Vrijdag 13/12/2019

Geboren om mee te voelen

Empathie is geen aangeleerd maar aangeboren gedrag, stelt nieuw onderzoek. De mate waarin we empathisch zijn, wordt wel vooral door de omgeving bepaald.

Empathie is een aangeboren eigenschap bij mens en zoogdier. Dat zou recent onderzoek met prairiewoelmuizen, uitgevoerd door een internationaal team van biologen, finaal bewezen hebben. Twee woelmuizen uit dezelfde kooi werden gescheiden, waarna er één lichte stroomschokken kreeg toegediend. Toen ze herenigd werden, vertoonde de andere woelmuis troostgedrag.

De Nederlandse primatoloog en auteur Frans de Waal, die deel uitmaakte van het onderzoeksteam, had eerder al een sterk vermoeden dat medeleven in onze genen zit. In het primatencentrum in het Amerikaanse Yerkes, waar hij werkt, zag hij hoe jonge chimpansees een oude chimpanseevrouw met artritis op het klimrek hielpen en zelfs drinkwater brachten.

Knuffelhormoon

Empathie is het vermogen om zich te verplaatsen in een ander. De reden dat sociale zoogdieren ermee behept zijn, is eenvoudig: overleven. Een dosis medeleven draagt bij tot de cohesie van de groep. Hoe sterker de groep, hoe groter de kans dat ze blijft bestaan.

De oorzaak van het aangeboren gevoel van medeleven ligt bij het hormoon oxytocine, dat in de volksmond het 'knuffelhormoon' wordt genoemd. Het lichaam ervaart een oxytocine-piek tijdens het knuffelen maar ook bij seks, bij een gevoel van veiligheid, bij situaties waarin eerbaarheid en vertrouwen ervaren worden, en natuurlijk bij empathie. Kortom, oxytocine komt vrij bij positieve situaties en geeft ons een belonend, goed gevoel.

Aangezien de mens bepaalde positieve situaties zelf in de hand heeft, kan hij oxytocine-pieken uitlokken, door 'goed' te doen: knuffelen, vertrouwen geven, meelevend zijn. Die verhoogde oxytocine zorgt dan weer voor een drang naar meer goeds, waardoor een positieve vicieuze cirkel ontstaat, gevoed door het knuffelhormoon. Natuurlijk kan het omgekeerde zich ook voordoen, waarbij de omgeving negatief inwerkt op het oxytocine-gehalte. Zo smoort stress het hormoon in de kiem. Misbruik in de kindertijd heeft een vergelijkbaar effect.

Empathie heeft niet enkel met oxytocine te maken. Het is ook een kwestie van identificatie en lichamelijkheid. We leven makkelijker mee met personen met wie we ons (cultureel) kunnen identificeren. Daarnaast is fysieke aanwezigheid best belangrijk voor het medeleven. We communiceren veel beter in levenden lijve, met woord én lichaam, waardoor empathie meer ruimte krijgt. Bij niet-lichamelijke communicatie zoals e-mail ontbreekt veel informatie en dat kan het medeleven in het gedrang brengen.

Empathie zit dus in de mens maar varieert ook met de omgeving. Een weinig empathische mens kan zich dus niet verschuilen achter zijn genen. Uiteraard zijn er uitzonderingen. Sommige mensen, zoals autisten, worden geboren met een verstoord oxytocine-systeem. Wat met criminelen die gruweldaden plegen? Daarover zijn de meningen voorlopig sterk verdeeld.

Agressief gedrag

Empathie is trouwens niet gelijk aan 'lief zijn'. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden stellen dat oxytocine ervoor zorgt dat mensen de eigen groep bevoordelen en zich agressief gedragen tegenover andere groepen.

Er zijn ook mensen die niet geloven dat empathie aangeboren is. Psycholoog Jan Derksen van de VUB bijvoorbeeld stelt dat medeleven ontstaat tijdens het hechtingsproces tussen kind en ouders, een proces dat sterk cultureel gebonden is. Volgens hem komt er inderdaad oxytocine vrij bij empathisch gedrag, maar is het daar niet de oorzaak van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234