Donderdag 26/11/2020

Geef me vijftig jaar, er komt nog van alles

Hij deed wat weinigen hem hebben voorgedaan: debuteren op zijn achtendertigste en dan 300.000 - ja, u leest het goed - exemplaren verkopen. Een gesprek met Peter Buwalda, schrijver van 'Bonita Avenue', een kleine drie jaar na het wonder. 'De druk stimuleert alleen maar.'

Voor wij met elkaar praten wordt Peter Buwalda (41) in Haarlem voor een levend publiek geïnterviewd door Vrij Nederland-journalist Jeroen Vullings. Hij praat met de zwier van een professional. Hij klinkt begeesterd als het over de letteren gaat, durft te provoceren als naar zijn mening over kritiek wordt gevraagd en hij is over de hele lijn charmant en charismatisch. "Je moet een heftige lezer zijn om een goede schrijver te kunnen worden." De aforismen vliegen de deur uit. Alsof hij nooit anders deed.

Het hele circus rond Bonita Avenue heeft hem een hele tijd van zijn tweede roman afgehouden, maar nu is hij hard aan het werk. Iets concreets vertellen over dat nieuwe project, doet hij liever niet: "Elke samenvatting van het verhaal is zo abstract dat het meteen prut lijkt. Dan is zwijgen beter."

Zo lang wachten, en dan zo'n monsterhit scoren, wat doet zoiets met een mens?

"Met mij als mens niet zo gek veel, wel met hoe ik denk over wat ik gemaakt heb. Ik ben het makkelijker gaan vinden om te geloven dat ik iets goeds heb geschreven, wat me een stuk lastiger lijkt als je boek niet positief onthaald wordt en nauwelijks verkoopt. Maar ik vind: het ego moet in het boek zitten, dat is gestreeld en opgevijzeld, en ik ben hopelijk dezelfde gebleven. Hoor je hoe ernstig ik probeer te blijven?" (lacht)

Was er vooraf veel onzekerheid mee gemoeid?

"Zeer zeker. Als je iets schrijft, leg je de lat heel hoog, je vergelijkt met wat je zelf mooi vindt. En, net zoals het erg moeilijk is om vier jaar lang in de spiegel te kijken en te denken: wat staat daar een mooie man, is het ook erg moeilijk om je eigen werk almaar mooi te vinden. Dat tweede is nog lastiger zelfs, want je spiegelbeeld toont alleen de buitenkant en in een boek zit alles. Depressieve dalletjes zijn inherent aan het schrijven, geloof ik, evengoed een van de lastigste aspecten van het beroep.

"Terwijl ik aan Bonita Avenue werkte, kwamen er nu en dan vlagen van walging aanwaaien, zo ver ging dat. Dat gevoel verdween pas toen er eenmaal mensen op gereageerd hadden."

Is het dan anders schrijven aan het tweede boek, nu je de bevestiging over het eerste binnen hebt?

"Ja, ik vind van wel. Het cliché wil dat het tweede na zo'n succes het onmogelijke boek is, maar voor mij voelt het dit keer makkelijker. Alsof ik bevrijd ben. Ik kan alleen maar boeken schrijven zoals ik ze schrijf, omdat ik ben zoals ik ben, en nu weet ik dat lezers dat goed genoeg vinden. Een mooi vertrekpunt.

"Natuurlijk is er nog twijfel, over de plotkeuzes, de personages die ik opvoer, de stemmen die ik voor hen kies. Maar ik hoef dit keer niet meer te twijfelen aan het fundament: ik ben schrijver. En zoals ik kan verlangen naar nieuwe romans van auteurs die ik goed vind, zullen er lezers zijn die uitkijken naar mijn tweede.

"En ja, ik hoor dat recensenten onwilliger en venijniger zouden omgaan met een tweede, als je eerste het zo goed deed, maar dat heb ik toch niet in de hand, dus daar ga ik me ook niet mee bezighouden. Ik schrijf niet voor critici."

Kun je kritiek zo makkelijk naast je neerleggen?

"Eigenlijk ben ik de enige criticus die ertoe doet. Ik ben radicaal perfectionistisch: als ik het goed vind, zullen de meesten dat ook vinden, dat is vorige keer gebleken.

"Ik geef toe: als het tweede boek neergesabeld zou worden, dan zal dat wel even slikken zijn. Maar ik zal mijn best doen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit hen zal overtuigen. En dan kies ik ervoor om voorlopig nog even in de goedheid van de mens te geloven, ook al is dat misschien gevaarlijk." (lacht)

Waarom heb je eigenlijk zo lang gewacht om te debuteren?

