Dinsdag 12/11/2019

Geen peil op te trekken

Wenkbrauwengefrons in de wereld van opiniepeilers. Vrijdag nog vertelde de peiling van de VRT en De Standaard dat Bart De Wever de laatste rechte lijn in gaat met bijna 10 procent voorsprong. Een dag later al wapperde Gazet van Antwerpen met een peiling die gewaagt van een nek-aan-nekrace tussen De Wever en Janssens. Jeroen de Preter

De Wever 31,9 procent, Janssens 31,1 procent. Volgens de resultaten van de peiling die het afgelopen weekend in Gazet van Antwerpen verschenen, is de slag om het Schoon Verdiep een ware thriller; nog bloedstollender zelfs dan de tv-serie die vaagweg op deze stembusslag is gebaseerd. Spannender nog dan Deadline 14/10, op die manier werden de resultaten van de peiling ook verkocht aan de lezers. Maar zeggen de inderdaad bloedstollende resultaten ook iets over de werkelijkheid?

De peiling van GVA werd uitgevoerd door Dedicated Research. Opmerkelijk is dat de resultaten al drie keer op rij verschillen van de peilingen van VRT/De Standaard, Het Laatste Nieuws en De Morgen/vtm, die De Wever telkens een ruime voorsprong geven. Welke moeten we nu geloven? "De onze", zo blokletterde de Gazet boven een commentaarstukje bij de resultaten.

Een wat ongelukkige kop, zo moet Lex Moolenaar, politiek commentator en de auteur van het stukje, vandaag toegeven. "Want ik heb nergens geschreven dat de onze peiling betrouwbaarder is dan die van TNS Dimarso die De Standaard vrijdag heeft gepubliceerd. Maar de onze is wel geloofwaardiger dan om het even welke internetpeiling. Internetpeilingen werken in de regel met politiek geïnteresseerde mensen die een internetaansluiting hebben. Ze zijn per definitie knutselwerk.

"Dat zijn de peilingen van TNS Dimarso en die van Dedicated Research absoluut niet. Beide peilingen zijn afgenomen volgens de regels van de kunst. In de twee gevallen gebeurde de bevraging telefonisch, in de twee gevallen is er ook gebruik gemaakt van een lijst met gsm-nummers, en telkens was de ondervraagde groep groot genoeg om statistisch betrouwbaar te zijn (600 respondenten voor GVA-peiling, 800 voor die van VRT/De Standaard, red)."

Waarom de resultaten dan zo sterk verschillen? "Eerlijk? Ik heb geen idee", zegt Moolenaar. "De periode waarin de peilingen werden afgenomen is min of meer dezelfde. Bovendien, en dat is nog het meest bizarre, zijn beide peilingen consequent met zichzelf. De onze wijst al drie keer op rij op een nek-aan-nekrace tussen Janssens en De Wever, terwijl die van TNS Dimarso al maanden een grote kloof blootlegt. Voor mij is dit een groot mysterie. En niet alleen voor mij. Vanmorgen sprak ik er nog over met Patrick Janssens, een specialist ter zake, want ooit nog directeur bij Dimarso. Wel, ook Janssens heeft hier geen verklaring voor."

Foutenmarges

Twee op het eerste gezicht zeer gelijkaardige peilingen, en toch een afwijking van bijna 10 procent als het over het verschil tussen de twee grote tenoren gaat. Hoe kan dat? Ook politicoloog Peter Van Aelst (Universiteit Antwerpen) heeft er zich de voorbije dagen het hoofd over gebroken. "Mogelijk, maar dat is een hypothese, ligt een deel van de verklaring in de foutenmarges. Het zou kunnen dat het percentage voor De Wever in de VRT/De Standaard-peiling consequent met een paar procent wordt overschat, terwijl dat percentage in de peiling van GVA consequent met een paar procent wordt onderschat. Dat zou dan betekenen dat de waarheid ergens in het midden ligt. Dat hier een foute inschatting wordt gemaakt, staat in elk geval vast. Ofwel zit een van de twee er serieus naast, ofwel zitten ze er allebei een beetje naast."

Zodat de enige juiste conclusie hier moet luiden dat peilingen in wezen nonsens zijn?

