Donderdag 24/06/2021

Geert Mak

‘We hebben het speelplein overgelaten aan de grote bekken’

Hij besloot zijn ‘State of the European Union’ deze week in Brussel met de opmerking dat we nog maar één kans zullen krijgen om een gemeenschappelijke Europese democratische, maatschappelijke en culturele ruimte te creëren, zopnder dewelke Europa dreigt een verloren project te worden. Zowat woordelijk staat die zin ook in de epiloog van In Europa, dat nochtans ondertussen zeven jaar oud is. Erg ver zijn we dus niet opgeschoten.

Geert Mak: “Je plagieert jezelf dus soms onbewust, oké. (lacht) Toen ik het einde van In Europa schreef, was iedereen in een redelijk euforische hoerastemming, maar als je alles eens nuchter op een rijtje zette, zag je toen al wel dat er grote weeffouten in het systeem zaten. Een daarvan komt nu heel duidelijk naar voor in de eurocrisis. Het systeem is heel sterk uit balans aan het raken. Er is heel veel gemeenschappelijk geregeld wat eigenlijk beter bij de lidstaten was gebleven, en omgekeerd is er niets geregeld van wat dringend Europees zou moeten worden.

“Europa bepaalt hoe een boer op het Spaanse platteland zijn geitenkaas moet maken, hoe hoog een Belgisch bierglas maximaal mag zijn, maar kan maar niet beslissen wat onze houding tegenover de Arabische lente zou moeten zijn. Energiebeleid, migratiebeleid, dat had toch al lang Europees op de rails moeten staan? Overal kom je die weeffouten tegen, en dat gaat ons zuur opbreken.

“De ergste fout is het Europese democratisch deficit, dat is nu wel heel ernstig aan het worden. Bij gebrek aan Europese democratische ruimte en debat, aan een Europees koffiehuis zeg maar, zie je ze nu op Europees vlak de billen dichtknijpen voor een verkiezing in Finland, waar het gegeven dat één partij er twintig procent van de stemmen haalt voldoende is om de Europese steun aan Portugal ter discussie te stellen. En zie je hoe een beetje spannende lokale verkiezingen in Noordrijn-Westfalen plots het Griekse reddingsplan maanden vertraging doen oplopen. Dat is toch te gek voor woorden?”

Zijn we dan de weg van Europese desintegratie ingeslagen?

“Nee, de Europese integratie gaat nog steeds door, maar met muizenstapjes. Noodgedwongen dwingt bijvoorbeeld de eurocrisis het continent zelfs tot verdere integratie. En ook het verdrag van Lissabon, hoe minnetjes ook in vergelijking met wat in het verleden wél mogelijk was, brengt verdere democratisering teweeg. Maar het gaat veel te traag en te langzaam.

“We hebben jaren gedelibereerd over de invoering van een Europese president en minister van Buitenlandse Zaken. Ik was woedend, de ochtend van de aanduiding. Niet omdat ik Herman Van Rompuy geen buitengewoon respectabele man vind, maar de manier waarop het gebeurde en de achterliggende motieven choqueerden mijn democratisch gevoel. Alles werd beslist op een etentje achter gesloten deuren, waarvan we wel het menu kenden, maar niet de kandidaten. Mensen die zo min mogelijk uitgesproken zijn, zo weinig mogelijk aanstoot geven: puur motieven om de nationale politieke leiders te behagen en te zorgen dat de nationale politieke arena centraal bleef staan. Daarmee hebben ze doelbewust en gewild de Europese democratische ontwikkeling gesaboteerd. Want Europa snakt naar gezichten, voor politiek heb je hoe dan ook gezichten nodig, doorgroefd en met passie. Echte Europese leiders, met wie ik het gloeiend eens of oneens kan zijn. Er zijn nog wel Jacques Delorsen te vinden, alleen worden ze niet meer getolereerd door de nationale regeringsleiders.”

Zoals de Eurocommissaris die zich onmiddellijk plat op de buik legde en verklaarde bereid te zijn het verzoek van Italië en Frankrijk om verscherpte grenscontroles in te stellen welwillend te onderzoeken.

