Maandag 14/10/2019

Interview

Geert Noels en dochter Jolien: “Met onze ideeën zullen we groter verschil maken dan met onze voetafdruk”

Dochter Jolien: “Onze kernwaarden zijn dezelfde.” Vader Geert: “We clashen weleens, maar daardoor begrijpen we elkaar beter.” Beeld Bas Bogaerts

Geert Noels (51) is de luidspreker van economische opinies. Dochter Jolien (23) trappelt in de coulissen om de microfoon over te nemen. Maar zeg niet dat ze dezelfde weg bewandelen. “In Londen maak ik mijn eigen carrière. Daar kent niemand mijn vader.”

“Speelt u ook graag gezelschapsspelletjes?” Geert Noels vraagt het terloops. “Wij kaarten veel. Spelen schaak. Of De Kolonisten van Catan. Tijdens een spel komen karakters boven. Je ziet wat iemand stimuleert en wat niet. Ook binnen een familie.”

Het zijn competitiebeesten ten huize Noels. Ze spelen het spel hard. Willen elkaar kloppen. “Maar bij ­valsspelen trekken we de lijn. Wie mensen bedriegt in een spel, doet dat ook in het echte leven”, zegt de pater familias. “Muziek op de achtergrond, smartphones aan de kant en De Kolonisten van Catan: dat is een stukje paradijs op aarde.”

Het paradijs is dus het ouderlijke huis, in een doodlopende straat in Ranst. Als iedereen samenzit in het salon rond de haard. Die momenten zijn wel schaarser geworden, sinds dochter Jolien naar Engeland trok om te studeren aan de prestigieuze London School of Economics (LSE). Papa Geert tweette onlangs, tussen het publiceren van economische opiniestukken door, trots een foto van de proclamatie. Blij voor zijn dochter, die het zelf waarmaakt in het buitenland.

Daarna volgde meteen een job bij het gerenommeerde Grantham Research Institute (GRI), wereldwijd bekend voor zijn onderzoek naar de klimaatverandering en het milieu, geraadpleegd door overheden en regelmatig geciteerd in The Guardian en The Washington Post.

In deze week vol klimaatactivisme zitten ze tegenover elkaar, voor hun eerste interview samen. Hij op de poef, zij in een ­fauteuil. Als twee druppels water. Ze hebben dezelfde neus, dezelfde kuiltjes in hun wangen als ze lachen. Het enige verschil? Jolien doorspekt haar Nederlands met Engelse termen en praat in een sappig Brits accent.

De appel valt duidelijk niet ver van de boom. Waarom koos u voor economie, Jolien?

Jolien Noels: “Al op vrij jonge leeftijd had ik een passie voor economie. Dat hangt hier in de lucht. Ergens halverwege de middelbare school kreeg ik van papa een boek van de Canadese journalist Malcolm Gladwell. Hij schrijft makkelijk, mooi, helder en herkenbaar over economie. Zo is die interesse verder gegroeid.”

Hebt u uw dochter subtiel in de richting van de economie geduwd?

Geert Noels: “Mensen zeggen weleens dat Jolien door mij econome is geworden. Hen moet ik teleurstellen. Ik heb helemaal niets gedaan om van haar de econome te maken die ze vandaag is. Ik was even gelukkig geweest met een andere ­studiekeuze. Maar in dit huis wordt niet bespaard op boeken. Ze is een interessante weg ingeslagen en zal er veel goede dingen mee kunnen doen.”

Die richting, dat is de milieueconomie. Aan het GRI maakt u deel uit van een grote ­onderzoeksgroep.

Jolien: “Het GRI is een initiatief van Nicholas Stern, de auteur van Stern Review on the Economics of Climate Change, een lijvig rapport over de klimaatverandering. Binnen het GRI werk ik voor het Transition Pathway Initiative (TPI). We berekenen de CO2-uitstoot van bedrijven in verschillende sectoren, zoals de auto- of staal­industrie, en vergelijken die met het klimaat­akkoord van Parijs.

“De temperatuur van de aarde mag maximaal twee graden stijgen. De centrale vraag is dus: ­hoeveel mogen bedrijven uitstoten, zodat we die doelstelling halen? Het mooie is dat de vraag van investeerders zelf kwam. Zo weten zij in welke bedrijven ze best geld kunnen steken om de transitie naar een schone economie te bevorderen.”

Velen denken dat het al te laat is om de ­klimaatdoelstellingen van Parijs nog te halen. Wat is volgens u – vanuit uw professionele achtergrond – de beste weg?

