Dinsdag 03/08/2021

Geen valse profeten, maar échte dromen

In de aanloop naar de verkiezingen slaan partijen elkaar met cijfers om de oren. Maar de intrede van de rekenmachine in de Belgische politiek is niet noodzakelijk goed nieuws. 'Partijen zouden net moeten inzetten op een toekomstvisie die enthousiasmeert.'

"Vous êtes une vraie Flamande." Met een vriendelijk doch licht minachtend lachje kijkt Elio Di Rupo (PS) de jonge journaliste aan. Hij heeft net vijf vragen afgeketst over de Belgische begroting. Het wordt enkele graden kouder in zijn witte designkeuken. "Politiek is een kunst, geen rekenkunde", windt hij zich op. "We gaan van de regering toch geen raad van bestuur maken?" Het is 5 juni, één week voor de verkiezingen van 2010. Aan de 541 dagen politieke crisis denkt zelfs de meest verstokte onheilsprofeet nog niet.

Di Rupo, nog 'gewoon' partijvoorzitter van de Parti Socialiste, beschouwt al dat gehannes met rekenmachientjes als 'typisch Vlaams': een beetje saai en vooral zielloos. De Franstalige partijen, over het hele spectrum, zijn er veel meer op gebrand hun kiezers een perspectief voor te spiegelen. "Ik weet dat al die oefeningen zeer populair zijn in het noorden van het land," draaft hij verder, "maar in Wallonië doen wij op een andere manier aan politiek: het budget is voor ons een instrument, geen finaliteit. Wij hebben ons programma becijferd, maar die berekeningen maken we nu niet openbaar. Die dienen voor de onderhandelingen." Di Rupo De Grote Idealist stelt die dag teleur. Het lijkt ongeoorloofde nonchalance dat hij geen cijfers uit het blote hoofd citeert.

Bijna vier jaar later kijkt het land, en ook de burgemeester van Bergen, er totaal anders tegenaan. Noord en zuid lijken verhangen aan de bewijzen van terugverdieneffecten, efficiëntiewinsten en lastenverlagingen.

De rekenkunde regeert. "Omdat jullie gek zijn op berekeningen," steekt politiek commentator Véronique Lamquin (Le Soir) van wal, "zijn ook wij een beetje gek geworden. De Walen zijn alleen - zoals altijd - een beetje trager dan de Vlamingen. Bij ons is die discussie pas deze campagne opengebroken."

De Franstaligen mogen dan later begonnen zijn, de laatste drie maanden maakten ze een spectaculaire inhaalbeweging. Hun cijferstrijd brak definitief los op 13 maart. PS-partijvoorzitter Paul Magnette gaf die dag om half drie een persconferentie over zijn sociale hervormingen, inclusief een boekhoudkundige catalogus.

Om vijf uur diezelfde dag riep de MR de pers naar haar hoofdkwartier. De Franstalige liberalen counterden er de statistieken van de socialisten. Sindsdien clashen ze constant over cijfers. Elke dag leurt het Institut Emile Vandervelde (IEV), de alom gevreesde studiedienst van de PS, met studies die moeten aantonen dat de MR foute fiscale assumpties vrijgeeft.

De kleinere partijen houden zich in Brussel en Wallonië buiten de boksring. "CdH en Ecolo weten dat de oorlogsmachine van de PS hen zal verpletteren", duidt Lamquin. "Wij hadden verwacht dat de campagne zou draaien rond onderwijs of werk. Maar ze wordt volledig opgeslorpt door al die fiscale voorstellen. (lachend) De Vlamingen bepalen dus nog maar eens onze agenda."

Abracadabra

Al in 1999 diende CD&V'er Pieter De Crem het eerste wetsvoorstel in voor de doorlichting van de politieke programma's door onafhankelijke instellingen. Toentertijd was de man uit Aalter de heftigste opposant van paars. Vijftien jaar later, nota bene op 1 april, verkreeg hij dat het Federaal Planbureau de prioriteiten van elke partij zal narekenen. Voor deze verkiezingen wees het Planbureau die immense taak wel nog van de hand.

Voor 25 mei moet de kiezer zich baseren op de berekeningen van de studiediensten van de partijen. Die proberen hiermee de politieke discussies een hogere realiteitswaarde te geven, ze rekenen op de cijfers voor een extra dosis geloofwaardigheid.

