnaast is er iets waar ik al voor waarschuwde in de eerste versie van Arm Brussel in 1992, namelijk dat er iets grondig is misgegaan in de socialisatie van een aantal jongeren. Sommigen zijn op straat gesocialiseerd omdat de gezins- of familiecultuur niet opgewassen bleek tegen een stad als Brussel.”

Brussel kampt met veel problemen, op meerdere vlakken. Wat moet er gebeuren volgens u?

“Ik vind dat de Vlaamse Gemeenschap minder krenten moeten kakken en veel geld in het onderwijs in Brussel moet steken. Heel veel geld. Wie dit weer linksige praat vindt: dat is het niet. Ik zal zelfs een nationalistisch argument geven. Investeer in Brussel, zet er je beste leerkrachten, en over één of twee generaties spreekt Brussel weer Nederlands. Want al die kinderen zullen Nederlands beschouwen als een van hun talen en het niet meer willen laten varen. Omdat het economisch gewoon te interessant is. Naast Nederlands en Frans zullen ze Berbers, Turks, Spaans of Arabisch spreken, wat een gigantische taalrijkdom is.”

Vlaanderen moet in Brussel investeren uit opportunisme?

“Juist, uit flamingantisch opportunisme. Zo gek is dat niet. De Brusselse Vlamingen zijn ook verfranst omdat ze er belang bij hadden. Niet om Voltaire of Proust te kunnen lezen, maar om hun biefstukken te verkopen.”

Laten we het nog over iets anders dan Brussel hebben, want de ondergang van de sociaaldemocratie, dat is pas een wending, zei u toen ik u belde voor een gesprek.

“Dat is inderdaad een keerpunt dat mij ernstig zorgen baart. De Duitse SPD heeft wel 20 procent behaald tijdens de recente verkiezingen – het dubbele nog van de socialisten in Vlaanderen – maar het is het slechtste resultaat uit haar geschiedenis. De Partij van de Arbeid in Nederland heeft ook zware klappen gekregen, en de Waalse PS is aan het imploderen. Dan denk ik: wat is er aan de hand? De sociaaldemocratie is een van de dragende krachten van West-Europa. Samen met de christendemocratie heeft ze de sociale zekerheid tot stand gebracht, een van de belangrijkste pijlers van onze beschaving.

“En dat wordt nu allemaal aangevallen. Zeker N-VA maakt zich daar schuldig aan. De pensioenen worden onder vuur genomen, de werklozen verdacht gemaakt. En de belastingen zouden omlaag moeten. Nee, het tegendeel moet gebeuren. De landen die op alle wereldrangschikkingen aan de top staan, zoals de Scandinavische, hebben allemaal heel hoge belastingen. De sociale zekerheid behoedt voor armoede, honger en wanhoop op alle leeftijden. Een aanval daarop vind ik een aanval op de beschaving.

Geert van Istendael woont nu dicht bij de Doode Bemde in Sint-Joris-Weert. Beeld Diego Franssens

“Overigens zijn de programma's van Geert Wilders in Nederland en Marine Le Pen in Frankrijk sociaal-economisch gezien veel linkser dan hun tegenhangers Mark Rutte en Emmanuel Macron. De sociaaldemocratie is te neoliberaal geworden. Dat is een oud standpunt van mij, maar het is dit jaar nog meer tot uiting gekomen. Ik ben er bang van. Als je het harde liberalisme laat ontketenen, is het hek van de dam. Ook als je de vakbonden blijft aanvallen. Zij zijn de laatste dam tegen zware uitbuiting.”

Vakbonden verdedigen past niet echt in de tijdsgeest.

“Ik weet het. Maar men weet niet goed waar men mee bezig is. Men zaagt de tak af waarop men zelf zit. Ik zal niet op hen stemmen, maar ik ben al zover gekomen dat ik veel begrip heb voor de sociaal-economische standpunten van de Belgische PVDA. Ik heb andere bezwaren tegen de PVDA, maar ik heb de boeken van Peter Mertens gelezen en dat zijn klassieke sociaaldemocratische standpunten. Helemaal niet radicaal of extreem links.

“Voor Alexis Tsipras (leider van Syriza en premier van Griekenland, SMU) worden die termen ook gebruikt. Maar een behoorlijk pensioen en steun voor werklozen, is dat radicaal? Laat me niet lachen. Natuurlijk, als je erop blijft hameren dat hij extreemlinks is, gaat iedereen dat geloven. Het bewijst gewoon hoe onze mentaliteit naar rechts is opgeschoven.”

Er was ook Catalonië dit jaar, hoe hebt u die ontwikkelingen beleefd?

“Ik ben tegen een onafhankelijk Vlaanderen, dus ook tegen een onafhankelijk Catalonië, dat spreekt vanzelf. Wat mij vooral opviel, is hoe moeilijk ze het in Spanje hebben met compromissen. En het debat werd nauwelijks gevoerd. Ik was benieuwd naar de visie van schrijver Mario Vargas Llosa, die op de grote pro-Spaanse betoging heeft gesproken. Ik wilde zijn argumenten tegen separatisme wel eens horen, want ik heb de mijne. Maar ik heb ze niet gevonden.”

Wat zijn uw argumenten tegen separatisme dan?

“Ik ben voor gemengde staten. Ik denk dat mensen veel leren door met anderen samen te leven. België is bovendien een voorbeeld van hoe een totaal onverdedigbaar onrecht – het feit dat Nederlands geen officiële taal was in bestuur, onderwijs en rechtspraak – is omgezet naar een vrij rechtvaardig evenwicht zonder bloedvergieten. Dat een bevoorrechte klasse zoals de Franstalige klasse toen haar privileges opgaf zonder geweld is iets wat je bijna nooit ziet. Pas op, ik zeg niet dat België geweldig in elkaar steekt – compromissen zijn vaak vies en lelijk – maar tegen de Spanjaarden zou ik toch willen zeggen: kom hier je licht eens opsteken.”

