Dinsdag 28/06/2022

Gedreven door woede

Hij is dichter, journalist, tv-maker, kunstschilder, componist en muzikant: Hans Verhagen. Zijn gedichten en schilderijen zijn de laatste jaren 'hot' in Nederland. Portret van een man wiens leven misschien wel het werk is, of andersom.

Hans Verhagen

Eeuwige vlam. De verzamelde gedichten

Nijgh & Van Ditmar, 30 euro.

Schrijversprentenboek nr. 84

Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in

Nijgh & Van Ditmar, 18,50 euro.

Een ruim appartement dat tegelijkertijd dienstdoet als atelier. Een weids uitzicht op het Amsterdamse Centraal Station en een plein vol toeristen en een wirwar van allochtone en autochtone pendelaars. Hiernaast staat de Sint-Nicolaaskerk en vijftig meter verderop het hotel waar jazzmuzikant Chet Baker onder mysterieuze omstandigheden uit een raam op de derde verdieping viel. Een gedenkteken memoreert Bakers dood op die plek. Hans Verhagen woont en werkt in dit appartement. Dat hij daarvoor zo'n drukke plek heeft opgezocht lijkt me geen toeval. In zijn werk heeft hij altijd impulsen van buitenaf opgezogen om die tot iets nieuws om te vormen. Verhagen, nu vierenzestig, kijkt graag uit op de wereld, maar maakt er wel en niet deel van uit. In een van zijn bekendste gedichten schreef hij: 'Ik ben de vertolker van het leven, / maar zelf leven doe ik liever niet'. Misschien is het leven wel het werk, of andersom.

Het appartement is volgestouwd. Met zijn schilderijen (soms hangend aan de muur, soms in rijen achter elkaar), boeken, stapels foto's, computers, twee televisietoestellen, een piano, geluidsapparatuur, waaronder een synthesizer. Het geeft een beeld van de verschillende disciplines die hij beoefent of in het verleden beoefend heeft.

Verhagen ijsbeert door zijn atelierwoning en wijst me op een biografie van Adolf Hitler, die bovenaan op een stapel van zijn eigen dichtbundels ligt. Waarom die fascinatie voor Hitler en voor Mussolini, over wie hij vijfentwintig jaar geleden voor de VPRO-televisie een documentaire maakte?

Verhagen: "Hitler en in mindere mate Mussolini hebben de loop van mijn leven mede bepaald, dus het is op zijn minst begrijpelijk dat ik probeer te achterhalen hoe hun psyche gewerkt heeft. Mijn kunstbroeder Armando heeft diezelfde neiging. Je kunt niet pretenderen dat de bruutheid alleen bij anderen bestaat. Het kwaad zit ook in jezelf, en dat moet je opzoeken en confronteren als je op een redelijke manier tegenover jezelf wilt staan." Daarom mat hij zich in zijn documentaires voor de VPRO vaak geen morele houding aan tegenover 'andersdenkenden'. Dat leverde steeds bekentenissen op die hij met politieke correctheid niet boven had kunnen krijgen.

Enige tijd geleden werd in het Letterkundig Museum in Den Haag een tentoonstelling over Verhagens leven en werk gehouden. De zaal zat stampvol. Zijn werk, zowel zijn gedichten als zijn schilderijen, is de laatste jaren 'hot' en wordt aangeprezen door columnisten zoals Martin Bril en Jan Mulder. Vooral de laatste is een bewonderaar van Verhagens werk. In zijn bijdrage in het naar aanleiding van deze tentoonstelling verschenen Schrijversprentenboek, Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in, heeft Mulder het over de typische Verhagen-gril "die van niets iets maakt". Het is een gril die voortkomt uit Verhagens bloedhekel aan vrijblijvendheid. Hij gaat liever te ver dan aan die vrijblijvendheid toe te geven. Zo kan hij in een voor de rest nogal plechtstatig gedicht over de dood ineens de toon loslaten door in de laatste regel toe te voegen dat de dode "de stad vol lekkere wijven" zal missen.

