Zondag 27/11/2022

Gaza Beach Explosieve parel aan de Middellandse Zee

Je kunt er surfen, snorkelen en vliegeren, er zijn vakantiekolonies voor kinderen en strandbars voor volwassenen. Is het Blankenberge? Nee, Gaza Beach heet dit spannende oord voor minnaars van zon en zee. ‘De Morgen’ trok van het uiterste noorden naar het zuidelijke puntje van de Beach. Buitenlanders kom je er zelden tegen, maar druk is het wel. Veertig kilometer strand aan de Middellandse Zee, het is geen meter te veel voor de anderhalf miljoen belegerde inwoners. ‘Zonder de zee zou Gaza pas echt onleefbaar zijn.’

Het staat er in koeien van letters: Welcome to Erez Border Crossing. Is dit zwarte humor of een geval van Orwelliaanse newspeak? Als reizigers ergens het gevoel krijgen niet welkom te zijn, dan is het wel bij deze grensovergang tussen Israël en de Gazastrook. Een eerste poging tot oversteken gistermiddag liep spaak. “Keer terug”, sommeerde de microfoonstem, “de grens sluit om vier uur”. Argumenteren dat ik recht uit Jeruzalem kwam, zwaaien met de laissez-passer die ik na lang soebatten had versierd, het mocht niet baten. De soldaten in hun kooi van gewapend glas bleven onvermurwbaar. Het was half vijf.

Alternatieven zijn er niet voor de Gazareiziger. Sinds het verscherpen van de blokkade in 2007 zijn op één na alle grensovergangen hermetisch gesloten. Vliegen? Israël laat geen luchtverkeer naar Gaza toe, Yasser Arafat International Airport in Rafah ligt er al jaren ongebruikt bij. Dan maar aanleggen in de haven van Gaza City? Geen goed idee, weten we sinds de bloedige raid door Israëlische commando’s op de Gaza Freedom Flotilla eind mei. Theoretisch is het mogelijk via Egypte naar Gaza te reizen, maar dat is volgens ervaringsdeskundigen een riskante gok. Menige buitenlander heeft wekenlang bij Rafah Crossing gekampeerd. De waarheid is dat Egypte ietwat stiekem maar daarom niet minder effectief aan de Israëlische bokkade participeert. Beide landen delen dezelfde viscerale afkeer van het fundamentalistische Hamas dat in Gaza de plak zwaait.

Welkom in Erez? Zonder goede papieren kom je er niet door. Israëli’s mogen sowieso niet binnen. Te gevaarlijk, oordeelt het Israëlische leger. In de rij staan drie buitenlandse NGO-medewerkers, habituees van Erez. “Do you have a waepon”, wil de vrouwelijke militair weten. De eerste tourniquet wordt verrassend vlot genomen. De volgende etappe speelt zich in een soort luchthaventerminal af, met draconische veiligheidscontroles, wel te verstaan. De ‘full body’-scan blijft me bespaard, die zal ik pas op de terugweg ondergaan. Sluizen en meer tourniquets geven uit op een met tralies afgerasterde en door camera’s bewaakte betonweg die zich een kleine kilometer lang door een desolaat niemandsland slingert. Ik loop moederziel alleen, terwijl de hele constructie op druk tweerichtingsverkeer is berekend. Ooit was Erez de gateway voor tienduizenden Palestijnen die hun brood verdienden als contractarbeider of dagloner in bouw, horeca en landbouw in en rond Tel Aviv. Het wegvallen van die optie is een van de voornaamste oorzaken van de bittere armoede en de op 70 procent piekende werkloosheid.

Tegenliggers in zicht. Een man en een vrouw lopen zwijgend voorbij, een roestige caddy met kind en bagage voor zich uitduwend. Het valt hen niet aan te zien, maar ze mogen zich tot de happy few van Gaza rekenen. Israël laat in principe geen Gazanen binnen, alleen voor dringende medische zorgen worden uitzonderingen gemaakt. Een laatste tourniquet spuwt me uit in een totaal andere wereld. Op een versleten bank onder een boom zitten vrouwen in zwarte abaja’s, lijdzaam wachtend op hun clearance om door het niemandsland te lopen.

Niemand besteedt aandacht aan het verbijsterende tafereel even verderop. Mannen en kinderen scharrelen door een met puinhopen bezaaid landschap. Dit is dus wat overschiet van een bloeiende industriezone nadat het Israëlische leger er tijdens de Gazaoorlog begin 2009 met bulldozers overheen is gereden. Naar verklaringen voor de recordwerkloosheid is het hier echt niet lang zoeken. De figuranten in het deprimerende tafereel laden met de hand brokstukken op ezelkarren. Recuperatie van oorlogspuin is een bloeiende business, niet in het minst omdat Israël de import van bouwmateriaal aan banden legt.

