Zondag 08/12/2019

Geachte heer Van Gucht, beste Ruben,

Elke week op deze plaats: onze tv-watcher schrijft een brief aan een schermfiguur en tipt dé programma's van de week, waaronder: de bijna perfecte moord in de Britse miniserie The Secret (Canvas), de aftrap van het 'EK van de waarheid' (Een) en de finale van Mijn pop-uprestaurant (VTM)

Terwijl ik de laatste voorbereidingen trof om volop te kunnen genieten van weer een 'moeder aller sportzomers', zag ik ene Aster Nzeyimana naast Martine Tanghe in Het journaal zijn grote schermdebuut maken. "Waar komt díé snotneus plots vandaan", gromde ik even, toen de gladde jongeman net iets te zelfverzekerd en met duidelijk aangeleerde vlotheid zijn lesje opdreunde.

Maar ik voelde tegelijk medelijden met het aanstormende talent dat voor de leeuwen werd gegooid en het niet verdiende om zonder eerlijk proces te worden veroordeeld. Iedereen moet een eerlijke kans krijgen en de prijzen worden tenslotte pas aan de meet uitgedeeld. Bij deze wens ik Aster Nzeyimana oprecht een succesvolle campagne toe in plaats van hem nog voor de wedstrijd is afgetrapt te verketteren.

Die fout heb ik immers eerder al bij jou gemaakt toen je zo'n drie jaar geleden out of the blue gelanceerd werd als de nieuwe spits van de VRT-sportredactie. Ik liep niet hoog op met de nieuwe sportbeau, die ongevraagd de gevestigde orde kwam verstoren en leek te denken dat hij automatisch op hetzelfde respect kon rekenen waarvoor zijn door de wol geverfde collega's jarenlang hadden moeten sparen.

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat die perceptie vooral werd gevoed nadat je op de radar was verschenen van mijn vrouwelijke en overigens totaal sportonkundige kennissenkring, die zich in bewoordingen als 'Die blonde zou het me geen twee keer moeten vragen' of 'Met die gast zou ik wel een matchke willen spelen' unaniem en net iets te enthousiast over je uitliet. Als een jaloerse kleuter ben ik toen zwaar uit de bocht gegaan en heb ik je zowel een 'fletse nageboorte van Carl Huybrechts', een 'overroepen strandjanet ' als een 'salonjournalist' genoemd.

Ondanks talloze smeekbedes weigerde ik pertinent - "Binnen enkele maanden is er van die Van Gucht toch geen sprake meer" - je een brief te schrijven. Dat doe ik nu toch. En met plezier. Misschien een klein beetje om me te verontschuldigen voor de gratuite laster en eerroof waaraan ik me, weliswaar in beperkte kring, heb bezondigd, maar toch vooral omdat ik je leerde waarderen als een gedreven en talentvolle aanwinst die veel sneller dan verwacht met de grote jongens mag meespelen.

Al moet je ook begrijpen dat de meeste kijkers gewoontedieren zijn die in de loop der jaren zo verknocht zijn geraakt aan bepaalde schermgezichten dat die huisvrienden en -vriendinnen zijn geworden. Ze mogen - althans tijdens sportzomers - op elk uur van de dag binnen zonder bellen. Het zijn de strijders van vele (sport)oorlogen die je volgaarne hun kleine foutjes vergeeft, in de wetenschap dat drie maanden intens samenleven nu eenmaal geven en nemen vereist.

Net omdat zo'n vertrouwensrelatie geduldig en behoedzaam wordt opgebouwd, is het voor nieuwkomers eens zo moeilijk om zich tussen onaantastbare journalistieke coryfeeën in de ploeg en in de kijkersgunst te spelen. De voetbalverslaggeving zou toch niet hetzelfde zijn zonder het legendarische 'binneuh' van Frank Raes en de koers is ondenkbaar geworden zonder de door elkaar wauwelende ploegmaats Michel Wuyts en José De Cauwer.