Jan Mulder citeert in zijn bijdrage uit een gesprek dat hij met Verhagen had: "Je moet om te beginnen al de normen en regels loslaten die door de kerk en de staat zijn opgesteld om het volk te hanteren en die nu doorgaan voor de natuurlijk en onverbrekelijk aan het mensdom verbonden beschikkingen van wat wel en wat niet kan." Een volzin. Maar dan volgt de gril: "Wel duizend keer is me vroeger voorgedaan hoe ik de veters van mijn schoenen moest strikken. Maar opdrachten, daar kan ik niet tegen. Nadoen, ook zoiets. Ik kon het niet. Ondertussen had ik wel een eigen strik, natuurlijk. Heb je die weleens gezien, de HV-strik? Als ik een veter strik, staan ze met open mond - wat ben jij nu in godsnaam aan het doen? Maar de uitkomst van de strik is door geen dinosaurus los te peuteren, alleen door mij. Ontstaan uit een kruising van noodzaak en onhandigheid."

Ook in zijn dagelijkse leven heeft Verhagen die geheel eigen gedragscode toegepast. Zo was er een tijd, zegt hij, "nu vijftien jaar geleden, dat ik 's nachts naar het Oosterpark hier in Amsterdam ging om afvalbakken en beelden met goud te bespuiten. Ik ben daarmee gestopt toen mannen van de gemeentelijke dienst 's nachts op de loer gingen liggen om me te betrappen". In dezelfde periode verfde hij zijn haar oranje en liep met gelakte nagels en opvallende lippenstift door de stad. "Dat doe ik niet meer. Maar ik vond destijds dat er meer kleur in mijn leven moest komen." Die kleur kwam er ook op een andere manier, want op een dag in 1983 besloot Verhagen zonder enige vooropleiding te gaan schilderen. Toch blijft dit een vreemde uitspraak voor iemand die in de ogen van de gemiddelde burger een hoogst kleurrijk leven leidt.

Het Schrijversprentenboek somt dat kleurrijke leven op: dichter, journalist, tv-maker, kunstschilder, componist en muzikant - iemand die verre reizen mocht maken op kosten van een krant of een televisieomroep. Toch had zijn behoefte aan meer kleur te maken met een periode in zijn leven dat hij het licht niet meer zag. Zijn vrouw en muze deed ettelijke pogingen om zelfmoord te plegen (de tiende slaagde), en hij leed een jaar of twaalf aan diverse verslavingen. Maar die periode is sinds 1983 voorbij.

Niet dat ik met al deze onthullingen inbreuk maak op zijn privacy. Verhagen is er zelf heel open over en beseft dat hij als Bekende Nederlander een openbaar leven leidt. Bovendien ziet hij die gebeurtenissen allemaal als elementen die zijn werk gemaakt hebben tot wat het is.

Onlangs zijn Verhagens verzamelde gedichten verschenen in een dundrukuitgave van ruim 500 bladzijden, onder de titel Eeuwige vlam, twee woorden die niet geheel toevallig ook al in zijn allereerst gepubliceerde gedicht voorkwamen. Het boek bevat de acht dichtbundels die hij tot nu toe uitgaf en twee recente cycli, Citadel en Uit het Halogeen, beide geschreven in 2002.

Als je vandaag met Verhagen over die uitgave praat, dan associeert hij er even vrijelijk op los als in zijn gedichten en schilderijen. Hans Sleutelaar, "ondanks meningsverschillen een eeuwige vriend gebleven en gebleken" (zegt Verhagen nu), schrijft in zijn biografie in het Schrijversprentenboek het volgende: "Nooit heb ik een dichterlijker mens ontmoet dan Hans Verhagen. Hij is er en hij is er niet. Hij is nog niet uitgesproken of zijn gedachten zijn alweer ergens anders. Hij is onafgebroken aan velerlei opwellingen ten prooi. Hij schijnt voortdurend in een staat van creatieve opwinding te verkeren. Hij is in aanleg een manisch persoon. Gewoon doen kan hij niet."

Toch was gewoon doen het credo uit Verhagens beginjaren. Sleutelaar beschrijft in zijn biografische schets hoe hij Hans Verhagen in 1960 ontmoette in een journalistencafé in Rotterdam. Hans was toen beginnend verslaggever voor het plaatselijke Algemeen Dagblad en had daar een eigen 'jongerenpagina'. Hij was een van de eerste schrijvers-journalisten die de jeugdcultuur belangrijk vond voor zijn eigen werk. Later, in 1968, zou hij voor de VPRO-televisie het baanbrekende programma Hoepla maken, samen met onder meer Wim T. Schippers. Hoepla was niet alleen baanbrekend omdat het het eerste tv-programma was dat aandacht besteedde aan de subcultuur die zich toen overal manifesteerde, maar ook omdat het qua vorm een heel nieuw tijdperk in de televisiewereld inluidde: 'harde cuts' in de reportages, brutale interviews, enzovoort.

