Zaterdag 03/12/2022

Gebroken levens

Meer dan tweehonderd Madrilenen, Spanjaarden zowel als migranten, hebben bij de terreuraanslagen op 11 maart het leven gelaten. Gewone mensen. Mensen die die ochtend gewoon de trein namen, maar hun bestemming niet haalden. Daags na de gruwelijke feiten besloot de krant El País alle slachtoffers op haar manier te gedenken: door te vertellen wie ze waren. Zeno publiceert 11 portretten.

'Habibi... Jij bent mijn leven'

De jonge Marokkaanse arbeider Osama was verliefd op Bea. Osama El-Amrati en Beatriz Chamca hadden zich op 7 juni vorig jaar verloofd. Ze hadden hun hoofd vol dromen. Ze hadden elkaar twee jaar geleden leren kennen in een discotheek in Mostoles, waar Osama in het weekend uitging samen met zijn neven en ooms, zijn familie in Spanje. De bommen hebben hem verrast in Atocha, terwijl hij zich opmaakte om de voorstadstrein te nemen en naar een bouwwerf in Vallecas te gaan. De avond voordien, rond halftwaalf, heeft Bea Osama's laatste woorden kunnen lezen op haar gsm: "Habibi, je bent mijn leven. Ik hou van je. Tot morgen."

Osama El-Amrati werd geboren in Tanger. Hij was in 2000 in Madrid gearriveerd. Hij hielp zijn oom Ahmed, die al meer dan vijfentwintig jaar in de Spaanse hoofdstad woont. Bea was alles in zijn leven, vertelt zijn familie. Met haar wou hij zijn dromen realiseren: een BMW kopen, een fitnesstoestel, en een huis met drie kinderen.

"Hij was erg gul, een geniale kerel. Hij leende me makkelijk geld en vergat nooit iets", vertelt oom Ahmed. Als hij van zijn werk terugkeerde, ging hij bij Bea langs, in de Villa Fontana-wijk in Mostoles. Onderweg schreef hij de naam van zijn vriendin op de muren. Bea wou bij hem intrekken. Ze was helemaal weg van de gouden oorringetjes die Osama in zijn linkeroor droeg en van het gouden kettinkje rond zijn hals. Hij had gehoopt haar de Arabische taal te kunnen leren en haar met Pasen naar Marokko mee te nemen. Bea: "Hij was altijd bij me. Altijd... Hij kwam hierheen en dan gingen we samen uit of keken we naar een film. Ik sluit de ogen en heb het gevoel dat hij achter me staat. Daar."

Allen hebben ze afscheid genomen van Osama in de moskee van Madrid. Osama was moslim. Maar op de ramadan na praktiseerde hij niet. Hij wordt begraven in Tanger, waar zijn ouders wonen. Abdelkader en Malika. Bea gaat met Pasen naar Tanger. Alleen. Ze heeft haar lessen Arabisch stopgezet.

'Mon bijou'

Marion Subervielle, Française en moeder van een dochtertje van tien maanden, werkte op het onthaal van de Nationale Bibliotheek, waar ze de gebruikers bijstond. Ze deed dat omdat ze een aantal talen goed beheerste en omdat buitenlanders vertaling nodig hadden. Ze had in de VS gestudeerd, en in Engeland. Ze was in 1996 aan de universiteit van Alcalá de Henares aanbeland, waar ze een cursus Spaans volgde.

Daar leerde ze José Luis Sánchez San Frutos kennen, haar gezel, wiens leven ze sinds enige jaren deelde. Ze woonden in een flat in Alcalá. "Marion was een Française, ze was erg Frans. Je zag het aan haar elegantie, aan de manier waarop ze zich kleedde", zegt haar zwager Jesús. "Ze verzaakte niet aan haar Frans-zijn, maar ze hield van Spanje. Ze wou haar leven in dit land doorbrengen."

