Maandag 20/09/2021

Geen stofzuigermuziek

Tien jaar geleden werd Lenny Kravitz de eerste ster van het nieuwe decennium. Hij schreef niet alleen zijn eigen nummers, maar beheerste ook een klein dozijn instrumenten, kende alle knopjes in de opnamestudio en straalde bovendien meer sex-appeal uit dan de centerfold van Playgirl. Sindsdien maakt Kravitz deel uit van de rockaristocratie en klopten de grootste sterren ter wereld bij hem aan. Met de zopas verschenen Greatest Hits-compilatie blikt hij voor het eerst terug op zijn carrière. 'Wie al mijn platen na elkaar draait, krijgt een goed beeld van het turbulente leven dat ik inmiddels achter de rug heb.'

Lenny Kravitz, de mythe, heeft een diepgewortelde hekel aan interviews. Hij snauwt nieuwsgierige journalisten af, vertikt het om uit te weiden over zijn muziek, en maakt geen woorden vuil wanneer een eenvoudige knik volstaat. Dat is tenminste het beeld dat de media de jongste jaren van hem hebben opgehangen, want wanneer ik Kravitz, de mens, ontmoet in een hotel met uitzicht op de Eiffeltoren, blijkt hij een vriendelijke, ietwat bedeesde man. "Ik ben nog maar één keer opgestapt tijdens een interview, en dat was omdat men me bij wijze van kennismaking meteen met een pooier vergeleek. Zodra iemand me dat in de schoenen schuift, ben ik weg."

De zanger was pas 25 toen hij wereldwijd doorbrak met Let Love Rule, een cd die tot vandaag als zijn beste wordt beschouwd. Op dat moment stond hij nog enigszins in de schaduw van Cosby Show-actrice Lisa Bonet, waarmee hij toen een erg mediagenieke relatie onderhield. Voordien had Kravitz vruchteloos geprobeerd om onder het pseudoniem Romeo Blue een eigen publiek te vinden. "Ik was nog volop op zoek naar een goed imago," herinnert hij zich. "Pas later besefte ik dat dat nergens voor nodig was. Het volstond om gewoon mezelf te zijn. Aanvankelijk voelde ik me veel te onzeker om onder mijn eigen naam aan een carrière te bouwen, en bovendien vond ik Lenny Kravitz niet rockster-achtig genoeg klinken. Gelukkig ben ik nadien snel weer tot inkeer gekomen, en pas toen ging de bal aan het rollen." Zijn solodebuut appelleerde niet alleen aan mensen die de jaren zestig nog bewust hadden meegemaakt, maar viel ook in de smaak bij een jong hitparadepubliek. Terwijl de meeste muziek op dat moment door computers, drummachines en samples werd vervaardigd, zwoer Kravitz bij primitieve opnamemethoden en gebruikte hij uitsluitend ouderwetse geluidsapparatuur. Doordat de songs vaak schatplichtig waren aan het werk van John Lennon, Curtis Mayfield en Bob Marley verweten de critici hem een gebrek aan originaliteit, al vindt Kravitz dat ook nu nog een absurde bewering. "Je hoeft maar twee seconden van mijn nummers te horen om te weten dat ik het ben, dus die redenering klopt niet. Noem me een groep die bepalend is geweest voor de ontwikkeling van de popmuziek, en ik kan je zo haar invloeden opsommen. The Beatles gingen de mosterd halen bij Motown, en zowel Led Zeppelin als The Rolling Stones hadden erg goed naar de oude blueslegenden geluisterd. Dat geldt voor alle takken in de kunst. Er bestaan ook werken van Picasso die overduidelijk op Afrikaanse maskers zijn geïnspireerd. Daar is toch niets verkeerd mee? Iedere artiest slorpt verschillende invloeden op, en voegt daar achteraf zichzelf aan toe. Ik maak mijn eigen statements, en heb er geen problemen mee wanneer anderen er later weer op voortbouwen.

"Niemand kan me van plagiaat beschuldigen: ik schrijf mijn eigen melodieën, en ook de teksten krijg ik niet op een dienblaadje aangeboden. Daar zit ik uren op te zwoegen, want het blijft een klus om zo'n velletje papier gevuld te krijgen. De beste songs ontstaan wanneer ik andere dingen aan mijn hoofd heb. 'Fly Away' bijvoorbeeld is ontstaan toen ik een nieuwe gitaarversterker wilde uitproberen. Zonder dat ik er erg in had zat ik plots die riff te spelen, en dat werd de basis voor een van mijn grootste hits. Het gebeurt ook dat de muze me gewoon in de steek laat, dat ik helemaal strop kom te zitten. Vroeger raakte ik dan meteen van streek, maar intussen weet ik dat het geen zin heeft om inspiratie te willen forceren, want dan lijkt het resultaat toch nergens naar. Tegenwoordig ga ik dan gewoon wat anders doen, trek ik naar het strand of zo. Meestal begint het dan na een paar dagen toch weer te kriebelen."