"Nee," zegt Van Aelst, "nonsens vind ik een te groot woord. Hoogstens kun je hieruit leren dat je de resultaten van een peiling altijd moet relativeren. Bovendien gaat hier over Antwerpen, een stad waar de kiesintenties moeilijker dan elders te peilen zijn. De strijd wordt in Antwerpen, veel meer dan pakweg in Hasselt of Brugge, gemediatiseerd. Dat betekent dat kiezers soms nog op het laatste moment van voorkeur veranderen.

"Daarbij komt ook nog dat er in Antwerpen meer moeilijk bereikbare groepen leven, zoals huurders, of inwoners van vreemde origine. De ervaring leert dat die groep minder makkelijk hun medewerking aan een peiling verleent. Dat maakt dat je de resultaten moet herwegen. Anders gezegd: je moet de antwoorden van sommige deelnemers zwaarder laten meetellen dan die van andere, waardoor de kans op fouten vergroot.

"Een ander, in dit geval misschien nog wel belangrijker probleem, heeft te maken met de herweging volgens politieke kleur. Om een correcte vertegenwoordiging te hebben moet je bij een peiling ook altijd vragen naar de partij waar de respondent de vorige keer voor heeft gestemd. In Antwerpen is dat geen evidente vraag. De Antwerpse CD&V kwam zes jaar geleden op in kartel met de N-VA, terwijl die partij nu opkomt met de sp.a. Uit eigen onderzoek blijkt dat 20 procent van de Antwerpenaren denkt dat ze vorige keer voor het kartel CD&V/N-VA heeft gestemd. Terwijl dat kartel toen nauwelijks 11 procent haalde. Allicht vertroebelt hun stem voor de N-VA bij de verkiezingen van 2009 of 2010 hun geheugen."

Verbijstering en ongeloof

Het kartel N-VA/CD&V was in 2006 een van de grote verliezers. Maar tot het verliezende kamp hoorden volgens velen ook de opiniepeilers. Een frappant voorbeeld: de Stemmenkampioen in Het Laatste Nieuws. Een maand voor de verkiezingen komt deze, overigens fel gecontesteerde peiling plots met een grote verrassing voor de pinnen. 'Janssens (sp.a) verliest sjerp in Antwerpen', kopt de krant, onder die kop volgt het bericht dat niet Janssens en ook niet Dewinter op weg zijn naar het Schoon Verdiep. De man met de wind in de zeilen is op dat ogenblik... Philip Heylen. Heylen is dan lijsttrekker van CD&V-N-VA, een kartel dat volgens de Stemmenkampioen goed zou zijn voor bijna 21 procent. Sp.a-Spirit, de partij van Janssens, zou niet eens de kaap van de 20 procent ronden.

Nieuwe peilingen van de Stemmenkampioen leken erop te wijzen dat Janssens zich in de laatste weken voor de verkiezingen wat aan het herpakken was. Maar de kloof met nummer één Dewinter bleef reusachtig groot. Tien dagen voor de dag des oordeels verschijnt in Het Laatste Nieuws een peiling die het verschil tussen Janssens en Dewinter op 17,5 procent begroot. De peiling die twee dagen later in Gazet van Antwerpen verschijnt maakt het wat minder bont, maar ook hier ligt Janssens nog altijd 11 procent achter op zijn opponent.

De rest van het verhaal is bekend. Een week later wordt sp.a/Spirit de grootste partij van Antwerpen. Vlaams Belang/Vlott haalt bijna 2 procent minder. Bij het binnenlopen van de resultaten filmt een cameraploeg van vtm het aangezicht van een tot voor kort zegezekere Dewinter. We zien verbijstering en ongeloof. Zoals ook menig opiniepeiler met ongeloof naar die resultaten moet hebben gekeken.

8 oktober 2006, de dag waarop opiniepeilingen hun geloofwaardigheid definitief verloren? "Nee", zegt Peter Van Aelst. "Peilingen zijn een momentopname, geen voorspelling. Ze geven een idee van de kiesintentie op dat moment. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat de peilingen toen een relatief goed beeld schetsten van de kiesintenties op dat moment. Wat 8 oktober wel heeft blootgelegd is dat er in een week tijd nog heel veel kan veranderen. Uit ons toenmalige internetpanel bleek dat Janssens in die laatste week heel wat kiezers heeft weggezogen bij Open Vld, CD&V/N-VA en Groen."