De taxi stopt bij de Palestijnse tegenhanger van Erez: twee barakken met golfplaten dak. De groene vlaggen en baardige soldaten, alomtegenwoordig in de hele Gazastrook, laten er geen twijfel over bestaan: hier begint het rijk van Hamas. Een schriele douaneambtenaar monstert mijn paspoort. Achter zijn rug, naast de ventilator die een verloren strijd met de hitte aanbindt, hangt een vermanende boodschap: ‘Alcohol importeren is ten strengste verboden’, staat er in het Engels. En dat flessen met verboden spul ter plaatse worden vernietigd, in het bijzijn van de betrapte eigenaar. De douanier slaat een stempel in mijn paspoort. “Welcome in Gaza”, zegt hij met een flauwe glimlach.

Puinhopen, met kogelgaten gepokte gevels, de sporen van de oorlog zijn alomtegenwoordig. Een imposant torengebouw is op halve hoogte geknakt, het beeld doet denken aan een zonnebloem die onder zijn eigen gewicht is bezweken. De taxichauffeur simuleert met zijn vrije hand de raid van de Israëlische F16’s. Boem, boem, het voormalige regeringsgebouw ligt andermaal onder vuur.

Wat, behalve ramptoerisme, valt er in Gaza eigenlijk te beleven? Mijn reisgids Israël en de Palestijnse gebieden tempert de verwachtingen. De Grote Moskee van Gaza City is eventueel een verplaatsing waard. Belangstellenden dienen evenwel de grootste voorzichtigheid aan de dag te leggen. Gaza is een vulkaan, geteisterd door sporadische gewelduitbarstingen, en bevolkt door lieden die niet happig zijn op pottenkijkers. Over de belangrijkste toeristische troef rept de gids met geen woord: Gaza Beach. Veertig kilometer onafgebroken zandstrand aan de Middellandse Zee dat schreeuwt om toeristische exploitatie. Ook zonder buitenlandse zonnekloppers is er potentieel zat. De Gazastrook is met anderhalf miljoen inwoners op 360 km2 één van dichtstbevolkte gebieden ter wereld. De beach is hun enige bron van ontspanning.

Niemand die dat beter beseft dan Ahmed Abu Hasira. We treffen hem op het strand van Gaza City waar hij in de zomer als redder werkt. “Ik ben altijd al gek geweest van de zee”, zegt hij. “Hier kan ik al mijn zorgen vergeten. De oorlog, de blokkade, zelfs het feite dat ik met 200 dollar in de maand mijn familie moet onderhouden.” De liefde heeft niet alleen zijn beroepsleven in een beslissende plooi gelegd. Ahmed is lokaal wereldberoemd als... surfer. Hij moet het verhaal al honderd keer hebben verteld. Vier jaar geleden werd hij door een Australische filmploeg op heterdaad betrapt. Een Palestijn op een zelfgemaakte houten board in de branding van Gaza Beach, als dat geen lekker voer was voor surfgekke Aussies. De beelden bleven niet zonder gevolg. Ahmed uit Gaza haalde alle surfmagazines, van California over Kaapstad tot Sydney. Negenvoudig wereldkampioen Kelly Slater stuurde hem twee gesigneerde T-shirts. Niet veel later kocht Ahmed in Israël zijn eerste professionele board, voor 150 zuurverdiende dollars. Hij richtte een club op die intussen wel tien leden telt. Enthousiasme genoeg, maar geen middelen. En toen kwam Donald Paskowitz op de proppen, een 86-jarige zakenman uit Californië die de helft van zijn leven op een surfplank had doorgebracht. In een vlaag van sympathie voor de embryonale surfclub reisde hij naar Erez met dertien tweedehands boards en bijbehorende kledij. Dat de wilde weldoener een Amerikaanse jood was, daar ziet Ahmed geen graten in. “Sport overstijgt politiek”, zegt hij wijs. “Op het WK voetbal van 1998 hebben Amerika en Iran toch ook tegen elkaar gespeeld”.