Jolien: “Het is een uitdaging, maar het is mogelijk. Ten eerste denk ik dat we systematisch de manier moeten veranderen waarop we dingen produceren. Onlangs bijvoorbeeld heeft oliemaatschappij Shell, op verzoek van investeerders en via TPI, haar klimaatstrategie bij het boren naar olie enorm bijgesteld. Het bedrijf engageert zich nu om zijn uitstoot van koolstof op lange termijn sterk te verminderen. Aangemoedigd door ­investeerders, bewegen bedrijven veel sneller dan overheden. Dat stemt me hoopvol.

“Ten tweede moeten we verder kijken dan onze directe omgeving. Vooral naar het Oosten. Europeanen kunnen zich de schaal van de Chinese economie en de snelheid waarmee die zich ontwikkelt moeilijk voorstellen. De ­beslissingen die de Chinezen nu nemen rond ­klimaat zullen ons enorm beïnvloeden. In China wordt heel veel gedaan rond hernieuwbare ­energiebronnen. Tegelijk blijven ze zeer sterk afhankelijk van steenkool. Tot op een schaal die we niet kunnen inschatten. Dat zorgt voor een speciale dynamiek.”

Waar komt die interesse voor het klimaat ­vandaan? Is dat de wereldverbeterende ­millennial in u?

Jolien: “Ik had al een master in de finance gehaald aan de Universiteit Antwerpen. Toch vroeg ik me af: wat is op dit moment de nuttigste soort ­economie? Dan is milieueconomie het logische antwoord. Die problematiek is cruciaal voor de toekomst. Ik denk dat millennials dat nog sterker aanvoelen dan andere generaties.”

Geert: “Ik vind het geweldig dat zij daarvoor gekozen heeft. Als ik 25 jaar jonger was, zou ik waarschijnlijk ook die richting uitgaan. Als er één gebied is waar een econoom vandaag het verschil mee moet maken, is het wel het klimaatvraagstuk. Niet dat financiën verkeerd is, maar de ­uitdagingen liggen simpelweg elders. Zowel bedrijven als landen moeten gestimuleerd ­worden om het ecologisch beter te doen en de ­lijnen uit te zetten.”

Hoe kunnen bedrijven en overheden dat doen?

Geert: “In de bedrijfswereld was het klimaat lang een verboden onderwerp. Daar werd heel ­negatief over gesproken. Maar neem de door mensen en bedrijven veroorzaakte plasticsoep in de oceanen. Dat houdt mij nu actief bezig. Vlaanderen kan bijdragen aan de oplossing. We moeten maar twee van onze specialiteiten samenbrengen: de chemie- en de baggersector.


Ik ben goed in mensen rond de tafel brengen. Dus heb ik gesprekken met baggeraar DEME om het probleem aan te pakken, en met de chemiesector. Er ligt een prachtig concept klaar om een schoonmaakschip te bouwen.”

Een realistische onderneming?

Geert: “Budgettair en technologisch is het zeker haalbaar. Het gaat niet om honderden, maar om een tiental miljoen euro’s. Ik ben ervan overtuigd dat mensen willen deelnemen aan een crowd­funding mochten we die starten. En daar komt het economische aspect om de hoek kijken. Misschien zit er zelfs een heus businessmodel in. Als Vlaanderen zich engageert om een deel van de Middellandse Zee schoon te maken, kan dat misschien voor een stuk het eventuele niet-halen van onze CO2-doelstelling compenseren.”

Is het niet aan de overheid om meer te doen dan wat lapmiddelen te zoeken?

Geert: “Subsidies voor zonnepanelen, elektrische wagens… Dat is volksvermaak. Ik begrijp dat politici zeggen dat ze ermee bezig zijn. Maar het is een volledige onderschatting van het probleem.

“Pas op, ik vind het goed dat het gebeurt. Het draagt bij aan het bewustzijn. Maar met die kleine druppel kun je de hete plaat niet afkoelen. We moeten grotere initiatieven steunen, zoals dat schoonmaakschip of pogingen om minder vlees te consumeren. Dat heeft een veel grotere impact op het milieu. En dat moet gebeuren voor we het klimaat nog verder naar de knoppen helpen. Niet alleen in België, maar wereldwijd. Het is goed dat overheden en bedrijven daar meer voor ­openstaan. Toch zal het nog vijftien jaar duren vooraleer er een echte oplossing komt.”