"Ik kon mezelf voordien niet zien als schrijver. Ik hield zo veel van literatuur, ik was zo begeesterd en overdonderd door boeken, al sinds mijn studie Nederlands, dat ik me niet kon inbeelden dat ik het zelf zou kunnen maken. Voor mij waren topschrijvers, zoals Louis Paul Boon, om een voorbeeld uit de Vlaamse literatuur aan te halen, halfgoden, volk van hoger. Hoe kon ik nu ooit een Boon zijn? Als ik nu naar een strijkkwartet van Brahms zit te luisteren, denk ik niet van, hmm, dat moet ik ook maar eens proberen.

"Maar ik ben na een paar jaar in de journalistiek zelf in het boekenvak gaan werken, en daar kwam ik langzaam tot het inzicht dat auteurs blijkbaar gewone stervelingen waren, net als ik. En op een bepaald moment ben ik begonnen."

Had dat wachten ook te maken met als mens steviger in je schoenen moeten staan om het te durven?

"Nee. Ik was behoorlijk gelukkig daarvoor, en ik ben nu overigens niet aanmerkelijk gelukkiger. Het boek is een uiting van mijn liefde voor kunst, ik heb het niet geschreven omdat mijn ouders trots zouden zijn, niet om iets te bewijzen aan de wereld, niet om iets van me af te schrijven."

Er zitten allerlei links naar je eigen leven in je boek, onder meer dat zowel jouw biologische vader als die van het vrouwelijke hoofdpersonage Joni uit beeld verdwenen zijn toen jullie klein waren. Heeft dat je getekend?

"Nee, hoegenaamd niet. Die verdwenen vader is voor mij geen issue. Ik ben opgevoed door mijn moeder en mijn stiefvader, later is ook zijn zoon bij ons komen wonen, en dat is allemaal erg prettig verlopen. Maar het is wel materiaal voor een schrijver. Koudweg. Om dit boek te laten gloeien, heb ik feiten uit mijn leven nodig, die ik als een chirurg wegsnijd uit mijn autobiografie en naar wens in heel andere contexten gebruik in de roman. Ik denk dat je dat moet doen. Maar het werkt pas als je geen last hebt van die kwesties, niks zo vervelend als therapeutische literatuur.

"Thematisch heeft dat stukje van mijn verleden de roman wel gekleurd. Volgens mij wordt genetische verwantschap namelijk overschat. Ik voelde na een tijd oprecht geen verschil meer in affiniteit tussen mijn stiefvader en mijn moeder. Ik kon net zo goed van hen beiden afstammen, dat gevoel. Dat idee heb ik in Bonita Avenue echt uitgewerkt."

En wat zit er van jou in die drie hoofdpersonages?

"Eigenlijk heb ik mezelf uitgesplitst over de drie. Aaron heeft alles van mij wat zwak en belachelijk is: hij is jaloers, kijkt heel erg op naar anderen, hij is onzeker bij tijden, een beetje labiel, slaafs zelfs, soms. Joni is grappiger dan Aaron, maar bij haar zie je dat banale, gemakzuchtige, harde, ze heeft ook het talent om makkelijk zaakjes binnen te harken, net als ik. En ten slotte is er Siem: een doorzetter, een man met ambitie, nobel ook, iemand aan wie je wat hebt in het leven."

Je bent wel heel hard voor Aaron. Ik vind hem geen onaantrekkelijk personage, hij is een beschadigde jongen, maar dat is hij ook niet zomaar geworden, denk ik dan.

"O, wat aardig dat je dat vindt. Hij staat wankeler in het leven, en hij wordt ook nog eens omgeven door hele sterke mensen. In zo'n geval kun je makkelijk het onderspit delven. Dat herken ik wel uit bepaalde periodes in mijn eigen leven."

Welke periodes?

"Ha, nu gaat de tandartsboor erin. (lacht) Nou, in mijn studententijd stond ik wat minder stevig op mijn benen dan nu, en gek genoeg ook minder stevig dan in mijn vroege jeugd. Het hing samen met die verhuizing van de provincie naar de grote stad. Waar ik vandaan kwam, had ik een duidelijke plek veroverd, maar in de grote stad was ik onzichtbaar, niemand kende mij, ik moest alles opnieuw opbouwen, nieuwe vriendschappen sluiten. Niet de allerleukste tijd. Ik moest me ook aanpassen aan heel andere sociale conventies. Ik woonde in een studentenhuis met almaar mensen om me heen. Er waren helemaal geen grenzen, studenten liepen elkaars kamers in en uit zonder te kloppen, ook in het midden van de nacht. Ik voelde me een opgejaagd dier te midden van zo veel rusteloosheid. Maar goed, dat is allemaal in orde gekomen."

