Dinsdag 28/01/2020

Geen hobby, maar een gekte

Nooit eerder was lopen zo populair. In dertig jaar tijd verachtvoudigde het aantal hardlopers in Vlaanderen. Boekenrecensente Annick Vandorpe raakte zelf bezeten door de sport. Inspiratie vindt ze onder meer in het pas verschenen boek Eet en ren.

Het is dinsdag 19 uur, 4 °C. Met zijn achten staan we in lycrapakjes op de 400 meterbaan. Ik trek mijn mouwen over mijn handen en spring op en neer terwijl de trainer het programma uitlegt. Vanavond doen we intervaltraining: zeven keer 600 meter snel met twee minuten rust tussenin.

Terwijl we aan de opwarmingsrondes beginnen, denk ik aan mijn woonkamer waar het houtvuur knappert en mijn gezin nu aan het eten is. Mijn tanden klapperen zonder dat ik het kan tegenhouden. De vrouw die naast me loopt stoot me aan. "Waarom doen we dit toch?", zegt ze. We lachen alletwee. Het is natuurlijk een retorische vraag.

Dat het hardloopvirus me zo stevig te pakken zou krijgen had ik niet voorzien toen ik twee jaar geleden (ik was achtendertig) na zeven jaar zonder sport en drie bevallingen, begon te rennen om mijn conditie weer op te krikken. Ik liep een of twee keer per week. Het was makkelijk te organiseren. Ik hing niet af van een spelpartner, qua uitrusting had ik alleen aangepaste schoenen nodig en ik hoefde mijn voordeur maar uit te gaan om te beginnen. Na enkele maanden nam ik voor het plezier deel aan een stadsloop van 10 kilometer. Het enthousiasme van de andere lopers en de geweldige sfeer op de wedstrijd gaven me zin in meer groepslopen, en in september sloot ik me aan bij de lokale atletiekclub.

Nu, anderhalf jaar later, ren ik vier tot zes keer per week, is mijn tijd op de 10 kilometer met acht minuten verbeterd, nam ik voor het eerst deel aan een halve marathon en heb ik me ingeschreven voor een marathon. Het virus heeft zelfs een weg naar mijn boekenkast gevonden. Boeken zoals Hardlopen van Jean Echenoz (een roman over de Tsjechoslowaakse wonderatleet Emil Zátopek) en Waarover ik praat als ik over hardlopen praat van Haruki Murakami heb ik in één avond uitgelezen. Hardlopen is bij mij geen hobby, maar een gekte.

Marathonhype

Waarom doen we aan hardlopen? Waarom is de loopsport meer dan ooit in trek? Sinds 2009 is het dé favoriete sport van de Vlamingen. Waar in 1979 3,7 procent van de sportieve volwassenenpopulatie aan hardlopen deed, was dat in 2009 29,9 procent, een verachtvoudiging. Jeroen Scheerder, het hoofd van de onderzoeksgroep Sport en Bewegingsbeleid aan de KU Leuven, vertelt hoe het begonnen is: "De eerste loopsportgolf startte in Amerika aan het eind van de jaren zestig. Gezondheidsgoeroes zoals Kenneth Cooper hadden de positieve effecten bewezen van aerobe duurtraining, waaronder hardlopen.

"In 1970 werd de New York City Marathon in het leven geroepen, in 1973 de Honolulu Marathon. Die evenementen kenden onmiddellijk een groot succes. Op het eind van de jaren zeventig waaide de loopsportgolf over naar Europa. Ook in Vlaanderen werd de loophype opgepikt. De 20 kilometer door Brussel en de ING Antwerp 10 Miles & Marathon, intussen klassiekers, werden in de jaren tachtig gestart."

Sinds het einde van de jaren negentig is een tweede loopsportgolf aan de gang. Scheerder verklaart die vanuit drie maatschappelijke trends. "Er is een medicalisering van de samenleving", legt hij uit. "We willen onze gezondheid in de hand houden. Lopen en fitnesssporten komen die ten goede. Maar we willen ook ongebonden zijn. Lopen is makkelijk. Je kunt er zo aan beginnen, wanneer en waar je wilt, en je hebt niet noodzakelijk een tegenstrever nodig. En er is de 'verleuking'. We zoeken plezier op. De happening is belangrijker dan de inspanning. Grote evenementen zoals de 20 kilometer door Brussel zijn voor veel mensen een reden om met hardlopen te beginnen."

Scheerder stelde een grafiek op met het aantal marathons dat wereldwijd per jaar wordt georganiseerd sinds 1910 en het totaal aantal deelnemers dat de eindstreep haalde. Na de start van de tweede loopsportgolf schieten de curven de lucht in. In 2012 vonden er wereldwijd drieduizend marathons plaats met anderhalf miljoen finishers ten opzichte van duizend marathons en 500.000 finishers in 1999.

Handel loopt mee

De handel surft mee op de loopsportgolf. Speciaalzaken, zoals het Belgische Runners Service Lab (RSLab) dat in 1980 zijn eerste winkel opende, doen het steeds beter. "Sinds 2006 groeien we elk jaar met 20 procent", zegt Koen Wilssens, de zaakvoerder van de hoofdvestiging in Zwijndrecht. "Op een zaterdag krijgen we hier honderd tot honderdvijftig hobbylopers over de vloer." Bij RSLab lopen topatleten binnen zoals Paula Radcliffe, de wereldrecordhoudster op de marathon, maar 90 procent van de klandizie bestaat uit recreanten. Ook bij de Vlaamse Atletiekliga zijn meer dan de helft van de 45.000 leden hobbylopers. "Veel recreanten beginnen met een start to run-sessie en schrijven zich daarna bij ons in", zegt voorzitter Eddy De Vogelaer.