Opnieuw CD&V presenteerde als eerste partij haar financiële logica, N-VA was gisteren de laatste. Bij de kleinere partij Groen werkten negen specialisten zich krom om de toekomstplannen te hertalen naar cijfers. "Met alle respect," zegt Ive Marx, hoofddocent bij het departement Sociologie van de Universiteit Antwerpen, "maar ik heb het gevoel dat alle partijen niet veel verder konden komen dan rekensommen op een enveloppe. Zelfs al zet je twintig briljante economen bij elkaar, dan nog zou het veel meer tijd kosten dan enkele weken om tot waardevolle resultaten te komen."

Uit de gebruikte modellen rolt immers nooit de totale uitkomst van deze of gene maatregel. Daarvoor zijn ze niet krachtig genoeg of zijn de noodzakelijke gegevens niet beschikbaar. Zo vallen bepaalde inkomens, denk aan die van zelfstandigen, moeilijker in te schatten. Hetzelfde geldt voor de inkomsten uit roerende of onroerende vermogens. Bepaalde effecten zijn wel op korte termijn voorspelbaar, de resultaten op langere termijn blijven wiskundige abracadabra.

Enkele voorbeelden. De huidige modellen geven aan dat lastenverlagingen gunstige effecten zullen hebben op de tewerkstelling. Minder fiscale lasten of werkgeversbijdragen leiden tot minder werkloosheid. "Maar die veronderstelling zit al ingebouwd in de modellen", legt Marx uit. "Wie terugblikt op het werkelijke effect van dat soort maatregelen moet vaststellen dat het effect op de werkgelegenheid veel kleiner is dan de modellen beloven."

De partijen overtroeven elkaar ook met tienduizenden jobs tegelijk. Allemaal mikken ze fors boven de doelstellingen van het Planbureau. "Maar dit zegt niks over de kwaliteit of de duurzaamheid van die jobs", merkt Rutger Bregman op. Bregman, een aanstormend Nederlands historicus (25), werkt aan zijn derde boek over geschiedenis, politiek en filosofie, en publiceerde al in The Washington Post.

Een derde voorbeeld. Alle Vlaamse partijen doen de overheid afslanken. Met de onmiddellijke opbrengst van die besparing, namelijk minder belastingen, treden ze naar buiten. Minder overheid betekent echter ook minder banen, minder uitgaven door de staat en minder openbare werken. "Ook de bedrijven die voor die overheid werken, zullen dus minder opdrachten krijgen", stelt de Gentse econoom Koen Schoors. "Minder inkomen geeft minder consumptie en uiteindelijk ook minder belastinginkomsten." Die verliezen laten de partijen echter buiten beschouwing.

Naast de bollebozen van de partijen is er 'Rekening14', een samenwerking tussen professoren van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de KU Leuven en de VRT, De Standaard en De Tijd. De Leuvense professor André Decoster en zijn team geven zelf toe dat ze geen volledigheid kunnen nastreven, omdat hun modellen dat niet toelaten. Ze kunnen wel alles becijferen over sociale zekerheid en belastingen voor gezinnen (personenbelastingen, btw of accijnzen).

Wat een vermogensbelasting aanricht of wat lagere belastingen betekenen voor de consumptie, dat kunnen ze niet voorspellen. "Net daarin schuilt het gevaar", zegt Marx. "Deze academici weten zeer goed welke resultaten relatief betrouwbaar zijn en welke onzeker. Die nuances dreigen verloren te gaan in het publieke debat. Ik vrees dan ook dat de cijfers de campagne zullen bezoedelen in plaats van zuiveren." Politici zullen voortdurend de aandrang moeten bevechten de cijfers toch te verabsoluteren.

Korte termijn

Nederland is voor dat cijferfetisjisme het gidsland. Daar pluist het Centraal Planbureau (CPB) al jaar en dag de partijprogramma's uit. "Er zijn voordelen aan die werkwijze", zegt Bregman. "Politici die gratis bier aan de lopende band beloven, haal je er meteen uit. Het Centraal Planbureau heeft bijvoorbeeld de SP gedwongen hun pensioenleeftijd omhoog te gooien. Toch weegt dit niet op tegen de immense nadelen." Nederland liep voorop, Nederland lijkt dus ook eerder een andere weg in te slaan. De louter cijfermatige aanpak vangt er steeds meer wind.