Maar terug naar Hans Sleutelaar. Het was hem in 1960 al bekend dat Verhagen gedichten schreef. Hij en Armando en de Rotterdamse dichter Cor Vaandrager wilden een sobere poëzie als reactie op de exuberante Vijftigers, en ze verzamelden een groep dichters om zich heen, eerst in Gard Sivik en daarna in De Nieuwe Stijl. Hans Verhagen werd hun sterdichter, misschien wel tegen wil en dank. Niettemin maakte hij een droomstart. Zijn poëziedebuut Rozen & motoren (1963) werd overal enthousiast onthaald. Toch zit in de titel al de dualiteit besloten die zijn latere gedichten zou kenmerken en die hem zich al na twee bundels van zijn kompanen van De Nieuwe Stijl zou doen afwenden. De rozen staan voor de romantiek, de motoren voor de precisie en de soberheid. De motoren zouden in zijn latere werk geleidelijk aan verdwijnen, al ging de precisie van het taalgebruik niet verloren.

Ik vraag Verhagen of hijzelf vond dat hij in die tijd in de groep van Sleutelaar en co. paste. Hij zegt dat het een geleidelijk proces was: "Mijn eerste gedichten waren nog wel beïnvloed door de Vijftigers, met name Lucebert. Maar in de loop der jaren kreeg ik steeds meer de behoefte om te versoberen. Misschien dat mijn verblijf in Rotterdam daar wel debet aan was. Heel langzaam kreeg ik de neiging details uit te vergroten, een methode die ik later ook in mijn tv-documentaires toepaste. Geleidelijk begon ik citaten en readymades in mijn gedichten te verwerken. Dat begon met een cyclus die Anatomie van een Noorman heette. Die begon met mijn eigen geboorte en werkte via een groeiproces toe naar de geboorte van mijn zoon, Norman. Opeens kreeg ik de inval om de tekst van Normans geboortekaartje als laatste gedicht te gebruiken. Van toen af heb ik veel teksten geïsoleerd en geciteerd, bijvoorbeeld in de in die tijd als spectaculair beschouwde cycli Euthanasie (toen nog een begrip dat in de kinderschoenen stond) en Genocide. Men vond ze spectaculairder dan de gedichten van mijn bentgenoten, misschien omdat ze de tijdgeest weergaven en tegelijk toch al verder reikten."

In 1968 volgde zijn tweede bundel, Sterren cirkels bellen. Ik vind dat nog altijd een even fabuleuze als mysterieuze titel. Daarin drijft Verhagen de kunst van het isoleren en citeren tot het uiterste. Bijvoorbeeld in een redelijk choquerende cyclus over kanker:

Een pijnloze knobbel

kan onheilspellender zijn

dan een pijnlijke.

Dat was de complete tekst van het eerste gedicht van de cyclus.

Toch luidde Sterren cirkels bellen een periode van grote veranderingen in. De periode van 1968 tot en met 1972 is er een van ongelooflijke diversiteit. Een maand of twee na de publicatie van deze tweede bundel begon hij met Hoepla. Daarna kwam hij korte tijd in de ban van het christendom, mede door een aantal reizen naar India en Japan (reizen die overigens gefinancierd werden doordat hij goudstaven naar die landen smokkelde - "nooit gesnapt, gelukkig"). Die spirituele inspiratie leidde tot een totale breuk met zijn voorgaande dichtwerk, en tot het door de critici als 'neoromantisch' omschreven Duizenden zonsondergangen (1971). Kort daarna ging hij harde reportages en interviews maken voor Het gat van Nederland, een driewekelijkse serie van de VPRO. Hij toonde zich een kameleon die toch altijd terugviel op zijn eigen Verhagen-gril.

Verhagen: "Op een gegeven moment groeide mijn poëzie weg van De Nieuwe Stijl. Ik besefte dat ik niet tegen consequente houdingen kon, en Sleutelaar en Vaandrager konden uren over hun theorieën praten. Op het laatst zweeg ik alleen maar op redactievergaderingen, en groeide ik verder naar een poëzie die in de kiem al in mijn allereerste gedichten besloten lag. Zeg maar de 'rozen'-kant uit mijn debuut."

