Vrijdag 22/11/2019

Mei '68

Geert Buelens: "Mei '68 was een andere planeet"

Geert Buelens. Beeld Franky Verdickt

Het toekomstgevoel is weg, de maakbaarheid van het individu is een obsessie geworden en vrijheid beperkt zich vooral tot consumptievrijheid. 'Het nostalgische herdenken van mei '68 zal de enorme problemen van vandaag dan ook niet oplossen', vreest hoogleraar, essayist en dichter Geert Buelens. Toch wordt door sommigen de geest van mei '68 in leven gehouden. Vuile Mong vertelde erover.

Het is effenaf een opus magnum geworden, zijn vuistdikke boek De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis. Acht jaar lang, waarvan tweeënhalf voor het uitschrijven, bleef Geert Buelens (47) ermee bezig.

Songs, films en boeken, denkers en doeners, grote utopieën als Brasília, de moord op JFK en Lumumba, de oorlog in Vietnam, de Castro's in Cuba, mei '68 in Parijs: in De jaren zestig kreeg de hele wereld een plaats en blijkt bijna alles met alles verweven. In 23 hoofdstukken werkt de auteur enerzijds jaar per jaar af, anderzijds kernbegrip per kernbegrip: van 'verleden' tot 'toekomst', met daartussen onder andere 'hoop', 'geloof', 'liefde', 'macht' en 'geweld'.

Op de cover en binnenin staan, naast andere illustraties, veelzeggende foto's van de Malinese, laatst in Parijs nog geëxposeerde fotograaf Malick Sidibé. In kaderstukken worden films, liedjes en ander cultureel erfgoed toegelicht. De jaren zestig leest niet alleen bijzonder vlot, het is evengoed een rijk gevuld naslagwerk.

Buelens, hoogleraar moderne Nederlandstalige letterkunde in Utrecht en het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch, essayist en dichter, noemt zich dan ook gefascineerd door de cultuur die hem gevormd heeft. Dat zijn, zeker in het Westen, de jaren 60. “Een decennium," schrijft hij, “dat als geen ander gehaat en geliefd is.”

Onder de activisten van toen ging het over participatie en meepraten. Toch blijkt uit getuigenissen hoe autoritair het er in die emancipatiebewegingen toe kon gaan.

Buelens: “De jaren 60 bleven verschrikkelijk masculien en heteronormatief. Ik denk dat de bloei van het feminisme in de jaren 70 net een reactie was op het machismo in de tegencultuur. Je leest het in Franse, Amerikaanse en Italiaanse getuigenissen. In de VS bleken ook de zwarte studenten zich niet serieus genomen te voelen – wat dubbel zo pijnlijk is aangezien de Europese studenten zich spiegelden aan de zwarte burgerrechtenbeweging. Een in Frankrijk verschenen sociologische studie, Changer le monde, changer sa vie (Actes Sud, haalt het werk boven, LD), laat ook zien dat de rolpatronen en werkverhoudingen binnen het gezin in die generatie niet of amper veranderden. Een vrouw kon enkel een evenwaardige carrière nastreven als ze geen kinderen had. Het was een patriarchale samenleving, en dat zag je ook in die actiegroepen.”

Wij spreken almaar van mei '68. Is die symboolmaand niet een heel Europees deelaspect?

“Wat in 1968 in Parijs, Berlijn, Praag en Leuven gebeurt, is hoe dan ook heel belangrijk. Of in Madrid, waar Franco de plak nog zwaaide. Ik beschouw het als een Europese variant op wat in de VS, in Berkeley, begon. De Free Speech-generatie die wil meepraten. Het boek dat Michel de Certeau (Franse cultuurfilosoof, LD) daarover schreef, ging precies over dat mogen meespreken. Dat is een erg centraal begrip. Vergeet ook niet dat jongeren in '68 maar op hun 21ste stemrecht hebben en officieel volwassen worden. Tegelijkertijd werden ze aan de universiteit klaargestoomd om de elite te worden. Daar zat een rare spanning in.”

Ook in Leuven zongen de studenten de strijdgospel 'We Shall Overcome'. In hoeverre voelden zij de problemen in de VS echt aan?

“Zij kennen de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, dat blijkt ook uit de zesdaagse James Meredith-mars (naar de eerste Afro-Amerikaanse student die toegang kreeg tot de universiteit van Mississippi, LD) die in 1966 ook bij ons plaatsvond, tussen Oostende en Leuven. Ze halen dus zeker inspiratie uit de zwarte beweging. Maar ze aanvoelen? In Leuven ging het om witte, geprivilegieerde mensen die verhoudingsgewijs geen reden tot klagen hadden. Nu ja: veel meer nog dan vandaag was de samenleving toen een klassenmaatschappij. Zowel arbeiders als sommige Vlamingen waren tweederangsburgers, al was er wel een groot verschil tussen tweederangsburger zijn bij ons en in de VS.”

