Maandag 25/05/2020

Geachte heer Brouwers,

PAUL MENNES

De eerste keer dat ik Kroniek van een karakter las, moet eind jaren '80 geweest zijn. Ik herinner me dat ik de twee boeken onmiddellijk na elkaar uitlas. Ik viel als een blok voor Brouwers' vlammende woede, eigenzinnige commentaren en misantropische geestigheid.

Eén zin uit de verzameling brieven tikte ik over met een toen al aftandse schrijfmachine en hing ik boven mijn bureau:
'Vriendschap, liefde, bewondering, mooi weer en bitterkoekjespudding dat zijn dingen die voorbijgaan.'
Vriendschap beschouw ik, in mijn somberste momenten, als misbruik met wederzijdse toestemming.
Liefde is iets waarover fatsoenlijke mensen het niet hebben tijdens het eten.
Mooi weer laat me koud.
Wat bitterkoekjespudding is, weet ik na al die jaren nog altijd niet.
Wel ben ik blij dat ik Jeroen Brouwers ongelijk kan geven als het over bewondering gaat.

Paul Mennes (°1967) debuteerde met Tox (1994). Recentste roman: Niets bijzonders (2014).

GRIET OP DE BEECK

Ik heb Jeroen Brouwers een keer ontmoet, niet eens zo vreselijk lang geleden. We kenden elkaar zeventien minuten toen hij zei, met een frons tussen de wenkbrauwen: "Ja, denk jíj, maar jij bent een piepkuiken." Wie mij meteen zo liefdevol beledigt waar ik bij sta, zit voor altijd in mijn hart.

En daar zat hij natuurlijk al. Om zijn woeste denken, zijn intense kijken, om de bravoure van zijn schrijven, de dansbaarheid van zijn zinnen, de glorie van zijn enorme oeuvre.

Op het einde van het gesprek, nadat hij mij met cake van een goeie bakker had verleid om al mijn geheimen prijs te geven - "doe het voor de literatuur, en voor mij, een oude man die hier te midden van de bossen zo weinig meemaakt", en dan die grijns - toen zei hij, met een zeldzaam wankele blik: "Misschien word ik wel tachtig. Ik denk het niet, maar je weet maar nooit."

Geachte jarige Jeroen Brouwers, wilt u alstublieft minstens negentig worden. Doe het voor de literatuur, en voor mij en al die andere lezers die niet kunnen, of beter: niet willen kunnen, zonder uw kunst.

Griet Op de Beeck (°1973) debuteerde met Vele hemels boven de zevende (2013). Recentste roman: Kom hier dat ik u kus (2014).

NIÑA WEIJERS

U weet het niet, maar ik ontmoette u in 2003, in de openbare bibliotheek van Nijmegen. Ik was zestien, en zag daar een boek staan met een titel die me trok als een magneet en een mysterieuze tekening van een zingende vrouw met een jojo in haar hand, op de achtergrond het skelet van een dinosaurus. Ik pakte het van het schap en begon er, half leunend tegen de kast, in te lezen - een gewoonte die ik nog altijd niet heb afgeleerd en die me een aantal van de beste momenten in mijn lezersleven heeft bezorgd.

Het boek was natuurlijk Geheime kamers, en in de middagen erop las ik het niet uit maar verslónd ik het, zittend aan de keukentafel, een stapel boterhammen binnen handbereik. Ik leerde dat de zingende vrouw van het omslag femme fatale Daphne Uitwyck moest voorstellen, dat medelijden dodelijk is, dat slaapkamers plekken van geheimen zijn en dat zelfs de slapste weekdieren op onverwachte momenten ruggengraat kunnen tonen. Ook leerde ik dat grootse literatuur zich niet zomaar laat ontleden in thema's, plot, structuur en al die dingen die ze er op de middelbare school bij je in rammen.

Mijn moeder, anders dan ik een vrouw met een talent de juiste dingen te bewaren, heeft een map bewaard met daarin al mijn leesverslagen voor de middelbare school. En dus lees ik twaalf jaar na dato wat de zestienjarige versie van mezelf op 13 maart 2003 noteerde: 'Dit is het beste boek dat ik ooit heb gelezen. Ik zal alle verplichte onderdelen [thema, vertelinstantie, motto, personages, motieven] van dit leesverslag netjes afhandelen, maar eigenlijk kun je al die dingen niet los van elkaar zien.'

Dankuwel, meneer Brouwers, voor dit boek in het bijzonder: het maakte me een lezer.

Niña Weijers (°1987) debuteerde vorig jaar met De consequenties. Het boek is zowel genomineerd voor de Gouden Boekenuil als voor de Libris Literatuurprijs 2015.

CHRISTOPHE VEKEMAN

Dat er in de literatuur geen andere waarheid bestaat dan de vorm. Dat niemand ooit zozeer de waarheid schrijft als de geboren leugenaar. Dat het onderscheid tussen vorm en vent in het geheel geen onderscheid is. Dat je voortdurend bloedserieus kunt zijn, en tezelfdertijd weergaloos geestig. Dat literair talent voor een belangrijk deel uit onverschrokkenheid en moed bestaat, - het zijn maar een paar van de dingen die Jeroen Brouwers mij tot mijn zeer grote dankbaarheid geleerd dan wel te leren heeft, zoals hij de voorbije decennia, en dit tot op de dag van heden, eveneens op niet te evenaren wijze aangetoond heeft welk een vruchtbare, verheven en verheffende, kortom grandioze emotie grote woede wel degelijk zijn kan.

