Zondag 15/12/2019

kunstensector boos

"Gatz vergeet de kleintjes"

Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld). Beeld Eric de Mildt

Een nieuw kunstendecreet, een eerste groot slagveld. Van de 340 aanvragen voor een projectsubsidie keurde Vlaams cultuurminister Sven Gatz (Open Vld) er in een eerste ronde slechts 74 goed. De kritiek uit de sector is hard. "Dit cultuurbeleid spoort perfect met het algemene politieke beleid. Iedereen moet besparen, maar de kleintjes het meest."

Cultuurminister Sven Gatz en het nieuwe kunstendecreet tonen zich voorlopig bepaald niet genereus voor artiesten die projectmatig, en dus buiten de gevestigde instellingen, (willen) opereren. Dat vertellen, behalve de getroffen kunstenaars en instellingen, ook de cijfers die de minister zelf vorig weekend verspreidde. Uit die cijfers blijkt dat liefst 340 kunstenaars en instellingen het afgelopen jaar een aanvraag voor een projectsubsidie hebben ingediend. Slechts een kleine minderheid van 22 procent kreeg van Gatz een positief antwoord.

Dat is een ongezien laag 'slaagpercentage', waarvoor alvast één voor de hand liggende verklaring bestaat.

In totaal werd voor deze eerste ronde voor meer dan 15 miljoen euro aan subsidies aangevraagd. Dat is bijna drie keer meer dan het bedrag dat minister Gatz voor projectsubsidies heeft voorzien voor het hele jaar. In de wetenschap dat er dit jaar nog twee andere subsidierondes komen, was dat lage 'slaagpercentage' dus wel te verwachten.

Maar 'te verwachten' is natuurlijk geen synoniem van 'onontkoombaar'.

Nog even wat cijfers: het totale budget voor projectsubsidies bedraagt voor 2016 ongeveer 5,9 miljoen euro. Dat is 4 miljoen euro minder dan het budget voor projectsubsidies in de jaren 2014 en 2013, toen cultuur nog de bevoegdheid was van Joke Schauvliege (CD&V). En dat budget stelt al helemaal niets voor als je het afzet tegen het budget voor structurele subsidies, dat 90 miljoen euro bedraagt.

"De minister houdt de wanverhouding in stand tussen structurele en projectsubsidies, en dat is een duidelijke beleidskeuze", zegt Els Silvrants Barclay, lid van de Commissie Beeldende Kunst. "Het is een beleidskeuze die ervoor zorgt dat vernieuwende, minder gevestigde en experimentele kunstenaars het nog moeilijker krijgen dan ze het al hebben. Uiteindelijk gaat dit over de groep die de subsidies nog het meest van al nodig heeft."

Broeikas

Felix De Clerck, algemeen directeur van het Kunstenpunt, maakt een min of meer gelijkaardige analyse. "De balans tussen projectmatig en structureel zit, deels door de erfenis van de vorige minister van Cultuur, behoorlijk scheef", zegt De Clerck. "Maar 5 procent van het totale budget gaat nu naar projectmiddelen. Dat wijst op een héél behoudsgezind beleid, met te weinig kansen voor nieuwe initiatieven."

Wouter Hillaert, theaterrecensent en een van de bezielers van burgerbeweging Hart boven Hard, oordeelt al bij al relatief mild over de recente beslissingen van Gatz. "De beslissingen die hij in het kader van de eerste subsidieronde genomen heeft, zijn hard, maar niet inconsequent", vindt Hillaert. "Je kunt Gatz dit keer niet beschuldigen van ondeugdelijk bestuur."

Tegelijk vindt ook Hillaert dat er in dit beleid iets schort aan het evenwicht tussen structurele en projectmatige subsidies. "Met projectsubsidies ondersteun je de broeikas van het kunstenveld. Het is ook de meest kwetsbare groep. Je zou kunnen zeggen dat dit cultuurbeleid op dit vlak perfect spoort met het algemene politieke beleid. Iedereen moet besparen, maar de kleintjes wel het meest."

En minister Gatz zelf? Hij toont zich toch niet helemaal ongevoelig voor deze kritiek. Ook volgens hem is de pot voor projectsubsidies te klein. "Daarom", zegt Gatz, "heb ik al eerder besloten om er in 2017 in elk geval 2 miljoen euro bij te doen."

