Dinsdag 19/01/2021

Gebeten door bits en bytes

Alles wordt kleiner in de informatica, zegt Jacques Laffut, en alles gaat sneller. 'Maar elke vernieuwing is op vroeger gestoeld.' In zijn Computermuseum, in een kelder naast de NAVO, toont Laffut telramen en rekenmachines, in de hoek staat een Commodore 64 naast een Apple II. 'Er staat ons nog veel te wachten.'

Hij wil een geheugen voor de toekomst vormen, zegt hij, en opeens schakelt hij van Frans naar Engels over, this must be a memory for the future. Dan: "Ik heb de indruk dat ik iets kan doorgeven aan nieuwe generaties."

Jacques Laffut (79) is omringd door computers en rekenmachines. Hij staat midden in de verzameling die zijn naam draagt en officieel Computermuseum heet. Klassieke muziek vult de kamer.

De weg naar het Computermuseum was lang. Binnengekomen via de hoofdingang van Unisys Belgium, een technologiebedrijf dat aan de NAVO-gebouwen in Evere grenst, een badge gekregen, door een schuifdeur gestapt, een kronkelende gang gevolgd, twee deuren geopend, een lift naar -2 genomen, gewandeld door een ondergrondse parkeergarage waar geen auto's maar dozen vol oude computers staan opgesteld, nog twee deuren geopend, op Jacques Laffut gebotst.

"Welkom in de catacomben."

In oktober viert Laffut de 25ste verjaardag van zijn Computer-museum. Hij voorziet een kleine receptie, niets groots want zijn budget is gelimiteerd. Hij zegt dat hij in 1960 bij dit bedrijf is begonnen. Dat hij jaren als technicocommerçant heeft gewerkt, verkoper van technologische producten, en gaandeweg oude computers verzamelde. Dat hij na zijn pensioen, in 1989, dit museum heeft geopend. "Ik zeg altijd: c'est la prolongation de mon métier."

In profiel bekeken zou je Jacques Laffut met Koning Albert II kunnen vergelijken. Zelfde neus, zelfde wijkende haarlijn. Ook de taal is Belgisch. In één zin gebruikt Laffut drie talen. "Als u kon prooven dat zes handen en drie machines meer maakten dan vier handen en twee machines, wel, la machine était vendue."

Stort en markt

Mooi is voorts zijn verteltrant, rad en aanstekelijk. Wijzend naar de vele reken- en telmachines spreekt Laffut over "ses vieilles dames". Het kenmerkt zijn liefde voor de stiel. Hij is, zegt hij zelf, gebeten door bits en bytes.

Laffut: "Niets van wat ik vertel heb ik in boeken gelezen. Het komt allemaal voort uit mijn eigen ervaring. Tegen jongeren zeg ik bijvoorbeeld altijd dat ze moeten doorzetten. Als er een tegenslag is moet je niet opgeven. Gewoon doorgaan. Vooraleer ik mijn eerste machine verkocht heb ik ook 32 bezoeken moeten doen. 32! En ik bleef tegen iedereen beleefd. Daarna heb ik vijfentwintig jaar lang met de glimlach nieuwe klanten geworven."

Duizend, misschien duizend tweehonderd. Zoveel bezoekers trekt het Computermuseum jaarlijks. "Ooit heb ik er eens 1.250 gehad!" Aan de ingang staat een bokaal. Daarin zitten naamkaartjes van bezoekers. Ze komen uit Florida, Washington, Westouter. "Meestal zijn het scholen, soms groepen van mensen die in de computersector werken. Maar ik limiteer het tot tien, vijftien personen per bezoek. Anders wordt het te druk."

Meer dan 300 objecten telt het Computermuseum. "Zelfs een toetsenbord met één toets!" Alles is van anderen geweest. De planken waarop informatieborden zijn geprikt, heeft Laffut van het stort gered. De computers zijn geschonken door klanten van vroeger. Andere heeft Laffut op de vlooienmarkt gekocht.

Hij zou graag de werking van een machine tonen, zegt hij twee, drie keer, maar er is een probleem met de elektriciteit. Ook heeft hij plaats te kort. Hij zou graag uitbreiden maar krijgt voorlopig geen nieuwe ruimte. Veelzeggend is dat de jongste modellen, onder andere een Apple II en een Commodore 64, met de minste zorg zijn opgesteld. Ze zijn als brandhout in een hoekje bij de deur gestapeld.

Met veel zwier en een stokje in de hand wandelt Laffut tussen telraam en boekhoudmachine. Hier een bordje: 'An antique Burroughs machine is like an other men's wife. Look and admire but do not touch.' Daar een woordspeling: "Iedereen kocht op een bepaald moment zijn pc's bij Dell. Dan zeg ik altijd: vous donnez votres frics à Dell. Frikadel, snap je?" Humor is belangrijk, zal Laffut zeggen, zeker als je de mensen met een goed gevoel naar huis wil sturen.

De verbazing van de bezoeker is zelden veraf. De oudste optelmachine weegt 37 kilogram. Een eerste versie van een harde schijf lijkt haast een treinwiel. Ze is loodzwaar en heeft een capaciteit van 2,5 megabyte. Fotograaf Stefaan lacht en haalt een vederlichte geheugenkaart uit zijn camera. Zegt: "32 gigabyte."

Er staan ook paspoppen, en tussen de machines liggen attributen. Een pijp en een boek: Le chat van Georges Simenon. Kijkend naar de Drum Memory, een kleurrijk apparaat met lees- en schrijfknoppen, zegt Laffut dat het is ontstaan op het einde van de jaren 50. Het heeft een harde schijf waarop je informatie kunt opslaan.

"Die draaide tegen 17.600 toeren per minuut en werd gekoeld in een heliumbad. De kostprijs van de Drum Memory in die tijd was 250 miljoen Belgische frank. Stel je voor! Wie dat kocht? Vooral banken en verzekeringsmaatschappijen, ze gebruikten het om informatie op te slaan en commando's te programmeren. Het kon zo'n 5.000 instructies en opdrachten uitvoeren, die je met een ponskaart moest invoeren. Hier is zo'n kaart, met codes in cijfers en gaatjes. Moet je ze hebben?"

Videopresentatie

In omvang, geluid, prijs en vorm is veel veranderd. Het Computermuseum schenkt die evolutie een gezicht. Zachtjes schurk je tegen vroeger aan.

Laffut: "Wat mij opvalt is dat alles zo snel evolueert. In de informatica is de evolutie exponentieel, alles wordt kleiner en het gaat altijd maar sneller. En het zal niet meteen stoppen, denk ik. Er staat ons nog veel te wachten. Maar ik zeg nooit dat alles vroeger beter was, of schoner. Zo ben ik niet. Chaque époque a du bon et du mauvais. En elke vernieuwing is gestoeld op wat vroeger is gemaakt."

En Laffut zelf? "Ik blijf doorgaan. Tot mijn dood. En als ik morgen onder een tram sukkel, dan heb ik al een oplossing klaar. Ik heb een videopresentatie opgenomen voor als ik er niet meer ben. Zo gaat de kennis tenminste niet verloren."

Een bezoek aan het Computermuseum kan alleen op afspraak: 02/728 05 27. De toegang is gratis. Bourgetlaan 20, 1130 Haren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234