Uitslag beïnvloeden

Jan Drijvers, onderzoeker bij TNS Dimarso, was een van die opiniepeilers die de overwinning van Janssens in 2006 niet had voorspeld. "Maar dat is ook niet wat ik doe, de resultaten voorspellen", reageert Drijvers. "Wij meten de kiesintentie op een bepaald moment. Tijdens het peilen stellen we mensen altijd dezelfde vraag: 'Als het nu verkiezingen zouden zijn, voor wie zou u dan stemmen.' De antwoorden zeggen dus iets over hun voorkeur op dat moment. Er zijn honderden redenen te bedenken waarom die antwoorden kunnen verschillen met wat ze uiteindelijk in het stemhokje doen.

"Ik maak me nog altijd sterk dat we de kiesintenties tijdens de weken voor de verkiezing van 2006 relatief correct hebben weergegeven. Vergelijk je de resultaten van onze peilingen van toen (zie grafiek) met het eindresultaat, dan zie je heel duidelijk dat Janssens in de laatste week kiezers heeft geleend bij Open Vld, CD&V/N-VA en Groen. Het zijn kiezers die in normale omstandigheden misschien nooit voor een socialist zouden stemmen, maar dat uit afkeer voor Dewinter wel hebben gedaan. Merk trouwens op dat we het resultaat van Vlaams Belang wel bijna correct hadden ingeschat. En dat we er in de andere steden wel op zaten.

"Het grote probleem met peilingen is niet dat ze soms niet overeenkomen met het uiteindelijke resultaat, wel dat ze niet op de juiste manier worden gebruikt. Ik vraag altijd weer aan onze opdrachtgevers om de resultaten te geven voor wat ze waard zijn: weergaves van de kiesintenties op een bepaald moment. Helaas worden ze maar zelden zo gepresenteerd.

"Bovendien kan het ook gebeuren dat de resultaten van een peiling een impact hebben op het eindresultaat. Zo hebben we in de aanloop naar de verkiezingen van 2006 gepeild dat de Gentse Open Vld aan populariteit aan het inboeten was en de paarse coalitie in theorie niet meer mogelijk was. Kort na bekendmaking van die resultaten startte er een campagne met Guy Verhofstadt (Open Vld) en Freya Van den Bossche (sp.a), samen op een bankje. Of het een gevolg was van die campagne weet ik niet, maar de coalitie heeft wel standgehouden."

Peilingen kunnen met ander woorden de uitslag beïnvloeden? "Op zich is de invloed van een peiling klein", zegt Drijvers "Die van de media is veel groter. Als die media heel sterk focussen op het resultaat van de peilingen, kan die impact dus wel erg groot worden. Denk bijvoorbeeld aan Nederland, waar de media de kandidaten op den duur bijna alleen nog maar vroegen naar een reactie op de verschillende peilingen."

Dubbele houding

Terug naar Antwerpen, 2012. Een blik op de recentste peilingen leert dat huidig burgemeester Patrick Janssens zich in een bizarre situatie bevindt. Filip Dewinter, Janssens grote opponent van 2006, is, als de peilingen kloppen, vandaag zijn objectieve bondgenoot geworden. Hoe beter Dewinter standhoudt tegenover De Wever, hoe groter Janssens' kansen op een vernieuwd burgemeesterschap. Janssens' grootste opponenten bevinden zich vandaag aan de linkerzijde. De resultaten van de peilingen doen vermoeden dat nogal wat kiezers die in 2006 voor Janssens hebben gestemd, vandaag voor Groen en, in mindere mate, PVDA+ willen stemmen.

Maar zullen ze dat zondag ook echt doen? Zou het niet kunnen dat de resultaten van de peiling die progressieve kiezers zullen verleiden om toch strategisch, dat wil zeggen, tegen de autovriendelijke, rechts-conservatieve De Wever te stemmen?

"Dat kan zeker", zegt Peter Van Aelst. "Zoals sommige mensen ook de neiging vertonen om voor een partij te stemmen die, alweer volgens de peiling, in het winnende kamp zit. Ik heb een wat dubbele houding tegenover peilingen. Volgens mij zijn er maar twee mogelijkheden om er mee om te gaan. Ofwel schaf je ze af, ofwel publiceer je er zoveel mogelijk. In Nederland kreeg je in de aanloop naar de verkiezingen bijna elke dag een verschillende peiling. Ik vind dat, onder de voorwaarde dat de media er niet al te veel aandacht aan besteden, wel gezond. Niks gevaarlijk dan één enkele peiling die als dé waarheid wordt voorgesteld."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234