Blanke jongeren zien in Senatobia de Mississippi Freedom March passeren (1966). De Amerikaanse burgerrechtenbeweging inspireerde ook de Vlaamse studenten. Beeld Bettmann Archive

U verwijst naar het toenmalige cultboek Les damnés de la terre van Frantz Fanon. In zijn bedenkelijke voorwoord ('il faut tuer: abattre un Européen c'est faire d'une pierre deux coups') schrijft Sartre...

“Ja, hij predikt geweld. Maar dat was in die periode niet zo ongewoon, het is een integraal deel van het leven dat het gebruik van geweld in sommige gevallen als legitiem wordt aangezien. In dat opzicht hebben we makkelijk praten: was Algerije onafhankelijk kunnen worden zonder geweld? Er zitten aan geweld erg akelige kanten, maar wanneer ze onderdrukt worden, zien mensen soms geen andere mogelijkheden meer. Of zouden de Algerijnen generaal De Gaulle hebben kunnen overtuigen met sit-ins? Ik denk het niet.”

Op de VPRO-radio zei u dat 'Afrika tot vandaag in clichés tot ons blijft komen, de mentale dekolonisatie is niet geslaagd'. Nochtans hanteren bijna alle instellingen termen als diversiteit, antiracisme, inclusie enzovoort.

“Toch zie ik hoe zelfs in Vlaamse media het N-woord ('neger', LD) blijft vallen. Lang niet alle journalisten en redacteurs blijken gevoelig voor het feit dat je dat woord vandaag echt niet meer neutraal kunt gebruiken. Zo'n woord wordt door niet-witte mensen als extreem racistisch aangevoeld. We zitten niet meer op het punt waar we vandaan kwamen, maar er blijft heel veel werk aan de winkel.”

Een veelgehoorde opmerking is dat we mei '68, een momentopname binnen een veel bredere beweging, 'groter maken dan het is'. Klopt dat? Zijn we dan zo passéïstisch geworden?

“We zijn héél passéïstisch geworden. We hebben geen toekomstvisie meer en richten ons telkens weer op momenten in het verleden waarin die visie er wél was. Dat kan van Waterloo tot Ieper tot om het even wat gaan, ik heb dat eerder onze pathologische herdenkingscultuur genoemd. Elke verjaardag met een rond getal wordt aangegrepen voor herdenkingen, waarbij we een bijzondere voorkeur vertonen voor momenten waarop iets op het spel stond, mensen iets op het spel gezet hebben. Dat was ook in '68 zo.”

U schrijft dat een deel van de frustratie over mei '68 voortspruit uit hooggespannen, nooit ingeloste verwachtingen.

“We herdenken de gebeurtenissen graag omdat we het toekomstgevoel van toen, tot en met de utopie, kwijtgeraakt zijn. In die zin zeggen de herdenkingen van mei '68 meer over ons hier en nu dan over '68 an sich. Er is een steeds breder gevoel dat er íéts moet gebeuren, terwijl niemand weet wie wat dan precies zal doen – en hoe.”

De Franse filosoof Régis Debray bracht zonet het boek Bilan de faillite uit. Daarin is hij uiterst scherp voor de huidige politieke klasse.

“Rechts presenteert de toekomst door terug te grijpen op de jaren 50, links door te verwijzen naar de jaren 60. Maar de toekomst ligt nooit in het verleden. In geen van beide gevallen is er sprake van toekomstvisie, wel van een enorme politieke leegte. De problemen van de tijd vragen om leiderschap en visie. Onze planeet moet gered worden, het kapitalisme moet zodanig hervormd worden dat de ongelijkheid wereldwijd niet nog groter wordt. Dat zijn gigantische opdrachten.

“Alleszins kan de politiek zich niet beperken tot management, terwijl ze net dát de jongste decennia heel erg geworden is: een vorm van management waaruit elke ideologie is weggeschraapt.”

Een managementscultuur die met name ook het onderwijs is binnengesijpeld, nog zo'n sector waar de post-'68-kritiek niet van de lucht is.

“Over het Vlaamse onderwijs kan ik me niet zo uitspreken, over het Nederlandse wel. De kwaliteit van de Nederlandse leerkrachten is de voorbije decennia gedaald omdat ze vaak de juiste opleiding niet hebben of erg veel tijd moeten steken in bureaucratie: verslaglegging, allerlei streefdoelen en noem maar op.

“Als ik naar mezelf kijk: Ik kom uit het VSO (Vernieuwd Secundair Onderwijs, LD). Ik ben het product van een onderwijsvisie waarvan destijds gezegd werd: 'Die zullen er niets van bakken'. De andere slimme jongetjes gingen naar traditionele colleges, ik naar het VSO in Duffel. En kijk, ook die VSO-leerlingen zijn goed terechtgekomen, al bij al.”