Boven de vloedlijn wappert de groene wimpel, voor één keer geen uiting van Hamassympathie. “Groen betekent zwemmen toegelaten”, legt Ahmed het kleurenalfabet van de strandredder uit. “Rood betekent zwemmen op eigen risico en bij zwart mag niemand het water in.” Niet dat politiek vlagvertoon geheel en al ontbreekt. Aan de houten uitkijkpost van de redders bengelt sinds kort de Turkse vlag, als eerbetoon aan de negen slachtoffers van de Israëlische raid op de Gaza Freedom Flotilla. De gewezen bondgenoot van Israël heeft hier gescoord, posters van premier Erdogan verkopen als zoete broodjes. Groene wimpel betekent ook: geen weer om te surfen. “De Middel- landse Zee is absoluut niet ideaal”, klaagt Ahmed. “Soms kunnen we wekenlang niet surfen.” Dan maar thee drinken in El-Shera’a, de strandbar die ook als clubhuis dient. Het aantal bruikbare boards is overigens alweer tot vier gezakt. Het had nog erger gekund: tijdens de oorlog miste een obus op een haar na het strandhok waar al hun materiaal lag opgeslagen. Als Ahmed over zijn levensdroom vertelt, sluipt er een wrange toon in het gesprek. “Ik wil surfinstructeur worden”, zegt hij. “Maar daarvoor moet ik naar het buitenland, naar een plek met echte surfgolven. Ik zou hier wel weg kunnen, via Egypte. Maar eerst moet iemand me uitnodigen. Ik heb al heel wat beloftes gekregen van buitenlandse vrienden. Maar als het er op aankomt, hoor ik er niks meer van.”

Een kusttram zou wonderen doen in Gaza. Nu moet alle verkeer, taxi’s en brommers zowel als vrachtwagens en ezelkarren, over een met diepe gaten bezaaide macadamweg die van Gaza City in het noorden naar Rafah in het zuiden loopt. Onderweg passeren we een billboard met een peperdure BMW. “Een loterij van de Palestine Bank”, legt fotograaf en gelegenheidstolk Eyad uit. “Als de winnaar op de Westbank woont, krijgt hij de auto. Komt hij uit Gaza, dan ontvangt hij de waarde in geld. De Israëli’s laten geen auto’s binnen.” Wat niet betekent dat er helemaal geen nieuwe auto’s in Gaza rondrijden. ’s Avonds, bij het bezoek aan een met een reuzenscherm en beamer uitgeruste strandbar, zullen we op een interessant tafereel stoten. Twee kelners waren druk in de weer met het verwijderen van de beschermende folie van een maagdelijke Koreaan. Pas binnengesmokkeld via een van de zowat tachtig tunnels onder de grens met Egypte. “25.000 dollar waarvan de helft taksen”, weet Eyad. “5.000 voor de tunneleigenaar en 7.000 voor Hamas.” Dank zij de tunnels is er geen honger in Gaza, de schappen in de winkels puilen uit. “Maar dat is niet het probleem”, zegt de Palestijnse fotograaf. “Door de werkloosheid en armoede zijn de prijzen voor de meeste mensen onbetaalbaar”.

Strandspelen, ook in Gaza is het een bekend fenomeen. Deze namiddag zijn de jongens aan de beurt in Al Sheikh Elen, een van de negen Summer Camps die VN-organisatie UNWRA op de beach organiseert. Er staat een springkasteel, er liggen vlotten om de branding mee te trotseren, monitoren staan klaar om het kleine grut te begeleiden bij spelletjes, knutselen, zang en dans. “Uit onderzoek blijkt dat 90 procent van de kinderen in Gaza onder post war stress lijdt”, licht verantwoordelijke Saed el-Zafeer de noodzaak van het initiatief toe. “We merken het aan de verhalen die ze elkaar vertellen. De ene heeft lijken in de straat zien liggen, de andere heeft urenlang vastgezeten onder het puin. Niet alle kinderen hebben zoiets meegemaakt, maar ze hebben wel allemaal wekenlang onder het lawaai van overvliegende straaljagers en bomexplosies geleefd”. Nog een argument voor de kampen: ouders laten hun kinderen zelden onbegeleid van het nochtans nabije strand genieten. De schrik zit er diep in sinds het Huda Ghalia-drama van juni 2006. Een hele familie vloog tijdens een strandpicknick in de lucht, alleen de tienjarige Huda overleefde de explosie, waarover nog altijd een hevige controverse woedt. Veel wijst in de richting van een Israëlisch bombardement, Israël zelf houdt het op een door Hamas geplante landmijn. De propagandaoorlog stopt nooit in het Midden Oosten.

