Zondag 27/09/2020

Geen uitweg uit het innerlijke verhaal

opera

wereldpremière van 'oedipe sur la route' in de munt

Oedipe sur la route, de nieuwe opera van Pierre Bartholomée, is ontstaan in nauwe samenwerking tussen de componist, de librettist Henry Bauchau, de regisseur Philippe Sireuil en Munt- directeur Bernard Foccroulle. Dat herinnert aan grote voorbeelden uit de geschiedenis van de literatuuropera. Als het resultaat niet dezelfde indruk achterlaat, roept dat vragen op: over het genre of over de aanpak ervan.

Brussel

Van onze medewerker

Stephan Moens

Het verhaal van de roman Oedipe sur la route is, zoals Bauchau uitlegde (DM 7/3), dat van een innerlijke weg. Dat op zichzelf maakt de adaptatie voor het theater al niet makkelijk. De vraag is of je die reis veruitwendigt (en dus 'illustreert') of tracht weer te geven in de muziek en de structuur van het werk. De oplossing waar deze opera toe gekomen is, is tweeslachtig en dramaturgisch niet altijd even overtuigend.

Je ziet Oedipus 'onderweg zijn' en doorheen de ontmoetingen met andere personages zijn weg vinden. Die personages zijn zuiver dienend (Diotima, Calliope, niet toevallig twee vrouwen) of actief (Clios, hoewel hij zijn eigen weg buiten het bestek van de opera vindt). Dat is het 'uitwendige' verhaal en zou misschien kunnen volstaan voor de opera, als de timing ervan volstrekt juist was en de dramatische stuwkracht van de personages dynamisch genoeg. Dat is nochtans lang niet altijd het geval, waardoor het stuk meer dan eens nog uitleg behoeft door ingebouwde verhalen of beschouwende teksten. Op die ogenblikken krijgt het overbodige lengtes, zoals in het verhaal van Clios in het eerste bedrijf en in het erg abstracte tweede bedrijf, dat volledig gewijd is aan het beeldhouwen van een golf uit een rots. Op vele punten lijkt het libretto nog niet voldoende los te staan van de roman, ongetwijfeld een gevolg van het feit dat Bauchau er zelf voor tekende.

Bartholomée heeft muziek geschreven die vast geworteld is in de traditie, heel goed in elkaar steekt en mooi is geïnstrumenteerd maar ook hopeloos verouderd lijkt. Zelfs als men aanneemt dat er geen vooruitgang hoeft te zijn in de kunst, mag men toch verwachten dat zij als het ware vanzelf vragen opnieuw stelt en op een nieuwe manier beantwoordt. Deze muziek lijkt op vele momenten bijna decoratief. Natuurlijk is zij dat niet helemaal; zij geeft ook de innerlijkheid van de personages en in zekere zin de onderstroom van de denkwereld van Bauchau weer, maar ook dat doet zij - na een eerste beluistering - op een eerder uitbeeldende dan immanente manier. Die muziekdramatische methode is, vergeleken met wat andere operacomponisten zoals Eötvös of Sciarrino, laat staan Berio of Lachenmann hebben gedemonstreerd, in wezen verouderd.

Deze muziek wordt echter uitstekend, op een precieze maar ook meevoelende en 'romantische' wijze gestalte gegeven door de chef-dirigent van deFilharmonie, Daniele Callegari, die het Muntorkest tot de juiste kleuren en evenwichten brengt. De enscenering van Philippe Sireuil gaat vooral op zoek naar een uitbeelding van de zin van het verhaal. Het concave rotsachtige landschap (een decor van Vincent Lemaire), waaruit telkens weer elementen als struikelblokken kunnen oprijzen, is inderdaad wat je na lectuur van Bauchaus roman verwacht maar het draagt ook bij tot de zwaarte en traagheid van het stuk; het bedoeïenenkampement in het derde bedrijf is zowat het enige wat lichtere element maar de aankleding en uitwerking van deze scènes (waarin Oedipus 'helderzingend' en een wonderdoener wordt, besmet wordt door en geneest van de pest) ligt nochtans heel dicht bij de kitsch.

Het laatste bedrijf, waarin het toneel zich plots vult met koningen allerhande, is nog zwakker; een aantal beelden, zoals het 'brandende' bos van de Erinyen, is bepaald over the top en met name de personenregie, die tevoren tenminste sober was, vervalt meer dan eens in het operagebaar.

Uiteraard is José van Dam buitengewoon in de rol van Oedipus, die hem op het lijf is geschreven (al lijkt ze in het begin erg laag te liggen). Een aantal kleinere rollen zijn eveneens goed bezet, zo bijvoorbeeld Hanna Schaer als Diotima of Ruby Philigene als Calliope. Jean-Francis Monvoisin is absoluut onmogelijk als Clios: een lelijke stem, weinig intonatiegevoel en geen présence. Valentina Valente heeft een metalen, niet altijd aangename stem maar gebruikt die met overleg in de rol van Antigone. Met haar claim op zelfstandigheid, tussen de puberteit en de volwassenheid in, is zij het overtuigendste personage. Het was ongetwijfeld gemakkelijker en wellicht succesvoller geweest over haar een opera te maken.

WAT: Oedipe sur la route van Pierre Bartholomée (libretto: Henry Bauchau) WIE: Solisten, symfonieorkest en koor van de Munt onder leiding van Daniele Callegari. Regie: Philippe Sireuil Waar en wanneer: Brussel, De Munt, 7 maart. Nog voorstellingen op 11, 13, 15, 18, 20 en 22 maart om 20 uurOns oordeel: Een opera die gebukt lijkt te gaan onder ouderdom en geen uitweg vindt uit het dilemma hoe een 'innerlijk' verhaal op het toneel kan worden weergegeven. Goed gemaakte maar verouderde muziek, een zin zoekende maar te veel uitbeeldende enscenering.

De oplossing waar deze opera toe gekomen is, is tweeslachtig en dramaturgisch niet altijd even overtuigend

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234