Je klinkt als een glas-half-volmens, ben je dat ook?

"Als ik die vraag zou beantwoorden, dan heb ik het niet meer over kunst, maar over mijn eigen leven, en dat is niet interessant, toch?"

Vind ik wel.

"Ik ben een opgewekte natuur, denk ik. Redelijk stabiel. In staat om te relativeren. Rustig. Saai, dus, eigenlijk." (lacht)

Daar geloof ik niks van, je lijkt me een woeste natuur.

"Daar is misschien wel iets van aan. Ik ben ook een gedreven en emotioneel mens. Maar evenzeer: nuchter. Als tegengewicht voor de gevoeligheid, misschien."

Waar word je kwaad van?

"Ik word niet zo gauw kwaad. Ik ben helaas ook niet bezig met het wereldleed. Ik volg vanuit de verte de actualiteit, maar ik leef eigenlijk wel een beetje met oogkleppen op, vrees ik. Ik ben absoluut geen geëngageerd artiest. Ik loop hele dagen na te denken over Mozart en Beethoven. Ik draai hun muziek, weeg composities tegen elkaar af, lees over hoe hun werken tot stand zijn gekomen. Op de rand van het autisme."

Sommige artiesten vinden het deel van hun opdracht om zich maatschappelijk te engageren. Jeroen Olyslaegers, bijvoorbeeld, deelt elk weekend in zijn stad voedsel uit aan wie het nodig heeft.

"Ik vind niet dat artiesten iets concreets moeten doen voor de wereld. Ik voel me alvast niet schuldig dat ik daar niet voor kies. Stel je voor dat Bruckner in zijn tijd eten was gaan uitdelen, dan waren er anno 1840 wat meer magen gevuld, toegegeven, maar dan hadden we nu al zijn symfonieën misschien niet gekend, en dat is zo veel belangrijker. Een schrijver moet durven te doen wat hij goed kan. Een mens moet zich specialiseren."

En ben je echt alleen met de kunsten bezig, of zijn er ook mensen in beeld? In je boek is de liefde nogal een koude zaak, viel mij op.

"Ik heb sinds een jaar een hele hartstochtelijke relatie met een nieuwe vriendin. Ik ben hyperverliefd, nog verliefder dan ik in het begin was. Heel leuk. Het heeft mijn geloof in de liefde gesterkt.

"In mijn boek wou ik niet zomaar een relatie opvoeren. Ik wou het over seks en porno hebben, over mensen die samen zijn omdat ze het ook als zakenpartners zo goed doen. De rafelrandjes van liefde en seks vind ik interessant. Ook al heb ik zelf altijd een normaal, fijn liefdesleven gehad, het afwijkend seksuele is me ook niet vreemd. Daarover schrijven en zo herkenning creëren bij een kleine groep lezers vind ik boeiender dan zo veel mogelijk mensen te behagen door het braaf te houden."

Op het einde van vier jaar in ascese en afzondering

schrijven is de relatie met je toenmalige vriendin

stukgelopen. Had je toen het gevoel dat je moest kiezen tussen het leven en de kunst?

"Ik denk wel dat die relatie heeft geleden onder het schrijven. Zeker weet je zoiets nooit, misschien zou het sowieso zijn doodgebloed, en er was het feit dat zij een kind wilde en ik echt niet, dat is natuurlijk ook een flinke factor. Maar het had er minstens iets mee te maken.

"Ik was verdord, op het eind, alleen nog maar bezig met het boek. Ik kon gewoon aan niks anders meer denken. Ik had de dingen zo georganiseerd dat niemand mij nog stoorde: ik had geen werk, geen collega's, vrienden durfden niet te informeren naar de roman, omdat het allemaal al zo lang aansleepte. Ik ging zelf nergens meer naartoe, en er mocht bijna niemand nog bij mij langskomen. Als mijn schoonouders een bezoekje brachten, mochten ze een uur blijven. Dan ging ik bij hen zitten, en na precies zestig minuten stond ik op, en zei ik: 'Gezellig dat jullie er waren', en dan begrepen ze het signaal, en ze vertrokken weer.

"Zelfs de dood van mijn opa - iemand die me nauw aan het hart lag, ook omdat het toch de enige genetisch verwante man in mijn leven was - ging min of meer aan mij voorbij. Ik kwam te laat op zijn begrafenis, vertrok te vroeg, ik voelde geen enkele emotie. Dat vind ik nu ontzettend jammer."

Denk je dat het inherent is aan jouw schrijven, dat je zoiets met je tweede boek opnieuw zou kunnen meemaken?