De minister sluit ook niet uit dat er straks nog meer budget wordt herschikt. "Wij hebben samen met u vastgesteld dat er voor de eerste ronde bijzonder veel projectaanvragen zijn ingediend. Mogelijk zet die tendens zich ook bij de tweede en derde subsidieronde door, en zullen we daarom volgend jaar, na een evaluatie, voor nog wat meer evenwicht kunnen zorgen. Maar voor een beslissing is het nu, na één subsidieronde, nog te vroeg."

Nu is niet alleen het onevenwicht tussen structurele en projectmatige subsidies voorwerp van ferme kritiek uit de sector. Zo bestaat bij veel leden van de beoordelingscommissies grote onvrede over het nieuwe beoordelingssysteem. Dat systeem houdt onder meer in dat de leden van de commissies hun oordeel over de artistieke waarde van een dossier moeten uitdrukken in één van in totaal vijf kwalificaties. Die kwalificaties heten 'zeer goed', 'goed', 'voldoende', 'nipt onvoldoende' of 'volstrekt onvoldoende'.

Gatz maakt er geen geheim van dat hij zich bij het bepalen van zijn eindoordeel enkel en alleen op die kwalificaties baseerde.

Het strengst was de minister voor de aanvragen uit de sector podiumkunsten. Dossiers uit die sector werden enkel met een subsidie beloond als ze zowel op zakelijk als artistiek vlak een 'zeer goed' scoorden. Net iets minder streng toonde de minister zich voor, onder meer, de audiovisuele en beeldende kunst, de muziek en de architectuur. Voor dossiers uit die sectoren volstond ook een als 'goed' beoordeeld zakelijk plan, zij het ook in combinatie met een 'zeer goed' artistiek plan.

Te streng, vinden de critici. Maar misschien wel vooral: te ongenuanceerd.

"Als commissielid vraag ik me af waarom ik zoveel tijd heb gestoken in een zorgvuldige en genuanceerde afweging", zegt commissielid Els Silvrants Barclay. "Als puntje bij paaltje komt, houdt de minister enkel en alleen rekening met die ene kwalificatie. Elke nuance is meteen irrelevant."

Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz (Open Vld). Beeld Eric de Mildt

Overzicht verloren

Gelijkaardige bedenkingen komen van Hans Martens, eveneens commissielid. "Ik heb ook de afgelopen jaren in de beoordelingscommissies gezeteld", zegt Martens. "Het overzicht dat wij in die periode hebben opgebouwd, is nu volledig verloren. Nu is de minister natuurlijk niks aan ons verplicht. Wij adviseren, hij beslist. Maar hij onderschat onze rol. Wij zijn geen Romeinse keizers die hun duim al dan niet omhoogsteken. Wij investeren erg veel tijd en moeite in de beoordeling van al die dossiers, en wij springen erg voorzichtig en integer met onze rol om. Blijkbaar tevergeefs, want aan het eind van de rit worden wij geconfronteerd met een brutale beslissing, die onze adviezen volledig vertekent.

"De perversiteit is dat bijna enkel projecten met een 'zeer goed' zakelijk model steun krijgen. Als we dat op voorhand hadden geweten, hadden we projecten die we nu als artistiek 'goed' hebben beschouwd, misschien wel als 'zeer goed' bestempeld.

"De zakelijke adviezen zijn bovendien ronduit lamentabel. Waarom je daar vijf kwalificaties van 'zeer goed' tot 'volstrekt onvoldoende' voor nodig hebt, begrijp ik niet. Een zakelijk model is voldoende of onvoldoende, zo simpel is het."

Vaak gehoorde kritiek nog: in dit nieuwe systeem weegt het zakelijke veel te zwaar door. Felix De Clerck: "Een goed zakelijk dossier is natuurlijk belangrijk, maar het is op zijn zachtst gezegd jammer dat artistiek excellente projecten geen enkele kans krijgen als hun businessplan niet als 'zeer goed' wordt beoordeeld. Bovendien is het eenvoudiger om een 'goed' zakenmodel tot een 'zeer goed' zakenmodel om te bouwen, dan om een artistiek plan nog te verbeteren."

Hans Martens drukt het scherper uit. "Er wordt hier gewoon geen rekening gehouden met de eigenheid van de sector. Veel beeldende kunstenaars willen al het geld dat ze krijgen in hun project kunnen steken. Dat wordt hen zwaar aangewreven op zakelijk vlak. Hoe groot kan de paradox zijn?"

