Maandag 24/02/2020

Geen inhaalbaar ik

Magisch Bladwerk moet zowat de eerste vertaling zijn van fragmenten uit het omvangrijke werk van Friederike Mayröcker (°1924), de Oostenrijkse schrijfster die sinds een krantenrecensie uit 1971 als 'paradijsvogel van de avant-garde' door het literaire leven gaat.Friederike Mayröcker

Magisch Bladwerk

Uit het Duits vertaald door Inge Arteel en Dirk Van Hulle Yang, Gent, 96 p., 560 frank.

Die eretitel dankt Mayröcker niet in de laatste plaats aan haar opvallende verschijning: een lange, magere, in het zwart gehulde gestalte met ravenzwarte haren. Ze stouwt haar Weense appartement vol met papieren, boeken en reproducties die er lang mogen blijven en als een koraalrif aangroeien - met wat verbeelding lijkt het wel een eigentijdse versie van Kurt Schwitters' Merzbau. Leven en werk, inhoud en vorm, autobiografie en essay vloeien in elkaar over; meer heb je niet nodig om uit te groeien tot een halve mythe.

De vergelijking met Schwitters is natuurlijk niet toevallig: Mayröcker is een van de zeldzame kinderen van de avant-garde die in de eerste helft van de twintigste eeuw woedde. In haar werk proeven we de nasmaak van het expressionisme, het futurisme, van dada en het surrealisme. Magisch Bladwerk is een uitstekende inleiding tot haar werk: een door de vertalers Inge Arteel en Dirk Van Hulle samengestelde verzameling essentiële teksten die, op drie prozastukken uit de vroege jaren zeventig na, werden geplukt uit enkele edities van Magische Blätter, waarin Mayröcker sinds 1983 haar restmateriaal bundelt. Arteels erudiete en meeslepende nawoord heeft mij in elk geval verleid om Mayröckers oeuvre van dichtbij te volgen.

Vrijwel alles aan deze korte prozateksten ademt de sfeer van de avant-garde. Naar vorm is het materiaal niet in één term te vatten: er zijn beschouwingen, stijloefeningen, herinneringen, regieaanwijzingen, associaties, commentaren en notities die werden opgehangen aan kunstwerken, aan het geheugen van de schrijfster of aan de taal zelf. Het historische begrip avant-garde omvat elementen als groepsvorming, programma, manifest en geloof in de vooruitgang. Daarvan houdt Arteel er in haar essay slechts een handvol over. Voor haar is Mayröcker een Einzelgängerin die in haar werk onbekende of onontgonnen vormen van waarneming en bewustzijn ontsluit.

Ja, ze had wel contacten met de Wiener Gruppe en de Konkrete Poesie. Ja, de teksten van Magisch Bladwerk wijzen met overgave naar Hausmann, Beckett, Breton, Joyce, Bartók, geprepareerde piano's en kaakverbrijzelaars à la Duchamp: "Laat u de woorden luid janken! Doet u vaker eens boing-boing! Vergeet u heel de taal! Legt u lettergrepen op het ijs!" Ja, schilderijen en foto's zijn vaak het uitgangspunt voor korte teksten, en een collega als de dichter en "ademmens" Ernst Jandl wordt gevat in enkele eindeloos zeilende zinnen die ook als een zelfportret van de schrijfster gelezen kunnen worden.

Maar ook: neen. Mayröcker is geen groepsdiertje dat de geursporen van de nieuwlichters volgt. Ze gaat een dialoog aan (met een doek van Francis Bacon, bijvoorbeeld, en met citaten uit het werk van Beckett), of vindt andere kapstokken om haar gedachtenstromen aan op te hangen. De vormen en stijlen die zij in het museum van de avant-garde heeft aangetroffen, worden ingezet als vehikel voor wat de schrijfster te vertellen heeft - niet omgekeerd. In de programmatische tekst 'Dada' uit 1972, die het boek inleidt, geeft zij aan waar haar invloeden liggen: evengoed bij Hölderlin als bij de surrealisten, Chopin of Giacometti. De verhalen zoeken hun weg door de talen en de stijlen heen, als water dat over de keien loopt, tussen "speels, associërend, automatisch schrijven" en een systematische transformatie van het materiaal tot ongehoorde want experimentele teksten. Een vrolijke vermenging van vormen (dialogische spreken, collage, essayachtig proza...) en van indrukken is het gevolg.