"Het móét gewoon anders. Ik wil mijn relatie niet op het spel zetten. Ik geloof ook dat dat kan. Volgens mij hoef je niet te kiezen tussen het leven en de kunst. Vorige keer was het zo gevaarlijk om te mislukken: ik had mijn job opgegeven, ik verdiende geen geld, het móést een goed boek worden. Nu zijn de omstandigheden veel comfortabeler en aangenamer, dus hoop ik dit keer dezelfde kwaliteit te halen met wat minder absurd gedrag. Dat zal lukken, denk ik, hoop ik."

Jij bent een van die uitzonderingen die rijk is geworden van het schrijven.

"Op een gegeven moment verdiende ik per week het bedrag waar ik vier jaar lang van had geleefd, en dat ging maandenlang zo door. Ik geef toe: dat voelde lekker. (lacht) Maar tegelijk, nu ik dat heb, verandert er niet zo gek veel."

Je hebt je vrijheid gekocht, dat lijkt me niet niks.

"Het is prettig dat geld geen zorg is, dat klopt. Maar eigenlijk was ik vrijer in die vier jaar waarin ik in gore armoe heb geschreven. Nu moet ik zo veel dingen doen die in wezen niks met schrijven te maken hebben. Ik treed op, geef interviews, overmorgen vertrek ik bijvoorbeeld naar Duitsland om daar het net vertaalde boek te promoten. Ik kan tegen zulke dingen niet zomaar nee zeggen, want dat is niet vriendelijk en niet slim.

"Ik vind het overigens niet vervelend om te doen, ik heb tot mijn verbazing ontdekt dat ik een zekere mate van openbaarheid echt wel leuk vind. Maar natuurlijk hindert zoiets het schrijven, dat wel."

Je betaalt een prijs voor je roem.

"Bwa, een prijsje. (lacht) Het heeft natuurlijk ook allerlei voordelen waar ik en passant erg van kan genieten. Maar vrijheid is een overschat goed. Als er niemand iets van je wil, omdat je niet naar kantoor moet, geen kinderen hebt en niks om het geld hoeft te doen, dan is de kans gevaarlijk groot dat je wegzakt in een soort lekkere zelfvoldane luiheid. Want luiheid en vrijheid liggen dicht bij elkaar. Geef mij de totale ruimte en het is afgelopen met mij. Er moet dwang zijn. Ik hou van druk, anders gebeurt er niks.

"In die zin is het goed dat ik kan verspelen wat ik heb, en dat de verwachtingen van critici en lezers torenhoog zijn, dat stimuleert alleen maar."

Heb je die druk alleen nodig in het schrijven, of ook in het leven?

"Ook in het leven, ja, ik ben ontzettend lui van nature."

Eigenlijk klink je zo helemaal niet.

"Misschien niet. (denkt na) Je maakt van je eigen leven ook een verhaal, natuurlijk, en dan klinkt het leuk om te zeggen: ik ben lui. Maar misschien ben ik dat stiekem eigenlijk niet, nee. In mijn fascinatie voor klassieke muziek ben ik bijvoorbeeld erg gedreven. Misschien is het juister om te zeggen: ik ben selectief lui. Als ik mijn administratie moet doen, bijvoorbeeld, dat háát ik."

Wat is het belangrijkste wat je in die goeie veertig jaar over het leven hebt geleerd?

"Dat schoonheid alles is. Ik moet kunnen bewonderen, anders vind ik er hier geen reet aan. Ik zou het iedereen aanbevelen: ga op zoek naar wat je aangrijpt, bezighoudt, overdondert, dat heeft namelijk meer effect dan psychotherapie en aanverwanten. Het is zo veel boeiender om na te gaan waarom Messi zo goed kan voetballen, of waarom de stem van Elvis iets teweegbrengt wat weinig anderen kunnen, dan om na te denken over wat men vindt van mij of waarom mijn moeder niet aardig was toen, die keer. Allemaal onbelangrijke shit, vind ik."

En dat is geen vlucht?

"Nee, dat is een keuze. Ik vind het veel interessanter om Boon te lezen dan om me af te vragen waarom mijn vader is weggegaan."

Misschien omdat die vraag te pijnlijk is?

"Toch niet. Boon is mooier, opwekkender en relevanter. Mijn vader is een particulier geval, dat wint het nooit tegen wat universeel is."

Doe je nog aan dromen, of vind je dat ook flauwekul?

"Een beetje dromen mag wel, maar niet te veel. (lacht) Ik zou graag zeker willen weten dat ik de tijd krijg om te doen wat ik wil doen. Ik hoop gezond oud te kunnen worden, omdat er nog veel boeken in de kop zitten die eruit moeten. Geef me nog vijftig jaar, en er komt nog van alles. Let maar eens op."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234