“Natuurlijk, want die man zou juist razend moeten worden op Berlusconi en Sarkozy, vragen of ze nu echt op hun hoofd gevallen zijn. En Van Rompuy zou daar dan nog een schepje kwaadheid bovenop moeten doen. Met felheid en hartstocht had een echte Europese leider daarop moeten reageren. Dat karakter heb je nodig, pas dan krijg je ook een debat. Want dan gaat iedere televisiekijker van Finland tot Gibraltar even recht op zijn stoel zitten. Begint te denken: hé, zo kun je het ook bekijken, dat is een fatsoenlijke man die best wel wat argumenten heeft. En wat is hij boos, dus moet er iets aan de hand zijn. Politiek is ook emotie. Op het nationale toneel is er vaak te veel emotie en show, Europees is het veel te technisch, omfloerst en bureaucratisch, vandaar dat je er ook zou weinig belangstelling voor krijgt in de media. Wat politiek echt politiek maakt, is niet aanwezig in Europa. Het heeft er ook mee te maken dat nogal wat lidstaten gepensioneerde politici of tweederangsfiguren afvaardigen naar het Europees Parlement.”

Is dat geen universeel probleem, ook in de lidstaten zelf? Onlangs zei u dat de capabelen niet meer aan de politiek willen, alleen de pathologische ijdeltuiten en de idioten doen het nog. Er is geen politieke aristocratie meer, klaagde u.

“Het verschilt per land, en daar had ik het over mijn geliefde vaderland. Weet je hoe blij ik ben even hier te zijn? België is, ondanks alle problemen, een serieus land, met serieuze burgers. Er gebeuren ook wel wat rare dingen, maar dit is al bij al een normaal land, met een vrij normaal politiek debat tussen vrij normale progressieve en conservatieve politieke partijen. Dat idee heb ik in Nederland niet meer. Nederland is niet langer normaal, er is een soort koorts in gevaren dat Nederland van zijn status als gidsland heeft beroofd. Er is een groot probleem ontstaan omdat men niet heeft gedaan wat jullie wel hebben gedaan: verhinderen dat het extremisme tot in de kern van de macht komt.

“Er zijn een paar dingen die stabiele democratieën in gevaar kunnen brengen, en dat is er één van. Een ander iets is de minderheidsregel schenden. Die minderheid respecteer je in een democratie altijd, want alleen dan aanvaardt die minderheid ook het gezag van de meerderheid. Ook die regel is in Nederland geschonden: een kabinet met één zeteltje op overschot gedraagt zich alsof ze een meerderheid van 90 procent achter zich heeft staan. Op het vlak van cultuur worden slachtingen aangericht. Het gaat verder dan het democratische spel, ze beschadigen die democratie zelf. Met het toelaten van een extremist verandert ook de toon van het debat.

“Een heleboel CDA’ers en VVD’ers zullen, met de beste bedoelingen, gedacht hebben dat ze zo Wilders konden inkapselen. Wie de geschiedenis een beetje kent, weet dat meestal het omgekeerde gebeurt: het publieke discours wordt quasi gemonopoliseerd door de extremist. In Nederland worden nu dingen geroepen die vijf jaar geleden ondenkbaar waren: het verbieden van hoofddoekjes in het openbaar vervoer, je mond valt open. Een lezing van een kritisch iemand die het wou hebben over het taboe op de vergelijking tussen Wilders en het vooroorlogse fascisme - hij wou de vergelijking niet eens maken, alleen het taboe erover aankaarten - mocht niet plaats vinden in het gebouw van de Provinciale Staten. Dat laat ook iets zien over de PVV, met name de principeloosheid ervan. Want waren zij toch niet de grote voorvechter van vrije meningsuiting? Ja, zo blijkt, maar dan alleen van hún mening.

“De PVV is geen politieke partij, het is eerder een Sarah Palin-achtige beweging, die zich alles kan permitteren, zolang ze maar in rebellie blijft tegen de elite. Hun grootste sociale verkiezingsbelofte was het handhaven van de pensioenleeftijd, maar op de avond van de verkiezingen trokken ze dat al in. Er stelde zich het geval van een uit Afghanistan afkomstig meisje, een briljante scholiere, behoorlijk verwesterd. Als je dan als belangrijkste punt een anti-islam betoog hebt, voortdurend de onderdrukking van de vrouwen in die landen aanklaagt, dan gooi je je toch dwars voor haar uitwijzing? Maar nee, ze moest eruit. Zelfs naar extreem rechtse begrippen zijn ze volstrekt principeloos. Daarin verschillen ze volledig van andere populistische of extreem-nationalistische en conservatieve partijen in Europa.

“Wilders is eerder onze McCarthy. Het is een brandstichter, gedreven door een extreme vorm van narcisme, een rebel without a cause. Toen hij voortdurend zijn rechters begon te wraken en te beschuldigen van partijdigheid, zei de deken van advocaten hem dat hij met vuur speelde aan de fundamenten van de rechtsstaat. Maar dat wil hij net! Het zijn mensen die vaker in de geschiedenis voorkomen, die zeer veel schade kunnen aanrichten, maar die niets blijvends zullen nalaten.”