Ana, een van haar collega's op het werk en erg geschokt door de dood van vier medewerkers van de Nationale Bibliotheek, legt uit dat Marion een goede vriendin was, en dat ze erg eenvoudig was. "Ze heeft me geholpen op moeilijke momenten", vertelt ze. "Ze was altijd vrolijk en zong de hele tijd Spaanse liedjes. Ze was dol op La Unión en Radio Futura."

Haar laatste maanden zijn gelukkige maanden geweest. Ze praatte met haar collega's de hele tijd over Inés, haar dochtertje. "Ze was gek op haar baby. In de aanloop naar carnaval heeft ze twee dagen nagedacht over een verkleding voor Inés. Onlangs heeft ze ons nog een foto laten zien van het kleintje, verkleed in Minnie, het vriendinnetje van Mickey. Ze was er weg van."

Marion en haar gezin gingen vaak naar Pardies, een dorp vlak bij Pau. Zo konden de grootouders hun kleindochtertje zien. Marion sprak alleen Frans tegen haar dochtertje. Ze wou haar haar eigen taal bijbrengen. Ze noemde Inés vaak 'mon bijou'. José Luis, haar vriend, heeft Marion voor het laatst gezien terwijl ze zich aankleedde. Voor hij een douche nam, zei hij haar: "Vertrek nog niet. Ik wil je een kus geven". Maar Marion was gehaast. Toen José Luis onder de douche uit kwam, was ze al vertrokken.

Zeven maanden zwanger

Ana Isabel Gil Pérez was technisch assistente in een telecombedrijf. "Vergeet niet over Samuel te praten", zegt een vriendin van Ana Isabel, huilend, in het dodenhuis. Ana Isabel was zeven maanden zwanger toen ze door de dood werd weggemaaid. Samuels geboortedatum was al vastgesteld: 22 mei. De naam van de baby had ze samen met haar man gekozen, Jesus Patino. Samuel, die volgens de bijbel uit Ana geboren werd, moest de miskraam van een jaar geleden doen vergeten. Ana en Jesus hadden op 14 oktober hun vierde huwelijksverjaardag gevierd. Ana had Almadén, in de provincie Ciudad Real, op veertienjarige leeftijd verruild voor Torrejón de Ardoz. Ze had in deze Madrileense voorstad aan het Leon Felipe-lyceum gestudeerd. Een gemeenschappelijke vriendin had hen aan elkaar voorgesteld. Hij had meteen gedacht: "Zij is de vrouw van mijn leven". Ze hebben hun leven gedeeld. Ana was een "opgewekte, zachte, vriendelijke en behulpzame" jonge vrouw.

"Ze hield erg van (het tv-programma) Un, dos, tres", zegt Yolanda Navarro, een van haar beste vriendinnen. Uren en uren hebben ze samen doorgebracht, blij als ze waren met het gezelschap van Claudia, Yolanda's baby. Ze stelden zich voor dat het meisje snel een kleine speelkameraad zou hebben.

"Ze lachte de hele tijd", herinnert Yolanda zich, terwijl ze een zin citeert die Ana de hele tijd herhaalde: "Mijn voeten gaan sneller dan mijn hoofd". Ze klaagde erover dat ze zo snel ging. Op 11 maart had ze die trein niet moeten nemen. Ze had haar werkuren aangepast om na de middag naar de dokter te kunnen gaan voor een echografie. Even voordien had ze een driedimensionale echo laten maken en die trots aan al haar vrienden en familieleden laten zien. Donderdag wou ze niet dat Jesus haar in de auto vergezelde. Ze wou met de trein gaan. Hij heeft haar naar het station gebracht. Daar hebben ze elkaar tot ziens gezegd.

