Woensdag 23/06/2021

Geen mens liep ooit sneller

Misschien wint Usain Bolt ook zijn laatste individuele 100 meter, vanavond op het WK atletiek in Londen. Maar zo snel als acht jaar geleden tijdens het WK in Berlijn (9.58 seconden) loopt hij nooit meer. Een meesterwerk ontrafeld.

Usain Bolt gaat een weddenschap aan, kort voor de finale van het WK atletiek. Hij zal zijn wereldrecord straks verbeteren, in het uitverkochte Olympisch Stadion van Berlijn.

Dat hij op de warme zomeravond in 2009 gelooft in een toptijd spreekt vanzelf. Hij is 22 jaar en in de vorm van zijn leven. Een jaar geleden, in de olympische finale, raffelde hij de olympische 100 meter af in 9.69 seconden. Een onwerkelijke tijd, vooral omdat hij slechts driekwart van de race geconcentreerd sprintte. Hij vierde zijn zege al ver voor de eindstreep door zijn armen als vleugels uit te strekken en daarna met zijn vlakke rechterhand op zijn borst te slaan.

In de pot zit 300 euro voor de beste voorspeller. Eddie, de trouwe masseur van Bolt, denkt dat 9.57 mogelijk is. Usain zet in op 9.54. Ricky Simms, zijn gewiekste Ierse manager, doet voor zijn inleg van 100 euro de meeste gewaagde uitspraak: 9.50.

10M
Bolt schiet uit de blokken. Vijf andere sprinters reageren sneller op het startschot dan hij (0.146), maar Bolt maakt niet de fout om vals te starten, zoals in de halve finale.

Zijn eerste pas is goed. Zijn rechtervoet plaatst hij loepzuiver onder het zwaartepunt van zijn vooroverhellende lichaam, recht onder zijn navel. De eerste passen zijn voor elke sprinter een aparte sensatie. Snelheid maken is flirten met voorovervallen. Vanwege zijn ongewone lengte, 1,96 meter, zijn de eerste passen voor Bolt extra moeilijk.

In vier stappen loopt hij al 20 kilometer per uur. Volgens biomechanicus Paul Brice, die ook de Nederlandse sprintster Dafne Schippers bijstaat, bereikt een topsprinter iets verderop, na 10 meter, 75 tot 80 procent van zijn topsnelheid. "Uit de data blijkt dat de eerste drie of vier stappen cruciaal zijn."

Wie te vroeg grote stappen maakt, komt overeind en verliest snelheid.

20M
Bolt neemt al afstand van zijn zeven tegenstanders, ondanks zijn reputatie van trage starter. Met het blote oog is het nauwelijks waarneembaar, maar uit Duits onderzoek na afloop van de WK-finale blijkt onomstotelijk dat hij na een vijfde van race de leiding heeft. Voorheen was dat vaak pas na 60 meter het geval.

Niet dat die trage start ooit een onoverkomelijk probleem was voor Bolt. Bij zijn debuut op de 100 meter, in de zomer van 2007, liep hij op Kreta al 10.03. In zijn vijfde wedstrijd, in New York, verbeterde hij het wereldrecord van landgenoot Asafa Powell tot 9.72. In zijn dertiende race veroverde hij de olympische titel in een nieuw wereldrecord.

In Berlijn is hij pas bezig aan zijn 29ste 100 meter. Vergeleken met titelhouder Tyson Gay, die rechts naast hem loopt in baan 5, of oud-wereldrecordhouder Powell, in baan 6, is hij een beginneling. Toch weten zij dat ze geen zelfvertrouwen kunnen ontlenen aan hun ervaring. Bolt heeft al zijn races gewonnen, op een na (tweede achter Powell).

30M
Zijn snelheid is opgelopen tot meer dan 40 kilometer per uur en neemt nog steeds toe. Met elke pas legt Bolt in deze fase 2 meter en 52 centimeter af. Die reuzenpassen worden groter terwijl zijn snelheid verder oploopt.