Martens eindigt zijn betoog met een kwalificatie voor de minister. "Ik las dat de minister zich voorlopig een 11 op 20 geeft (DM 26/12/15). Als hij de standaarden die hij bij de subsidieronde hanteert ook op zichzelf zou toepassen, had hij allang ontslag moeten nemen. Want blijkbaar heeft een kunstenaar een grootste onderscheiding nodig om zijn ding te kunnen doen."

Sven Gatz blijft ondertussen nuchter onder alle kritiek.

"Eerst even dit. Het klopt niet dat het zakelijke aspect in dit systeem even zwaar doorweegt als het artistieke. De feiten spreken dat tegen. In alle gevallen was een als 'zeer goed' beoordeeld artistiek project een voorwaarde om een subsidie te kunnen krijgen. Voor het zakelijke aspect waren we in sommige gevallen minder streng, en volstond de beoordeling 'goed'.

"Wat het systeem zelf betreft: de sector en de commissies waren - niet ten onrechte, denk ik - zelf vragende partij voor een zo objectief mogelijk beoordelingssysteem. Wij hebben zo'n systeem ingevoerd, en ik heb er mij bij mijn eindbeoordeling rigoureus aan gehouden. Over de technische details van dit nieuwe systeem wil ik gerust discussiëren, maar geef het even tijd. Aan het einde van het jaar evalueer ik, en stuur ik indien nodig bij."

Tot slot, nog een positieve noot. Of misschien beter gezegd: een constructieve aanbeveling aan het adres van de minister. Ze komt van Felix De Clerck, in naam van het Kunstenpunt. "Veertien projecten die artistiek als 'zeer goed' worden beschouwd - en Vlaanderen dus het nodige prestige in het buitenland kunnen bezorgen - krijgen nu geen cent", stelt De Clerck. "Die cijfers geven de minister voldoende munitie om binnen de Vlaamse regering meer geld naar zich toe te trekken."

"Jonge kunstenaars zijn altijd de dupe"

Benjamin Vandewalle, danser
Vroeg 44.485 euro aan voor de voorstelling Disembodied Lady

"Als je een 'zeer goede' artistieke beoordeling krijgt, en het ook op zakelijk vlak 'goed' zit, doet dat pijn om te horen dat je uit de boot valt", vertelt danser Benjamin Vandewalle (32), bekend van de voorstellingen Point of View en Birdwatching 4x4. "Dan kun je enkel besluiten dat er iets schort aan het systeem."

"Een voorbeeld: wat men ons aanwreef op ons zakenplan, was dat de vrijwilligers op wie wij steunen, niet verzekerd zijn. Maar die verzekering wordt niet door ons verzorgd, wel door de theaterhuizen waarmee wij samenwerken."

Bovendien getuigt de beslissing van minister Sven Gatz niet van veel inzicht. "Birdwatching 4x4 hebben we met veel moeite zonder subsidies gemaakt, en is uitgegroeid tot een hit in Europa. Ook voor Disembodied Lady hadden we al een afspraak met een aantal Europese partners, maar daar besteedt men blijkbaar geen aandacht aan."

Verbetering zit er niet meteen in, vreest de danser. "Nu al werd de helft van de aanvragen die in de zomer geen subsidie kregen, opnieuw ingediend. Zo blijft het probleem opschuiven."

Vandewalle kan zich ook niet van de indruk ontdoen dat de podiumkunsten gediscrimineerd worden - "vraag me niet waarom" - en dat jonge kunstenaars benadeeld worden door het beleid. "Nieuwe makers moeten jaren ploeteren voor een plaats in het artistieke veld, en die positie is ontzettend breekbaar. Als je dit besluit ziet, merk je dat de verdeling van de subsidies volledig scheef zit: jonge kunstenaars zijn altijd de dupe."

Komt Disembodied Lady toch op de planken? "Als we heel creatief zijn, amper betaald worden en de nodige buitenlandse partners vinden, gaat het ons net lukken, denk ik. Maar geloof me: subsidies zijn de enige zuurstof voor een sector die sowieso overuren draait."

Benjamin Vandewalle. Beeld Wouter Van Vooren

"Minder geld, oké. Maar je hebt wel íéts nodig"

Compagnie Kaïet, muziektheater
Vroeg 83.175 euro aan voor de voorstelling XIX

Dat de scheve verhoudingen tussen de subsidies voor projecten en voor structurele organisaties slachtoffers maken, blijkt uit het verhaal van Compagnie Kaïet, een muziektheatergezelschap uit Borgerhout. "Wij waren een tijdlang een structureel erkend gezelschap, maar we hebben bewust de keuze gemaakt om projectmatiger te werken", vertelt artistiek leider Geert Hautekiet (47). "We zijn een klein clubje, en het was te moeilijk om alle structurele zooi te bolwerken. Op artistiek vlak zijn we nu veel flexibeler geworden."