Twee maanden geluk

Goyo heeft Maité, een schoonmaakster, op woensdagavond tot ziens gezegd. Ze woonden een jaar samen en kenden elkaar al vijf jaar. Met enorme financiële inspanningen hadden ze een flat gekocht in Vallecas, waar ze elke maand met veel moeite voor betaalden. De avond voor haar dood kreeg Maité een telefoontje van de opzichter van het bedrijf waar ze werkte. "Hij stelde haar voor een villa te gaan poetsen in de Ramón y Cajal-straat", herinnert Goyo zich. Daardoor heeft Maité die ochtend een afspraak bij haar dokter laten verplaatsen en heeft ze de trein genomen, die niet ter bestemming is gearriveerd. Ze wou de voorstadstrein van Vallecas naar Atocha nemen en vandaar met de metro verder reizen. Die ochtend heeft Goyo het huis erg vroeg verlaten. Zij sliep nog. "Maar ik weet dat ze gelukkig was. Wij hadden onze woning en zouden eind dit jaar trouwen met het geld dat we van de belastingen terug zouden krijgen voor de hypotheek", zegt Goyo. "Bovendien lachte het geluk ons al twee maanden toe, want Maité kreeg steeds meer werk."

Op zijn werk op de Ciudad Universitaria heeft Goyo het nieuws van de aanslag in Atocha vernomen. Hij herinnerde zich dat Maité zo rond die tijd in de buurt moest zijn. "Ik heb onophoudelijk op haar gsm gebeld, maar ze antwoordde niet." Na lange uren van vreselijk wachten heeft een politieagent Goyo geantwoord. "We hebben een tas gevonden op het spoor. Dit toestel zat erin. We weten niet van wie de gsm is en evenmin waar de eigenaar ervan zich bevindt."

Goyo heeft zich naar Atocha gerept, op zoek naar nieuws. "Achtentwintig uur later heb ik de bevestiging van haar dood gekregen." Goyo moest aan Charo denken, Maités moeder, en hoe hij haar het nieuws zou melden. Tomás, een van Maités broers, is de chauffeur van Alberto Ruiz-Gallardón, de burgemeester van Madrid. Hij heeft de tragedie heel snel met eigen ogen gezien, toen hij zijn baas naar de plaats van de ramp vergezelde. Op dat moment wist hij niet dat onder de hoop schroot en pijn zijn eigen zuster Maité lag.

De ex-blauwhelm die zijn bus niet haalde

Félix González Gago was onderluitenant bij de luchtmacht. "De dag gleed voorbij en Félix belde maar niet om onze zoon Mariano, die zijn negende verjaardag vierde, te feliciteren." María José Salazar, Félix' vrouw, had het al vreemd gevonden. Want op voorhand hadden ze alles voorbereid om Mariano in de bloemetjes te zetten. Er was een geschenk, in een leuke verpakking. María Josés echtgenoot betekende alles voor haar, hij was haar fysieke en emotionele steun en toeverlaat. Hij is het die haar het meest hielp toen ze zich aan het schrijven waagde maar een en ander opzij moest zetten om zich met haar gezin bezig te houden. "Félix was er altijd. Hij hielp me bij het schrijven, beval me lezenswaardige dingen aan, hij was een onvermoeibare lezer."

María José hoopt voor alles dat hij niet geleden heeft toen hij stierf. "Ik ben er zeker van dat hij niets gemerkt heeft. Hij was vast en zeker aan het lezen, zoals altijd."

Die dag had Félix de biografie van schilder Cristobal Toral meegenomen, het laatste boek dat hij bij de bibliobus geleend had. Het stel had alles keurig gepland. Als hun beide kinderen, de elfjarige Marcos en de negenjarige Mariano, opgegroeid zouden zijn, zou zij haar beroep als journaliste weer opnemen. "Nu is dat onmogelijk geworden. Alles is nu anders", zucht ze.

María José huilt. Ze praat enthousiast over haar man, haalt herinneringen op aan hun leven als echtpaar. Voor María José was Félix niet zomaar een militair. Hij was een progressieve man, iemand die voor maatschappelijke thema's opkwam en deel uitgemaakt had van het eerste Spaanse contingent blauwhelmen dat destijds in Namibië geïnstalleerd werd. Vier jaar lang was hij ook adjunct-militair attaché van de Spaanse ambassade in Santiago de Chile geweest. Ze hadden in Chili gewoond, en daar werden hun twee kinderen geboren. "De jongste tijd haalden we ons een soort sprookje voor de geest om ons alle plaatsen te herinneren waar we gekomen zijn." Elke dag ging Félix naar het hoofdkwartier van de luchtmacht in Madrid. "Hij ging doorgaans met de bus en nam alleen de trein als hij zijn bus gemist had. Die dag heeft hij de bus gemist, en nu missen wij hem."