Zo’n 250.000 kinderen nemen deel aan de gratis zomeractiviteiten van UNWRA die ook in scholen plaats vinden. Het forse aantal mag niet verbazen. Zand en kinderen, zo wil een gezegde, zijn de enige twee zaken waar Gaza geen tekort aan heeft. Families van tien en meer zijn hier doodgewoon. Maar hoe vredig het tafereel van de joelende kinderen ook lijkt, er zit een adder onder het gras. Al twee keer werd dit jaar een Summer Camp door gemaskerde commando’s overvallen en kort en klein geslagen. Hamas heeft de raids scherp veroordeeld. De daders zouden tot een nog onbekende ultrafundamentalistische militie behoren die de Summer Camps als zedenbederf voor de jeugd verkettert. Maar er gaan ook andere geruchten. Hamas zou de UNWRA-kampen als concurrentie beschouwen voor de eigen zomerkolonies die lang niet alleen ontspanningen bieden. “De kinderen worden er geïndoctrineerd”, zegt een anonieme UNWRA-medewerker over deze ultradelicate kwestie. “In de Hamaskolonies moeten ze de hele dag de Koran lezen en strijdliederen zingen”.

Op het eerste gezicht is de familie Al Houch te benijden. Wie droomt er niet van een huis met zicht op zee? Maar wat aan de Belgische kust een prime location heet, krijgt in een Gaza een andere allure. Dat het verkeer op de kustweg letterlijk langs hun voordeur scheert, tot daaraan toe. Evenmin klagen ze over het feit dat hun huis aan de krappe kant is om aan drie generaties onderdak te verschaffen. Overbevolking is de norm in Deer El-Balah, met 20.000 inwoners het kleinste van de acht vluchtelingenkampen die na 1948 een permanent karakter kregen. Toen de Israëli’s het kamp tijdens de oorlog van op zee beschoten, vielen er tien doden. Nee, over die paar kapotgeschoten ramen zul je de Al Houch ook niet gauw horen jammeren. Waar ze daarentegen wel misbaar over maken, dat is de open greppel met stinkend rioolwater die langs hun gevel loopt. “Vooral de muggen zijn een pest”, zegt Fadwa Al Houch. “We kunnen er ’s nachts niet van slapen.” Waterzuivering is een groot pijnpunt in Gaza. In Deer El-Balah staat nochtans een zuiveringstation, gebouwd met Japans geld. Maar de installatie geraakt maar niet in bedrijf, de nodige investeringen om het afvalwater aan te voeren, blijven uit. Gevolg van de blokkade, luidt de voorspelbare verklaring.

Fadwa en Imane, twee inwonende schoondochters die allebei Engels studeren aan de Islamic University, zijn in een familie vissers getrouwd. Vissers zonder boot, want die zijn ze een paar maanden geleden kwijtgespeeld. “Ze werden ’s nachts door een Israëlische patrouilleboot onderschept”, doet Imane het relaas. “De soldaten hielden hen onder schot. Ze moesten zich uitkleden, in het water springen en naar de patrouilleboot zwemmen. Daarna hebben ze de boot naar Ashdod weggesleept. ’s Anderendaags werden onze mannen naar Erez gebracht, ze zijn teruggekeerd in gevangenisplunje. De boot en de netten, die zijn we kwijt.” De Al Houch’en staan met hun wedervaren niet alleen, ettelijke vissersboten werden al opgebracht of zelfs beschoten als ze zich volgens de Israëlische kustwacht te ver in zee waagden.“Verse vis is onbetaalbaar geworden”, schetst Imane een van de verrassende gevolgen. “We kopen nu diepvriesvis die via de tunnels wordt gesmokkeld”.

Maar genoeg geklaagd. Als de geneugten van het standleven ter sprake komen, kirren Fadwa en Imane als jonge meisjes. Ik moet vrijdag terugkomen, dan krioelt het strand van het volk en valt de rook van barbecue te snijden. Jonge meisjes, dat is ook wat ze in werkelijkheid zijn, ondanks de baby’s en peuters die aan hun abaya’s hangen. Het verhullende gewaad, de onwrikbare kledingsnorm voor gehuwde vrouwen in Gaza, lijkt onverzoenbaar met strandplezier. “Je kunt ermee baden”, verzekert Fadwa. “Ik ga soms zelfs met mijn man zwemmen. ’s Avonds laat, als niemand ons samen ziet.” Stel dat ze op het strand van Tel Aviv was, nauwelijks 80 kilometer noordwaarts. Zou ze dan niet zoals alle vrouwen in bikini of badpak rondlopen? “Nee”, zegt Fadwa resoluut. “Ik draag de abaya omdat mijn geloof dat voorschrijft. Dat geldt niet alleen in Gaza, maar overal.”

