Zondag 16/06/2019

Geen 'smoking gun' nodig om te veroordelen

Bart Eeckhout

Een strafrechter moet alle gegevens in een dossier afwegen om op basis van hun overtuigingskracht te oordelen over de schuld of onschuld van de beklaagde. Dat is - in een zin samengevat - de betekenis van de 'intieme overtuiging' (conviction intime) waarop een rechter in strafzaken kan terugvallen. Die conviction intime speelde een belangrijke rol in de totstandkoming van het arrest in de Agusta/Dassault-affaire.

Het vermogen om te oordelen op basis van hun intieme overtuiging onderscheidt strafrechters van burgerlijke rechters. In burgerlijke rechtszaken wordt - vanaf een bepaald bedrag - een schriftelijk bewijs vereist, in strafzaken is dat niet noodzakelijk. Een voorbeeld: wie één keer toevallig getuige is bij een bankoverval gaat vrijuit, aanwezigheid bij drie opeenvolgende overvallen kan wel voldoende verdacht gedrag zijn om een veroordeling te rechtvaardigen, ook als verdere bewijzen ontbreken.

In de strafrechtprocedure kan de som van meerdere elementen die afzonderlijk geen bewijs vormen bijgevolg dus voldoende overtuigingskracht opleveren voor een veroordeling. Het gaat dan niet om materiële bewijzen maar om vermoedens. In de woorden van het kerstarrest van Cassatie: "(...) zekere en precieze vermoedens, versterkt door overeenstemmende elementen en niet afgeleid van andere vermoedens".

Net in het Agusta/Dassault-proces kwam de 'intieme overtuiging' erg op de voorgrond. Procureur-generaal Eliane Liekendael en haar secondant advocaat-generaal Jean Du Jardin deden een expliciet beroep op de overtuiging van de cassatierechters. "Er is wat we weten, er is wat we niet weten, en daartussen ligt wat we veronderstellen", zei Du Jardin in de loop van het proces. Te oordelen naar het arrest waren die veronderstellingen sterk genoeg om schuld vast te stellen voor alle beklaagden.

Een definitief materieel bewijs - de 'smoking gun' - was er niet in de Agusta/Dassault-affaire. Tot groot ongenoegen van de verdediging, die een politieke afrekening insinueerde, en van een groot deel van de publieke opinie, bij wie het verloop van het proces meer vragen opriep dan antwoorden gaf. Dat het Openbaar Ministerie zo weinig harde bewijzen kon aandragen heeft echter minder met de kwaliteit van zijn speurwerk dan wel met de aard van de zaak te maken. Een corruptieaffaire gaat immers per definitie terug op discrete, mondelinge en vluchtige contacten waarvan materiële sporen nauwelijks terug te vinden zijn. Een smoking gun wordt dan al snel een speld in een hooiberg.

Dat geeft de strafrechter - in casu het Hof van Cassatie - echter nog niet het recht om zomaar lukraak beklaagden te veroordelen. De 'intieme overtuiging' van de strafrechter maakt op zich geen bewijs uit, stipuleert Cassatie zelf in het arrest. De conviction intime mag slechts de resultante zijn van "feitelijke elementen en bewijzen" waarop de rechter zich steunt om zijn beslissing te gronden. Dergelijke 'elementen en bewijzen' waren er wel voldoende aanwezig in het Agusta/Dassault-dossier: het valse consultancycontract tussen Agusta en Kasma Overseas is daar slechts één voorbeeld van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden