Woensdag 11/12/2019

Geachte heer Wuyts, beste Michel,

Elke week op deze plaats: onze tv-watcher schrijft een brief aan een schermfiguur en tipt dé programma's van de week, zoals: Dieter Coppens gaat met zijn ganzenkinderen vliegen in Copy beest (Eén), Herman Brood zoals u hem nog niet kende in Unknown Brood (Canvas) en alles wat u eigenlijk had moeten zien, maar dus niet zag in De mol (VIER).

Terwijl ik op een bankje op mijn winkelende verloofde wachtte en me het hoofd brak over wie de bestemmeling zou worden van de laatste brief voor het paasreces, fietste het antwoord gewoon voorbij. Aan de overkant trok een roedel wielertoeristen piepend de remmen dicht om in een café bij te tanken. Ze kwakten hun dure stalen rossen achteloos tegen de gevel, rochelden een paar keer collectief en namen met waggelende eendenpas bezit van het terras. De metalen plaatjes onder hun schoenen tikten een deuntje en de lentelucht die net voordien nog naar seringen en hyacinten rook, vermengde zich met de penetrante geur van zweet en spierzalf. De heren en de schaarse dames waren weinig flatterend verpakt in een truitje dat schreeuwerig naar een naburige drankencentrale verwees en ze maakten zo'n misbaar dat her en der gordijntjes open schoven.

Geamuseerd sloeg ik het tafereel gade en zag hoe zelfs de meest buikigen zich in het diepst hunner gedachten Boonen, Van Avermaet of ten minste Sep Vanmarcke waanden. Toen de wegkapitein de bonte stoet aanmaande rijsttaartjes, bananen en streekbieren versneld door te slikken om zich asap naar de volgende afspanning te spoeden, maakte zich zelfs een licht gevoel van euforie van me meester. Met de koers komt immers ook de lente en wordt wielergek Vlaanderen opgezadeld met de onweerstaanbare dwang om massaal samen te troepen op kasseistroken en molshopen die zich even heuse cols wanen.

In gedachten hoorde ik er jouw stem bij en realiseerde me dat het alweer veel te lang geleden is dat ik je schreef. Want als er iemand aan de vooravond van De Ronde een brief verdient, dan is het Nationale Michel wel. De hogepriester van de koers. Voorganger in ontelbare wielerhoogmissen en samen met trouwe ploegmaat José De Cauwer een onuitputtelijke bron van vermaak in talloze huiskamers. Vorige week nog zag ik je aanschuiven bij Lieven Van Gils. Een messcherp afgetrainde zestigplusser met een spartaans gesneden karakterkop en het rustige zelfvertrouwen van iemand die beseft dat hij al lang niets meer te bewijzen heeft. Niet meer dan een acte de présence om twee auteurs te plezieren die het in hun hoofd hadden gehaald je wedstrijdcommentaar voor de eeuwigheid veilig te stellen door ze woordelijk in een boek te gieten. Ik zag er niet meteen een bestseller in, maar het bevestigde andermaal je onaantastbare status van Vlaamse wielerpaus. Het breedsprakerige orakel dat over elke rennerskont een sappig verhaal in voorraad heeft en tijdens actieluwe ritten urenlang kan doorbomen over toeristische bezienswaardigheden, berglandschappen, rennerslieven, topwijnen en sterrenrestaurants. Ontelbare uren heb ik in je gezelschap gesleten, en bij leven en welzijn zullen er nog ontelbare volgen.

Toch moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat er een tijd was dat ik het niet op jou begrepen had. Sterker nog, ik legde je zelfs regelmatig het zwijgen op door bij de beelden voor het radiocommentaar te kiezen. Ik stoorde me aan de behoorlijk irritante betweter die gewichtig zijn brede algemene kennis etaleerde door zwaaiend met een belerend vingertje de edele wielersport te doceren. Geen populaire flandrien en ex-coureur als wijlen Fred De Bruyne, noch een geestige scherpslijper als Mark Uytterhoeven, maar een afstandelijke schooldirecteur uit Schaffen die om god weet welke reden de veilige leraarskamer had ingeruild voor de hermetische gesloten microkosmos van het peloton. Wat wist zo iemand nu van de koers? Toch de volkssport par excellence die het vooral van enthousiasme moet hebben en niet gebaat is met hautaine afstandelijkheid van iemand met een voorliefde voor gregoriaanse gezangen.