Oeso-onderwijstopman Dirk Van Damme leverde onlangs kritiek op de Gelijke Onderwijskansen, die de kwaliteit van het onderwijs zouden aantasten. Akkoord?

“Ik ken niemand die zegt: 'Domme, ongemotiveerde 18-jarigen verdienen óók een universitair diploma'. Wat ik wel weet, is dat mensen met een zwakkere sociale achtergrond, arbeiderskinderen of kinderen met een migratieachtergrond, extra steun en begeleiding verdienen. Wat denken we te winnen door dat niet te doen? Je verliest een reservoir in de samenleving dat het alleen kan redden als we het op een positieve wijze aanboren.”

Over vrijheid dan: als consument, schrijft u, hebben we de keuze tussen 105 soorten ontbijtgranen. Ook een uitvloeisel van mei '68, dit?

“Neen, uiteraard was dat nooit het idee van vrijheid waar '68 op doelde. Als consument genieten we een hoge mate van vrijheid en kunnen we kiezen tussen vakantiepakketten, weekendtrips en noem maar op. Een keuze tussen een heel gamma ontbijtgranen is een luxe die ik mensen niet misgun, versta me niet verkeerd, maar ze draagt maar een erg beperkt idee van vrijheid in zich.”

Ook de neoliberale uitwassen worden door sommigen in de schoenen van '68 geschoven.

“Zelf zie ik dat niet zo. Het is mei '68 niet dat ons tot consumenten heeft gemaakt, het is de economische groei die de consumptiecultuur heeft gecreëerd. Als ik kijk vanuit het culturele materiaal dat ik verzameld heb, neem de Italiaanse films van de vroege jaren 60, de films van Antonioni en De Sica bijvoorbeeld, dan zie ik dat daar, in volle boom van de Italiaanse economie, gewaarschuwd wordt voor de effecten van massaconsumptie.”

Ook de studenten van '68 hadden het al bij al vrij goed.

“De economische groei was deels een basisvoorwaarde voor mei '68. Vandaag lopen studenten stijf van de stress, moeten ze stages lopen, vrijwilligerswerk doen, een cv voor elkaar krijgen, en dat terwijl er weinig betaalde banen zijn. In die tijd was er volop werkzekerheid en kon je met gerust gemoed revolutionair zijn. Je kon zoals Paul Goossens in de cel gezeten hebben en toch nog bij De Standaard gaan werken.”

Studenten in Saint-Michel, Parijs. Zij hadden het eigenlijk vrij goed. Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Destijds ging het alom om maatschappelijke maakbaarheid. Wat hebben we daarvan overgehouden?

“Een wereld waarin vooral de maakbaarheid van het individu een obsessie is geworden. Alle mensen zijn tot in het extreme verantwoordelijk: verantwoordelijk voor hun eigen ziekte en gezondheid, verantwoordelijk voor hun overgewicht, voor hun geestelijke toestand. Er wordt een enorme verantwoordelijkheid gelegd bij het individu. Wel, dat individu kraakt waar we bij staan, de burn-outs zijn niet te tellen. Ook als consument moet je de hele tijd onmogelijke keuzen maken: als ik daar groenten koop, in welke omstandigheden zijn die gekweekt? Ik zeg niet dat een individu niet verantwoordelijk is, maar dat is ook de samenleving.”

Ook de media zijn ontzettend hard veranderd.

“De manier waarop culturele ideeën vandaag hun weg vinden naar het publiek is totaal anders geworden. Er is de voorbije twintig jaar een aantoonbare verschraling opgetreden en die heeft voornamelijk een economische achtergrond. Wat media vandaag uit de advertentiemarkt halen is nog maar een fractie van wat vroeger het geval was. Vrijwel alles gaat naar Google en Facebook. Ik zeg niet: 'Dit is allemaal de schuld van de media en punt uit'. Zij draaien mee in een buitengewoon complex systeem, net zoals politici. We leven in een socialemediaklimaat waarin iedereen op elk moment afgebrand kan worden, de minste wenkbrauw die verkeerd opgetrokken wordt tot een lawine aan veroordelingen leidt.”

Hoe kan het anders? Verbeelding aan de macht, toch maar weer?

“Dat klinkt misschien hopeloos naïef, maar het gaat om het wrikken aan vastgeroeste waarden. Speelsheid die verband houdt met het vrij kunnen denken. Maar net dat vrije denken is zo moeilijk geworden: mensen voelen zich vastgekneld door bureaucratische en financiële beperkingen. Dat is een enorm probleem. Daarnaast zullen we ook moeten leren wat het is om in een krimpende wereld te leven. Het met minder doen zonder dat we het gevoel hebben verlies te lijden. In dat opzicht was '68 een andere planeet.”

Geert Buelens, De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis, 1.024 p., Ambo/Anthos, Amsterdam. 49,99 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234