Dat Bolt kon uitblinken op de 100 meter hield zijn coach Glen Mills lang voor onmogelijk. Vanwege zijn ongewone lengte zag Mills hem als een specialist op de 200 en 400 meter. Maar Bolt weigerde zich toe te leggen op die laatste afstand. De training is veel zwaarder dan voor de 100 en 200 meter, vanwege de extreme verzuring van de spieren op de volle ronde. Dat voelt als "de hel op aarde", schrijft Bolt in zijn biografie.

Alleen een weddenschap kon de impasse tussen coach en atleet doorbreken. Als Bolt het 32 jaar oude Jamaicaanse record op de 200 meter zou verbeteren, kreeg hij een kans zich te bewijzen op de kortste afstand. Dat was een jaar voor de Zomerspelen van Peking in 2008.

40M
De voorsprong van Bolt groeit verder. Hij neemt afstand van Gay en Powell, de sprinter die Bolt de weg naar de 100 meter heeft gewezen. Powell bewees dat een Jamaicaanse sprinter zijn eiland niet hoeft te verlaten om succesvol te worden. Hij maakte geen gebruik van de traditionele route: via een atletiekbeurs aan een Amerikaanse universiteit doorstromen naar een profloopbaan. Met behulp van een lokale coach van de MVP Club, Stephen Francis, werd hij in 2005 de eerste Jamaicaanse wereldrecordhouder op de 100 meter: 9.77.

Bolt zag van nabij wat dat opleverde: "big money" en populariteit. Terwijl hij rondreed in een tweedehands Honda Accord verzamelde Powell luxeauto's: een voor elke dag van de week. Vrouwen bleken dol op de gemoedelijke topsprinter. Die bekende eens hoeveel moeite het hem kostte zijn vriendin trouw te blijven. "Er zijn veel mooie meisjes op Jamaica en er is maar één snelste man van de wereld."

50M
Een wetmatigheid uit de sprint doet opgeld: paslengte maal pasfrequentie staat gelijk aan snelheid.

Bolt beweegt, ondanks zijn extreme lengte voor een topsprinter, niet langzamer dan zijn tegenstanders. Vermoedelijk gebruikt hij evenmin meer kracht: circa vier- tot vijfmaal het lichaamsgewicht is volgens biomechanicus Paul Brice gangbaar. Maar omdat zijn benen langer zijn, maakt hij grotere passen dan andere sprinters. De 100 meter legt hij af in 41 stappen, waar 44 à 45 gebruikelijk is.

"Usain is 1,96 meter maar beweegt met het gemak van een man van 1,76 meter", meent Tyson Gay.

Halverwege de 100 meter beginnen zijn lange benen werkelijk in zijn voordeel te werken. Hij legt per 10 meter ruim 23 centimeter meer af dan Tyson Gay (1,80 meter lang) en 33 centimeter meer dan Asafa Powell (1,90 meter lang). Dat verschil blijft de rest van de race gelijk met Gay, met Powell groeit het per tien meter uit tot driekwart meter.

60M
Bolt loopt een wereldrecord, zonder dat iemand het doorheeft. Het wordt nooit officieel erkend.

Zijn tussentijd van 6.29 seconden is sneller dan de beste prestatie ooit van Amerikaan Maurice Greene. Die liep in 1998 in Madrid de 60 meter in 6.39, het officiële wereldrecord op de kortste sprintafstand. Op de kleine Greene (1,75 meter), de olympisch kampioen 100 meter van 2000, zou Bolt een meter hebben voorgelegen.

Op lange afstanden worden tussentijden erkend als records: tijdens de marathon is het bijvoorbeeld mogelijk om het wereldrecord op de halve marathon te verbeteren. Dat geldt niet voor de sprint. De 60 meter wordt vooral indoor afgewerkt, als het in Europa winter is. Bolt heeft zich nooit laten zien bij een overdekte wedstrijd. Hij koestert de Jamaicaanse winterzon. Een officiële tijd op de 60 meter heeft hij niet.

70M
Na 67 meter en 90 centimeter piekt de snelheid van Bolt. Harder heeft hij nooit gelopen, harder heeft geen mens ooit gelopen: 12 meter en 29 centimeter per seconde. Oftewel: 44 kilometer en 244 meter per uur.