Toch ging ik snel overstag. Omdat ik merkte dat je liefde voor de sport oprecht was en zag dat jij steeds meer naar de renners toegroeide en zij naar jou. Niet als een simpele supporter, maar als een kritische waarnemer die immer een gezonde dosis argwaan in reserve hield. Als een koele minnaar die te vaak bedrogen werd om zich nog onvoorwaardelijk aan blinde passie over te geven. De rest is geschiedenis. De wat kleurloze knecht werd een kopman. Een vleesgeworden wielerencyclopedie en de alom gerespecteerde patron van het peloton die, zonder zichzelf te verloochenen, een palmares bij elkaar reed waar de meeste renners enkel van kunnen dromen. Een van die zeldzame krachtpatsers voor alle seizoenen die in staat is om met zijn redenaarstalent zowel veldritten, klassiekers als rittenwedstrijden bij te kleuren.

Jij kent mij niet. Ik jou wel. Toen ik zelf nog 'van de stiel' was, kwam ik je weleens tegen in het rennersdorp. Een dopingvrije man van stand, dat zag je zo. Steeds diep in gedachten verzonken en waardig door de massa schrijdend met een stapeltje kranten onder de arm. Een immer ernstig kijkende seigneur die voor de start een paar kilometer ging joggen en zich nooit bezondigde aan liederlijke 'après koers'. Amper te verleiden tot enige verbroedering met sjofele inktkoelies zoals ik die het moesten stellen met een afgemeten hoofs knikje.

Toch ben ik je ook na mijn 'wielerpensioen' blijven volgen en geniet ik nog steeds van je hilarische verbale paso dobles met 'Cauwerke'. Samen een onvermoed komisch duo dat elke wedstrijd opfleurt met legendarisch geworden uitspraken als "Tommeke , Tommeke... Wat doe je nu?" of het evenmin te versmaden "principes zijn als vrouwenborsten - soms zijn ze slapper dan ze eruitzien". Er borrelde zelfs een warme sympathie op toen ik via een aangrijpend interview vernam dat je jeugd geterroriseerd werd door de manisch-depressieve psychose van je moeder. Ik voelde met je mee toen je ijlings de Tour moest verlaten om je vrouw bij te staan die zwaargewond was geraakt bij een fietsongeval. De enige juiste beslissing, maar niettemin een zware slag voor een doorzetter voor wie opgeven geen optie is. Ik herinner me nog hoe je jaren later, geteisterd door een onstuimige maag- en darmontsteking, forfait moest geven voor de Tourstart. Het verbaast me nog steeds dat La Grande Boucle toen zonder jou durfde te vertrekken.

Ik weet ook wel dat velen zich nog steeds ergeren aan je barokke en licht filosofische bespiegelingen. Niets van aantrekken, Michel. Valse bescheidenheid is nergens goed voor en hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind. Je weet trouwens goed genoeg dat je kunt rekenen op de steun van een veel grotere supportersclub waarvan ik me met enige fierheid lid durf te noemen. Al vele jaren ben je mijn fidele compagnon de route als de commentator die zich na elke wedstrijd zelf een beetje winnaar mag voelen.

Zondag zal ik me dus weer met veel plezier vastbijten in je wiel. Gesterkt door de wetenschap dat je me andermaal op unieke en vermakelijke wijze feilloos over Paterberg, Oude Kwaremont, Muur en Eikenberg zal loodsen. Een fijne Ronde gewenst, Michel. Dat de beste moge winnen.

Met hartelijke groeten,

je vriend Jules

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234