Kravitz vermoedt dat de pers lang een complot tegen hem heeft gesmeed omdat hij gewoon te veel talent had. "Een groep als Oasis werd geprezen met precies dezelfde argumenten waarmee ze mij de grond in schreven. Wellicht had het gewoon te maken met het feit dat ik een zwarte was die blanke muziek speelde, er bovendien behoorlijk mee wegkwam en er nog goed uitzag ook. Dan kon men gewoon niet hebben." Daarmee boort hij een thema aan dat erg vaak wordt uitgelicht wanneer het over Kravitz gaat: zijn sex-appeal. Miljoenen vrouwen zien in hem de belichaming van een sensuele man, en de manier waarop de zanger zich via expliciete fotosessies aan de buitenwereld presenteert lijkt daar perfect op in te spelen. Toch houdt hij zich van den domme wanneer het onderwerp ter sprake komt. "Ik heb er totaal geen idee van waarom vrouwen me zo sexy vinden," liegt de zanger, die op de hoesfoto's van Circus helemaal uit de kleren ging. "Ik geloof niet dat ik er buitengewoon goed uitzie, en net als iedereen heb ik heel wat problemen met mijn zelfbeeld. Natuurlijk zijn er fans die gek zijn op mij, maar dat heeft niets te maken met wie ik werkelijk ben. Ze identificeren zich louter met mijn muziek. Het is toch ook perfect mogelijk om verliefd te worden op een doek van Chagall zonder meteen met de meester zelf tussen de lakens te willen kruipen?"

Volgens Kravitz gaapt er een enorme kloof tussen het beeld dat het grote publiek van hem heeft en wie hij werkelijk is. "Ik ben niet dat door seks geobsedeerde fuifbeest waar men me vaak voor verslijt. Ik heb zelf ook geen idee waar dat verhaal vandaan komt." Misschien wel omdat hij om de haverklap met weer een andere oogverblindende dame aan de arm wordt gefotografeerd? "Dat zou kunnen," mompelt hij, "al geloof ik dat vastgeroeste vooroordelen het ook in dat geval meestal op de waarheid halen. Men noemt me een rockster en ik sta op het podium, dus veronderstellen de mensen maar meteen dat ik er ook een levensstijl op na houd die bij dat plaatje past. Ze zien mijn huis in een boekje staan en denken dat het een kasteel is waar iedereen dag en nacht met elkaar ligt te copuleren. Sorry hoor, maar dat is aan mij niet besteed. Ik ben nog nooit in een orgie terechtgekomen, en heb het ook nog niet met twee vrouwen tegelijk gedaan. Bovendien woont mijn dochter van elf bij me in, en die moet op negen uur 's avonds naar bed. Ik ben dus een erg gewone huisvader, terwijl de buitenwereld me steevast als een dekhengst afschildert."

Met de Greatest Hits-cd blikt Lenny Kravitz terug op de eerste fase van zijn carrière, maar bij navraag blijkt dat hij de plaat zelf nog niet heeft opgezet. "Ik heb er een keer doorheen gezapt om er zeker van te zijn dat alle nummers bij elkaar passen," klinkt het verontschuldigend. "Ik voel me helemaal niet op mijn gemak wanneer ik naar mezelf moet luisteren. Vergelijk het met een fotoalbum waar alleen foto's van jezelf in staan: het schaamrood zou me zo op de wangen staan. Begrijp me niet verkeerd: ik sta nog steeds achter al die nummers en ik ben apetrots op wat ik allemaal verwezenlijkt heb, maar ik zet thuis nooit een plaat van mezelf op. Zelfs niet wanneer ik aan het stofzuigen ben. Eerlijk gezegd is het idee voor die verzamelaar me aangepraat door de platenfirma, want zelf ben ik intussen volop bezig aan een nieuwe cd." Daarop belooft Kravitz alvast een drastische koerswijziging door te voeren. "Ik heb tot nog toe alleen maar snelle, funky nummers opgenomen", verduidelijkt hij. "Bovendien luister ik tegenwoordig vaak naar Hot 97, een radiostation in New York waar alleen maar rap en hiphop wordt gedraaid. Daar zitten veel goede dingen tussen. Of ik dat soort muziek zou kunnen maken? Waarom niet? Ik denk wel dat ik dat in me heb. Uiteindelijk is hiphop gewoon een gemoderniseerde versie van funk. James Brown deed het veertig jaar geleden al."