Maar hij drijft wel op een universeel gevoel van onbehagen dat in heel Europa veel stemmen aantrekt.

“Dat is zijn voedingsbodem. Het zijn irreële figuren die drijven op een reële voedingsbodem. Het heeft ook heel erg te maken met het spreeuwengedrag van de internetkiezers. Er is een heel heftige, maar kortstondige affiniteit. Je ziet dat ook bij Obama, die een internetbeweging achter zich kreeg, maar die nu weer wegzwermt naar Sarah Palin, dan weer naar de volgende.

“Wilders drijft op een steeds vluchtiger vorm van politiek, een apolitieke beweging die toch in het politieke veld beweegt. Hij mag roepen wat hij wil, zelfs totaal tegenstrijdige dingen, maar hij wordt daar in tegenstelling tot een normale politicus nooit op afgerekend. Wat hij zegt, interesseert hen geen barst, zolang hij de elite maar wat loopt te pesten. Dat electoraat heb je in heel Europa, telkens rond de vijftien tot twintig procent. Alleen in Nederland is het echter deel van de gevestigde orde geworden, en niet marginaal gebleven, zoals het hoort.

“Ook daar zit een parallel met McCarthy, die uiteindelijk naar voren geschoven werd door de Republikeinen om de Democraten een hak te zetten, die te succesvol waren geworden na Roosevelt, de New Deal en Truman. Ze moesten de man niet, maar ze gebruikten hem gretig. En het werkte: de Democraten hebben zelfs ingestemd met de Vietnamoorlog omdat ze als de dood waren dat ze anders als ‘soft on communism’ uitgejouwd zouden worden. Nu zie je hoe de afkalvende christendemocraten en liberalen hem op dezelfde cynische manier gebruiken om zichzelf op het pluche te houden en een ouderwets rechtse agenda door te voeren. Het verschil is dat het Republikeinse establishment McCarthy uiteindelijk zorgvuldig van zich af schudde toen hij te ver ging. Ik weet niet of ze daar met Wilders toe in staat zullen zijn. Maar het blijft een cynisch spel, heel zorgelijk, omdat ondertussen zijn gedachtegoed ‘normaliseert’ en de schade zo wel heel langdurig kan worden.”

Links is inmiddels zowat een scheldwoord geworden, in een tijd waarin de banken de crisis veroorzaakten, de sociale zekerheid onder druk komt te staan, langer werken en arbeids- flexibiliteit onvermijdelijker dan ooit lijken. Je zou toch denken dat links net baat heeft bij die omstandigheden?

“Ze zouden moeten groeien als kool. Maar ik vrees dat de problemen te ingewikkeld zijn, ik vrees ook dat jongere mensen volledig vergeten zijn welke immense problemen uit het verleden dankzij progressieve krachten wel een oplossing hebben gekregen. Demagogie is een krachtig wapen. Er is onrust, je voelt je ongelukkig en zorgelijk, en er is iemand die dat heel goed kan ‘framen’ en dat thema weet te apolitiseren door er een religieuze discussie van te maken. Het is niet links tegen rechts, het is wij tegen de islam. En ook al vormen bepaalde allochtone jongerengroepen in sommige wijken een echt probleem, hun godsdienst is dat niet. We hebben duizenden Indonesische moslims binnengekregen, zonder dat er een haan naar kraaide.

“Maar die spanningen in de samenleving met jonge migranten worden wel geframed als een zogezegd religieus probleem. Aangezien Hollanders dol zijn op religieuze conflicten, ging dat erin als zoete koek. Media dragen daarin overigens ook een grote verantwoordelijkheid. Want Wilders is in één ding fantastisch: hij levert twee krantenkoppen per week. Als dat jaren doorgaat, heeft dat uiteindelijk invloed op de realiteitsbeleving van de bevolking. Overal kiezen mensen meer voor de partijen van het onbehagen dan voor de klassieke partijen. Veel mensen hebben het terechte idee dat ze geen greep meer hebben op hun omgeving, dat de ander niet langer voorspelbaar is. En de ander kan je buur zijn, de migrant even verderop, het buurland, of Europa. Het culpabiliseren van de ander om je daardoor beter te voelen en superieur is een eeuwenoud mechanisme, heel klassiek. Maar Europese politici dragen daarin een verpletterende verantwoordelijkheid, omdat ze niet zijn blijven proberen opnieuw en opnieuw dat Europese verhaal over te dragen.”