Jolien Noels: “In Londen kent niemand mijn vader. Daar kan ik mijn eigen carrière uitbouwen.” Beeld Bas Bogaerts

Jolien: “Voor mijn thesis onderzocht ik de luchtvervuiling in Chinese steden. Ik gebruikte daarvoor satellietbeelden van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA. Als je die naast de officiële cijfers van de Chinese overheid legt, dan zie je dat er geknoeid wordt met de resultaten. China is nu niet het meest transparante land ter wereld, maar toch. Hun overschrijding zorgt er toch voor dat het moeilijk kan zijn om de ­opwarming van de aarde onder de twee graden te houden.”

Geert: “Als econoom weet je dat er geknoeid wordt met data. Landen stellen hun groeicijfers kunstmatig bij, bijvoorbeeld. Met statistieken wordt altijd en overal geprutst. Het positieve is: satellieten liegen niet.”

Jolien: “Zulke gegevens vormen wellicht de basis voor verder klimaatonderzoek. In onze kringen weet iedereen dat landen en bedrijven met de statistieken spelen. Dan moet je als ­onderzoeker zelf manieren vinden om de juiste data te zoeken.”

Hoe draagt u zelf uw steentje bij om het ­klimaat te redden?

Geert: “Hier liggen zonnepanelen en ik rijd met een hybride wagen. Het grootste verschil zullen we maken met onze ideeën. Die vormen een ­grotere hefboom dan onze voetafdruk. We ­proberen bewust om te gaan met internationale logistiek, dus kopen we – waar mogelijk – lokaal bij boeren.”

Heeft de brexit een impact op het onderzoek?

Jolien: “Zowel de LSE als het GRI is heel internationaal. Er werd even nagedacht of we ons moesten herpositioneren. Zullen mensen onze resultaten nog aanvaarden als we geen onderdeel meer zijn van de Europese Unie? Maar Londen en het GRI hebben zoveel banden met Europa en Europese onderzoeksinstellingen. Dat valt niet weg. Londen keert zeker niet in zichzelf door de brexit. Het blijft een heel diverse stad.”

Geert: “Je mag niet vergeten dat Londen tegen de brexit stemde. Die stad is een soort eiland op het eiland. Bovendien is het al de tweede keer dat Engeland ergens uitstapt. In de jaren 90 verliet het land de muntunie, toen nog ‘muntslang’ ­geheten. Ook destijds klonk het dat Engeland in zichzelf zou keren. Dat is niet gebeurd. Londen heeft daarna enorm gebloeid.

“Vandaag is die stad internationaler dan twintig jaar geleden. Er zal wel wat administratieve rompslomp bij komen kijken, zoals bijvoorbeeld voor de internationale treinen. Maar ook daar: ik kijk er redelijk optimistisch naar. Er zijn geen ­signalen dat er een crisis op komst is. De politiek klopt dingen op om een positie te kunnen ­innemen tijdens de onderhandelingen en het Groot-Brittannië zo moeilijk mogelijk te maken – ook in de hoop dat andere landen niet op ­hetzelfde idee zullen komen.”

Waarom bent u naar Londen getrokken voor die tweede master? Was België te klein?

Jolien: “Dat kwam deels door mijn vader. In België zal ik altijd ‘dochter van’ zijn. In Londen kent niemand hem. Daar kan ik mijn eigen ­carrière uitbouwen.”

Geert: “De wereld ligt open voor vrouwen en is gebalanceerder dan twintig jaar geleden. We gaan actief op zoek naar vrouwen die een opinie hebben of een functie willen bekleden. Op dat punt heeft ze geluk. Maar ik begrijp haar. In België zal ze altijd mijn dochter zijn. Misschien is dat over tien jaar anders.

Geert Noels: “Onze ideeën vormen een grotere hefboom dan onze voetafdruk.” Beeld Bas Bogaerts

“Ik kan het alleen maar aanmoedigen dat ze beter wil doen dan ik. Dat is gezonde ambitie. Ik vermoed dat Thibau Nys ook hoopt om drie keer wereldkampioen veldrijden te worden en zo zijn vader Sven te overtreffen.”

Jolien: “Ik moet toch vooral mijn eigen ding kunnen doen. Ik ben begonnen met de ­wereldeconomie, maar kan inzoomen op België. Opnieuw: dat is een veel ruimer denkbeeld. Ik kijk verder dan onder de kerktoren. Die diversiteit en verschillen maken mijn vak veel interessanter.”

Geert: “Ze kijkt dan ook dikwijls met een ­oosterse blik naar de wereld. Haar schoonfamilie woont in China.”

België was dus écht te klein?

