Dinsdag 29/11/2022

Geen happy end voor Hollywood- legende

Elizabeth Rosemond Taylor werd op 27 februari 1932 geboren in Londen, als dochter van Amerikaanse ouders. Haar vader was kunsthandelaar en haar moeder theateractrice, die haar carrière had stopgezet toen ze trouwde. Toen Europa op de Tweede Wereldoorlog afstevende, keerde het gezin terug naar Amerika en ging wonen in Los Angeles. Met haar donkere krullen en violetpaarse ogen was de kleine Elizabeth toen reeds een echte beauty en toen ze nauwelijks tien jaar was, deed ze reeds haar eerste screentest in Hollywood. Het leverde haar een rolletje op in de inmiddels totaal vergeten - en wat La Taylor zelf betreft totáál verkeerd getitelde - komedie There’s One Born Every Minute (1942).

Hollywoodstudio Universal hield het bij die eerste poging en liet haar meteen vallen, maar MGM stond klaar om de jonge Elizabeth op te vangen en maakte van haar een echt kindsterretje, onder meer met Lassie Come Home (1943) en vooral National Velvet (1944). Daarin speelde ze de rol van het meisje Velvet dat zich op een bepaald moment moet voordoen als een jongen om met haar paard de Grand National Steeplechase in Engeland te winnen. Over die eerste films zou Taylor later gekscherend opmerken: “Some of my best leading men have been dogs and horses.”

Haar optreden in National Velvet - Elizabeth was toen nauwelijks twaalf jaar - betekende hoe dan ook haar definitieve doorbraak in Hollywood. Onder meer de recensent van The New York Times werd bijzonder lyrisch: “Her face is alive with youthful spirit, her voice has the softness of sweet song and her whole manner in this picture is one of refreshing grace.” Vanaf dat moment zou Liz - echte Hollywoodgrootheden hebben vaak genoeg aan een voornaam - de rest van haar leven in de schijnwerpers doorbrengen. In feite was zij een ster(retje) vooraleer ze een echte actrice werd, om naderhand - en eigenlijk gebeurde dat reeds vanaf het einde van de jaren zestig - opnieuw een ster te worden en te blijven, alhoewel daar toen geen noemenswaardige vertolkingen meer aan te pas kwamen.

Haar echte acteercarrière concentreerde zich dus in de jaren vijftig en zestig, met films zoals de komedie Father of the Bride (1950) naast Spencer Tracy, het romantische drama A Place in the Sun (1951) naast Montgomery Clift, de ridderfilm Ivanhoe (1952) naast Robert Taylor, het drama Giant (1956) naast Rock Hudson en James Dean, de theaterverfilming Cat on a Hot Tin Roof (1958), naast Paul Newman en nog een verfilming van een Tennessee Williams-klassieker, Suddenly, Last Summer (1959), opnieuw naast Montgomery Clift en Katharine Hepburn.

Op het einde van de jaren vijftig had ze reeds drie Oscarnominaties als beste actrice verzameld en dat drie jaar na elkaar, voor Raintree Country, Cat on a Hot Tin Roof en Suddenly, Last Summer. Aangezien Hollywood haar daarbij telkens over het hoofd had gezien, kreeg ze uiteindelijk toch een Oscar voor haar vertolking in Butterfield 8 (1960), een inmiddels grotendeels vergeten film, waar zij zelf trouwens een hekel aan had. “It still stinks”, zou ze nadien over die film verklaard hebben.

Haar tweede Oscar als beste actrice was dan weer wél helemaal op zijn plaats, namelijk voor haar vertolking van de ruziënde helleveeg Martha in Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1966) van regisseur Mike Nichols en opnieuw naar een toneelstuk, dit keer van Edward Albee. Haar echtgenoot in die film werd gespeeld door Richard Burton, met wie zij toen (voor de eerste keer) gehuwd was.

De ‘Burtons’, zoals ze voortaan genoemd zouden worden, hadden elkaar leren kennen op de set van het historische epos Cleopatra (1963), toen ze allebei nog getrouwd waren, maar niet met elkaar. Het Vaticaan sprak zijn banbliksems uit over La Taylor als slechte moeder en erotische vrijbuiter, maar dat was slechts een van de redenen waarom dat superspektakel zo vaak de krantenkoppen haalde. De draaiperiode nam jaren in beslag - regisseur Joseph L. Mankiewicz sprak later over “the toughest three pictures I ever made” en het budget steeg tot een gigantische hoogte, waarvan het toen nooit eerder uitbetaalde honorarium van 1 miljoen dollar voor Elizabeth Taylor slechts een onderdeel was. Latere reactie van de toen bestbetaalde actrice uit de filmgeschiedenis: “If someone’s dumb enough to offer me a million dollars to make a picture, I’m certainly not dumb enough to turn it down.”

Met Richard Burton zou Liz in een tiental films spelen, waarbij naast de klassieker Who’s Afraid of Virginia Woolf? eigenlijk alleen maar de Shakespeare-verfilming The Taming of the Shrew (1967) het onthouden waard is. In datzelfde jaar schitterde ze ook nog, naast Marlon Brando, in de klassieker Reflections in a Golden Eye van regisseur John Huston. Maar toen kwam het einde van de sixties reeds in zicht en alhoewel La Taylor nog steeds als een van Hollywoods grootste sterren beschouwd werd, vertaalde zich dat niet langer in spraakmakende vertolkingen. Ze zou nog wel in een aantal bioscoop- en televisiefilms of series optreden, maar het waren toch vooral haar (nog steeds) opeenvolgende huwelijken, haar ellenlange rij ziekenhuisopnames (nieuwe heupen, nerveuze instortingen, tumoren, etc.), haar gewichtstoenames, haar verslavingen aan drank en/of pijnstillers en nog wat lichamelijke toestanden die jaar na jaar voor celebritynieuws zouden zorgen. Er bleven gelukkig wel enkele lichtpunten, zoals haar diepe vriendschap met de eveneens te vroeg te beroemd geworden poplegende Michael Jackson en haar inzet voor de strijd tegen aids via de door haar opgerichte stichting AMFAR (American Foundation For AIDS Research), waarvoor ze op een bepaald moment zelfs de verlovingsring veil had die ze van Richard Burton gekregen had.

“I, along with the critics, have never taken myself very seriously”, zou Elizabeth Taylor ooit verklaard hebben. Maar ze laat wél een aantal films achter die serieus de moeite waard blijven. Waarvoor dank.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234