Tien kilometer verder, op het stand van Khan Yunis, krijgen we een demonstratie. Een kleine vrouw van rond de vijftig laat zich door de golven wiegen, haar kleed bolt op als een opengeklapte parachute. Het is een mooi schouwspel, met dank aan de ondergaande zon. Even later staat de baadster druipend van het zilte nat op het strand, een glimlach van oor tot oor. Amal, die als kaderlid van een grote ngo uitstekend Engels spreekt, zou een perfecte ambassadrice voor Gaza Beach zijn. “Ik kom hier iedere dag”, zegt ze. “Niks zaligers dan een frisse duik na kantoor. Het strand en de zee, dat is wat ons in leven houdt. Reizen kunnen we niet, Gaza is één grote gevangenis. Dit is de enige plek waar we de illusie van vrijheid kunnen koesteren”.

Ze wrijft haar lange haren droog en schikt ze onder haar sjaal. Het genoegen is dubbelop, legt ze ondertussen uit, omdat dit strand tot vijf jaar geleden verboden was voor Palestijnen. “Alleen kolonisten van de Joodse nederzetting in de buurt mochten hier baden. Palestijnen moesten een stuk noordwaarts om te zwemmen, voorbij het checkpoint van Mawasi. Frustrerend, want Mawasi ging om de haverklap dicht, vaak totaal onverwacht. Soms duurde dat een paar uur, soms een paar dagen. Dan zat je daar, afgesneden van je familie en je werk.” Als de dag van gisteren herinnert ze zich de ontmanteling van de Joodse nederzettingen en de terugtrekking van het Israëlische leger in 2005. “De eerste dag na hun vertrek liep heel Khan Yunis uit. We konden onze ogen niet geloven: eindelijk was het strand van ons.” De naam van de Joodse nederzetting, die kan ze zich onmogelijk herinneren. “Verdringing”, zegt ze.

Het is donker als we Rafah Beach, de zuidelijke punt van de Gazastrook, bereiken. Eyad is spontaan op de rem gaan staan, totaal verrast. Hij, die alle adresjes in Gaza dacht te kennen, heeft deze uitzinnige constructie nooit eerder gezien. Het blijkt een bungalowpark met luxerestaurant te zijn dat over een week open gaat. Metershoge vissen, vogels, theepotten, gemaakt van leem en stro, zuigen alle blikken naar zich toe. Bij nader toezien blijkt álles uit leem en stro te zijn op- getrokken, ook de met badkamer, tv en airco uitgeruste bungalows. “Cement is schaars en peperduur”, zegt Mousah Zarob, eigenaar en architect van het vakantiepark. “Leem met stro is een perfect alternatief, goedkoop en duurzaam. Mijn eerste lemen gebouw is twintig jaar oud, het staat nog altijd overeind”.

Mousah, in Rafah bekend als wereldreiziger, is een geboren zakenman die jarenlang in Antwerpen heeft gewoond. “Ik deed er export naar het Midden Oosten via Dubai”, zegt hij. “Ik had toen een Joodse zakenpartner.” Ondanks de originele materiaalkeuze heeft hij hier ruim 200.000 dollar geïnvesteerd. Geld moet renderen, beseft hij als geen ander. Een bungalow kost 60 dollar per nacht. Wie gaat dat betalen in Gaza, waar heel wat kroostrijke gezinnen met minder dan 200 dollar per maand moeten rondkomen? “Ik mik op de 0,25 procent rijken van Gaza”, zegt Mousah. “Want vergis je niet: er zijn ook mensen die goed boeren onder de oorlog en de blokkade. Zakenlui, tunneleigenaars, dat is mijn doelpubliek. Het loopt lekker, drie van de zes bungalows zijn al voor een jaar geboekt.”

Het woord economische collaboratie is snel gevallen. Worden nieuwe rijken zoals hijzelf niet met de nek aangekeken? “Helemaal niet”, zegt hij. “Dat heeft met ons geloof te maken. Iedere cent komt van Allah. Als iemand rijk wordt, dan gebeurt dat omdat Hij dat wil.” Voor we afscheid nemen laat hij ons zijn grote trots zien: een vis met opengesperde bek. Blijkt dat het de toegang is tot een tunnel die recht op het strand uitgeeft. “Rafah is toch de hoofdstad der tunnels”, zegt hij met een grijns. “De echte smokkeltunnels mogen toeristen niet bezoeken, maar hier kunnen ze de sfeer komen opsnuiven. Dit wordt geheid een publiekslokker.”

De volgende ochtend wappert de rode wimpel boven het strand van Gaza Beach. Er staat een stevige wind, Ahmed klieft met zijn board door de kromming van een onstuimige golf. Hij wuift naar ons op het strand. Geluk, dat is een perfecte golf op een zonnige dag. Ook in Gaza.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234