De voorstellingen van Compagnie Kaïet tourden het afgelopen jaar langs Nederland en Vlaanderen, en het gezelschap blijft ambitieus. Maar ondanks een 'zeer goede' en 'goede' beoordeling op zakelijk en artistiek vlak, krijgt het gezelschap geen subsidies voor hun 'langlied' XIX, een muzikale voorstelling van anderhalf uur. "Je krijgt een ongelooflijk goed rapport, en toch krijg je niets. Dat smaakt zuur. Blijkbaar hadden we toch niet genoeg punten."

Als structureel erkend gezelschap kreeg Compagnie Kaïet een paar rondes lang subsidies, maar steun krijgen voor projecten blijkt dus veel moeilijker. "Projectsubsidies zijn totaal niet evenwichtig. Schauvliege (de vorige Vlaamse minister van Cultuur, EWC) wilde dat rechttrekken, maar dat is niet gebeurd. En ook Gatz heeft aangekondigd daar iets aan te willen doen, maar nu blijkt dat hij die belofte niet nakomt."

"Die 80.000 euro die we hebben aangevraagd, is geen verzonnen verhaal, hè. We hebben dat trouwens uitstekend onderbouwd. En wat nu? Ik heb geen kant-en-klare antwoorden. Natuurlijk willen we dingen blijven maken, maar ik heb nog geen idee hoe we dat geld bij elkaar krijgen."

Heeft Hautekiet spijt van zijn keuze om meer op alleenstaande projecten te focussen? "Spijt niet, nee. Maar ik zit nu wel met een heel dubbel gevoel. Dat we minder geld zouden krijgen, wisten we. Maar je hebt wel íéts nodig."

Geert Hautekiet. Beeld Wouter Van Vooren

"Alle adviezen opvolgen en niet beloond worden: frustrerend"

W.A.R.P., platform voor beeldende kunsten
Vroeg 95.000 euro aan voor de stadstentoonstelling Coup de Ville

Voor weinig van minister Gatz' gedupeerden moet de pil zo bitter zijn geweest als voor W.A.R.P., een kunstenplatform dat internationale kunstenaars van tentoonstellingsruimte voorziet in Sint- Niklaas. "Vorige week hebben we de minister hier nog over de vloer gehad", vertelt artistiek verantwoordelijke Stef Van Bellingen (52). "De stad had hem uitgenodigd om verschillende actoren uit de culturele sector te leren kennen, zowel op het vlak van theater, muziek als beeldende kunsten. Wij bleven met een heel positief gevoel achter."

Van dat positieve gevoel was na de subsidieronde nog maar weinig te merken. "Het is onthutsend om te merken dat je eerst een uitstekende beoordeling krijgt (artistiek 'goed', zakelijk 'zeer goed') en dat daaraan geen gevolg wordt gegeven. Onze hele werking is geprofileerd op de adviezen die we van de beoordelingscommissie krijgen. Dat je al die adviezen opvolgt en daar niet voor beloond wordt, is frustrerend."

Inmiddels is W.A.R.P. al bezig aan een bezuinigingsplan, om het wegvallen van de subsidie enigszins te kunnen opvangen. Als kunstenplatform trekt W.A.R.P. met het Coup de Ville-project jonge, internationale kunstenaars aan en laat ze hen exposeren op een twintigtal locaties in de stad - "van privéwoningen over leegstaande panden tot openbare gebouwen", legt Van Bellingen uit. "Het is geïnspireerd op de Chambre d'Amis-tentoonstelling van Jan Hoet, die overigens meewerkte aan ons eerste project, in 2003."

Dat een kleine stad als Sint-Niklaas zich inzet voor jonge kunstenaars, is broodnodig in deze tijden, vindt Van Bellingen. "We werken met artiesten uit Zuid-Amerika, Azië, Afrika en Europa, en vormen een springplank voor nieuw talent. Zonder zo'n platform kunnen zelfs kunstenaars die wel een subsidie krijgen, hun projecten niet voldoende ontwikkelen. Want niet iedereen kan meteen in de grote musea van Antwerpen of Gent exposeren."

Stef Van Bellingen. Beeld Wouter Van Vooren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234