Christophe Vekeman (°1972) debuteerde met Alle mussen zullen sterven (1999). Recentste roman: Marie (2013).

JOZEF DELEU

Jeroen, kunst en cultuur zijn in het nieuwe Vlaanderen niet meer hoogdringend. Decennialang hebben cultuurflaminganten geijverd om van kunst en cultuur dé hefbomen te maken van onze emancipatie. Dit streven wordt door de nieuwe kanunniken niet langer gezien als essentieel voor de Vlaamse identiteit. Dat sommige schrijvers en kunstenaars zich daarmee kunnen verzoenen, illustreert hoe mak en tandeloos ze zijn geworden. Ze liggen bang afwachtend voor de lichtbak van de subsidiegever. Dit is een heel pijnlijke constatering. De kunst- en cultuurwereld komt onvoldoende in opstand tegen de mantra van de nieuwe Vlaamse overheid die schaamteloos bespaart op de essentie van onze identiteit, onze kunst en cultuur.

Jeroen, jij bent in talent en werkkracht, maar ook in weerzin en woede, een voorbeeld voor Vlaamse schrijvers en kunstenaars die het lamentabele cultuurbeleid niet willen accepteren.

Dierbare Vriend, ik dank je voor je indrukwekkend oeuvre, voor je vriendschap en voor je 'mauvais caractère'. Je bent een man om lief te hebben. Dit wilde ik je zeggen op je 75ste verjaardag.

Jozef Deleu (°1937) is hoofdredacteur van Het Liegend Konijn.

RONALD GIPHART

'Wie wil schrijven,' legt u uit in uw fenomenale roman Winterlicht, 'moet uitsluitend schrijven, en vierentwintig uur per etmaal voor zijn schrijverij, en voor niets anders, beschikbaar zijn, dag en nacht, alles wat hij doet of meemaakt in het teken stellend van het oeuvre dat hij maakt, zijn hele leven lang, en het beschouwen als zijn lot dat hij niet kan ontlopen en overigens tot in de uiterste consequentie ook niet wil ontlopen - dát is een schrijver.'

Deze regels, die ik las als scholier, hebben mijn leven bepaald. Dit waren de woorden die alles ontsluierden over wat ik zelf wilde zijn. Winterlicht lag naast mijn bed, ik nam het boek iedere dag mee naar school en universiteit, en jarenlang droeg ik het bij me in de voering van mijn loden jas. Mijn schoolvriend Bert Natter en ik noemden ons 'De Brouwerianen' en in onze studententijd hoorden we tot een genootschap van liefhebbers van uw werk. Duizenden uren kwamen we bij elkaar om over uw oeuvre te praten, we voerden gesprekken die bestonden uit citaten uit uw boeken, en wat we zelf probeerden te schrijven bestond louter uit onmachtige Brouwerismen. Inmiddels - dertig jaar en vele levens later - zijn Bert en ik beiden romanschrijver en proberen we nog steeds zo kwaad als dat gaat vierentwintig uur per etmaal beschikbaar te zijn voor het pad dat u voor ons heeft ontsloten. Wij buigen diep in bewondering. Vanavond ga ik slapen met Winterlicht naast mijn bed, maar niet voordat ik u oprecht heb gefeliciteerd met uw verjaardag. Ik hoop dat er nog vele jaren mogen komen.

Ronald Giphart (°1965) debuteerde met Ik ook van jou (1992). Recentste werk: Harem (2015).

PETER VERHELST

Het dierbaarst van alle dierbare Brouwersboeken is me De zondvloed. Zo verbluft was ik door de compositie (het ís een onverbiddelijk muziekstuk), zo ondersteboven van dat genadeloze, van dat blote, van de ontroerende kracht van Brouwers' stijl, van de eenzaamheid, van dat bodemloze verdriet, van het scherfachtige, het fragmentarische (waardoor alles nog groter werd omdat er een geheel werd gesuggereerd), dat ik na lezing van dat boek de eerste en enige brief schreef die ik ooit uit eigen beweging naar een auteur zond. Ik herinner me niet goed wat er in de brief stond, maar het zal zeker gênant zijn geweest.

Ik kreeg nooit een antwoord. Gelukkig maar. De zondvloed is het definitieve antwoord.

Peter Verhelst (°1962) debuteerde met Vloeibaar harnas (1993), won in 2000 de Gouden Uil met Tongkat. Recentste roman: De kunst van het crashen (2015).

---

Aan het hommageprogramma werken mee, meestal live op de planken, een enkele keer via een videobericht: Tom Van Bauwel, Peter Buwalda, Walter van den Broeck, Elise Caluwaerts, Guy Cassiers, Yannick Dangre, Ellen Deckwitz, Ronald Giphart, Tom Jansen, Tom Lanoye, Paul Mennes, Ann Meskens, Griet Op de Beeck, Yves Petry, Piet Piryns, Mizzi van der Pluym, Dirk Roofthooft, Johan Vandenbroucke, Frank Vander linden, Christophe Vekeman, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst, Niña Weijers en Joost Zwagerman. www.begeerte.be.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234