Zondag 25/10/2020

Geachte heer koning, Beste Albert,

Jules Hanot verlaat eventjes het magazine om de koning een hart onder de riem te steken

Er zijn dagen waarop je even deelgenoot wordt van de geschiedenis en die zich levenslang onuitwisbaar in je herinnering nestelen. Zo weet ik nog tot in de kleinste details waar ik was en wat ik deed toen president Kennedy werd vermoord. Of toen 'Fredje' Deburggraeve en Tia Hellebaut olympisch goud haalden, de twee vliegtuigen zich verwoestend in de Twin Towers boorden en Uw broer in het Spaanse Motril aan een falend hart bezweek. Ook de derde juli van het jaar 2013 zal ik nooit vergeten.

Het leek nochtans een dag als vele anderen. Tot half zes. Mark Cavendish had op magistrale wijze een massaspurt in de Tour gewonnen en ik had net de nagelnieuwe Reeboks onder gebonden voor een fikse jogging. Tot U zich met de zaken ging bemoeien, Sire, en mij net als al Uw onderdanen compleet verraste met de mededeling om per 21 juli met koninklijk pensioen te gaan. Ik zag hoe de tv-studio's zich vulden met lichtjes verbouwereerde politici en royaltywatchers die, zoals te verwachten was, unisono de lof zongen van de afscheidnemende 'vader des vaderlands' die van een enkel nog op papier bestaande natie weer, heel even, een echt land maakte. De separatisten zwegen of kakelden in de door royalistische gevoelens veroverde woestijn.

Het was mooi, Sire. Ik moest warempel even slikken toen U, fier rechtop voor het portret van 'founding father' Leopold I, het woord tot mij richtte. Echte televisie. Veel minder strak geregisseerd dan de doorgaans door talloze adviseurs voorgekauwde blauwbloedige kerst- en andere boodschappen. U zag er zelfs, strak in het blauwe pak, een stuk patenter uit dan de bevende vorst die in 1993 de troon besteeg. Gedwongen om zijn broer op te volgen omdat de politiek voor zekerheid koos in plaats van voor een wankele troon. Filip immers nog veel te groen achter de koninklijke oren en België niet rijp voor een koningin. Albert II: koning tegen wil en dank. Ik had toen een beetje te doen met de eeuwige invaller die nooit mocht spelen, maar ineens van de bank werd gehaald om tot spil van het elftal te worden gepromoveerd. Lang uitgelachen als 'Bert Bibber' en in volle eedaflegging geschoffeerd door de 'Vive Lahaut'-schreeuwende onnozelaar Jean-Pierre Van Rossem.

Maar U hebt het prima gedaan en groeide uit tot de alom gerespecteerde vorst die als een levenswijze trainer zijn talentvolle, maar wisselvallig presterende ploeg nooit in de steek liet en er nauwgezet op toezag dat het constante geruzie in de kleedkamer niet hopeloos uit de hand liep. Een vorst die zich moeizaam uit de schaduw van zijn vrome broer wist te worstelen en gaandeweg het koningschap met zijn eigen persoonlijkheid wist in te vullen. Geen 'roi triste' als de charismatische Boudewijn. Wel een vrolijke en goedlachse Albert die, voor hij tot de troon werd geroepen, met volle teugen van het leven genoot en er geen geheim van maakte dat hij zowel van wijntje als van trijntje hield. Ik amuseerde me met de al dan niet opgesmukte verhalen over de talrijke buitenlandse missies die U als sandwichman voor dit land hebt geleid. Met Albert 'never a dull moment'. Hoewel getrouwd met de bloedmooie Paola Ruffo di Calabria geen 'one woman man', maar een flierefluiter die zich in zijn wilde jaren wel eens tot het rijden van een scheve schaats liet verleiden. En dat is, begrijp me goed, Sire, des mensen.

Maar wat ik nooit goed begrepen heb is waarom U halsstarrig bleef weigeren om de vrucht van Uw verboden liefde officieel als koningsdochter te erkennen. Het had mijn respect voor U nog groter gemaakt. Waarom verzuimde U om, zoals president Mitterrand destijds bij de 'ontdekking' van Mazarine, het bestaan van Delphine met een simpel 'et alors' voor eeuwig en drie dagen te verbannen naar de privésfeer? Ook vorsten zijn immers verantwoordelijk voor hun daden en nergens staat geschreven dat blauw bloed dat zijn gat verbrandt ook niet even op de blaren moet zitten. Daar bent U me behoorlijk tegengevallen, Sire. Mits wat meer moed hadden we dat hele gedoe niet gehad en was U misschien nog wel even willen blijven. Maar goed. Gedane zaken nemen geen keer. Ik hoop dat U het, verlost van de troon, eindelijk goedmaakt met de 'verloren' dochter. Knoop alsnog alle losse eindjes aan elkaar, Sire. Ik weet immers dat U dat kan. Het is toch ook met 'dolce' Paola, - ik zag ze net voor Uw toespraak nog liefdevol en bezorgd Uw das rechten - weer goed gekomen. Opnieuw een harmonieus koningspaar dat elkaar na vele omzwervingen weer in de armen viel en een vredige levensavond heeft verdiend.

U kent mij niet. Ik U wel. Twee jaar geleden hebt U me tijdens een bezoek aan onze drukkerij in Lokeren zelfs de hand geschud en enkele woorden met mij gewisseld. Tegen iedereen die het horen wil, vertel ik, wees gerust: zonder de kroon te ontbloten, over onze ontmoeting. De foto die toen werd genomen koester ik - hoe schijnheilig kan een republikein zijn? - als een relikwie. U zag er niet echt als een koning uit, Sire. Ondanks donkere limousines, lijfwachten en een alomtegenwoordige 'koningfluisteraar' leek U verdacht veel op een gewone sterveling. Een warm en eenvoudig medemens. Ten allen tijde gebukt onder de verpletterende verantwoordelijkheid die hem belette te echt te leven. Ik benijdde U niet. Wel integendeel! Ineens zag ik de troon als een vergiftigd geschenk. Het deed me dan ook veel plezier U op het scherm terug te zien. Moe geregeerd en op weg naar zijn tachtigste een beetje wankel van constitutie. Twintig rumoerige jaren lang de vaardige ceremoniemeester van een bizar Koninkrijk aan de Noordzee. U kwam oprecht ontroerd over en het enthousiaste 'Leve België' klonk als een warme aanmoediging. We zullen ons best doen, Sire.

Maar doe me één plezier. Blijf vanop afstand een oogje in het zeil houden, want ondanks mijn oprecht respect voor U is dat voor de rest van Uw familie niet bijzonder groot. Ik had dan ook veel liever gehad dat U werd opgevolgd door een verkozene des volks en niet door een lid van Uw folkloristische kroost dat zonder enig afdoend bewijs van bekwaamheid een topjob in de schoot geworpen krijgt. U zal het met me eens zijn dat zo'n erfelijke troonopvolging altijd een lot uit de loterij blijft. Ik hoop van harte dat Filip na een leerschool van ettelijke decennia eindelijk in staat is met enige geloofwaardigheid Uw rol over te nemen en zich mans genoeg toont om, zoals U, de Saksen Coburgs in de pas te doen lopen. Hou hem, Fabiola, Laurent et les autres in de gaten, Sire. Ik kan me geen betere boswachter bedenken dan de stroper die U vroeger was. Het ga U goed, Sire. Ik wens U op 21 juli een spetterend afscheid en hoop van harte dat U samen met Uw vrouw en 'teruggevonden' dochter nog lang van het 'gewone' leven genieten mag.

Met hartelijke groeten

Uw onderdaan Jules

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234