Zoals de Luxemburgse premier Juncker ooit zei: we weten perfect wat we zouden moeten doen, alleen weten we niet hoe we daarna nog verkiezingen moeten winnen. Er is steeds minder ruimte voor een moedige langetermijnpolitiek.

“Juist, en dat is ooit anders geweest. Europa is ook, en zelfs vooral, het product van een politieke aristocratie die durfde te incasseren, risico’s wou nemen. Zoals militairen die bij het begin van een veldslag de tegenstander intimideren door meteen een Rode Kruistent op te stellen, aantonend dat ze bereid zijn gewonden en doden te verdragen. Dan denkt de andere kant meteen: oei, die kerels menen het. Dat moet je als politicus ook durven: bereid zijn verliezen te nemen, dingen te zeggen die gezegd moeten worden, maar die je misschien kiezers kunnen kosten. Dan ben je niet langer alleen politicus, maar uiteindelijk ook staatsman. En gek genoeg: kiezers respecteren zulke mensen.”

Heeft het niet ook te maken met de keuzes die ze maken? Neem nu de manier waarop de bankencrisis is aangepakt...

“Juist, het huidige Europese antwoord daarop vraagt van de burgers een haast bovenmenselijke portie rationaliteit en loyauteit. Alleen al om die reden had men veel strenger voor de banken moeten zijn. We zijn allemaal door hen gepakt. Geef ze dan terug op hun donder, voor mijn part in de ketenen voor de rechtbank, zoals de Amerikanen dat doen. Het materiële bestaan van miljoenen mensen is echt op een misdadige manier in gevaar gebracht. Bankiers hebben nog altijd niet begrepen dat ze de halve stad in de fik hebben gezet. Als je vandaag met ze spreekt, val je nog altijd om van de arrogantie van die lui. Europese leider zouden aan de kant van de slachtoffers moeten staan, niet van de daders. Nu wordt de oplossing gezocht bij het verder vragen van offers aan de inwoners van de zuidkant van Europa, en van solidariteit aan de bewoners van de noordkant. Maar je kunt dat niet van de mensen blijven vragen, die zijn niet gek. Daarom ben ik zo nijdig, omdat men liever de financiële lobby volgt en niet beseft dat men zo de democratische legitimiteit van het hele Europese systeem ondergraaft. Want dat is wat er gebeurt.

“De Finse verkiezingen zijn het laatste symptoom van die onvrede. Er moet gereguleerd worden, zakenbanken en particuliere banken moeten uit elkaar getrokken worden. Maak ze het leven zuur, toon dat ze niet langer een vrijgeleide hebben. Laat landen toe hun schulden te herschikken, zo zal tenminste een deel van de rekening betaald worden door de banken die de crisis in de eerste plaats veroorzaakt hebben. Want al die bankiers die de mond vol hadden over de vrije markt, liepen meteen naar de overheid toen hun Bentleys en hun jachten in gevaar dreigden te komen. De grootste verdedigers van het platste kapitalisme hingen plots aan de tiet van de overheid. Nu schuiven we alles voor ons uit, en worden de risico’s die de banken hebben genomen, blijvend afgewenteld op de kiezer. Je moet daar een middenweg in vinden, maar de belastingbetaler alles laten ophoesten en de banken buiten schot houden is fundamenteel onrechtvaardig. Ik kan me echt woedend maken over die arrogantie. Die bankiers zouden zich diep moeten schamen en in een heel klein Renaultje gaan rijden.”

Inmiddels knabbelt Europa ook aan wat zij als te dure socialezekerheids- stelsels beschouwen. Erg veel enthousiasme daarvoor valt ook niet te verwachten.

“De sociale zekerheid staat onder druk door de vergrijzing, en dus beleven we binnenkort een soort nazomer van de verzorgingsstaat. Maar sociale zekerheid blijft in mijn Europa iets wat de meeste Europeanen altijd hebben omhelsd. Een gematigd kapitalisme, het Rijnlandse model, niet het harde concurrentiekapitalisme, is een kernpunt van de Europese identiteit. Omdat Europeanen de kwaliteit in de brede zin van het bestaan willen beleven.

“In Lissabon in 2000 was er het plechtige voornemen om van de Europese economie tegen 2010 de meest dynamische en competitieve kenniseconomie van de wereld te maken. Dat was dus verleden jaar, en toen was minder dan tien procent van onze economie hightech. Het is dus niet gelukt, en zoals The Economist nuchter constateerde komt dat omdat Europeanen niet willen leven in de meest competitieve economie ter wereld. Nee, wij willen wat minder uren werken, vlugger op pensioen en een evenwicht tussen je job en je leven. Die wat ontspannener levenshouding, die ik niet eens zo slecht vind, is typisch Europees. Burgerschap is voor ons ook dat iedereen ook echt burger kan zijn, en niet de vernedering van totale armoede hoeft mee te maken. Daar hoort dus een sociale zekerheid bij. Het is een onvervangbaar onderdeel van onze kwaliteit van bestaan, en als de huidige Europese elite denkt daartegen de aanval te moeten inzetten, zal het haar zuur opbreken, en zullen ze nogmaals een sokkel onder de Europese droom wegvagen.”

