Vrijdag 04/12/2020

'Ge kunt nooit genoeg geheugen hebben'Maurice De Wilde heeft dinsdag zijn elf jaar durende strijd tegen kanker verloren. Met hem verdwijnt Vlaanderens eerste en hardnekkigste onderzoeksjournalist. Bij leven was De Wilde al een legende; hij gaat de geschie

Maurice De Wilde (°1923) en zijn bronnen. De eerste Vlaamse onderzoeksjournalist die naam waardig hield niet van half werk. Hij nam geen vrede met de 'officiële' waarheid en stond erop dat bij elk verhaal het principe van woord en wederwoord gerespecteerd werd. Het heeft hem zijn hele carrière lang niets anders dan problemen opgeleverd. Het begon al in 1949, toen De Wilde als jonge omroeper werkte voor de NIR-radio. Hij werd door administrateur-directeur-generaal Jan Boon op het matje geroepen omdat hij zich "in grove, beledigende" termen over het verzet had uitgelaten. "Alle weerstanders zijn smeerlappen", zou hij gezegd hebben. "Sommige weerstanders zijn smeerlappen", corrigeerde De Wilde. Ook al koesterde hij als jongeling een hartgrondige haat voor de nazi's en de collaboratie, toch zag hij toen al de nuances van het verhaal, de keerzijde van de medaille. Maar de felheid waarmee hij die keerzijde onder de aandacht wilde brengen, bezorgde hem vijftig jaar lang problemen.

Maurice De Wilde stapte in 1956 over naar de televisie en botste daar meermaals met toenmalig BRT-directeur Paul Vandenbussche. In 1966 zag hij een promotie aan zijn neus voorbijgaan omdat hij in een reportage over de staking van de mijn van Zwartberg (Mijnalarm) twee keer dezelfde vraag had gesteld aan de toenmalige socialistische vice-premier Antoon Spinoy. Waarom twee keer? Omdat Spinoy weigerde op zijn vraag te antwoorden.

In 1967 was het weer raak. In zijn reportage over de haven (Geen mammoets in de haven) merkte hij fijntjes op dat de CVP-minister van Openbare Werken Jos de Saeger zijn ambtenaren verbod had opgelegd om aan de reportage mee te werken én bovendien zelf weigerde De Wilde te woord te staan. Die 'misstap' zou De Wilde duur te staan komen. Zeven jaar lang zat hij op het strafbankje en mocht hij alleen maar telexberichten afscheuren op de zwaar gepolitiseerde BRT-nieuwsredactie.

Om van de lastige De Wilde verlost te zijn stuurde de BRT hem naar het buitenland. "Daar moogt ge doen wat ge wilt", kreeg hij te horen. In 1973 trok hij naar Chili, waar Pinochet net de macht gegrepen had. Toen hij zag hoe duizenden opposanten in het voetbalstadion van Santiago onder schot gehouden werden door soldaten bewapend met Belgische (!) FAL-geweren, zwoer hij een reportage te maken over de Belgische wapenhandel. Die kwam er pas een jaar later (De een zijn dood, de andere zijn brood).

In datzelfde jaar 1974 kreeg De Wilde een opdracht die zijn leven - en eigenlijk ook dat van miljoenen Belgen - drastisch zou beïnvloeden: hij moest samen met Etienne Verhoeyen een reeks documentaires maken over de Tweede Wereldoorlog. Een half jaar, meer tijd zou hij daar niet voor nodig hebben. Dacht hij. Toen De Wilde in 1988 met pensioen ging, was het werk echter nog niet voltooid. Hij maakte nog tien afleveringen na zijn pensioen en bleef tot de laatste dagen van zijn leven betreuren dat hij nooit werk had kunnen maken van speciale uitzendingen over de bevrijding van Tongeren, over Irma Laplasse, Cyriel Verschaeve, Leo Vindevogel en Dom Modest Van Assche.

Dat De Wilde bijna twintig jaar werkte aan zestig afleveringen over de nieuwe orde, de collaboratie en de repressie, heeft opnieuw alles te maken met bronnen... of het gebrek eraan.

"Ik had vaag gehoord dat er een Centrum voor de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog bestond, en daar wilde ik een paar boeken over de collaboratie ophalen. Die mannen schoten natuurlijk in de lach. 'Maar Maurice, ge zoudt toch moeten weten dat zulke boeken niet bestaan. Alle dossiers liggen bij de auditeur-generaal, maar we moeten u zeker niet vertellen dat ge die dossiers nooit gaat krijgen'", zei De Wilde in '89 aan Piet Piryns in Vrij Nederland. "Ik ben toen begonnen met het interviewen van honderden collaborateurs. Toen ik dat achter de rug had, dacht ik: pas op Maurice, ge moet dat checken!" Tot zijn grote verbazing mocht De Wilde bij de auditeur-generaal de dossiers gaan inkijken. Drieënhalf jaar bracht hij er door, aan een eigen bureau.