Jolien: “Ook hier had ik al een heel diverse vriendengroep. Mijn beste vrienden zijn nog altijd een bonte mengeling van Chinezen, een Syrische, een Rwandese... Op het Xaveriuscollege in Antwerpen kwamen veel nationaliteiten samen.

“Aan de universiteit van Antwerpen verdween dat opeens. Daar waren amper studenten met een andere achtergrond. Toch zocht ik hen op. Die diversiteit is een meerwaarde in mijn leven.”

U lijkt goed te weten wat u wilt. Staat u ook uw mannetje in de economische wereld?

Jolien: “Het blijft een mannenbastion. Ik dacht dat milieueconomie vrouwelijker was. Maar ik zit op een goede plaats met vooruitdenkende mensen. Mijn collega’s willen vooral bijdragen aan een betere wereld. Ik word dus niet achtergesteld, omdat ik een vrouw ben. Misschien zou dat een ander verhaal zijn in de financiële sector.”

Geert: “Zeker in Londen. Je zou er je plan ­trekken. Al denk ik wel dat je karakter zou ­veranderen. Als je omringd bent door harde ­mensen, word je zelf ook harder. Je werkt met open mensen, dus verlies je zelf je openheid niet. Daarom ben ik niet ongelukkig dat je deze ­richting hebt gekozen.”

Jolien: “Dat heb ik van jou. We proberen allebei met een open blik naar de wereld te kijken, maar toch kritisch te zijn.”

Ook voor elkaar?

Jolien: “We zijn direct tegen elkaar. Kritisch klinkt vaak negatief. Als hij zegt dat iets niet goed is, kan ik daar makkelijk mee om. Hij wil me vooruithelpen en beter maken. Mijn blik verruimen.”

Geert: “We kunnen eerlijk zeggen dat iets minder goed is. Maar we zeggen ook waarom. Je kunt dat niet blauwblauw laten. Dat is geen feedback. Wie kritiek geeft, moet ook alternatieven aanreiken. Voor mijn nieuwe boek heeft Jolien heel veel relevante opmerkingen en bronnen doorgestuurd. Sommige kende ik al, andere nog niet. Toch straf dat een 23-jarige – zelfs buiten haar eigen domein – die allemaal kan verzamelen. Over de inhoud kan ik niet meer kwijt. Mijn boek verschijnt pas in maart.”

“Ze is een vaderskindje”, zegt Geert Noels. “Maar mijn mama doet ook ongelooflijk veel voor mij”, voegt Jolien er vlug aan toe. Vanaf de poef gaan aanmoedigende blikken de salontafel over. Ze praten uitbundig. Vullen elkaar vlot aan.

Wat maakt jullie band speciaal?

Geert: “Ik heb met mijn twee kinderen een goede, maar een andere band. Jolien en Quinten (21) zijn twee compleet verschillende persoonlijkheden. Is die tussen ons speciaal? Dat valt niet te ontkennen. Weet je wanneer ik het voorbije jaar het gelukkigst was? Toen ik alleen in Londen was, de Eurostar moest nemen en toch nog snel kon ­ontbijten met mijn dochter. Die momenten samen zijn onbetaalbaar. Vroeger reden we elke dag samen naar de universiteit. Nu hebben we die qualitytime als ik haar oppik aan het station in Brussel.”

Jolien: “Voor mij is naar België komen en tijd doorbrengen met de familie echte ontspanning. Ook in Londen speel ik elke week een ­gezelschapsspel met mijn vriendengroep. Dat is een goede onderbreking. En het doet aan thuis denken. We spelen dikwijls Seven Wonders, een bordspel waarbij de spelers een aantal wonderen kunnen bouwen die punten opleveren. Het blijkt dan nog een Belgisch spel te zijn. Ik kan het ­iedereen aanraden.”

Lijken jullie qua karakter ook op elkaar?

Jolien: “Ik denk dat we vooral zo’n goede band hebben omdat we zo erg op elkaar lijken. Onze kernwaarden zijn dezelfde. We kijken met een open blik naar de wereld, zijn respectvol en ­vasthoudend. En we houden allebei van goede boeken.”

Geert: “Als ik zag hoe zij zich inzette voor haar studie, herken ik vooral dat vasthoudende. Misschien had ik daar mínder het goede voorbeeld moeten geven. We hadden een prachtige zomer, maar zij heeft geen streepje zon gezien. Ze was voortdurend aan het werk in de kelder, met drie computerschermen naast elkaar.

“Dat koppig doorzetten komt zeker van mij. We hebben ook allebei een moeilijk karakter. Ik bedoel: niet makkelijk kneedbaar. Het helpt om dan eens goed te praten. Daarvoor moet je tijd vrijmaken. Ook wij kunnen clashen, maar daardoor begrijpen we elkaar beter.”

