Maandag 30/03/2020

Geef de klas terug aan de leraar Laes e.a.

De Morgen.be
Meer opinie op onze website
Reageren? lezers@demorgen.be

Bij het begin van het nieuwe schooljaar worden leraren overstelpt met wensen en goedbedoelde raad. De motieven hiervoor zijn ongetwijfeld nobel. Gaat onderwijskwaliteit niet de hele samenleving aan? Het woord kwaliteit wordt echter zo vaak in de mond genomen dat het een afgesleten en zinledig begrip dreigt te worden. Iedereen wil kwijt wat kwaliteitsvol onderwijs is, maar de mening van de leraren hieromtrent lijkt er weinig toe te doen. Als academici uit diverse disciplines pleiten wij voor een onderwijs dat de klas teruggeeft aan de leraren, voor een beleid dat vertrouwen in leerkrachten centraal stelt en hen bij uitstek als experts door de praktijk aanziet.

Het is bezorgdheid die ons naar de pen doet grijpen. Te vaak horen we van getalenteerde studenten hoe ze als leraar door de 'papieren tijger' vleugellam worden gemaakt. Sommigen hangen dan ook al na enkele jaren gedesillusioneerd de lier aan de wilgen. Bij vele onderwijsmensen leeft daarenboven een vrees om 'andere' meningen te verkondigen. Maar toch vinden afwijkende opinies van leerkrachten steeds vaker hun weg naar de krant, en de goed onderbouwde bevlogenheid van kritische durvers kan de weg wijzen naar iets nieuws.

Heilige koeien

1. Al sinds jaar en dag stoelen beleidsmakers hun onderwijsplannen op enkele hardnekkige premissen. Ten eerste is er het 'vaardigheidsideaal': kunnen is belangrijker dan kennen. En: leert niet iedereen beter door zelf te ontdekken, zelf te doen?

Het zijn uitgangspunten waarmee niemand moeite kan hebben. Wie een taal leert, kan die bij voorkeur gebruiken in een brede waaier van situaties: in conversatie, lezend, schrijvend en luisterend. Maar ondanks de nagenoeg exclusieve focus op vaardigheden blijkt het bergaf te gaan met de competenties van laatstejaarsleerlingen Frans. In de lessen geschiedenis worden jonge leerlingen vanaf de eerste graad overspoeld met onderzoeksopdrachten en historische vaardigheden, nog voor ze een degelijk tijdkader en vertrouwdheid met historische verhalen ontwikkelen. Ook wiskundelessen worden allang gedomineerd door pogingen om te laten zien "dat wiskunde werkt". Maar tegelijkertijd zijn de klaagzangen over de achteruitgang van het wiskundeonderwijs legio.

Is het dan niet tijd voor een nieuw geluid? Dienen vakken in het aso niet op een meer diverse wijze te worden ingevuld, door bijvoorbeeld competenties voortaan te paren aan zin voor theoretische verdieping? Een kennismaking met taalstructuren zal vele leerlingen vaste grond onder de voeten bieden. En als academisch geschoolde experts zijn leraren wiskunde beslist vragende partij om het nut van de abstractie binnen hun discipline op een jonger publiek over te dragen.

2. Een tweede premisse is het primaat van de leefwereld van de leerling: alsof leerlingen zouden afhaken zodra er thema's aan bod komen waarmee zij nog niet vertrouwd zijn. Ook hier trekken we resoluut de kaart van de diversiteit. Want voor vele leerlingen is het net een bevrijding om even los te komen uit de alledaagsheid van de eigen leefwereld, of - positiever verwoord - om de eigen leefwereld net aanzienlijk te verruimen. Vele leraren staan te popelen om leerlingen kennis te laten maken met andersoortige biotopen, waarin ze zelf tijdens hun academische loopbaan helemaal werden ondergedompeld. In recente opiniestukken hebben leraren Nederlands en esthetica warme pleidooien gehouden voor de vonk en de stimulans die een gedegen kennismaking met kunst en literatuur kan overbrengen. Leraren dienen het vertrouwen te krijgen om dit op hun eigen manier aan te pakken: hierdoor zullen leerlingen inzien en appreciëren dat elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