Elke plaat die Kravitz gemaakt heeft schetste een representatief beeld van de gemoedsgesteldheid waarin hij zich op dat moment bevond. "Wie mijn elpees na elkaar oplegt, krijgt inderdaad een accuraat beeld van wat ik de afgelopen jaren allemaal heb meegemaakt" bevestigt de zanger. "Let Love Rule is een erg open, complexloze plaat. Ik had niet eens een contract toen ik die nummers opnam, was stapelverliefd op Lisa en voelde dat ik mijn hele leven nog voor me had. De opvolger, Mama Said, klinkt veel donkerder. Ik kreeg een echtscheiding te verwerken en kwam tot het besef dat ik met geld geen geluk kon kopen. Meteen daarna volgde opnieuw een geweldige periode, waarin ik met volle teugen van het leven genoot. Are You Gonna Go My Way bruist bijgevolg van vitaliteit, ook al omdat ik voor het eerst een paar muzikanten had gevonden die volledig op mijn golflengte zaten. Daar moest vroeg of laat een prijs voor betaald worden, en dat heb ik met Circus gedaan. Het succes was me naar het hoofd gestegen, mijn moeder werd ernstig ziek en de songs leken helemaal nergens naar. De cd 5, ten slotte, vertelt het verhaal van de herstelperiode die daarop volgde. De mensen die naar mijn songs hebben geluisterd weten dus perfect wat ik allemaal heb doorgemaakt. Dat is misschien een beetje eigenaardig, maar de gevoelens uit die nummers moesten me gewoon van het hart, en ik ben blij dat de muziek me daartoe een uitlaatklep kon bieden. Misschien is dat wel de reden waarom ik nog niet echt naar de plaat heb geluisterd: ze bevat een paar zwarte bladzijden die ik in geen geval opnieuw wil lezen."

De afgelopen tien jaar heeft Kravitz met een heleboel wereldsterren samengewerkt. Hij zat in de studio met zijn held Curtis Mayfield, speelde gitaar bij David Bowie en schreef 'Justify My Love' voor Madonna, die er een van de grootste hits uit haar carrière mee scoorde. Toch beschouwt hij zijn duet met Mick Jagger als het absolute hoogtepunt. "Dat was ongelofelijk. En ik voelde me niet eens geïntimideerd door zijn aanwezigheid. Op dat moment waren we gewoon twee artiesten die samen een nummer gingen opnemen, maar toen hij vlak voor mijn neus begon te zingen, deed me dat toch wel wat. Wat hij blijft natuurlijk wel de Stem Van De Rolling Stones. En een paar weken geleden heb ik met James Brown op het podium gestaan. Dat was ook een droom die in vervulling ging. Je leert dat soort mensen natuurlijk nooit echt kennen, maar ik heb wel de hele dag in zijn buurt rondgehangen. Dat vond ik al heel wat." Hoewel Kravitz zich in het verleden vaak laatdunkend uitliet over muzikanten die plots gingen acteren, is hij ook wat dat betreft helemaal bijgedraaid. Meer nog: de voorbij twee jaar heeft de liedjesmaker druk gewerkt aan een eigen filmscript. "Het is losjes op mijn eigen leven gebaseerd, al is de hoofdfiguur geen muzikant maar een fotograaf. Het gaat over het opgroeien tussen twee verschillende culturen en de zoektocht naar een eigen identiteit. Volgend jaar beginnen we te draaien en ik speel er zelf ook een rol in. Door aan dat script te schaven heb ik ontdekt dat ik graag dialogen schrijf. Bovendien had ik een paar vrienden die me richtlijnen gaven. Ik herinner me dat ik met Denzel Washington aan tafel zat, en hij voor mijn ogen een paar dialogen begon te vertolken. Toen wist ik dat ik op het goede spoor zat. Ik heb nog nooit een film geregisseerd, maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Per slot van rekening had ik voor mijn debuut-cd nog nooit een plaat gemaakt, en dat is al bij al ook meegevallen. Het stoort me zelfs niet om op mijn bek te gaan. Meer zelfs: in zekere zin maakt de kans op een mislukking de uitdaging net groter. Ik kijk er gewoon naar uit om iets nieuws te doen."

Discografie: Let Love Rule ('89), Mama Said ('91), Are You Gonna Go My Way ('93), Circus ('95), 5 ('98), Greatest Hits ('00). Alle cd's zijn verschenen bij Virgin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234