Knettert het wel eens tussen jullie?

Jolien: “Niet echt. Ik kan me onze laatste ruzie zelfs niet herinneren.”

Geert: “Ik ook niet. Hoewel. Als ik probeer te zeggen dat je de lat niet te hoog mag leggen, kan het botsen. Dat werkt als een rode lap op een stier. Jij interpreteert dat als ‘je gelooft niet in mij’, of ‘je wilt mij klein houden’. In de eerste plaats zeg ik dat toch uit bezorgdheid. Je moet haalbare ­doelen stellen. Tot nog toe is dat altijd gelukt. Maar ook als je niet over de lat raakt, moet je ­verdergaan.”

Jolien: “Je bent mijn vader. Het is jouw taak om goed te praten over mij.”

Beeld Bas Bogaerts

Geert: “Mag ik toch een suggestie doen? Ik zou graag meer evenwicht zien tussen je job en andere dingen. Ik sport bijvoorbeeld veel, ook samen met Quinten. Toen je naar Londen vertrok, vroeg ik maar twee zaken: niet klagen over punten en tien kilometer lopen als je terugkomt. Ik denk niet dat we nu de loopschoenen moeten aantrekken. Het zal eerder stappen zijn.” (lacht)

Jolien: “Nooit gedacht dat dit interview mij aan die afspraak zou herinneren. Ik ben ook nog niet écht terug van Londen.”

Is sporten ook belangrijk in het professionele leven?

Geert: “Mijn boek en mijn columns worden geschreven op de fiets of tijdens het lopen. Je creëert een bubbel rond jezelf. Pas dan kun je ­dingen doornemen zonder ruis van anderen. Ik denk dat dat bijzonder productief is. Voor heel veel zaken kun je de details weer scherpstellen.

“Nu, ze is in Londen nog niet helemaal ­gesetteld. Misschien komt er daarna weer wat meer van dat sporten.”

Straks zijn het verkiezingen. Duikt u op als wit konijn op een of andere lijst?

(lachen allebei) Geert: “Neen. Jamais. De voorbije jaren hebben me niet aangemoedigd om op een lijst te staan. Het bevalt me niet hoe politici samenwerken. Iedereen blijft elkaar maar stokken in de wielen steken. Dat is geen aangename omgeving om iets constructiefs te doen.

“Het is wel aangenaam dat ik al door alle kleuren aangesproken ben. Niet recent, maar door de jaren heen. Dat wil zeggen dat ik niet in een hokje pas. Dat is belangrijk. Mijn opinies moeten veel kleuren kunnen ­reflecteren. Daarom stem ik blanco. Het houdt me onbevooroordeeld. Herman Van Rompuy (CD&V) zei het al toen hij nog minister van Begroting was: ‘Geert is kritisch, maar we weten dat dat bij iedereen zo zal zijn.’ Dat blijft het doel.”

Jolien: “Hij zegt vaak dat hij niet in de politiek wil. En dat vind ik goed. Zelf zou ik het ook niet willen, trouwens. Ik speel niet graag toneel. Ik wil onderbouwde feiten. In België krijg ik dikwijls het gevoel dat het daar niet om draait. Dan ga ik liever andere intellectuele ­uitdagingen aan.”

Zoals uw mening ventileren op Twitter, net als uw vader? Is dat erfelijk?

Jolien: “Iemand zei ooit: meningen zijn goedkoop, feiten zijn duur. Ik geloof daar sterk in. Het lijkt soms alsof jongeren zo snel mogelijk een mening moeten hebben over allerlei problemen. Ik denk dat we meer geduld moeten hebben. Onszelf de tijd moeten gunnen om een expertise op te ­bouwen.”

Geert: “Jolien volgt mij op Twitter, in tegenstelling tot mijn vrouw en zoon. Soms vraagt ze ­weleens of het nodig is om alle gevechten aan te gaan. Dan doe ik haar een plezier en ga ik niet mee in de discussie. Toch zie ik mezelf niet als lid van de fight club die op Twitter meteen naar elkaar begint te roepen. Ik lees veel opinies en deel mijn eigen ideeën. Het is een transparant medium om het denkkader van anderen te ­begrijpen.”

Jolien: “Daarom zou ik het pretentieus vinden om nu al mijn zegje te doen over milieueconomie. Ik heb nog zo veel te leren. Maar zeg nooit nooit. Op termijn doe ik het misschien wel.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234