“Ik geloof nog steeds niet dat mensen de pest aan Europa hebben. Ze houden van de euro, van visaloos en zonder grenscontroles door Europa rond kunnen rijden, van de decennialange vrede die het Europese project ons opgeleverd heeft. We zijn echt veel meer Europeaan geworden dan dertig jaar geleden. Maar mensen hebben het wel steeds moeilijker met de weg die Europa inslaat, die van de obsessie met het economisch-materiële, met het particuliere en het meetbare. Ze hebben er de pest aan dat Europa zo een heleboel publieke waarden, die vooral gericht zijn op de gemeenschap, niet alleen niet langer naar waarde weet te schatten, maar ze zelfs probeert te ontmantelen. Als je dat weggooit, verzetten de mensen zich, en terecht.”

Nog zo’n heikel punt: migratie. Ongeveer iedereen ziet dat als een gigantisch probleem, terwijl het misschien een deel van de oplossing kan zijn voor de toekomstige financiering van de sociale zekerheid.

“In mijn land is het debat over migratie al een tijdje een heel bizarre weg opgegaan. Zelfs kinderen en kleinkinderen van migranten beginnen nu te roepen dat Nederland vol is. Terwijl de kracht van een stad als Amsterdam altijd net geweest is dat ze één grote poel van migratie was. We zijn daar echt een historische fout aan het maken. Over tien jaar zullen we staan te springen om migranten, om de vrijgekomen arbeidsplaatsen in te vullen. Wanneer ik over twintig jaar in mijn ouderentehuis opkijk, zal ik een arts uit Oezbekistan, Turkije of Nigeria aan mijn pols zien voelen. Mij best, als het maar een goede dokter is, want zelf zullen we er niet genoeg meer hebben. Waarom zouden we dan nu een probleem zien in een meisje uit een vluchtelingencaravan die dolgraag dokter wil worden en goed op weg is. Waarom moeten we die per se deporteren?”

Maar toch krijgt de progressieve intelligentsia, die de globalisering en Europa omarmt, die boodschap niet meer verkocht aan de arbeiders, die gevlucht zijn naar de partijen van het onbehagen.

“We hebben het speelplein overgelaten aan de grote bekken, omdat we bang zijn voor hun intimidatie. We vinden te weinig antwoorden op hun gescheld en hun revanche. Want belangrijk is ook dat politici het voorbeeld geven in een vorm van beschaafde omgang. Maar als veel politici en media aan dat gescheld gaan meedoen, brei je de mopperige 20 procent uit tot 50 procent. Ik hoorde dat laatst omschrijven als het fenomeen van de reisleider. In elke toeristenbus zitten gegarandeerd twee kankeraars. Daar moet je beleefd tegen blijven, op hun vragen antwoorden, maar je laat ze niet de rest van de groep besmetten. Al je energie moet gaan naar de anderen, om die wel goedgemutst te houden. De twee voor wie het nooit goed is, moet je nooit voor in de bus zetten en de micro geven. Anders is je reis om zeep.

“Verzuring en verkankering kunnen ontzettend aanstekelijk zijn, en in Nederland is het totaal uit de klauwen gelopen. Dus is het nu wachten tot het omslagpunt komt, en dat komt onvermijdelijk. Want ooit gaat ook dit vervelen, en is het tijd voor wat anders. Ook dat maakt het populisme verschillend van georganiseerd rechts: populisten hebben nooit iets concreets gerealiseerd, en vroeg of laat merkt men dat op. De kleine man blijft toch altijd het meest gevoelig voor heel concrete dingen die verbeteren, niet voor een voortdurende negatieve framing van alles en iedereen. Ik zit in Nederland echt te wachten op een fatsoenlijke nationalistisch-conservatieve partij, die met dingen te voorschijn komt waar ik het niet mee eens ben. Ik zal er geen lid van worden, maar er graag mee in discussie gaan, over de dingen die er echt toe doen. Waar liggen de grenzen van de internationalisering, van de moderniteit, hoe voel je je thuis in Nederland en in Europa en hoe vinden we daar een balans in? Dat zou pas een mooi debat zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234