Onderstroom is Mayröckers fascinatie voor gelijktijdigheid en meerstemmigheid; ze leende deze technieken van de futuristen en gelijkgezinden, maar benoemt het zelf met de mooie term Unterfütterung: het aanbrengen van een voering onder een andere stof, zoals ze in een tekst over Dalí beschrijft hoe ze "door een koortscurve heen, dus gevoerd" kijkt. Het procédé van de bewustzijnsstroom of monologue intérieur sluit naadloos daarbij aan. Momentopnamen van indrukken en herinneringen buitelen door en over elkaar heen, zonder duidelijk narratief verloop. Paradoxaal genoeg leiden Mayröckers autobiografische aanzetten zelden tot echte verhalen, wel tot notities die als atomen (of: dromen?) naast elkaar opgetekend worden. Het lijkt wel alsof de schrijfster ons duidelijk wil maken hoe problematisch een 'ik' als relatief permanente basis voor een persoonlijkheid wel is. Een "navolgbare biografie, een inhaalbaar ik" (Arteel) is dus een fictie - mooi is dat spelletje met de verschillende betekenissen van 'inhalen': op gelijke hoogte komen, aan boord hijsen, een 'inhalig' mens die geld of goed optast (maar allesbehalve innemend is...). Het ik in Mayröckers spiegelkabinet kan hooguit poëtisch of esthetisch zijn.

We mogen de teksten uit deze bundel ook lezen als commentaren bij de schilderijen van een imaginaire tentoonstelling, waarbij ervaringen uit Mayröckers kinderjaren en bestaande kunstwerken, die af en toe bij naam worden genoemd, door elkaar lopen. De schrijfster kan heel goed kijken, en ze weet het: "Ik bekijk het schilderij lange tijd, neen: ik laat me lange tijd met het beeld in, neen: ik daal er naar af, in de schacht van zijn put, enkel en alleen dit, tot ik er niet meer van kan loskomen, ik er me dag en nacht probeer mee bezig te houden, tot het zich diep in mij heeft genesteld, in mijn hoofd, in mijn lichaam, zodat uiteindelijk vanuit deze liefdesverhouding het beeld de juiste woorden en zinnen uitstoot, voor mij, zodat ik deze enkel nog moet oprapen, verzamelen, inzetten: bouwstenen van een ogenintimiteit, een denkkoorts, hersendienstpersoneel enz."

Mayröckers erotische blik blijft aan de voorwerpen hangen tot hij ermee versmelt, en ook Arteels essay drijft voort op hetzelfde elan. Voor haar ontvouwt een tekst als 'terwijl de voetsporen: voeten op de grond achterblijven' naarmate hij vordert telkens een andere plooi van een gebeuren. De "anatomie van de dingen", "zich onder alle schepsels versplinteren, verstrooien, uitgieten, verdelen", een versmelting met het ritme van de wereld, ondergedompeld worden... de taal zelf bedrijft de liefde of doet althans heel erg haar best. In deze wereld zijn voorwerpen bezield, gaat ons lichaam vertrouwelijk met hen om: "deze dagelijkse handtastelijkheden: wat de hand betast wat de hand aanraakt met welke rommelende gevoelens de hand met de dingen omgaat, ochtenddingen, middagdingen, avonddingen, trouwe dingen (...) lievelingssportjas opgerold op de vensterbank, waar hij overnacht heeft." Ik weet zeker dat Mayröcker iemand is die een blik doperwtjes zorgvuldig leegschudt, zodat niet één erwtje eenzaam en verloren in de blauwe vuilniszak belandt.

In 'Ontvlamming' geeft de schrijfster graag toe dat ze "verdronken (is) in alles". Gebrandmerkt met het bedenkelijke teken van 'associatiejongleur' ijlt ze haar verhalen (die geen verhalen zijn) bijeen, herhalend, kakelend en orakelend maar als van binnenuit verlicht, haar eigen lyrische uitbarstingen onderuithalend door een kort 'enz.' of door het gebruik van haakjes. Toen ik Magisch Bladwerk voor het eerst las, wist ik al dat ik de tweede keer een ander, onherkenbaar boek zou openslaan, en de volgende keer ook. Friederike Mayröcker is een fenomeen; ik hoop dat haar werk nog veel liefdevolle vertalers en enthousiaste lezers mag vinden. Om u voorgoed aan boord van dit narrenschip te hijsen, nog dit: op pagina 74 is er zelfs een "naaimaschine met pedaal of pendel, merk Singer" voorhanden.

Eric Min

De taal zelf bedrijft de liefde, of doet althans heel erg haar best

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234