Door de rapporten van het CPB bepaalt 'de voodoo-economie', aldus Bregman, veel te veel de campagne. "Er zit bij het CPB een hoop knappe koppen, dat betwist niemand", vervolgt hij. "Door de economische crisis weten we echter dat hun economische modellen tjokvol aannames zitten die niet kloppen." Het Nederlandse CPB berekende zelf dat maar drie van hun 37 recente macro-economische prognoses zijn uitgekomen. "Een aap met een hakbijltje", lacht Bregman, "zal dus vaker doel treffen dan al die economen samen."

Het meest schadelijke gevolg van de inmenging van planeconomen, zo leert Nederland, is dat partijen hun programma's op hun leest gaan schoeien. Het CPB, dat ook door besparingen werd getroffen, bekijkt sinds kort niet meer wat investeringen in het onderwijs aan 'winst' opleveren. Van de weeromstuit stoppen de partijen veel minder geld in dat departement.

Het goede nieuws is dat het CPB een tegenhanger heeft, het Planbureau van Leefomgeving, dat buiten het strak economische keurslijf treedt. "Zij lichten de partijprogramma's wel door op hun duurzaamheid", zegt Bregman. "Zij kijken na welke effecten er zijn op lange termijn." Het slechte nieuws is dat geen hond naar hen luistert. "Enkel de effecten op korte termijn tellen. Daar draait het hele mediacircus rond." Populaire nieuwssites presenteren zelfs 'koopkrachtcalculators' op basis van de voorspellingen van het CPB.

"Zijn efficiëntie en groei dan het hoogste goed?", vraagt Bregman zich af. "Staan kiezers 's morgens op met de vraag: 'Hoe staat het met mijn koopkracht?' Nee, kiezers vragen zich af hoe het met hun baan is, hoe hun familie het maakt en of hun kinderen gelukkig zijn."

Net die zaken vallen niet te meten. "Politici moeten keuzes maken voor zaken waarin ze geloven", gaat hij verder. "Nu kijken ze in Nederland wat de rekenmeesters het beste zullen vinden en persen ze hun programma's in die modellen. De politieke werkelijkheid mag zich niet aanpassen aan modellen. Het moet net omgekeerd. Mijn advies aan de Belgen? Begin er gewoon niet aan."

Totaalvisie

In België komt, voorlopig veel schuchterder dan in Nederland, ook het tegendebat op gang. Want van waar komt die drang naar cijfers? Waarom gaan we ervan uit dat als de rekening klopt, de samenleving ook wel zal kloppen? Wellicht proberen we in cijfers de complexiteit van de samenleving te vatten die ons anders ontglipt. Wellicht gaan we er te makkelijk van uit dat de huidige maatschappij zo'n mozaïek vormt dat ze nooit in één tekening past. Wellicht is het ook voor de media makkelijker zich in cijfers uit te drukken dan écht uit te leggen waar de politici voor staan. Want wie trekt de grens tussen een geniaal idee en een dwaze droom?

"Door het heersende paradigma dreigen politici wel te verworden tot pure boekhoudkundigen", waarschuwt Dries Deweer, politiek filosoof aan de KU Leuven. "In de politieke cultuur is weinig hoop aanwezig. Politici en kiezers delen in dezelfde gelatenheid. En dat terwijl politici net zouden moeten inzetten op een toekomstvisie die enthousiasmeert. De bankencrisis en de klimaatopwarming zouden politici moeten dwingen tot moedige projecten. Het klinkt wat beladen, dat besef ik, maar welke politicus durft nog echt een utopie uit te dragen? Geen luchtkasteel of zweverige profetie, maar een gedragen totaalvisie op een betere samenleving?"

Deze verkiezingen zijn geen niemendalletje. Op 25 mei zetten de kiezers de krijtlijnen voor vijf jaar uit. "Politici zouden er net nu alles aan moeten doen om de kiezers uit hun schulp te halen", meent Deweer. "Met koude cijfers gaat dat niet lukken. Met haalbare dromen wel." Misschien moeten de 'echte Vlamingen' op dit ene punt Di Rupo - de man die vier jaar geleden rillingen kreeg van al die rekenkunde - maar eens gelijk geven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234