Vrijdag 18/10/2019

Reconstructie

Geboren op de vlucht, gedood op de vlucht: de lijdensweg van peuter Mawda

Mawda, voor eeuwig 2, verbleef met haar ouders en oudere broertje in de sporthal van Groot-Sinten, nabij Duinkerke. Beeld Wouter Van Vooren

Wie is verantwoordelijk voor de dood van Mawda, en waarom vertrok haar familie uit Iraaks Koerdistan? Op zoek naar antwoorden in het migrantenkamp van Duinkerke, bij de mensen die in de beschoten bestelwagen zaten.

Een meter ver zijn we in de sporthal van Groot-Sinten, niet ver van Duinkerke, als een Koerdische zestiger met pretoogjes plots overmand wordt door emoties. “Natuurlijk ken ik de familie, ze sliepen hier.” Hij wijst ons de dubbele vierkante meter waar het gezin van Mawda Shamdin verbleef. Daarna neemt hij afstand om zijn tranen te verbijten.

Tot de nacht van het incident sliepen Mawda, haar oudere broertje Mohamed en de twee ouders in de sporthal tussen 260 anderen. Rond het gebouw en in de duinen in de buurt verblijven nog eens naar schatting 300 mensen. De grootste groep zijn Koerden, uit Irak en Iran.

De gezinnen verblijven in een aparte ruimte in de sporthal, waar brancards op hun kant zijn gezet en vierkanten vormen, zodat elk gezin een beetje privacy heeft. Leven en slapen doen ze op dekens op de grond.

Het vierkant van het gezin van Mawda is leeg, maar enkele achtergebleven spullen staan opgestapeld. Een babystoeltje herinnert aan het kind dat niet meer is.

Kleine Mawda’s murwen zich door een bos van benen. We zijn omringd door Koerdische mannen en vrouwen die hun verhaal doen met maar één constante: de Belgische politie is kop van Jut. Ze zijn verdrietig en kwaad. “Zelfs als die agent op de mensensmokkelaar mikte, had hij niet mogen schieten. Hij had die smokkelaars moeten opsluiten”, zegt iemand.

Na het ongeval kregen alle inzittenden een bevel om het grondgebied te verlaten. De meesten zijn dan ook teruggekeerd naar hun tijdelijke woonplaats in Groot-Sinten.

“Er zaten zestien alleenstaanden in de bestelwagen en dan twee gezinnen met elk twee kinderen”, zegt een jongeman. Hij houdt zijn hand op het hoofd van een peuter, maar die loopt deugnieterig weg.

Abdullah blijkt de vader te zijn van het tweede gezin dat in de bestelwagen zat. Het verhaal gaat dat zij op een bepaald moment hun kind voor een kapot­geslagen achterruit toonden. Er ontstaat tumult zodra we vragen stellen. Sommige Koerden vinden dat hij zijn verhaal niet mag doen tegen de pers, uit respect voor het gezin van Mawda. Abdullah is echter vastbesloten en neemt ons mee naar hun vierkant in het midden van de zaal.

De twee kinderen spelen met autootjes op het tapijt van dekens. Nieuwsgierig kijken ze op naar het onverwachte bezoek. De moeder bevestigt meteen het hele verhaal. “Iemand van de migranten heeft de ruit kapotgeslagen en dan heb ik mijn kind omhooggehouden. Om te tonen aan de agenten dat er kinderen aan boord waren.” Zonder te stoppen met praten begint ze de jongste borstvoeding te geven: “We zijn hier in Groot-Sinten opgepikt door de bestelwagen tussen 2 en 3 uur ’s nachts. Op een bepaald moment achtervolgde een wagen ons, daarna twee, en alsmaar meer.

“Hoelang het duurde, is moeilijk te zeggen. De wagens reden dicht tegen elkaar, dus het zou kunnen dat ze elkaar op een bepaald moment raakten. Toen het schot viel, wisten we meteen dat iemand geraakt was. We riepen dat de bestuurder moest stoppen. Hij remde en is een parking opgereden.”

De versie van de feiten is een kopie van wat de ouders van Mawda eerder deze week vertelden op een persconferentie bij hun advocaat. De dag erop moest het parket hun versie bevestigen. Abdullah en zijn vrouw hebben vragen bij het optreden van de politie na het incident.

