Zaterdag 25/01/2020

Geel gevaar voor gangsters

Stripklassieker (20) Dick Tracy, Chester Gould (1937)

Uit pure woede en frustratie smijt Chester Gould, een dertigjarige cartoonist uit Chicago, zijn krant in de hoek van de kamer. De koppen van die dag hebben het over een zoveelste bloedige slachtpartij. De cijfers spreken voor zich: alleen al in zijn stad zijn in dat jaar 486 gangsters vermoord. Als Gould zich afvraagt wie in godsnaam die hel kan stoppen, krijgt hij een ingeving. Hij daalt af in zijn eigen fantasie, trekt zich met een blocnote terug in zijn bureau en hij laat een jonge, standvastige politiedetective met haviksneus uit zijn pen tevoorschijn komen: Plainclothes Tracy.

We schrijven 1931. Chicago is in de ban van de drooglegging, gansterbendes staan elkaar naar het leven, de werkloosheid tiert welig en de georganiseerde misdaad regeert de stad. Eén man - zij het een papieren - moet redding brengen of op zijn minst een duidelijke signaal geven. Chester Gould stapt met zijn held Plainclothes Tracy naar zijn hoofdredacteur, krijgt de opdracht hem te herdopen (wegens de te lange voornaam) en ziet op zondag 4 oktober 1931 zijn held als Dick Tracy in The Detroit Mirror verschijnen. De nieuwe strip gaat niet onopgemerkt voorbij. In de eerste stroken tuigt Tracy een vrouw af (pas later wordt duidelijk dat het om een als vrouw verklede man gaat) en enige tellen later wordt de vader van zijn geliefde en latere echtgenote Tess Trueheart koelbloedig neergemaaid.

Dick Tracy is bikkelhard, brutaal zelfs en toont vooral afkeer voor het gangstermilieu. Schedels worden zonder scrupules vermorzeld, bunzenbranders aangewend om informatie los te krijgen en maffiakopstukken worden zonder pardon aan de haaien gevoerd. Tracy wordt de terreur van de onderwereld. Hij spoort niet alleen zijn tegenstanders op, hij berecht ze en elimineert ze ter plekke. De efficiëntie zelve, zo oordeelden de lezers. Kinderen dweepten met het karakter en vreemd genoeg keurden hun leraren en hun ouders, en zelfs de politiediensten, die idolatrie goed.

Ondanks zijn populariteit was Dick Tracy echter een kleurloos figuur. Veeleer dan met psychologische karakteristieken verkoos Gould zijn creatie uit te rusten met een onverschrokken houding en hoogtechnologische snufjes als een stem-o-graaf, minicamera en polshorloge met ingebouwde radio. Tracy zelf werd gedreven door een zwartwitvisie. Hij dronk niet, liep niet achter de vrouwen aan, meed drugs en stelde zich enkel in dienst van de rechtvaardigheid.

Zijn opponenten werden even zwart-wit voorgesteld. Dat werd al duidelijk in de groteske manier waarop Gould hen tekende en hun namen toekende als Littleface (groot hoofd, erg klein gezicht), The Brow (voorzien van zware wenkbrauwen en voorhoofdrimpels), Pruneface (gezicht als een uitgedroogde pruim) of Mole (mollenschedel). Eén schurk kon hij niet tekenen en verscheen wekenlang zonder gezicht in de krant: 's werelds lelijkste vrouw. Pas na een wedstrijd onder de lezers met de vraag voor haar een uiterlijk te verzinnen kreeg Helena de Hyena een gezicht.

Na de pensionering van Chester Gould, in december 1977, werd de reeks overgedragen aan diens rechterhand Rick Fletcher. Slechts met veel moeite werd een scenarist gevonden in de persoon van Max Allan Collins, een suspenseschrijver uit de laten jaren twintig die als kleine jongen Chester Gould al had aangeschreven met de vraag of hij, als zijn idool ooit zou overwegen te stoppen, de verhalen mocht bedenken. Het was die Max Allen Collins die later ook een monsterhit zou scoren met Bait Money en de ondertussen verfilmde striproman Road to Perdition (in 2002 als Hellevaart uitgegeven door Atlas).

Zoals misdaadschrijver Ellery Queen ruiterlijk toegaf heeft Tracy een pioniersrol gespeeld inzake de harde detectivestrip. Na zijn verschijning werd de stripscene aanzienlijk uitgebreid met detectives als Inspector Wade, Mickey Finn, Secret Agent X-9 en Charlie Chan. Een van de opvallendste was evenwel - o ironie - een geslaagde Dick Tracy-parodie met de naam Fearless Fosdick. In 1990 leverde Warren Beatty een Dick Tracy-film af.

Tracy's kostuum is overigens niet altijd kanariegeel geweest. Ooit droeg hij zelfs een zwart maatpak met gele hoed en heel even hielp hij criminelen om zeep met een helgroene hoed op het hoofd. "Put 'em up, hoods! Grab air, you babies - or I'll squeeze this thing - and I don't mean maybe!"

Geert De Weyer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234