'Dit wordt mijn laatste sigaret, Elenita, ik beloof het je'

José Miguel doofde zijn peuk uit in een asbak van de brasserie op Plaza Celenque, waar hij zoals elke dag heen getrokken was met zijn vrienden van Cajamadrid. José Miguel had woensdag zijn laatste belofte gedaan. "Hij was erg energiek en actief. Hij hield ervan om biertjes te drinken in een bar." Elena is verwoest. In het dodenhuis van San Fernando de Henares wacht ze op José Miguel, die zo meteen in een acajou lijkkist zal arriveren.

Elena is niet alleen. José Miguel heeft tot het einde toe getoond dat hij kan mobiliseren. Twee bussen wachten tot alles voorbij is om het honderdtal vrienden naar huis terug te brengen. José Miguel, een economist, hield zich met van alles bezig. "Hij was solidair, geëngageerd, progressief", zeggen zijn collega's op het departement Gebouwen van Cajamadrid. Hij was als vrijwilliger naar de kusten van Galicië getrokken, om er de smurrie na de ramp met de Prestige mee te helpen ruimen. Kilo's en kilo's oliebrij heeft hij aan zijn vingers gehad. Wat hij verdiende bij de bank, investeerde hij in solidariteit. Maar hij hield er ook van om zich te amuseren. Een 'groot kind' eigenlijk, dat dol was op de lectuur van Harry Potter.

Samen met zijn vriendin Rocío had hij allerlei dingen op stapel staan. Ze hadden al een flat. Het wachten was op de opening van het station van La Garena, in Alcalá, om te gaan samenwonen. De trein was José Miguels tweede huis. Elke ochtend om 7.30 uur stapte hij op de voorstadstrein in Coslada, richting Atocha. Ook op 11 maart nam hij de trein. Hij moet verwonderd geweest zijn dat hij Laura niet zag, zijn collega en reisgezellin. Laura stapte in Torrejón op en hield altijd een plaats voor hem vrij. "Ik was te laat en heb de trein gemist", zegt Laura nu. Ze twijfelt tussen opluchting dat ze leeft en droefheid om het verlies van José Miguel.

José Miguel heeft die donderdag geen zitplaats gevonden. Wat doet het er ook toe. Hij telde de dagen af. José Miguel had twee tickets op zak voor Lanzarote. Als een raseconomist had hij een 'twee voor de prijs van één'-verblijf geboekt in een vijfsterrenhotel. Maar voor hem is de maand mei niet meer gekomen.

Op haar huwelijksfoto stond: 'Neen aan de oorlog'

Beatriz verzorgde advertenties voor de computers van een bedrijf dat met Telefónica samenwerkte. Een jaar geleden was ze in San Fernando de Henares in het burgerlijk huwelijk getreden met ingenieur Daniel Ramírez. Op hun huwelijksfoto zijn pancartes te zien met daarop: 'Neen aan de oorlog'.

"Thuis was iedereen tegen de oorlog", zegt Rosi, Beatriz' moeder. "Ze vertelde haar man dat hij niet moest gaan stemmen omdat stemmen niets uithaalde. Hij heeft niet naar haar geluisterd, wij hebben niet naar haar geluisterd. Het is aan haar te danken dat we toch gestemd hebben.

"Toen Mariam, de dochter van (oud-premier) Suárez, stierf, heeft mijn dochter gehuild. Ze vond het onrechtvaardig dat iemand van eenenveertig moest sterven. Dat zei uitgerekend mijn dochter, die maar zevenentwintig jaar oud was. We hadden Beatriz verteld dat Mariam Suárez gestreden had voor haar leven."

Beatriz kwam om op een moment dat het goed ging. Zij en Daniel genoten van het leven. Ze hadden net een huis gekocht in San Fernando, met zwembad en ruimte genoeg voor een pingpongtafel. Ze hielden van pingpongen.