“De vader riep om hulp en een ambulance, maar kreeg een pistool naar zijn hoofd gericht en is tegen de grond gedrukt. We hebben twee dagen vastgezeten met zijn familie. Onze tas met kleren en paspoorten is nog altijd op het politiekantoor in België.”

Het feit dat Mawda’s moeder niet mee mocht in de ziekenwagen, maar ook werd opgepakt, zorgt voor verontwaardiging en doet bij velen de vraag rijzen of de manier waarop België met vluchtelingen omgaat niet ontmenselijkt is.

Donderdag, een dag na ons gesprek, is de sportzaal van Groot-Sinten ontruimd door de Franse politie. Iedereen moest weg, naar opvangcentra verspreid over Frankrijk. Enkele honderden migranten hadden hun boeltje vermoedelijk al voor de ontruiming gepakt. Want iedereen wil in de kuststreek blijven: het einddoel is het Verenigd Koninkrijk. Anders waren ze hier niet.

Een hulporganisatie zou zich ontfermd hebben over de weinige bezittingen van de ouders van Mawda. Anderhalve maand hebben ze hier gewoond, een tussenstop in een lange reis die begon in hun Iraakse geboortestad Ranya.

Vluchten uit Iraaks Koerdistan

‘Moeten we blijven of vertrekken?’ In 2015 was dat het dilemma voor veel inwoners van de Noord-Iraakse stad Ranya, in de buurt van Erbil. Zo ook voor het gezin Shamdin dat net een zoontje had gekregen, de kleine Mohamed.

Net als in andere Koerdische steden waren de strijders van Islamitische Staat tot op enkele tientallen kilometers van de stadspoorten opgerukt. De angst voor een gewelddadige overrompeling zat er goed in.

Ook de aanhoudende militaire confrontaties tussen het Turkse leger en de 3.000 Koerdische PKK-strijders, die zich al jaren in het nabijgelegen Kandil-gebergte ophielden, zorgden voor een collectief onveiligheidsgevoel. In 2015 kwamen die militaire spanningen opnieuw tot een hoogtepunt: Turkije lanceerde een bommencampagne tegen Islamitische Staat maar maakte van het offensief gebruik om ook PKK-stellingen te bombarderen.

En dan was er nog de economische implosie. Onenigheid tussen de Koerdische Regionale Regering en het centrale gezag in Bagdad over de verdeling van de olie-inkomsten zorgde voor een handelsoorlog waarbij Bagdad besliste om alle lonen van het Koerdische overheidspersoneel in te houden. Plotseling zaten ambtenaren, leraars maar ook militairen zonder loon, waardoor de economie van de ene dag op de andere tot stilstand kwam.

De slaap- en woonplaats van Mawda en haar familie in de sporthal van Groot-Sinten. Beeld Wouter Van Vooren

Ook voor het gezin Shamdin braken benarde tijden aan. Vader Shamdin was als peshmerga in dienst van de Koerdische Regionale Regering, die de grootste moeite had om de soldij van haar militairen te betalen. “Mijn zoon had het financieel bijzonder moeilijk”, vertelde Shamdins vader Ali Ahmed aan het Koerdische nieuwsagentschap Rudaw. “Hij was een peshmerga, maar omdat hij geen soldij kreeg, betaalde ik de huur van hun appartement. Toen hij besliste om naar Europa te vertrekken, was ik het die de reis betaalde.”

“Ik begrijp de beslissing van de familie Shamdin”, zegt Bengin Hadj, een Koerdisch-Belgische migratie-expert die onder andere voor de Internationale Organisatie voor Migratie werkt. Hadj beschrijft de situatie in 2015 in Ranya als ‘een perfecte storm’ die mensen op de vlucht deed slaan. “De stad kreeg zowel een oorlog als een economische crisis over zich heen. Bijna alle gezinnen gingen door een financieel dieptepunt en rondom de stad heerste een gevaarlijke oorlogssituatie. Iedereen leefde in overlevingsmodus en ik twijfel er niet aan dat veel inwoners er op z’n minst aan dachten om te vluchten.

“Op dat moment hangt natuurlijk veel af van je persoonlijke situatie. Ik kan me voorstellen dat een wat ouder koppel beslist om te blijven, maar dat een jong gezin met een kindje zich uit die uitzichtloze situatie wil trekken en in Europa een betere en veiligere toekomst wil uitbouwen, snap ik heel goed.”

