Zondag 25/10/2020

'Geel weggeven is altijd een risico'

De vlucht van Jens Voigt en Oscar Pereiro zaterdag vertoont veel gelijkenissen met die van de legendarische etappe naar Pontarlier vijf jaar geleden. Hoofdrolspelers toen waren Ludo Dierckxsens, Marc Wauters en ritwinnaar Erik Dekker. Betere gidsen voor een monstervlucht betaan er nauwelijks in het peloton.

Door Jonas Coertjens

Brussel l In de gutsende regen had niemand er die dag zin in. De achtste etappe naar Pontarlier kwam er na een zware eerste week in de Tour. Veertien renners liepen die vijftiende juli tot 35 minuten uit op een ingedommeld peloton.

De ploegen van de spurters hadden er op weg naar Pontarlier geen zin in. Erik Zabel had zijn twee etappes binnen, Jaan Kirsipuu was de snelste in Strasbourg geweest. Het verschil in het puntenklassement was klein tussen Zabel en O'Grady. Geen van beiden wilde echt veel risico's nemen in een massaspurt. "Je voelde dat er in het peloton iets zat aan te komen. Dat ze een groepje wel eens een ruime voorsprong zouden gunnen. Veel renners waren moe, de Alpen kwamen eraan, het was een rit van meer dan 200 kilometer en het was echt hondenweer. Niemand was gemotiveerd om iets te ondernemen", herinnert Dierckxsens zich.

Van cruciaal belang bij een monstervlucht is het monster zelf: bij die van Pontarlier dus Ludo Dierckxsens. Zaterdag was de onversaagde tank Jens Voigt de aanstoker. In het peloton weet iedereen bij wie je moet zijn voor het opzetten van een vlucht. Niemand die dat ooit beter illustreerde dan wijlen Gerrie Knetemann. Toen de Nederlander ooit een bar binnenkwam waar hij Carlo Bomans en Dierckxsens zag zitten, grapte hij: "Jongens, morgen heb ik jullie nodig. Ik wil een monster-vlucht opzetten." Dierckxsens, niet meteen moeders mooiste, was ook de aanstoker van de vlucht naar Pontarlier. "De dag voor de etappe sliep Dierckxsens in hetzelfde hotel als wij", weet Dekker nog. "Ludo kwam bij me en vroeg me wat ik ervan dacht om de volgende dag iets te proberen. Ik had het plannetje maar afgewimpeld omdat ik er niet zoveel zin in had met die regen."

In Wauters vond Dierckxsens die dag wel meteen een bondgenoot. De Limburger, die eerder die Tour nog in het geel door zijn eigen Lummen reed, had bewust naar de laatste dagen voor de Alpen gepiekt. "Je weet dat er dan meer mogelijk is", zegt hij. "De dagen ervoor had ik me met Dekker bewust op minuten laten rijden. Je vormt geen gevaar meer voor het geel en je bouwt reserves op voor een echt lange onderneming. Uit ervaring weet je dat het in die ritten kan gebeuren." Het slechte weer was de beste bondgenoot, net als de broeierige hitte dat zaterdag was voor Voigt en Pereiro. Het peloton is dan een mak lammetje, klaar voor de slachtbank. "Eigenlijk snap ik dat niet", zegt Dekker. "In die koude en regen was het prettiger om wat harder te rijden en het warm te krijgen. Je bent ook een halfuur sneller binnen dan de rest. Verstandig toch?"

Na vijf kilometer was Dierckxsens al weg, samen met Wauters en Aitor Gonzalez. Dekker raakte een beetje per toeval betrokken omdat hij de vlucht van Wauters wilde beschermen. Voor hij het zelf goed en wel besefte, waren veertien renners weg. "Allemaal mannen die kunnen en willen rijden. Echte hardrijders, mannen van de lange adem", herinneren Dierckxsens en Dekker zich. "Er was Servais Knaven, die dat jaar Parijs-Roubaix gewonnen had, maar ook Jacky Durand en O'Grady. Dat zijn ook twee jongens die het werk niet schuwen."

O'Grady was gevaarlijk voor de groene trui, maar voor het T-Mobile van Zabel was die verre van prioritair met Jan Ullrich in de ploeg. O'Grady zou ook de gele trui van zijn ploegmaat Jens Voigt overnemen. Ook voor geel was er dus geen hinderpaal. "De enige echte stoorzender in onze ontsnapping was Alexandre Vinokoerov", weet Dekker. Vino vormde een gevaar voor de eindzege. "De eerste kilometers hebben we moeten vechten voor een minuut voorsprong. 'Kon die Vinokoerov nu maar eens lek rijden', dacht ik nog. En als bij wonder gebeurde dat ook. Anders was die vlucht nooit doorgegaan. Een tikkeltje geluk is dus af en toe ook nodig."

Toen Vino vooraan wegviel, gaf Lance Armstrong zijn zegen. Zonder een coalitie of een compromis is een monstervlucht bijna uitgesloten. Landis gaf zijn fiat zaterdag aan Oscar Pereiro. Dierckxsens heeft er zo zijn bedenkingen bij: "Ik vind toch dat Phonak pokert door Pereiro en eerder al Popovitsj zoveel tijd te laten terugpakken. Stel dat Popovitsj zich herpakt in de Alpen. En kan Pereiro standhouden? Die was tiende vorig jaar en krijgt nu vleugels." Ook in Pontarlier speelde Armstrong met vuur. Andrei Kivilev kreeg 8:04 cadeau op hem. "Geel weggeven is altijd wel een risico", besluit Dierckxsens.

Ludo Dierckxsens:

Phonak pokert door Pereiro en Popovitsj zoveel tijd te laten terugpakken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234