"Op vrijdag 12 maart wou ze ons allemaal samenbrengen om te vieren dat zij en ik tien jaar bij elkaar waren. Het is haar gelukt om ons samen te brengen, het is haar gelukt", huilt Daniel Ramírez. Ze leerden elkaar kennen toen ze geslaagd waren voor een examen op een plaats waar geen van beiden ooit eerder geweest was. "Voor onze huwelijksverjaardag zouden we op reis gaan naar Granada", voegt Daniel eraan toe. "We hadden al kaartjes voor de hogesnelheidstrein. Het was de eerste keer dat ze de AVE zou nemen en ze keek er echt naar uit... We waren pas een jaar getrouwd."

Beatriz kwam normaal gezien tegen vier uur 's middags naar huis terug. Ze vond het leuk om uit shoppen te gaan en wandelingen te maken, alleen of met haar hond Trufa. "We keken samen naar Los Lunís op tv. We hadden nog geen kinderen maar de hond was tuk op het programma", zegt Daniel. Voor Beatriz stierf, las ze nog een boek. Schatteneiland.

Zijn pilotenopleiding was eindelijk bijna afgerond

Hij stond op het punt piloot te worden. Zijn ouders hadden er al hun spaarcenten voor overgehad om de droom van Alberto waar te maken. "Wij zijn arbeiders, studeren is niets voor ons", zegt Alberto's moeder Ana María. De familie woont in Parla. Vader werkte vroeger bij Ericsson, maar hij was sinds anderhalf jaar werkloos. Ze betaalden hem wel een uitkering, maar samen met collega-arbeiders vocht hij voor meer. Hoewel het gezin het altijd moeilijk had gehad om de eindjes aan elkaar te knopen, besloten Alberto's ouders zijn pilotenopleiding te betalen. Hij vertelde hen dat hij het perfect zou begrijpen als ze het niet zouden doen. Alberto wist dat zijn ouders het niet breed hadden, al deden ze nog zo'n moeite om het te verbergen. Hij had hen op het hart gedrukt dat hij, áls ze zouden betalen, alles op alles zou zetten om te slagen. "Ik betaal jullie ruimschoots terug", had hij beloofd.

Voor Alberto zijn studies aanvatte, werkte hij zo hard mogelijk om centen te vergaren. Elke zomer deed hij een studentenbaan. Hij wroette een miljoen peseta's bij elkaar om het toegangsgeld te betalen. Dat was nog maar het begin. Elke maand ging er geld van de ouders, die nog een dochtertje hadden, naar de studies van Alberto. Ana María zegt dat al hun spaarcenten voor de opleiding waren bestemd. Alberto was een goede student, en hij wist dat hij geen tweede kans zou krijgen. Daartoe ontbraken de middelen. Hun zoon had er dan ook het beste van gemaakt: vorig jaar behaalde hij zonder problemen het diploma van piloot.

Alberto leefde voor zijn vak. Telkens als hij na een vlucht naar huis terugkeerde, zag Ana María die medeplichtige lach in zijn ogen: "Ik ben boven het dorp van grootmoeder Engracia gevlogen. Prachtig is het daar." Hij deed een betaalde stage bij Air Europa. Het eind van de lange weg naar het pilootschap was eindelijk in zicht. Air Europa betaalde hem een loon dat Alberto in staat stelde te denken aan samenwonen. Met zijn vriendin.