3. De onderwijshervorming voor het secundair onderwijs, met een brede eerste graad, uitgestelde keuzes en heterogene klassen, is een andere heilige koe in het debat. Opnieuw zijn de uitgangspunten heel begrijpelijk. Niemand zal ontkennen dat jonge leerlingen best met een waaier van mogelijkheden kennismaken. Dat sociale factoren niet doorslaggevend mogen zijn bij het maken van een studiekeuze. Maar haast iedereen met praktijkervaring zal erkennen dat de veel geroemde binnenklasdifferentiatie ook haar grenzen heeft. Dat het eenvoudigweg onmogelijk is om in zulke klassen alle leerlingen optimaal aan hun trekken te laten komen. Alvast een deel van de onderwijspsychologen is ervan overtuigd dat bontere klassen geen slimmere klassen zijn. Hun bevindingen steunen op diepgaand onderzoek van de menselijke cognitieve vaardigheden, maar ideologisch geïnspireerde onderwijsdenkers gaan daaraan voorbij. In dit debat wordt overigens te pas en vooral te onpas het Finse voorbeeld aangehaald, waar ook een uitgestelde onderwijskeuze bestaat. Ondertussen gaat Finland in recente internationale onderwijsvergelijkingen sterk achteruit. Opnieuw ontbreekt een dergelijk genuanceerd debat in vele onderwijsmiddens.

Ronkende slogan

Dat het vandaag niet vanzelfsprekend is om de nadruk te kunnen leggen op inhoud en diepgang, blijkt uit enkele recente beleidsbeslissingen. 'Mijn school is ok' is de ronkende slogan waarmee de Vlaamse overheid en de verschillende koepels het nieuwe referentiekader voor Onderwijskwaliteit in de kijker plaatsen. Vanaf 1 januari 2018 staat Onderwijsinspectie 2.0 klaar om met een nieuwe bril de Vlaamse scholen door te lichten.

De benadering is - met ellenlange oplijstingen van uitdagende en haalbare doelen, effectenmetingen, brede evaluatievormen en dies meer - zo formalistisch en vervreemdend dat menig leraar en directielid zich hierbij wellicht oncomfortabel voelt. Want nu de inspecteurs zich voortaan vooral zullen inlaten met het meten van kwaliteitsontwikkeling, resultaten- en effectenmeting, wat zal nog de plaats zijn van het vakkenonderzoek en de inhoudelijke leerwinst? Hoe 'bewijs' je kwaliteit van je school?

Ondanks expliciete ontkenning van verschillende instanties blijft papieren verantwoording een reëel probleem. In hoeverre zeggen dergelijke 'metingen' en 'big data' iets over hoe het er op de dagelijkse werkvloer aan toe gaat? Over de dagelijkse inzet van leraren, ondersteunend personeel en directies die weten dat deze hooggestemde idealen bij voorkeur niet in schema's zijn te vatten? Over de dromen van wie verder inhoudelijk wil denken over wat er in het onderwijs echt toe doet?

Het is hoopgevend dat steeds meer leraren en directeurs in de pen kruipen en met goed onderbouwd enthousiasme een lans breken voor het belang van diepgang en bevrijding uit het keurslijf van de papiermolen. Meer dan ooit bewijzen deze stukken door bevlogen en 'vrije' leraren het belang van kritisch denken in discussies die gaan over de essentie van onderwijskwaliteit. Wij kunnen enkel hopen dat zij in aantal zullen groeien, zodat er snel een nieuwe wind kan waaien en de papieren tijger weleens tandeloos zou kunnen blijken. Ze staan in deze strijd in elk geval niet alleen.

Christian Laes (historicus UAntwerpen), Herman De Dijn (filosoof KU Leuven), Ann Dooms (wiskundige VUB), Wouter Duyck (psycholoog UGent), Rik Torfs (kerkjurist KU Leuven), Wim Van den Broeck (psycholoog VUB), Toon Van Hal (taalkundige KU Leuven), Stijn Van Hamme (Assistent Frans UGent), Guy Vanheeswijck (filosoof UAntwerpen)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234