Toen De Nieuwe Orde in 1982 werd uitgezonden, sloeg het programma in als een bom. Het regende kritiek vanuit de pers (Gazet van Antwerpen, De Standaard, 't Pallieterke), de politiek (oud-CVP-voorzitter Robert Houben) en... het paleis. Op 28 april liet Leopold III aan de regering weten dat hij niet opgezet was met het werk van De Wilde, die de rol van de voormalige vorst in de collaboratie genadeloos had blootgelegd. Leopold liet weten dat hij zou zwijgen. En dat deed hij ook tot zijn dood.

Bij de uitzendingen over de nieuwe-ordebewegingen voor de oorlog en de collaboratie tijdens de oorlog, kwam de kritiek op De Wilde bijna zonder uitzondering uit Vlaams-nationale én katholieke hoek. De Wilde kreeg een 'links' etiket opgeplakt, ook al was hij zeer kritisch voor de (B)SP. In '68 overwoog hij zelfs een plaats op de Volksunie-lijst.

Toen vanaf 1991 de documentaires over de repressie werden uitgezonden, kwam de kritiek plots uit linkse hoek. (Vergelding en Repressie wordt momenteel herhaald op Canvas). De Wilde werd verweten dat hij te fel van leer trok tegen de weerstanders én eigenlijk een nauwelijks verholen pleidooi voor amnestie hield. De eerste aflevering werd zelfs verboden door de BRTN zelf. De zevenkoppige wetenschappelijke commissie, die zorgvuldig was samengesteld om alle politieke evenwichten te garanderen en die De Wilde moest 'begeleiden', had aanstoot genomen aan de hardnekkigheid waarmee hij de wandaden van het verzet had uitgespit. Eminente professoren als Verhulst, Wils en Charles trokken zich terug uit de commissie. "Als De Wilde bij mij examen zou moeten doen, dan was hij gebuisd", zei professor Verhulst.

Maar wat opvalt in de hele heisa rond De Wildes werk, is dat niemand hem ooit op een wezenlijke fout, een leugen of een vergissing heeft kunnen betrappen. Bij gebrek aan een 'wetenschappelijke waarheid' kon De Wilde niet anders dan met de wapens van de journalist op zoek gaan naar feiten en verbanden die na 1945 voor honderd jaar achter slot en grendel werden gestopt. Hét belangrijkste wapen van De Wilde was zijn onbevangenheid én zijn dossierkennis. Zijn vaak hartverscheurende interviews met collaborateurs, verzetsstrijders en zelfs Leon Degrelle (wellicht zijn meest memorabele prestatie ooit!) waren geen banale praatjes. En ook al hield De Wilde niet op met vragen stellen - "Waar waart gij op 14 november 1942?" - tot zijn gesprekspartner in tranen uitbarstte en uiteindelijk toch alles opbiechtte, nooit verviel hij in goedkoop sentiment. "Ik geloof nooit dat mensen spontaan de waarheid zeggen", verdedigde De Wilde zijn systeem.

De voortdurende strijd tegen de BRTN-hiërarchie, de wetenschappelijke begeleidingscommissie ("Begeleiden? Ze bemoeien zich overal mee!"), de pers, het leger, het verzet en de politiek, vergde veel van de onvermoeibare journalist. In 1983 kreeg hij een hartaanval en in 1987 werd bij hem kanker vastgesteld ("De oorzaak is de affaire geweest met de professoren van de begeleidingscommissie"). Nog elf jaar lang bleef De Wilde vechten tegen deze ongeneeslijke ziekte en al die tijd bleef hij de evoluties in het medialandschap kritisch volgen. Vooral de 'vervlakking' van de openbare omroep stemde hem droef: "Heb je Freddytex ooit gezien? Potverdomme, als ik naar die programma's kijk, zeg ik: ons volk verdient toch beter dan dat." Die uitspraak typeert De Wilde helemaal. Zijn hele leven lang is hij doordrongen geweest van het ideaal dat de vrije pers, én dus de openbare omroep, een onmisbare pijler is van de democratie. "We zien nu op de televisie een minister die in zijn limousine komt aangezoefd, die het raampje naar beneden draait en zegt: 'Geen commentaar.' Dan denken de mensen weer dat ze geïnformeerd zijn."

Maurice De Wilde, de hertog van Alva van de BRTN, de 'substituut van de krijgsauditeur-te-velde,' de inquisiteur, is niet meer. Zijn werk is echter de belangrijkste informatiebron geworden over de zwartste bladzijden uit de vaderlandse geschiedenis. Maar kan het verbazing wekken dat De Wilde zelf niet tevreden was over het resultaat? Hij heeft nooit de échte grote economische collaboratie mogen uitspitten. Die dossiers bleven achter slot en grendel in het auditoraat-generaal. Het besef dat hij na de kleine garnalen - voor wie hij gaandeweg zelfs begrip en sympathie begon te krijgen - nooit de grote vissen heeft kunnen vangen, moet hem tot op zijn sterfbed diep bedroefd hebben. Karl van den Broeck

'Ik geloof nooit dat mensen spontaan de waarheid zeggen', verdedigde De Wilde zijn systeem

Tekening Jan De Maesschalck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234