Vrijdag 25/06/2021

Geen boot in Nice, maar een mandaat in Vlaanderen

Vastgoedondernemer Bart Verhaeghe is op zijn 37ste al binnen en wil zich nu politiek nuttig maken. Een boekje vol liberale recepten moet de weg daartoe bereiden.

Mechelen

Eigen berichtgeving

Jan Scheidtweiler

Wat doet een vastgoedondernemer die het nog voor zijn 40ste al tot de top-100 van rijkste Belgen geschopt heeft? Hij schrijft een boek. "Ik had ook op een boot aan de Middellandse Zee kunnen liggen", zegt Verhaeghe, "maar ik wil me engageren." Zijn boekje vol liberale recepten ("Files? Files zijn het bewijs dat het economisch goed gaat") moet de opstap worden naar een politiek mandaat bij de volgende Vlaamse verkiezingen.

Er zijn natuurlijk meer ondernemers die al een boek geschreven hebben. Manager van het jaar Theo Dilissen schreef zopas een essay over onze achterstand in de kenniseconomie (Kennis maken) en Aimé Desimpel leerde ons al het eenvoudig te houden (Keep it Simpel). Ook andere coryfeeën van het Vlaamse bedrijfsleven, zoals Jo Cornu (Alcatel), Hugo Van Damme (Barco) en Karel Vinck (NMBS), dicteerden hun ideeën al aan een ghostwriter. Een van de eerste topmanagers die via een boek zijn visie wilde geven op wat er allemaal misloopt in België was André Leysen. Hij raadde in 1993 (Crisissen zijn uitdagingen) de toenmalige regering aan harde saneringsmaatregelen te nemen.

Maar Verhaeghe, een ex-consultant die de voorbije tien jaar rijk werd door zijn participatie in de Mechelse vastgoedgroep Eurinpro, zegt dat hij meer wil doen dan alleen maar commentaar geven vanaf de zijlijn. "Ik wilde geen boekje maken zoals Aimé Desimpel, zo'n dikke, gearriveerde manager die eens komt vertellen hoe het allemaal moet. Ik wilde wel een stuk frustratie van mij afschrijven. Ik ben nu bijna dertien jaar ondernemer. Dat is altijd goed gegaan, en toch heb ik het gevoel dat je als ondernemer maar weinig maatschappelijke erkenning krijgt. Ondernemen wordt vandaag meer afgeremd dan aangemoedigd. We zitten in een maatschappij die de winst van de vrije markt wil opstrijken, maar tegelijk weigert in die markt te investeren." Verhaeghe gaf zijn boekje daarom de titel Zeg niet aan mijn moeder dat ik ondernemer ben (ze denkt dat ik op zoek ben naar een job).

Maar eigenlijk hoopt Verhaeghe met zijn boekje ook de politiek in te stappen. Daarbij schuwt hij grote woorden als engagement of verantwoordelijkheid zelfs niet. "Ik zou natuurlijk mijn kop in het zand kunnen steken, zoals die andere zakenmensen die zich materieel geen zorgen meer moeten maken. Ik zou rustig kunnen gaan zeilen en de boel hier laten voor wat hij is. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik denk dat ik goede ideeën heb over hoe we hier in Vlaanderen aan welvaartscreatie kunnen doen en ik wil dat ook helpen realiseren."

Ondernemers die via een boek de politiek in willen stappen, zijn vooralsnog een erg select clubje. Alleen Roland Duchâtelet deed het Verhaeghe voor. Duchâtelet, de oprichter van elektronicabedrijven Epiq en Melexis, liet in 1994 De nv België, verslag aan de aandeelhouders verschijnen, de basis voor het programma van Vivant, de partij die Duchâtelet later oprichtte. Aan een eigen partij denkt Verhaeghe voorlopig niet. Met de voorstellen uit zijn boek wil hij de volgende weken een tour door Vlaanderen maken. Daarna wil hij kiezen voor de partij waar hij de beste respons gekregen heeft. Of dat met de VLD gebeurt, de 'natuurlijke partij' voor een bedrijfsleider, laat hij in het midden, ook al kwam Vlaams minister-president Somers, een studiegenoot aan de KU Leuven, donderdag zijn boek inleiden.

In de lente van 2004 hoopt de projectontwikkelaar verkozen te raken. "De weinige bedrijfsleiders die totnogtoe aan politiek deden, mensen als Pierre Lano, Aimé Desimpel of Fernand Huts, zaten daar dan nog dikwijls om hun eigen belangen te verdedigen", zegt Verhaeghe. "Ik wil laten zien dat daar ook mensen met een echt engagement kunnen zitten." Met welke baanbrekende ideeën denkt Verhaeghe dan het verschil te maken? Uit zijn boekje blijken dat toch vooral liberale recepten te zijn. Hij heeft het niet over migrantenstemrecht (al vindt hij wel dat we migranten beter moeten ontvangen, al was het maar omdat we ze nodig zullen hebben in het arbeidscircuit) of euthanasie, maar over de manier waarop we een welvarende regio kunnen blijven (want "ik vind het kortzichtig om minachtend te doen over dat materiële aspect"). En dat doen we blijkbaar best door echte ondernemers (zoals Verhaeghe) zo weinig mogelijk in de weg te leggen. "Er zijn al zo weinig echte ondernemers in Vlaanderen, dat tonen alle studies." Zo blijkt uit de Global Entrepreneurship Monitor dat in België amper 4,6 procent van de actieve bevolking bezig is een nieuw of jong bedrijf op te richten. "En hen wordt het leven nog moeilijk gemaakt door allerlei reglementeringen."