Hoe ziet het profiel van de loopsporter er dan uit? "Dé loopsporter bestaat niet", zegt professor Scheerder. Hij onderscheidt vijf types: de individuele loopsporter, de sociaal competitieve loopsporter, de prestatieloper, de sfeerloper en de gezondheidsfreak. "We kunnen vaststellen dat de gemiddelde loopsnelheid op wedstrijden achteruitgaat", zegt hij. "Ook dat is een indicatie dat de loopsport erin slaagt nieuwe segmenten aan te spreken, waaronder heel duidelijk de sfeerloper en de gezondheidsloper."

Samen met het aantal loopsporters is het aanbod verruimd. Behalve city runs en crosscountry runs, wedstrijden in teamverband (zoals survival runs en duo runs) of races binnen een bepaalde doelgroep (bijvoorbeeld ladies runs) worden er ook specialere varianten georganiseerd.

De meest extreme loopwedstrijd is wel de ultramarathon, die loopt over een afstand die groter is dan de klassieke marathon. Wereldbekende races in die laatste categorie zijn de Badwater Ultramarathon (135 mijl door Dead Valley), de Griekse Spartathlon (153 mijl van Athene naar Sparta) en de Western States Endurance Run (100 mijl door de Sierra Nevada in California).

Wilskracht

De Amerikaan Scott Jurek (1973) won deze races verscheidene keren. Over zijn carrière als langeafstandsloper schreef hij het boek Eet & ren, waarin hij zijn keuze voor een veganistisch dieet motiveert.

Het verhaal van Scott Jurek zal veel mensen aanspreken, precies omdat hij een extreme loopsporter is. Het is het relaas van een man die een ongelukkige jeugd kende, als tiener een passie en een talent ontdekte en een kampioen werd, mede door zijn harde kindertijd. Eet & ren is een verhaal over wilskracht en het verleggen van grenzen, en het leest even vlot als een roman.

Scott Jurek is nog heel klein als zijn moeder multiple sclerose krijgt. Van kinds af moet hij veel helpen in het huishouden, en op zijn tiende kookt hij al voor zijn jongere broer en zus. "Soms moet je de dingen gewoon doen!" is het motto van zijn strenge en norse vader. Hij heeft weinig vrienden op school en wordt gepest. Op de middelbare school sluit hij zich aan bij het langlaufteam. In de zomer moet hij een andere sport vinden om zijn conditie op peil te houden. Omdat hij weinig middelen heeft is hardlopen een evidente keuze. Tijdens een trainingskamp met het langlaufteam komt hij in contact met een dieet gebaseerd op groenten en vezels. Tot zijn verbazing vindt hij het lekker en bovendien voelt hij zich sterker dan ooit. Het langlaufen laat hij later varen, maar hij gaat verder met hardlopen en wordt eerst vegetariër en dan veganist.

In eenentwintig hoofdstukken vertelt Jurek hoe hij van een onzeker kind uitgroeit tot een topatleet, en hoe hij van een vleeseter en klant van McDonald's een overtuigd veganist wordt. Elk hoofdstuk sluit hij af met een praktisch luik: een tip voor lopers en daarnaast ook een veganistisch recept, bijvoorbeeld van een smakelijke kaasloze pizza of van Japanse rijstballetjes (die als bron van koolhydraten, elektrolyten en zout een ideale opkikker zijn tijdens een lange run).

Eet & ren is een inspirerend boek. Het deed een nieuwe wind waaien door mijn wekelijkse boodschappenlijst en leidde tot experimenten in de keuken, maar bovenal gaf het me zin om mijn loopschoenen aan te trekken. Niet om aan een ultramarathon te beginnen, wel om verder te gaan dan wat ik tot nu toe heb bereikt. Om alles te geven, ook op deze gure dinsdagavond die ik evengoed voor de haard zou kunnen doorbrengen.

De intervaltraining is intussen bezig. De groep heeft zich opgesplitst in kleine pelotons. Ik gooi mijn benen telkens weer vooruit, tot ik bij de eindstreep kom waar de trainer mijn tijd van de chronometer afleest.

Waarom loop ik? Omdat het een laagdrempelige sport is, omdat ik er fit van word, omdat ik me thuis voel in de lopersgemeenschap en omdat het voldoening geeft om op mijn veertigste ergens fysiek in te verbeteren? Het zijn allemaal redenen, maar niet de voornaamste.

Hardlopen is een afspraak maken met mezelf, het is mijn beperkingen en mijn kracht leren kennen, mijn grenzen verleggen. In Waarover ik praat als ik over hardlopen praat schrijft Murakami treffend: "We lopen omdat we zo intens mogelijk willen leven."

Bestaat er een groter vrijheidsgevoel? vraag ik me af terwijl ik met de anderen weer naar de startlijn loop. Boven mijn hoofd fonkelen de sterren. Ik hoor alleen mijn ademhaling en het roffelen van mijn zolen op het tartan. Op een teken van de trainer vertrekken we opnieuw voor zeshonderd meter snel. Mijn benen volgen de witte lijn, ze stuiven over die lijn in zo groot mogelijke passen, en elk onderdeel van mijn lichaam stuurt energie naar die benen, tot ik alleen nog benen ben.

Eet & ren, Scott Jurek, Prometheus, 312 p., 19,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234