Uw reizen hebben daar veel toe bijgedragen?

"Ja, vooral mijn reizen naar India. Die hebben de sleutelcyclus Sterren boven Bombay opgeleverd. Ik werd daar geconfronteerd met mezelf, maar ook met de miserie van de armoede daar, het kastensysteem, enzovoort. Ik heb daar even een visioen van Jezus gehad, maar achteraf interpreteer ik dat als een hernieuwd vertrouwen in mezelf. Mijn vrouw Conny en ik waren uit elkaar, ze deed zelfmoordpogingen en ik werd mede daardoor op mezelf teruggeworpen. Ik was Conny wel kwijt, maar ze liet me niet los."

Toch heb ik het idee dat de ik en de jij in veel van uw gedichten vanaf die bundel veralgemeend zijn. De ik kan Hans Verhagen zijn, maar ook gewoon een observator. De jij kan Conny zijn of Jezus of een anonieme lezer. Zie ik dat juist?

"Ja, ik heb altijd de neiging gehad om niet geheel vanuit mijn eigen situatie te schrijven maar verschillende werkelijkheden over elkaar heen te laten schuiven. Dat neemt niet weg dat ik soms wel eens bang word voor wat ik opschrijf. Mijn poëzie is weleens een voorspelbare kracht toegedicht. In 1971 schreef ik de cyclus Begoocheling, waarin ik de dood van Conny voorzag. Ook in een gedicht voor mijn goede vriend wijlen Johnny van Doorn voorspelde ik zijn dood. Maar er zijn natuurlijk ook legio momenten waarop je iets schrijft dat niet uitkomt, dus ach."

Die profetieën worden altijd met ironie gebracht. "Verhagen doorspekt zijn profetieën met een erg leuke vorm van valsheid", schreef Ilja Leonard Pfeiffer. Zelf zegt Verhagen dat de zelfmoordpogingen van zijn vrouw ook komische kanten hadden: "Soms sprong ze van een heel hoog dak en liep dan drie dagen mank."

Pas twaalf jaar na Duizenden zonsondergangen publiceerde Verhagen zijn vierde dichtbundel, Kouwe voeten. Hij had het gevoel dat hij een aantal dingen overleefd had: zijn verslaving aan heroïne, zijn verslaving aan tv-documentaires en zelfs een desastreuze serie talkshows, weer voor de VPRO. In datzelfde jaar, 1983, begon hij te schilderen. Vanuit het niets, geheel volgens zijn credo: 'Ik werk vanuit den blinde'. Hij bleek allerminst blind voor kleuren. Hij leerde zichzelf het vak aan en maakt inmiddels imponerende schilderijen die het midden houden tussen abstract en figuratief. De humor uit zijn poëzie komt in zijn doeken terug. Zo toont hij me een schilderij dat Pretpark Golgotha heet, waarin je een middagje aan het kruis kunt hangen.

Sindsdien heeft Verhagen ettelijke tentoonstellingen gehad, en zijn poëzieproductie is alleen maar toegenomen. Sinds 1983 publiceerde hij vier nieuwe dichtbundels, waaronder het indrukwekkende Echoput & Luchtkasteel uit 1995, waarin de toon erg jazzy en associatief is en waarin de ik in de gedichten verdacht veel op Verhagen zelf begint te lijken. Verhagen is weer helemaal terug. Met drijfveren en met woede, woede over het feit dat al die mensen op het plein voor zijn huis zich lijdzaam langs en door elkaar heen bewegen.

Maar ook woede van een andere orde. Zoals hij het onlangs in een interview met de Volkskrant verwoordde: "Het is uiteindelijk de woede over het feit dat de mens bij de geboorte weliswaar een bewustzijn krijgt, maar wel meteen voorzien van de mededeling: uw leven is eindig, en er is no way out. Alsof je een kind zijn eerste voetbal geeft en er direct bij zegt: vanavond weer inleveren, want dan snijden we 'm kapot. De woede daarover drijft mij aan en voort."

Peter Nijmeijer

Biograaf Hans Sleutelaar over Verhagen: 'Nooit heb ik een dichterlijker mens ontmoet dan Hans Verhagen. Hij is er en hij is er niet. Gewoon doen kan hij niet'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234