Soms vraag ik me af of de sportwereld überhaupt kan blijven draaien zonder de alomtegenwoordige godfather Karl Vannieuwkerke en betrap ik me erop dat ik zelfs de italofiele dramaqueen Renaat Schotte, de fleurige overgordijnen van Catherine Van Eylen en de sympathieke houterigheid van Stef Wijnants zou missen als ze er plots niet meer zouden zijn. Stuk voor stuk bakens van comfortabele zekerheid van wie ik weet dat ze me andermaal professioneel en feilloos door een copieus sportmenu zullen loodsen.

En daar hoor jij voortaan ook bij, Ruben. Geen geringe prestatie voor een late twintiger die er als klein ventje van droomde om sportjournalist te worden en daar vooral door tomeloze ambitie en hard werken ook in slaagde. Niet te beroerd om in zichzelf te investeren door met een logopediste een jaar lang zijn uitspraak bij te schaven. Van losse medewerker bij de radio via de regionale televisie en de lang vergeten zender EXQI bij de VRT beland, om daar in geen tijd door te groeien tot een vaste waarde die dankzij zijn passie voor, en kennis van de sport ook bij geboren kankeraars als ik respect afdwong. Straks kamperend voor de vijfsterren-uitvalsbasis van de Rode Duivels in Bordeaux om de vinger aan de pols te houden van onze jongens, en in augustus vliegende reporter op de Spelen in Rio. Proficiat en welkom in mijn team.

Jij kent mij niet. Ik jou wel. Toen ik zo'n anderhalf jaar geleden mijn rondjes rond de Gentse Watersportbaan strompelde, merkte ik beweging in de buurt van de wielerpiste. Ik onderbrak even de dagelijkse marteling en zag je voortgestuwd door de opzwepende muziek van dj Zohra als een volleerd pistier in de Belgische driekleur over de baan flitsen. "Die blonde sportjournalist is het uurrecord aan het aanvallen", meldde een toeschouwer.

De dag nadien floot ik van bewondering toen ik vernam dat je tijdens dat uur afzien meer dan 42 kilometer had afgelegd. Afgetrainde sportjournalisten die bereid zijn hun grenzen te verleggen om als ervaringsdeskundige een dieper inzicht te verwerven in hart en ziel van hun onderwerpen, verdienen nu eenmaal meer respect dan dikbuikige en/of vadsige collega's die aan hun bureautje onderuitgezakt stukjes zitten te schrijven.

Sinds dat huzarenstukje heb ik je carrière met aandacht en sympathie gevolgd en stelde ik met genoegen vast dat ook daar alles op wieltjes liep. Auteur van zeer lezenswaardige boeken over Bernard Hinault en je idool Johan Museeuw. Samen met penaltyheld Leo Van der Elst performer in Met de ogen dicht, een theatershow over de gouden Duivelsgeneratie van '86, en op het scherm stilaan rijp voor een sterrenstatus. Als nieuwbakken BV uitgenodigd door mijn favoriete lispelende hipster Joy Anna Thielemans voor een duel met het inmiddels vervlogen mediafenomeen Astrid Bryan in het onnozele Het sterkste netwerk.

Toch een beetje opletten met dergelijke onzin, Ruben. Geef mij maar het fijne rubriekje in De afspraak, waar je al interviewend in het wiel probeerde te blijven van gelouterde flandriens als Greg Van Avermaet, Sep Vanmarcke en Jürgen Roelandts. Ik volgde trouw hoe je als een jonge wielerversie van Frank Raes in het nogal saaie Extra time koers tot in den treure de wieleractualiteit herkauwde. Maar ik heb wel genoten van De kleedkamer, waarin je als broekventje tussen levende legendes fijne brokjes voetbalnostalgie mocht doen herleven, en met het beklijvende interview van de bevende Gille Van Binst zelfs een stukje tv-geschiedenis schreef. Goed bezig, Ruben.

Maar het gaat wel heel erg snel en mooie jongens zoals jij zijn extra vatbaar voor de verleidingen van populariteit en televisionele bekendheid. Laat je dus niet gek maken. Bezondig je niet te veel aan egotripperij, probeer als sportieve coming man met de voetjes op de grond te blijven en maak er vooral voor jou én voor mij een zalige sportzomer van.

Met hartelijke groeten,

Je vriend Jules

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234