Er wordt in elk geval stevig gemorreld aan de Europese Unie. Gelooft u zelf nog in het Europese project?

“Het Europese project is veel te eenzijdig neoliberaal ontwikkeld. We hebben absoluut een sociaal Europa nodig. Ik pleit voor een Europese sociale zekerheid, met pensioenen en werkloosheidsuitkeringen op maximumniveau, niet op minimumniveau.

Zeventig werd Geert van Istendael dit jaar. Beeld Diego Franssens

“Bovendien heeft de EU een loeiend democratisch deficit. Waar ik in Brussel woonde, zit de EU-hub om de hoek en daar kwam ik geregeld predikers en missionarissen tegen die echt niet goed bij hun hoofd waren. Fantastisch opgeleid en heel intelligent, maar het waren technocraten. Ze zagen de werkelijkheid niet meer.

“De manier waarop de Griekse crisis is aangepakt, is toch onvoorstelbaar anti-Europees? Vandaag is het een drama in de Griekse straten. Men had genereus moeten zijn. Maar ineens waren de grote Europeanen weer bang voor hun eigen nationale achterban.

“De EU is ook niet in staat om een van de meest acute problemen aan te pakken, namelijk de vluchtelingen. Tussen Europa en Afrika ligt geen oceaan, maar een vijvertje. Je denkt toch niet dat we ze gaan kunnen tegenhouden? Als wij de mogelijkheid hebben om op het strand in Zanzibar te liggen of er op safari te gaan, kunnen zij ook naar hier komen. Zo simpel is het. En als je denkt dat ze in de voorsteden van Dakar onze rijkdom niet zien, dan ben je heel naïef.”

Iedereen opvangen kunnen we niet.

“Juist, daarom is er een Marshall-plan nodig voor Afrika. Weet je, de oude liberaal Herman De Croo, die ik zeer waardeer en die je moeilijk kunt beschuldigen van socialisme, zei ooit dat er maar één oplossing is: wij 25 procent minder rijk, zij 25 procent rijker. Daar zit iets in. Maar dat krijg je als politicus niet verkocht.”

U bent in 2017 ook 70 geworden. Heeft dat iets met u gedaan?

“Nee, helemaal niet. Veertig, dat vond ik erg. Maar wat is veertig? Helemaal niks.”

Behalve als je veertig bent.

(lacht) “Dat begrijp ik. Voor die verjaardag toen heb ik een groot feest gegeven. Met enkele vrienden. Enkele daarvan zijn al dood. (zwijgt even) Kijk, het kort af. Er liggen zeven decennia achter mij. Met veel geluk zijn er nog één of twee te gaan. Dat is niet aangenaam. Het idee van de eindigheid is absurd. Maar noodzakelijk, want eeuwig leven is minstens even absurd.

“Ik moet denken aan mijn oude vriend Tuur Van Wallendael (gewezen BRT-journalist en politicus voor sp.a, SMU). Hij heeft er een einde aan laten maken toen hij doodziek was. Vlak ervoor zei hij dat hij vooral spijt had van wat hij allemaal niet gedaan had en ook niet meer zou kunnen doen. (kijkt rond in zijn bureau) Al die boeken die je niet gelezen hebt, bijvoorbeeld. En er komen er altijd bij.”

Hoeveel dozen met boeken heeft u hier nu staan?

“Honderdtwintig ongeveer. Hoeveel boeken er in elke doos zitten? (trekt een doos open en begint te tellen) Een stuk of vijftig, blijkbaar. Zesduizend in totaal dus. Tiens, zo weinig maar? Dat valt tegen.”

Is er iets wat u zeker nog wilt doen? Die thriller hebt u nu geschreven. Een huis gebouwd ook.

“Tja, mevrouw, u vraagt me wat. Ik zou kunnen zeggen: plekken om naartoe te reizen. Maar dat zijn er duizenden. Alleen al in Europa.

(denkt na) Ik weet het. Een orgelconcert spelen op een Noord-Duits barokorgel. Op dit moment ben ik nog lang niet goed genoeg. Mijn broer en ik speelden vroeger orgel in de mis, maar we gebruikten enkel onze handen, niet de voeten. Dat hadden we beter wel gedaan, want ik ben het nu aan het leren en op mijn leeftijd is het heel moeilijk om die combinatie nog te maken. Gisteren heb ik bijvoorbeeld vreselijk zitten klungelen. Ik volg les aan de academie en in januari is er een examen. Ik zal nog veel moeten oefenen. Er is me gezegd dat ik dat hier in de parochiekerk zal kunnen doen. Maar ik moet de sleutel nog krijgen.”

Losgekomen dakpannen

Buiten wijst hij naar een tiental dakpannen dat al losgekomen is. “Ach ja, zo gaat zeker in de bouw, dat er altijd wel iets misloopt?” Op de oprit van het huis ernaast kijkt de buurvrouw nieuwsgierig op.

“Ha, buurman, hoe is ’t?”

“Dozen, hè Nancy, dozen. Het huis staat er vol van, om onnozel van te worden.”

“Zwijg ervan, jong, ik ben hier drie jaar geleden komen wonen en er staan nog in mijn garage. Allez, tot de volgende!”

Ergens kraait een haan. De trein richting Brussel is al gepasseerd. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234