Zo heeft Verhaeghe het niet begrepen op corporate governance (deugdelijk bestuur), de regels waarmee de overheid machtsconcentraties en belangenconflicten in bedrijven wil vermijden. "Voor mij is dat weer een voorbeeld van hoe wij ons gedragen als bange Belgen. In Amerika zijn de corporate governance-regels strenger gemaakt na een reeks boekhoudschandalen zoals bij Enron. Dat was daar misschien nodig. Maar wat doen wij dan? Wij doen ook mee met die verstrengde regulering, terwijl dat hier helemaal niet nodig is."

Dat schoppen op alles wat het vrije-ondernemerschap tegenhoudt, is een van de charmes van het boek. Verhaeghe neemt werkelijk alles in het vizier, van holdings als Ackermans & Van Haaren (die hij achterhaalde, nutteloze instrumenten vindt), over organisaties als het VBO of het VEV (die vooral bestaan om zichzelf in stand te houden) tot - natuurlijk - de vakbonden en de groenen. "Groenen nemen geen risico's, zelfs niet op een intelligente wijze. Ze kijken naar de toekomst in hun achteruitkijkspiegel en zullen onvermijdelijk botsen." En de vakbonden? Die "prediken solidariteit maar willen niet inzien dat een samenleving niet duurzaam solidair is enkel en alleen omdat er een buitengewoon ontwikkeld systeem van sociale zekerheid bestaat. Solidariteit is er maar als er samenhorigheid is, als iedereen weet dat er tegenover de rechten die ze hebben ook plichten staan." Dat discours van rechten en plichten hanteert ook Bart Somers graag. In een toespraak bij de presentatie van het boek zei Somers eergisteren dat hij die laatste zin "zelf geschreven had willen hebben".

Met al dat geschop tegen vakbonden en overheidsbetutteling lijkt het maar logisch dat Verhaeghe graag naar de VS verwijst als model voor welvaartscreatie. Ook als projectontwikkelaar is Verhaeghe een bewonderaar van de VS. In Mechelen bouwde Eurinpro een kantorencampus, naar het model van Silicon Valley. In Mechelen Campus (langs de E19) werken bedrijven als Tibotec-Virco en Vicindo nu in een 'werkdorp', met een gemeenschappelijk restaurant, dito fitnesszaal en ontmoetingsplaatsen. Maar ook al heb je een campus naar het model van Silicon Valley, het blijft al bij al een bedrijvenpark, geeft Verhaeghe toe. "De houding waarmee Silicon Valley groot werd en waarin de meeste klonen tekortschoten, is de ongebreidelde verbeelding en tomeloze ambitie van de bewoners. Als je niet probeert van jezelf een miljonair te maken, ben je out. Alleen zo'n houding leidt tot een stroom aan ideeën en passies die tot nieuwe activiteiten en fundamentele wijzigingen leidt." En, natuurlijk, zegt Verhaeghe, ontbreekt het de meeste Europeanen voorlopig aan die durf.

Al is Verhaeghe dan goed in tegen de betuttelende overheid en andere bange Belgen schoppen, doordacht alternatieven formuleren gaat hem minder goed af. Wat moeten we volgens hem bijvoorbeeld aan het nijpende fileprobleem doen? We moeten vooral wachten tot het vanzelf weer weggaat, en ondertussen wat flexibeler leren werken. We moeten het ook niet echt een probleem vinden, "want waar het economisch goed gaat, daar zijn files."

Door de demografische evolutie - minder jongeren, meer ouderen - zou het fileprobleem zichzelf tegen 2020 opgelost hebben. Ondertussen investeren in openbaar vervoer, vindt hij verloren moeite. "Het is misplaatst om via allerlei maatregelen mensen te dwingen tot een collectief of geregeld vervoer. Dat staat volledig haaks op de mentaliteit van deze tijd."

Ondertussen, tussen ergernis over bange Belgen en zijn eigen ideeën over hoe de maatschappij moet veranderen, leer je wel hoe hij rijk geworden is. Verhaeghe was eerst consultant voor KPMG en werd later aangetrokken door aannemer Luc Verelst om wat meer structuur in zijn bouwbedrijf te brengen. Zo hielp hij Verelst om zich meer toe te leggen op ontwikkeling van kantoren en opslagplaatsen. Zodra die gebouwd zijn, probeert Eurinpro de projecten weer door te verkopen. Eurinpro beheerde ook beursgenoteerde vastgoedvennootschappen, zoals Siref, en investeerde in beloftevolle jonge bedrijven, zoals Tibotec-Virco. Omdat Verhaeghe ondertussen ook aandeelhouder was van Eurinpro, bouwde hij in tien jaar tijd een vermogen op dat hem "katapulteert in de tophonderd van de rijkste Belgen", schrijft hij zelf in zijn boek.

Nu hij zich materieel geen zorgen meer moet maken, wil hij dus tijd vrijmaken voor de politiek. "Maar ik wil zeker geen beroepspoliticus worden. Dat is nog een van die dingen waar ik een hekel aan heb."

Boek over 'ondernemersvijandig' Vlaanderen als opstapje naar de politiek'Files? Files zijn het bewijs dat het economisch goed gaat in een regio'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234