Vrijdag 03/04/2020

'Geef jeugd meer kansen op hoogste niveau'

België is kampioen in het exporteren van minderjarige voetballers. Nefast voor de ontwikkeling van onze talenten én voor onze clubs. De nieuwe Commissie voor Jeugdtransfers moet dan wel voorkomen dat de Belgische clubs talenten van elkaar afsnoepen, maar zal die maatregel niet nog meer talent naar het buitenland duwen?

In 2016 verhuisden 38 Belgische voetballende jongens, elk jonger dan 18 jaar, naar het buitenland. Ons land is daarmee torenhoog aanvoerder in de hitlijst van de jeugdexport. Ter vergelijking: nummer twee Zweden verloor er 23. Nederland, het walhalla van jong talent, telde er 13. De cijfers voor 2017 zijn nog niet beschikbaar, maar er zijn weinig redenen om aan te nemen dat België zijn weinig benijdbare koppositie uit handen zal moeten geven.

Enerzijds is het een teken van erkenning van de kwaliteit van de opleidingen binnen ons land. Maar de cijfers zijn vooral problematisch, in eerste instantie voor de jonge spelers zelf. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat een 'prematuur' vertrek naar het buitenland nadelig is voor de ontwikkeling van een talent. De reden is simpel: steeds meer clubs behandelen jeugdtalenten als goedkope beleggingen. De instapkosten zijn relatief laag, de mogelijke winst is torenhoog. En als het 'product' te weinig rendement oplevert, kun je het zonder te gekke kosten probleemloos dumpen. De jonge spelers zelf, en vooral hun entourage, zwichten op hun beurt vaak voor de geldsommen die geen enkele Belgische club kan of wil bieden.

"Al kun je het die jonge gasten en familie vaak niet eens kwalijk nemen dat ze erop ingaan", zegt Jo Van Biesbroeck, operationeel manager van Anderlecht. "Als je het driedubbele kunt verdienen bij een grotere club, is het ergens begrijpelijk dat ze toehappen. Maar voor een voetbalclub is het frustrerend. Er zit niets anders op dan stevig te investeren in jonge talenten."

Vooral naar Nederland en Frankrijk

Logisch dat de voetbalbond en de Pro League een kruistocht zijn begonnen tegen de exodus van onze grootste talenten. Chris Van Puyvelde, technisch directeur van de KBVB, klinkt strijdvaardig. "We moeten de jongens die naar Engeland gaan aantonen hoe klein hun slaagpercentage daar is. Want zeg nu eens eerlijk: welke Belgische jeugdspeler is in Engeland doorgebroken? Geen enkele. Als Charly Musonda Junior (bankzitter bij Chelsea, NVK) hier was gebleven, stond hij veel verder in zijn ontwikkeling. Neem Thibaut Verlinden: hoeveel heeft hij al gespeeld bij Stoke City? Roberto Martínez zegt me altijd: 'Voor een Engelse club is 3 miljoen euro voor een talentvolle jeugdspeler kleingeld.' Ze geven dat bijna blind uit, met de gedachte 'we zien wel wat het wordt'. Is dat het beste klimaat voor een jonge voetballer om zich te ontplooien? Ik denk het niet."

De steenrijke Engelse ploegen die onze beste talenten wegplukken, vormen effectief een probleem. Maar het Belgische voetbal doet er goed aan zich niet blind te staren op de UK. Enerzijds omdat de brexit binnenkort weleens de poorten voor minderjarigen grotendeels kan sluiten richting het Verenigd Koninkrijk. Anderzijds omdat het heus niet alleen de Engelsen zijn die talent losweken. Talenten die vanuit ons land hun kans in het VK wagen, maken slechts een klein deel uit van het geheel (6). Frankrijk (10) is bijvoorbeeld een populairdere bestemming. En de wereldwijd meest voorkomende transferbeweging van minderjarige voetballers is van België naar Nederland (18). Wat loopt er mis?

Peter Smeets, die jonge spelers over heel Europa begeleidt, legt uit. "Ik stel vast dat de Belgische opleidingen een tiental jaar geleden sterk waren tegenover de rest van Europa. Onze clubs leveren nu nog altijd goed werk, maar ondertussen zet iedereen in op de jeugd. Ik was vroeger de eerste die zo'n jonge gast aanmaande om toch maar te blijven. Nu twijfel ik iets vaker. Kijk naar een club als Lille, die ook inzet op de combinatie van een kwaliteitsvol schoolproject en een hoogstaande jeugdwerking. Als zij komen aankloppen, weet ik niet of het altijd beter is om in België te blijven."

Talenten die ons land verlaten, zien te weinig perspectieven om door te breken. Bij de zestien eersteklassers spelen eigen jeugdproducten gemiddeld 6,6 procent van het totale aantal speelminuten, het Europese gemiddelde is 16 procent. Daarmee staat België op een bedenkelijke 25ste plaats (op 31 landen) op de ranking. En 62,2 procent van de speelminuten in onze eerste klasse gaat naar buitenlanders. Enkel Cyprus en Turkije doen slechter. Niet bepaald een bemoedigend klimaat voor een jonge voetballer uit de eigen jeugd.

Minister van Sport Philippe Muyters (N-VA) betreurt die evolutie. "Wetgevend heb ik daarover niets te zeggen, maar als minister van Sport ben ik wel betrokken partij. We willen een betere doorstroming. Onze jeugd moet meer kansen krijgen op het hoogste niveau."