Volgens Olivier Stein, de advocaat van het gezin, hebben de ouders aangegeven dat ze zijn gevlucht voor oorlog. Hadj herinnert eraan dat Irak ook voor de opkomst van IS al een oorlogszone was. “Vergeet niet dat Irak eigenlijk al sinds 2002 een land in oorlog is: op het moment van de Brits-Amerikaanse invasie brak hier de hel los en sindsdien is het eigenlijk altijd oorlog geweest. De veiligheidssituatie werd alsmaar erger.”

Om zijn argument kracht bij te zetten, verwijst Hadj naar de zware sociale onlusten in Ranya van december vorig jaar waarbij meerdere doden en tientallen gewonden vielen. De protesten waren in de eerste plaats gericht tegen de corrupte Koerdische regering die er maar niet in slaagde om het probleem van de overheidslonen op te lossen. Meerdere overheidsgebouwen en kantoren van politieke partijen werden in brand gestoken. Achteraf publiceerde Human Rights Watch een rapport over willekeurige aanhoudingen van protestleiders en journalisten.

Sayez Sakvan, een Antwerpse advocaat van Koerdische afkomst, drukt het kernachtig uit. “Een oorlog die al vijftien jaar duurt, de dreiging van Islamitische Staat, lonen die niet uitbetaald werden, sociale spanningen, politieke nervositeit tussen Koerdische politieke partijen onderling. Alles was kapot. Net als veel inwoners leefde het gezin Shamdin in angst en financiële rampspoed.”

Vlak bij de sportzaal in Groot-Sinten is een brugje ingericht als herdenkingsplek voor de kleine Mawda, met foto’s en rozen. Een groepje Koerden scrolt op een gsm door het artikel met de getuigenis van haar opa in Ranya. Een voor een willen ze naar het Verenigd Koninkrijk.

“Wij zijn een volk zonder land en toch krijgen we geen asiel in Europa”, zegt iemand die zich Zza noemt. “In onze regio in Irak en Iran ondervinden we grote problemen met IS, Turkije en het Iraanse leger.”

In de klauwen van mensensmokkelaars

Op het moment dat de ouders van Mawda beslisten om Irak te verlaten en naar Europa te reizen, volgde een verwarrende periode waarbij ze op zoek gingen naar smokkelaars die hen via Turkije, Griekenland en de Balkan naar West-Europa konden brengen. “De Koerdische smokkelnetwerken zijn niet alleen de best georganiseerde, maar ook de meest agressieve organisaties”, zegt Stef Janssens, mensensmokkelexpert van het federaal migratiecentrum Myria.

“Koerdische mensensmokkelaars behandelen hun ‘klanten’ als goederen en gaan daarbij brutaal en mensonterend te werk. Het is niet uitzonderlijk dat ze mensen met messen bedreigen. Wij beschikken over informatie over een Koerdische mensensmokkelaar die een groep mensen dwong om in een ijskoude koelwagen te stappen.

Toen enkele personen dat weigerden, trok de smokkelaar zijn mes en dwong hij de weigeraars om aan boord te gaan.

“Veelzeggend is ook het relaas van een hoogzwangere vrouw die samen met een baby en haar man in een metalen koffer moest kruipen. Eerst weigerde het koppel, maar de smokkelaar haalde zijn mes boven. De kist werd op een vrachtwagen geladen. Tijdens de rit raakten die mensen in ademnood. Ze begonnen zo hard mogelijk op de kist te kloppen en gelukkig heeft de chauffeur dat gehoord. Op het nippertje werden zij gered.”

De maffiasyndicaten hebben internationale contacten en vertegenwoordigers langs de volledige route. Janssens: “Hun omzet is zeer aanzienlijk. Uit een van onze onderzoeken blijkt dat een smokkelnetwerk in negen maanden tijd een vermogen van meer dan drie miljoen euro genereerde. De toplui verblijven veelal in Groot-Brittannië, waar zij hun miljoenenopbrengsten investeren in restaurants en carwashes: handelszaken die voorlopig door het Britse gerecht met rust worden gelaten.”