Hij ging als een gelukkig man slapen

Petrika Geneva was de neef van Ionut Popa, die ook om het leven kwam. Beide neven werkten als bouwvakkers. Ze waren een jaar geleden vanuit Roemenië naar Spanje gekomen. Ze hadden geen papieren. Hoewel Ionut tien jaar jonger was dan hij waren de twee neven goede vrienden. Op een foto die ze vorige zomer in het Retiro-park namen, zie je ze beiden glimlachen, met het Palacio de Cristal op de achtergrond. Op een andere foto zie je de twee op een bouwwerf, elkaar omhelzend en voluit lachend. Petrika en Ionut werkten altijd samen, ze stierven ook samen. Ze plaatsten badkamertegels, pleisterden muren. "Knutselaars, je weet wel", zegt Álvaro, die op dit moment hun chef was. Álvaro noemde de neven Pedro en Juanillo. "Dat was hun naam in het Spaans. Ze vonden het fijn leven, hier in Spanje." Ze werkten op bouwwerven, afbraakwerken in oude gebouwen in Madrid. Dat is het gemakkelijkste werk voor iemand die geen vakman is, maar voor aannemers zijn net zulke mensen het moeilijkst te vinden. Maar wat ze het allerleukst vonden, was kramen opbouwen voor vakbeurzen. Daar had je goede muziek, toffe mensen, een lekkere sfeer.

Petrika woonde bij Virginia in Colsada. Elke ochtend gingen hij en Juanillo met een geleende auto naar hun werk, meestal in het centrum van Madrid. Een week of drie geleden kregen ze autopech en sindsdien gingen ze met de trein. Luttele dagen nadat de auto het had begeven, werd Petrika naar een werf in Burgos geroepen. Maar hij hield het daar niet uit, hij was een gereserveerde jongen. Na een week Burgos kwam hij naar Madrid terug. Hij miste Virginia en zijn vrienden. Hij hield ervan samen met hen naar de partijen van Real Madrid te kijken, in een bar in Coslada. Burgos was zijn ding niet. Eindelijk was een landgenoot erin geslaagd een andere plaats voor Petrika te vinden. Woensdagavond was hij naar Madrid teruggekeerd. Hij ging als een gelukkig man slapen. Donderdag 11 maart stond hij in alle vroegte op. Zoals altijd, om uit werken te gaan.

Zonder koffer naar huis terug

Martha werd geboren in de Dominicaanse Republiek. Ze werkte als dienstbode in een privé-woning. Daar verzorgde ze enkele oudjes en voerde ze allerhande huishoudelijke taken voor hen uit. Ze was vijf jaar geleden naar Spanje gekomen en had net de Spaanse nationaliteit gekregen. Het leven begon haar toe te lachen, maar haar vriendin Nani zegt dat ze haar familie op Santo Domingo miste, net als twee van haar vijf familieleden, die eveneens in Spanje wonen. "Martha was een knappe en levendige vrouw. Ze ging altijd erg goed gekleed, ze was weg van mooie kleren."

De avond voor de tragedie bracht Martha haar vrije dag door in het huis van haar zus en broer, Josefina en Roberto, die in Villaverde wonen. Het gebeurde maar zelden dat ze de voorstadstrein nam. Donderdagochtend vertrok ze met Francisco, de schoonbroer van haar zus. Met Francisco was ze in februari nog in Jarabacoa geweest, haar geboorteplaats in de Dominicaanse Republiek. Daar bracht ze haar laatste dagen met haar familie door.

"We werden op hetzelfde moment wakker en zijn samen naar het station gestapt. We namen de trein naar Atocha. Tijdens het traject hebben we het nog over onze reis gehad. Ze was er een reiskoffer bij ingeschoten", vertelt Francisco. Martha dacht erover om de luchtvaartmaatschappij een kopie van haar ticket te sturen in de hoop haar geld terug te krijgen. Want nieuws over de verloren koffer was er niet gekomen.

"In Atocha scheidden onze wegen", zegt Francisco. "We namen allebei een verschillende trein om op het werk te komen." Martha is niet ter bestemming aangekomen, ze is Atocha niet uit geraakt. Francisco nam de trein van de overlevers, richting Guadalajara. Zijn trein kwam tot stilstand in de buurt van het station El Pozo. Daar waren zonet twee bommen ontploft.

Josefina en Roberto hebben Martha's lijk herkend. Maar ze zijn 's anderendaags niet meer naar het lijkenhuis geweest. Daarvoor waren ze te gebroken. Zaterdagavond hebben ze hun overleden zus per vliegtuig naar Santo Domingo vergezeld. Deze keer had Martha geen koffer meer nodig.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234