Zondag 20/10/2019

Geen sneeuw, wel geld

Peking heeft nauwelijks wintersportfaciliteiten. Voor miljarden euro's moet er worden gebouwd. Buiten de officiële budgetten om.

Met een onverwacht krappe meerderheid van stemmen heeft Peking het recht verworven de Winterspelen van 2022 te organiseren. De Chinese metropool versloeg het Kazachse Almaty tijdens de IOC-verkiezing in Kuala Lumpur met 44-40. In 2008 huisvestte Peking de Zomerspelen al. Het is de eerste stad die beide Spelen organiseert.

Met de keuze voor Peking richt de olympische beweging de blik na Rio de Janeiro (2016) jarenlang op Azië. In 2018 vinden de Winterspelen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang plaats. In 2020 volgen de Zomerspelen van Tokio. Daarna is het de beurt aan Peking. Die Aziatische reeks is een unicum. Europa was tot op heden het enige continent dat de Spelen driemaal op rij organiseerde, of vaker.

De keuze voor Peking is deels noodgedwongen. De Europese topkandidaten München, Oslo en Stockholm trokken zich voortijdig terug. De publieke opinie heeft zich in die landen tegen het IOC gekeerd door het schrijnende contrast tussen de hooggestemde olympische idealen en de cynische, geldverslindende realiteit. Die bleek bijvoorbeeld uit de keuze voor Sotsji als standplaats voor de Winterspelen van 2014.

Bij de verrassende toewijzing van de Winterspelen van 2018 aan Pyeongchang speelde de antiolympische stemming in de Europese kandidaatsteden ook al een rol.

Het IOC heeft onderkend dat het in een paradoxale situatie verkeert: terwijl de Spelen geliefd zijn, wekken de bestuurders weerzin op. Eind vorig jaar besloot de beweging tot hervormingen die de Spelen goedkoper en duurzamer moeten maken. Tevens moeten toekomstige gastlanden de mensenrechten respecteren.

Voor 2022 kwamen de hervormingen te laat. China noch Kazachstan doorstaat de toets der kritiek van Amnesty en Human Rights Watch. Hoewel Peking van plan is faciliteiten uit 2008 om te bouwen tot ijsstadions, beschikt het nauwelijks over natuurlijke sneeuw en wintersportfaciliteiten in de bergen, die tientallen kilometers buiten de stad liggen. Net als in Sotsji moet er voor miljarden worden gebouwd, geld dat buiten de officiële budgetten zal worden gehouden.

De Chinese president Xi Jinping liet in een videoboodschap aan de IOC-leden voorafgaand aan de stemming geen misverstand bestaan over zijn intenties. Hij garandeerde het welslagen van de Winterspelen, die hij uitriep tot "een nationale prioriteit".

Die onvoorwaardelijke overgave aan de olympische beweging is kenmerkend voor China, Japan en Zuid-Korea, hoe verschillend de landen verder ook zijn. De Europese en Amerikaanse scepsis krijgt nauwelijks ruimte. De politieke en zakelijke elite zien de Spelen als een zinnig project waarmee prestige te verwerven valt. Daarnaast wakkert het de saamhorigheid van de eigen bevolking aan.

Eerdere ervaringen hebben dat idee versterkt. Via de Zomerspelen van 1964 vierde Japan na de desastreuze nederlaag in de Tweede Wereldoorlog de terugkeer als gewaardeerd lid van de internationale gemeenschap, aldus de Brits-Nederlandse schrijver Ian Buruma in zijn boek Inventing Japan. "Eindelijk konden de Japanners weer vrede voelen met zichzelf en de wereld, tenminste voor even."

De Zomerspelen van Seoel in 1988 veroorzaakten zelfs een politieke omwenteling in het land. De militaire dictatuur van Zuid-Korea zag zich in de woelige aanloop naar het evenement gedwongen op te stappen. De gewelddadige studentenprotesten die vanwege de Spelen mondiale aandacht genereerden, vormden de opmaat tot versnelde democratische verkiezingen, vrijheid en welvaart.

In Peking is een dergelijke transformatie na 2008 uitgebleven; volgens Amnesty is de mensenrechtensituatie sindsdien zelfs verslechterd. Maar ondanks de kritiek beschouwt China die Spelen als een overweldigend succes. Zestien dagen topsport bezorgden het land een vriendelijker imago. Het bevestigde de status van China als politieke en economische grootmacht.

Olympische liefde

Gezien de waarde die de Aziatische landen toekennen aan de Spelen, is het allerminst verwonderlijk dat ze de Spelen vaker huisvesten. Japan is in 2020 voor de vierde maal aan de beurt, Zuid-Korea in 2018 voor de tweede keer, net als China in 2022. Toch is het geen uitgemaakte zaak dat de olympische liefde aanhoudt.

In Japan en Zuid-Korea kunnen de politie en zakelijke elites steeds minder gemakkelijk hun gang gaan. De Japanse regering schrapte onlangs na aanhoudende protesten de plannen voor een futuristisch olympisch stadion, dat bijna 2 miljard euro zou kosten. Te duur, was het oordeel.

Zo bezien zijn de hervormingsplannen van het IOC onvermijdelijk. Buiten China is het aantal autocratische staten in Azië dat kans maakt de Spelen te organiseren, beperkt: Qatar misschien (Doha) of Azerbeidzjan (Bakoe). Het IOC heeft Europa en Amerika nodig, weet de Duitse voorzitter Thomas Bach. Mede dankzij zijn diplomatieke werk lopen Parijs, Rome, Hamburg en mogelijk Los Angeles zich al warm voor 2024.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234