Bolt loopt zo hard dat hij meer tijd in de lucht doorbrengt dan aan de grond. Zijn voeten raken de baan per pas minder dan een tiende van een seconde: 0.09 seconde. Het is een korte, haast gewelddadige kaats tegen de harde kunststof. Sommige sprinters hebben een nog kortere contacttijd, maar dat vereist kleine voeten. Bolt heeft maat 47,5. Tussen zijn passen door zweeft hij circa 0.125 seconde boven de baan.

Bolt bereikte zijn topsnelheid later dan zijn rivalen (Gay bij 55 meter, Powell bij 53 meter) en weet die langer vast te houden. Daardoor lijkt het alsof hij na 70 meter van ze wegrent. In werkelijkheid verliest hij net iets minder snelheid dan zij, waardoor zijn voorsprong groeit.

80M
Op volle snelheid lijkt Bolt de perfecte sprinter. In werkelijkheid voldoet zijn lichaam niet aan het ideaal. Zijn rechterbeen is een centimeter korter dan zijn linker. Zijn ruggengraat vertoont een banaanvormige curve: hij is verbogen door de ziekte scoliosis. En zijn ritmische pas is ongelijk. Zijn linkerbeen blijft langer aan de grond dan zijn rechterbeen.

Met het blote oog zijn de verschillen niet waar te nemen, zo klein zijn ze. Het gaat om honderdsten van seconden. Maar Amerikaanse onderzoekers, die 20 passen van een wedstrijd uit 2011 analyseerden, denken dat de contacttijd van zijn linkervoet 14 procent groter is dan rechts. Met zijn rechterbeen zou hij juist 13 procent meer kracht zetten.

Het doet Bolt niets. In zijn biografie schrijft hij: "Misschien ben ik een freak of nature. Misschien helpt de scoliosis me. Hoe ik ook in elkaar gezet ben, het werkt."

90M
Bolt kijkt uit zijn ooghoeken naar links, een onhebbelijkheid die trainer Mills niet kan uitstaan. Hij weet dat Gay en Powell hem niet kunnen achterhalen. Maar anders dan in Peking, een jaar eerder, viert hij geen feest. Hij rent geconcentreerd door, alsof hij de weddenschap met zijn masseur en manager in gedachten heeft.

Ook de sfeer in het stadion speelt een rol. Bolt denkt dat hij de 100 meter in een training niet sneller dan 10.7 kan lopen, ruim een seconde langzamer dan in een race. Hij gedijt bij stress, hij floreert onder spanning. Hij loopt zijn beste tijden altijd in finales. Biomechanicus Brice: "De allerbesten hebben een milieu van adrenaline nodig. Alleen als het echt moet zijn ze tot bijzondere dingen in staat. Competitie brengt iets meedogenloos in ze boven."

Met reuzenpassen van 2 meter en 85 centimeter dendert Bolt naar de eindstreep.

100 M
Bolt kijkt naar links bij het passeren van de finish, naar de klok. Die stopt op 9.58. In een flits ziet hij dat zijn weddenschap is gewonnen door masseur Eddie, die inzette op 9.57.

De toeschouwers zien de toptijd ook. Het stadion ontploft. Bolt heeft zijn wereldrecord verbeterd met 0.11 seconde, de grootste marge in de historie van de 100 meter. Gay is tweede in 9.71, een tijd waarmee hij elk WK atletiek zonder Bolt zou hebben gewonnen. Powell is derde in 9.84.

Bolt poseert, zijn linkerarm gestrekt wijzend naar de lucht, zijn rechterarm gebogen voor de borst. In Jamaicaans dialect heet de karakteristieke houding die hij voor de Zomerspelen van Peking met een vriend bedacht: 'To di worl'. In het Engels is dat: 'To the World'. Maar als kinderen hem zien, in Londen of op Jamaica, in Peking of in Rio, vragen ze simpelweg: 'Do the Bolt'. Het symbool van onovertroffen snelheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234