Beloften in amateurreeksen

Evident is dat niet, zegt Michel Louwagie, manager van AA Gent. Zijn club is koploper op vlak van speelminuten voor buitenlanders. "We doen al enkele jaren serieuze inspanningen om eigen jeugd klaar te stomen. Alleen stellen we vast dat er finaal te weinig kwaliteitsvolle Belgen zijn. En als je ze hebt, worden ze weggeplukt. Dus ik stel me vragen als de politiek zegt dat we met 'zo veel mogelijk Belgen' moeten spelen. Wie moet ik dan opstellen? Ik zie er geen tien rondlopen die én het door ons gewenste niveau halen én haalbaar zijn.

"We staren ons blind op de gouden generatie van de Rode Duivels. Die wekt de indruk dat het plots bijzonder gemakkelijk is om jonge spelers op te leiden tot toppers. We zullen eens zien of de magere Europese resultaten van onze clubs dit jaar echt een accident de parcours waren. Ik link dat aan een gebrek aan kwaliteitsvolle Belgen, wat haaks staat tegenover de druk die we voelen om toch maar Belgen op te stellen. (fijntjes) In Nederland spelen er veel minder buitenlanders in de competitie, maar je ziet wat er gebeurt. Plaats twaalf op de UEFA-ranking, volgend seizoen geen rechtstreeks ticket voor de Champions League. Is dát waar we naartoe willen?"

De bond en de Pro League oordelen evenwel dat een doorgedreven jeugdbeleid de beste garantie biedt om zowel op clubniveau als met het nationale elftal op lange termijn competitief te blijven. In functie daarvan werden vorige maand twee ingrijpende maatregelen doorgedrukt. De eerste is de nakende integratie van de belofte-elftallen van de profclubs in de amateurreeksen. Vanaf het seizoen 2019-2020 zouden de U21 van Club Brugge of KV Mechelen tegen volwassen mannen van Lommel of Aalst spelen.

Bart Verhaeghe, ondervoorzitter van de voetbalbond en voorzitter van Club Brugge, is een vurige voorstander. "Je ziet in de huidige beloftecompetitie dat zo'n jonge speler zich één seizoen kan opladen, maar dat dat het jaar erna moeilijker ligt. Als je die tieners alleen tegen elkaar laat voetballen, maken ze te weinig vooruitgang. Er is meer nodig. Voetballen tegen volwassen mannen die strijden voor hun wedstrijdpremie, leren winnen. Op die manier heb je meer kans om toppers te kweken."

Volgens Van Puyvelde is de integratie van de beloften in de amateurklassen ook een zwaar argument om jongeren die een vroege stap naar het buitenland overwegen toch binnen de landsgrenzen te houden. "Divock Origi vertelde me over zijn overstap van Genk naar Lille. De reden daarachter was dat hij zich daar in de CFA, de Franse vierde klasse, kon meten met volwassen mannen die voor de centen speelden. Terwijl we in België te veel bezig zijn geweest met opleiden, te weinig met winnen."

Op de concrete uitwerking van het plan is het nog even wachten. "De eerste stap hebben we twee jaar geleden gezet, door de invoering van een streng licentiesysteem dat de kwaliteit van de jeugdopleidingen beoordeelt", zegt Van Puyvelde. "Het is nu al duidelijk dat veel clubs daardoor veel sterker investeren in hun academies. Het doel is om tot een licentie te komen met drie niveaus. De clubs met de beste scores zullen hun belofteploegen in een hogere amateurafdeling kunnen inschrijven. Op die manier stimuleer je ze om te blijven inzetten op de jeugdwerking."

Vreemde spreidstand

De tweede drastische reglementswijziging die de Pro League doordrukte: talenten jonger dan 17 jaar zullen niet langer zomaar van profclub naar profclub kunnen fladderen. Een Commissie voor Jeugdtransfers moet daarop toezien. Wie zondigt en zonder toestemming een speler van een concurrent aantrekt, moet tien keer de normale opleidingsvergoeding betalen.

"Fantastische maatregel", zegt Louwagie van AA Gent. "Een serieuze stimulans om nog meer te investeren in de eigen jeugd." Verhaeghe stemt in: "Er werden te vaak kinderen weggerukt uit hun vertrouwde omgeving om ze honderd kilometer verder op internaat te zetten en daar te laten voetballen. Zinloos."

Weinig beleidsbepalers twijfelen aan de goede bedoelingen van die nieuwe regel liggen. Maar Patrick Janssens, algemeen manager van Racing Genk, wijst wel op de vreemde spreidstand die de regel kan opleveren. Enerzijds willen de Belgische profclubs er alles aan doen om hun talenten in België te houden, anderzijds maken ze zichzelf een pak minder concurrentieel tegenover buitenlandse clubs door de extreem hoge opleidingsvergoedingen.

"Het ziet er absoluut een waardevol initiatief uit, maar het zal neveneffecten met zich meebrengen", besluit ook spelersbegeleider Smeets. "Er zal minder ruzie zijn tussen de Belgische clubs, dat is absoluut een goede zaak. Maar de grote talenten ben je op deze manier zeker kwijt. Als deze regel in 2010 was ingevoerd, zou Dennis Praet niet van Genk naar Anderlecht maar naar Arsenal gegaan zijn. En PSV kan nu de Belgische talenten komen halen die anders naar Genk zouden gaan. Slechts 30 kilometer verder, maar ze betalen slechts een tiende van de prijs."

De Pro League weet waarover te vergaderen de komende maanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234