Abdullah zat samen met zijn gezin in het voertuig dat beschoten werd: ‘De chauffeur is gevlucht.’ Beeld Wouter Van Vooren

De migranten in Groot-Sinten erkennen dat de mensensmokkelaars criminelen zijn, maar toch kunnen ze op gratie rekenen. “De mensensmokkelaars helpen ons”, zegt Zza. “Hoe strenger de politie optreedt, hoe meer risico’s ze zullen nemen en hoe meer wij moeten betalen. Als zij ons niet helpen, wie dan wel? Gaat de Belgische politie ons naar het VK brengen? Als er een legale manier bestond, dan gebruikten we die.”

“Maffia? De enige maffia zijn zij die schieten op een kind”, vult een vriend aan.

Legio zijn nochtans de verhalen van vrouwelijke vluchtelingen die gedwongen worden om hun smokkelaars in natura te betalen. Janssens: “Als een vrouw onvoldoende geld heeft om het volledige traject te betalen, zal de smokkelaar niet twijfelen om haar te verkrachten.”

Een aspect dat alle slachtoffers van mensensmokkel vermelden, is dat zij al van in het begin van hun reis onder zware druk worden gezet om geen informatie over hun traject aan de politie of overheidsinstanties te lossen. Janssens: “Er wordt met de dood gedreigd en dat verklaart waarom de omerta onder de vluchtelingen bijna totaal is.”

Waar is de bestuurder van het busje?

Deze week meldde het parket dat de bestuurder na de achtervolging tussen de migranten in de bestelwagen is gesprongen. “Een gebruikelijke praktijk bij dit soort interventies”, zei Ignacio de la Serna, procureur-generaal in Bergen. “Op een bepaald moment is iedereen uitgestapt, maar misschien waren de mensensmokkelaars dan al gaan lopen. Of misschien zitten ze tussen de inzittenden die zijn opgepakt, maar niemand wil hen aanduiden. Het is complete omerta."

Nonsens, zeggen de migranten die we in Groot-Sinten ontmoeten. “De chauffeur is gevlucht”, zegt Abdullah, die met zijn gezin mee aan boord zat die nacht. “Vervolgens is de politie gekomen en heeft ons één voor één naar buiten geleid.”

“Natuurlijk heeft de chauffeur een fout gemaakt”, zegt zijn vrouw, “maar de politie heeft ons pas echt ontgoocheld. Ik heb mijn kind aan hen getoond, net om te vermijden dat ze zouden schieten.”

Buiten de sportzaal, in de buurt van het gebricoleerde vluchtelingenkamp in de duinen, ontmoeten we een Koerdische Irakees die onafhankelijk van Abdullah hetzelfde vertelt. “De bestuurder is uit de bestelwagen gesprongen toen die tot stilstand kwam. Het kan niet dat de agenten dat niet gezien hebben. Hoe kunnen ze in gods­naam alle migranten opsluiten, maar de chauffeur laten lopen?”

Hij toont zijn bevel om het grondgebied te verlaten, afgeleverd door de Dienst Vreemdelingen­zaken aan de politie van Bergen op 17 mei, de dag na het ongeval. Ook hij zat mee in het voertuig. “Ik wil wel spreken met Belgen, maar alleen als ze niet schieten”, zegt hij cynisch.

De bestuurder is volgens hem maar een kleine garnaal. De echte smokkelaars reden minstens op een bepaald moment achter hen in een auto. Hoe meer vragen over de mensensmokkelaars, hoe nerveuzer het groepje wordt, tot het gesprek met een vriendelijke handdruk wordt afgebroken.

Op dezelfde plek ontmoeten we een niet-begeleide minderjarige Afghaan die ook in het busje zat. Dat heeft hij bij de voedselbedeling op zondag zelf verteld aan vzw Humain. Maar sindsdien doet hij er het zwijgen toe.

Het is in deze criminele carrousel dat de familie Shamdin bijna drie jaar zou leven. Voor hun vluchtweg naar Europa betaalden zij en hun ouders een fortuin: 15.000 à 20.000 euro per persoon, een bedrag waarin de laatste etappe naar Groot-Brittannië niet inbegrepen is.

De ouders en hun babyzoontje kwamen eerst in Duitsland terecht, vertelt de opa in de Koerdische media. Uit informatie die de Belgische administratie heeft verzameld, blijkt inderdaad dat ze in januari 2016 in Duitsland zijn geregistreerd en er in mei asiel aanvroegen. Dat voorjaar kwam Mawda er ter wereld. Omdat de ouders familiebanden hebben in Londen en Birmingham werd een poging opgezet om naar Groot-Brittannië door te reizen. Dat lukte aanvankelijk.

In juli is de familie officieel geregistreerd in het Verenigd Koninkrijk, maar door de eerdere registratie in Duitsland moesten ze volgens de Dublin-regels in april 2017 terug naar Duitsland. In september vorig jaar kreeg de familie een negatief antwoord op de asielaanvraag en Duitsland wijst hen het land uit.

Van de mensen die in Groot-Sinten verblijven, zijn de meesten Koerden, uit Irak en Iran. Beeld Wouter Van Vooren

Ze hebben geen recht op asiel en komen na enkele omzwervingen terecht in het Noord-Franse vluchtelingenkamp Groot-Sinten, nabij Duinkerke. Op dat moment komt hun leven opnieuw in handen van mensensmokkelaars die volgens meerdere bronnen vanuit appartementen in Calais en Duinkerke opereren.

Volgens verschillende getuigenissen biedt een smokkelaar de Shamdins een reiscontract mét garantie aan. Dat houdt in dat de familie meerdere malen kan proberen om in een vrachtwagen en per ferry­boot het Kanaal over te steken. Hoeveel pogingen Mawda en haar familie al ondernamen, is niet duidelijk. Getuigen in Groot-Sinten hebben het over minstens drie pogingen.

Opnieuw moet een hoge prijs betaald worden: tussen de 1.500 en 4.000 euro per persoon. Sinds eind vorig jaar werd de familie al minstens twee keer opgepakt. Eerder deze maand bij een poging om Groot-Brittannië te bereiken in een koelwagen, zo verklaarde N-VA-voorzitter Bart De Wever in VTM Nieuws en is ons bevestigd door een officiële bron. Tot verontwaardiging van velen grijpen De Wever en staatssecretaris Theo Francken het voorval aan om te beweren dat Mawda’s ouders onverantwoord handelden.

Verkenners

Smokkelexpert Stef Janssens: “De mensensmokkelaars zijn in het kamp van Groot-Sinten geïnfiltreerd en oefenen er ook de controle uit. Ze hebben hun mannetjes in het kamp, ze hebben chauffeurs voor de bestelwagens en ze hebben ook verkenners die op Belgische parkings nagaan of er geen politiecontroles zijn en die op zoek gaan naar vrachtwagens die naar Groot-Brittannië vertrekken.

“Dat de bestelwagen met Mawda aan boord richting Doornik reed, heeft te maken met het feit dat er in Vlaanderen en Brussel tegenwoordig meer op mensensmokkel gecontroleerd wordt. Wallonië heeft minder ervaring met het fenomeen en de smokkelaars maken daarvan gebruik.”

Janssens wijst erop dat de smokkelbendes de parkings in België steeds meer als hun crimineel territorium beschouwen. “De smokkelaars zijn bijna altijd gewapend: met messen, soms ook met vuurwapens. Vrachtwagenchauffeurs die te dicht in de buurt komen, worden vaak hardhandig aangepakt en als een andere bende van de parking gebruik wil maken, moet daarvoor een fors bedrag betaald worden. Regelmatig breken er gevechten uit tussen rivaliserende bendes en er zijn ook al meerdere confrontaties geweest met de politie. De smokkelaars deinzen er niet voor terug om met hun bestelwagens op politie-combi’s in te rijden en in het verleden was er ook al een poging tot doodslag waarbij smokkelaars een agent omver wilden rijden.

“Dat is de context waarbinnen de tragedie van het meisje Mawda zich heeft afgespeeld. Het leven van Mawda was in handen van mensensmokkelaars die steeds driester te werk gaan en enkel geïnteresseerd zijn in geld.”

Het gezin van Abdullah betaalt 10.000 pond (11.400 euro) voor de overtocht naar het Verenigd Koninkrijk, om het even hoeveel pogingen er nodig zijn. Ook na het dodelijke incident dat ze van dichtbij meemaakten, zijn ze bereid om het opnieuw te proberen. “Ik wil nog wel een paar pogingen ondernemen, alleen niet meer langs Belgisch grondgebied”, zegt Abdullah. “We hebben al zoveel geld betaald om hier te geraken.”

Maar dan, als het interview is afgelopen en we elkaar een hand geven, hint hij op een legaal verblijf in ons land. “Als België bereid is om iets te doen voor de inzittenden, dan kom ik.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234